De Zomereik - The English Oak


Zomereik - Petworth Park, West-Sussex, Engeland
(hoogte 22m, kroonbreedte 35m, omtrek 600cm, aangeplant rond 1750)

A typical open grown Common or English Oak, Quercus robur , in Petworth Park, West-Sussex, England.

De Zomereik, Quercus robur, is één van de meest kenmerkende bomen van de zandgronden van oostelijk Nederland, maar ook van grote delen van Engeland en Duitsland. Het is een zeer variabele soort: in de duinen en de arme zandgronden zoals op de Veluwe is het vaak een lage, vrijstaande boom met korte kromme stam en grillige takken of een magere, langzaam groeiende bosboom.
Op dergelijke gronden was hij ook vanouds te vinden als hakhout: de korte stammetjes (stobben of stoven genaamd, groeiend in zogenaamde strubbenbossen) werden om de 6 á 10 jaar ontdaan van de nieuw aangegroeide takken, om deze te gebruiken als looistof. Dergelijke stobben en strubben hebben het vermogen om eeuwenlang opnieuw uit te lopen. Uit recent onderzoek door bosonderzoeker Chris Rövekamp blijkt dat in oude strubbenbossen op de Veluwe groepen Eiken verbonden zijn door een gemeenschappelijk wortelstelsel. De oorspronkelijke stobbe is niet meer aanwezig, vermoedelijk weggerot, maar uit onderzoek blijkt dat er kan toch gesproken kan worden van één genetisch individu. De omvang van dergelijke bomenkringen neemt toe met de leeftijd en blijkt te kunnen oplopen tot een meter of dertig. De maximale leeftijd van meerdere van deze eikenstoven wordt geschat op zeker 1000, maar mogelijk zelfs 1500 tot 2500 jaar !
In oude agrarische landschappen op arme gronden als in Drenthe en Brabant was de Zomereik veel te zien in houtwallen: vaak wat spichtige kromme bomen, maar soms ook eeuwenoud.
In wat vruchtbaarder streken als Twenthe, de Achterhoek of de Veluwezoom, maar ook in veel gebieden in Duitsland en Engeland, is de Eik te zien in zijn meest koninklijke gedaante: als hij tijd en ruimte krijgt kan hij zich in enkele eeuwen ontwikkelen tot een majestueuze reus met een dikke stoere stam en een brede, losse kroon met hoekig kronkelende takken. De hierboven staande Eik 'Beauty' in Petworth Park, West-Sussex, Engeland, is een goed voorbeeld van zo'n vrijstaande Eik in de kracht van zijn leven: ongeveer 250 jaar oud en nog zonder enig teken van aftakeling. Het mooiste exemplaar nabij Zutphen, dat nog nauwelijks tekenen van aftakeling vertoont, is de Eik van Epse.
Een nauw verwante soort is de Wintereik, Quercus petraea. Deze is in Nederland tamelijk zeldzaam en verschilt door een aantal botanische en ecologische eigenschappen van de Zomereik: hij groeit van nature vooral op goed ontwaterde, matig zure leemhoudende zandgronden. Op zware en slecht ontwaterde kleigronden is hij niet te vinden, maar evenmin op zeer arme zandgronden, groeiplaatsen waar de Zomereik zich wel thuisvoelt. Ook is hij wat meer dan de Zomereik op heuvelgebieden met een vrij hoge neerslag gericht. De Wintereik heeft regelmatiger aan de takken geplaatst blad, met een langere bladsteel en een regelmatiger vormgeving.

Gevallen herfstblad: links Wintereik , rechts Zomereik

Bovendien worden Wintereiken over het algemeen minder geteisterd door insecten. Zij groeien veelal rechter omhoog, met lange, doorgaande stammen. Al met al maken ze vaak een wat nettere, minder ruige indruk. Enkele Wintereiken zijn te zien op de Engeland en de Frankrijk pagina's van deze website. Omdat de twee soorten zeer nauw aan elkaar verwant zijn, zijn er veel bastaarden en overgangsvormen te vinden.

Common Oak: young leaves and male flowers.
Zomereik: juist uitgelopen blad met mannelijke katjes in mei.

