*** Mijn eerste NK-marathon met startnummer-1 ***

 

Na weken van lange trainingen van gemiddeld 120km/week naast twee met succes voltooide marathons in het Duitse Essen én Amsterdam. Liet ik mij met clubgenoot Jo Stevens vroeg inschrijven voor de marathon in Zwolle dat tegelijk als het Nederlandse Kampioenschap telde. Uiteraard mocht ik niet verwachten dat ik daar als 39-jarige een pottenbreker kon zijn met mijn beste tijd van 2u48:24 die ik 26 april jl. in Amsterdam op de klokken zette. Ondanks dat ik met: “Nóóit meer!” Omdat ik toen te diep was gegaan en de dag er na koortsig was, was ik er nu klaar voor om mijn persoonlijk record weer iets sneller aan te scherpen.

  Goed gemutst en gesoigneerd vertrokken we met de intercity al vroeg richting het noorden. Terwijl de blonde en geblokte Gerrit alias “Zatopek” – om zijn schokkende loopstijl – ook bij ons als oud clubgenoot was aangeschoven met zijn overvolle weekendtas, alsof hij weken op vakantie ging. Amper rijdend, terwijl buiten de zon al hoog aan de hemel stond en ons een tropische dag in wording beloofde, ritste Gerrit zijn uitpuilende tas open. “En, dit lusten jullie toch ook?” en bood ons een welriekend kippenpootje aan uit een rijk gevulde plastieken doos. Jo én ik keken ons verwonderd aan, omdat wij vóór een marathon ons op licht verteerbaar voedsel hielden. “Neen dank je, misschien straks na het lopen.” Terwijl we lieten blijken dat we niet met een volle maag konden lopen, at hij zelf er een paar boutjes van op met: “Flauwe kul, na een paar borden erwtensoep ga ik nog trainen.” Zo snelde we via Utrecht richting ons eindpunt in Zwolle. Ondertussen hadden we meerdere keren Gerrit’s goedbedoelde aanbiedingen  van rijstevlaai, die hij thuis al in acht punten had voorgesneden, moeten weigeren en die hij binnen de reistijd zelf helemaal had opgegeten, terwijl zijn wangen glommen door de vetresten van de al eerder verorberde kippenboutjes.

  Zo stonden honderden lopers gekleed in verschillende pluimage, wachtend op de start. Terwijl ik – door mijn vroege inschrijving – met startnummer-1 trots op mijn gele AVON-shirt gespeld er nerveus tussen stond. En met blikken – door dat lage startnummer – niets vermoedend door iedereen als onbekende tot favoriet bestempeld werd. Zo snelde ik na het startschot met de echte favorieten Barry Kneppers, Bram Wassenaar en Rudie Verriet mee voor het kampioenschap als op de hielen gezeten rond 17:30 op de 5 km, richting onze klus van 42,195 km dat naar het scheen een martelgang zou kunnen worden, omdat de zon de temperatuur al omhoog had gedreven richting de 25º C. Halfweg kwam Jo Stevens in een voor hem onbevredigde tijd door in 1u19:46 en stopte prompt, terwijl ik nog op de ‘halve’ hoopvol na 1u21:25 als 59ste doorging. Al nam ik buiten mijn gewoonte om steeds vaker een druipende spons aan om mij enigszins te koelen. Om mij later in mijn Nike’s te laten soppen, terwijl ze in mijn gevoel een maat groter en een kilo zwaarder leken. Zo zwoegde ik kilometerslang over schaduwloze wegen met de verbazende kreten langszij: “Hè, daar komt nummer één pas?” Omdat ze aan mijn startnummer een falende favoriet zagen. En maakten mijn marathon ongewild tot een martelgang. Het drinken onderweg ging morsend ook al niet meer zo bijster en de neiging tot wandelen sprak ook steeds vaker in mijn zwakker wordende brein. Zo kon ik het nog gevoelsmatig lang volhouden en moest het uiteindelijk bij het 40km-punt toegeven om buiten adem en in het rood, even voor een plastic bekertje isostar stil te staan. Ondertussen was het bij een open hemel al 28º C geworden, terwijl ik niet meer stavast aan de energiegevende inhoud nipte, kwam zowaar oud-hoogspringer Frans Rutten langs gestoven mét onder zijn shirt verkoelende sponsen op beide schouders. Dat werkte voor mij als een rode lap en met de laatste stoot adrenaline zette ik mijn achtervolging in. Moedeloos kwam ik door dat zwakke rustmomentje niet meer in mijn beoogde ritme en finishte gebroken net nog binnen de drie uur en een dikke minuut achter hem in 2u59:04 en werd 66ste in de uitslag van de 222 uitlopers. Zo had Rudie Verriet verrassend Barry Kneppers naar de tweede plaats verwezen en als winnaar 2u20:22 op de klokken zette, had het “goud” al een half uur om zijn tengere schouders hangen. Was Gerrit al vrij vroeg met maagklachten én buikpijn van het wedstrijdtoneel verdwenen en uitgevallen. Terwijl ik bij mijn volgende start zeker geen favoriete nummer meer als startnummer-1 ambieer. Gingen we nu zonder de begeerde kippenboutjes en ik als pleister op de wonde, wel met een uitloopmedaille naar huis.

 

Mathieu Simons

20 september 1980