M’n Heerlense ‘nachtdoop’ in 1959

 

Na één van de wekelijkse bioscoop bezoekjes – die dag was de ‘knokboeët Scala’ aan de beurt geweest – gingen Jo, Henk en Ben met mij als vrienden óók nog gewoontetrouw langs een of andere friteboeët. Deze keer was het bij ‘Fred’, waar Jo het record bokworsten eten nog had staan; Tien stuks inclusief mosterd. Daar werd dan tevens onze volgende afspraak gemaakt. Tenminste als er geen meisje tussen kwam. We fixeerden ons op mijn verjaardag een week later. Dan werd ik eindelijk achttien en mocht dan óók legaal ‘vieze’ boekjes kopen. Nou ja, omdat “De Lach”, de “Piccolo” als “De Zonnevrienden” voor jongeren toen verboden waren. Dan hoefde Piet als ‘volwassene’ dat voor mij niet meer te doen. Ik zou dán tevens mijn éérste ‘pikante’ nachtfilm gaan zien, want dan kreeg ik toch mijn eigen huissleutel en kon voortaan muisstil laat thuiskomen….

  ’n Week later… omdat we géén keuze hadden kunnen maken tussen de ‘Gloria’, ‘Hollandia’ en de ‘Rivoli’, kwamen we uiteindelijk om één uur ’s nachts uit de klassieke op pluche gezeten ‘Royal’, waar we nog nágniffelden om die éne geboden blote borst. Zo gingen we óók gezamenlijk naar een friteboeët waar Ben en ik later alleen achter bleven… nú zou ik ook álles zien. En zo slopen we even later ook langs stek en steeg tót we onze neuzen tegen de etalageruit van sekswinkeltje drukten om te genieten van de schaars geklede dames op banderolloze boekjes. Toen er plotseling een surveillerende agent ons als rijzig op de schouder tikte mét: “Zó, wát zijn jullie hier aan het doen?” Geschrokken maar toch nog kalm antwoordde Ben: “Gewóón, postzegels kijken!” Terwijl ik dát knikkend bevestigde; “Weten jullie wél heren, hoe laat het is?” Ná “ja” én “nee”, moesten wij toch tégen tweeën mee naar het bureau. En daar, nadat we eerst ná fouillering onze zakken hadden leeggemaakt in voor ieder afzonderlijke bakjes – waar het entreebewijs van de ‘Royal’ als alibi mij ’n goede dienst bewees – moesten we even later als een stel papegaaien óns verhaal tot vervelens toe blijven repeteren. Doordat de kwaliteit van de dunne gipsen muren dat mogelijk maakte, konden we niet in de ‘fout’ gaan. Al tikte de klok wél onverbiddelijk ónze nacht voorbij. En zó mochten we als ‘niets gedaan’ mét een opvoedende preek en mét een betrapt gevoel alsnog in de ál vroege ochtend naar huis zonder strafblad. Wáár buiten de vroege vogels al met hun gefluit mijn ‘nachtdoop’ als ervaren afsloten.

  Sluipend en met een kloppend hart kon ik voor het éérst door mijn eigen sleutel onbemerkt – sámen met de opkomende zon – om vijf uur ’s morgens eindelijk m’n bed kruipen. Waar de dekens óver mijn hoofd de nacht als zéér kort simuleerde, omdat broertje Joke ’s morgens altijd vroeg honger had.

 

Mathieu Simons

Uit: ‘Tussen Hart & Broekzak’