De Eik heeft in de Europese mythologie langdurig een grote rol gespeeld, onder andere bij Germanen, Kelten en Grieken en Romeienen. Zij vereerden allen een dondergod: Thor/Donar, Taranis, Zeus, Jupiter en anderen. Steeds was de Eik de aan deze dondergoden gewijde boom. Waarschijnlijk is het feit dat Eiken vaker en duidelijker dan andere bomen door de bliksem werden getroffen hier debet aan. Dat de Eik een onderwerp van een religieuze cultus was is natuurlijk ook te verklaren doordat deze boom zeer oud kan worden en een indrukwekkende gestalte kan ontwikkelen: aan de voet van oude eiken ontstond vaak een religieuze ontmoetings- , vergader- ,rechtspraak-, offer- en begraafplaats.
Hiernaast is de Eik eeuwenlang van onschatbaar belang geweest als producent van eikels voor varkensvoer, van brandhout en van looizuur uit de bast maar bovenal van hard en duurzaam kwaliteitshout, wat zeer veel gebruikt is in woning- en scheepsbouw, naast het gebruik voor gereedschap, meubelen en bijv. kerkmeubelen als koorbanken en preekstoelen, vaak rijkversierd met beeldhouwwerk.
Dit eeuwenlange gebruik van Eikenhout en de duurzaamheid ervan maakt het, mede door de duidelijke jaarringen, zeer geschikt voor de Dendrochronologie: de wetenschap die de groei van bomen bestudeert aan de hand van de jaarringen. Eiken reageren met hun groeisnelheid sterk op de jaarlijkse klimatologische wisselingen: in warme, natte jaren groeien Eiken sneller dan in koude, droge. Door oude stukken hout te onderzoeken op de jaarringen heeft men zeer lange reeksen kunnen maken die aanwijzingen geven over het verloop van het klimaat .Omdat alle Eiken uit een bepaalde streek een sterk overeenkomend patroon vertonen, zijn door vergelijking balken en planken uit oude gebouwen goed te dateren, hetgeen weer aanwijzingen oplevert over tijdstip van de bouw en de ontstaansgeschiedenis van een pand. Inmiddels zijn jaarring-reeksen samengesteld van meer dan 8000 jaar.

 

Iets over afmetingen en leeftijd van  Eiken.

Uitgegroeide vrijstaande Eiken op goede standplaatsen hebben veelal een hoogte van 20 - 25 meter, maar 30 - 35 meter komt voor. De kroondiameter is vaak vergelijkbaar of wat groter met maxima van 40 meter ( De King Oak in Charleville, Ierland, heeft een kroondiameter van 48 meter). De stamomvang ( gemeten op 1,3 meter hoogte) is een maat voor de leeftijd maar ook afhankelijk van individuele eigenschappen , groeiplaats en conditie. Vrijstaande, goed groeiende Eiken op redelijke tot goede bodems bereiken na 100 jaar zo'n 2,5 tot 3 meter stamomtrek, na 200 jaar 4 -5 meter, na 300 jaar 5 - 7 meter, etc. De reuzen van de soort hebben stamomtrekken van 9 tot 12 meter en in zeer uitzonderlijke gevallen zelfs 14 - 21 meter. De bijbehorende leeftijden zijn meestal moeilijk te bepalen, daar de meeste Eiken van meer dan 6 m omtrek hol worden, maar kunnen tussen de 400 en de 1000 jaar liggen. Opgegeven leeftijden voor opgaande Eiken van boven de 1000 jaar moeten met de nodige skepsis worden bekeken: de momenteel dikst bekende nog levende Eik van Europa, de Zweedse Kvill-Eik met ruim 14 m omtrek, wordt geschat op 800 tot 1000 jaar, evenals de Bowthorpe-Eik, de Pontfadog-Eik en de Queen-Elisabeth-Eik , met ± 13 m omtrek behorend tot de dikste Eiken van Engeland. Twee Eiken met slechts een ruïne-achtige restant-stam worden vaak nog ouder ingeschat: de Feme-Eiche, ook Ravenseiche genoemd, uit Erle, Duitsland en de Kongeegen uit Denemarken, beide te reconstrueren als ±14 m omtrek, zijn vaak geschat op 1300-1500 jaar, maar een bewijs daarvoor bestaat er niet.
In het verleden zijn er enkele dikkere Eiken beschreven, zoals de reusachtige Keizerseik ( Carski Hrast) nabij Travnik in Bosnië-Hercegovina. Dit was waarschijnlijk een Wintereik. In 1904 had hij een hoogte van 35 meter en een omtrek op borsthoogte van 15,5 meter, bij de bodem 25 meter. In de 80-er jaren was de Eik erg afgetakeld, de stam had een omtrek van 17 meter maar was totaal hol en de kroon was danig toegetakeld. Tijdens de oorlog in Bosnië is hij in 1998 gesneuveld. De leeftijd van deze Keizerseik werd op zeker 1000 jaar geschat.
De Eik van Saintes, Zuid-West Frankrijk , had begin 19e eeuw een omtrek van ±21 m (27 m bij de bodem) en een geschatte leeftijd van 1800 á 2000 jaar: nu is er slechts een levend restant van over, waar de glorie van deze boom niet meer aan valt te zien. In oude boeken stonden meer van dergelijke enorme eiken vermeld, die tot in de 18e eeuw vooral in Engeland en Duitsland zouden hebben gestaan. De allergrootste van deze reuzeneiken zou hebben gestaan bij Boomte nabij Osnabrück en zou een stamdiameter van 9 m hebben gepaard aan een hoogte van 40 meter ! Deze laatste afmetingen doen de wenkbrouwen rijzen en zijn niet meer te verifiëren.
Ook als bosboom ontwikkelt de Zomereik zich op vruchtbaarder gronden het fraaist, zoals in sommige Nederlandse landgoederen is te zien. Exemplaren met lange stammen en hoog aangezette kronen van 30 tot 35 meter hoogte met stamomvangen van 4 en soms 5 meter komen voor, zij het niet al te veel: een Eik in gesloten bosopstand heeft daarvoor wel drie eeuwen nodig, wat de mens hem in het verleden vanwege het waardevolle hout niet vaak gunde. Langstammige exemplaren van 300 tot 500 jaar, ruim 40 meter hoogte en tot 7 meter omvang komen voor in het oerbos van Bialowieza in Polen , Tsjechië en vroeger veelvuldig in de Slavonische eiken - essenwouden langs de Sava in Kroatië. In de beroemde oude eikenbossen in de Spessart (Duitsland) en Frankrijk , groeien vooral Wintereiken, die hun maximale afmetingen op drogere en minder vruchtbare bodems bereiken dan Zomereiken.


De Chêne des Partisans, rond 1900 gefotografeerd in het bos bij Martigny-les-Bains in de Vogezen, vermoedelijk een wintereik en een voorbeeld van de bereikbare afmetingen van een in het bos opgegroeide langstammige eik: deze eik was 32 m hoog en had een omtrek van 9,8 meter, bij de bodem zelfs van 18 m. De leeftijd werd geschat op 1000 jaar, maar zou mijns insziens waarschijnlijker 600 - 700 jaar zijn.

Bij al deze cijfers moet bedacht worden dat Eiken op onvruchtbare schrale groeiplaatsen veel langzamer groeien: eeuwenoude exemplaren zijn soms klein en veel minder dik dan bovenvermelde voorbeelden. Een goed voorbeeld van een zeer oude Eik die op arme bodem is gegroeid is de Gerichts-Eiche in het Reinhardswald, Duitsland. Deze Zomereik is slechts 14 m hoog en heeft een omtrek van 8,5 m. Zijn leeftijd wordt geschat op zeker 1000 jaar, sommige onderzoekers spreken zelfs van 1300 - 1400 jaar. Het is in het algemeen zo dat langzaam groeiende individuen op schrale bodems ouder worden dan snel groeiende op vruchtbare bodems. De grootste en dikste Eiken zijn dus wellicht niet de oudste !
Ook hakhoutstoven / stronken kunnen vele eeuwen oud zijn. Zeer oude en omvangrijke eikenhakhoutstoven (van zowel Zomer- als Wintereik) met een omtrek tot 30 meter zijn te vinden bij Opglabbeek in de Vlaamse Kempen ten noorden van Hasselt. ( Zie literatuur: Bert Maes: Hakhoutbomen, een bijzonder cultuurverschijnsel. Bomennieuws 4 - winter 1998 ) en blijkens recent onderzoek van Bert Maes en Chris Rövenkamp van de Stichting Bronnen ook op de Veluwe, onder andere bij Garderen en bij Maanschoten nabij Kootwijk. De leeftijd van deze stoven wordt op zeker 1000, maar mogelijk zelfs 1500 - 2500 jaar geschat ! De er op groeiende zichtbare bomen zijn beduidend minder oud, zij stammen van ná de laatste maal kappen van het hakhout en zullen zelden ouder zijn dan 100 - 300 jaar.


Schors
Zomereik


Schors
Wintereik


Stam Wintereik

De Eik is ook in ecologisch opzicht interessant: op Eiken leven vele soorten korstmossen als epifiet, met name in gebieden met een schone lucht.
Ook zijn er veel soorten paddestoelen en zwammen te vinden in Eikenbossen en -lanen. Een flink aantal daarvan vormen mycorriza met de Eik. Helaas gaan meerdere soorten hiervan tegenwoordig sterk achteruit, wat wordt gewijt aan de "zure regen"; gevolg is een afnemende vitaliteit van Eiken.
Daarnaast zijn er honderden soorten insecten met Eiken verbonden, meer dan met enig andere boomsoort in Europa. Een aantal insectensoorten leeft van eikenblad, bijvoorbeeld de rupsen van de Groene eikebladroller, een kleine nachtvlinder, die in mei - juni een grote plaag kunnen vormen en dan hele eikenbossen kaal kunnen eten. De Eik verdedigt zich daartegen met looizuur, wat in het jonge blad echter nog onvoldoende is gevormd. Na zo'n kaalslag kan de Eik later in juni een tweede serie bladeren vormen, wat Sint-Janslot wordt genoemd. Het vergt wel veel energie van de Eiken, die in dergelijke jaren duidelijk in hun groei geremd worden.
Met name sinds de 70-er jaren is er in heel Europa een toename geconstateerd van aantasting en sterfte van eikenbestanden. Hierbij lijken verschillende factoren een rol te spelen. Uit onderzoek van o.a. Thomas Jung van de Ludwig-Maximiliaans-
Universität München
( Die Phytophthora - Erkrankung der europäischen Eichenarten. Wurzelzerstörende Pilze als Ursache des Eichensterbens ) blijkt dat dit vooral wordt veroorzaakt door een agressief type parasitaire wortelschimmels van het geslacht Phytophthora en het treedt met name op in eikenbestanden op groeiplaatsen met een hoge en schommelende grondwaterstand. Hierbij is een sterke aantasting van het fijne wortelsysteem waar te nemen.
Als Eiken door meer stressfactoren zoals droogte, klimaatverandering, verzuring en vermesting of een te hoge grondwaterstand met zuurstofgebrek als gevolg, worden belaagd, kunnen veel eiken sterven. Dit is de laatste decennia dan ook veel te zien geweest, vooral in gebieden met intensieve landbouw.
Minder schade ondervinden Eiken van de vele soorten Galwespen. Deze kunnen gallen veroorzaken bij de Eik: de vrouwtjes leggen eieren in eikebladeren. Het bladweefsel gaat op de geïnfecteerde plaats woekeren en groeit uit tot een gal, waarin de larve zich ontwikkelt, etend van het galweefsel dat het blad produceert. (zie E.J.Weeda e.a., literatuur 17).


Thumbnail Galappels

Zie literatuur nr 17 op de links-pagina voor informatie over de ecologie van de eik , literatuur nr. 4 en 11 voor meer informatie over de rol van de eik in de geschiedenis en de mythologie. Over reusachtige eiken in het verleden zie literatuur 14. Voor informatie over dendrochronologie zie de Tree-ring Web Pages op de links-pagina.

Zomereik: blad, bloemen en eikel. Bron: Flora Danica.

Common Oak leaves, flowers, acorn. Source: Flora Danica.

 

Veertien oude eiken in België & Nederland

Doorklikfoto

Naam en/of locatie

Stamomtrek

Hoogte

Kroon-
breedte

Plantjaar

Leeftijd

De Eik van Liernu
Provincie Namen
België
1000cm 19m 20m
1000-1500

m.i. ±1400

500-1000j

m.i.±600j

De Dikke Boom
De Eik van Verwolde,
Laren - Gelderland

762cm

25m

25m

± 1560

± 440j

De Kroezeboom
Fleringer Es
Tubbergen - Overijssel

710cm

16m

17m

1500-1600

400-500j

De Kozakkeneik
Delden - Overijssel

710cm

25m

30m

1650-1700

300-350j

De Reuzeneik
Vorden - Gelderland

687cm

23m

39m

±1700

± 300j

De Kroezeboom
van
Ruurlo - Gelderland

1000cm
(4stammen)

±500cm
(dikste stam)

22m

25m

1600-1700

300-400j

De Eik van
Huis Den Doorn

bij Zwolle - Overijssel

657cm

26m

26m

1750-1850

150-250j

De Eik van Hilverbeek
's Graveland - Noord-Holland

656cm

20m

30m

1650-1700

300-350j

De Eik bij de Spookboerderij
bij Brummen
Gelderland

600cm 22m 25m ±1700 ±300j


De Eik aan de Dalweg
Arnhem
Gelderland

590cm

23m

33m

±1700

±300j

De Eik van Het Loo
Apeldoorn
Gelderland

585cm

28m

30m

±1700

±300j

De Eik van Epse
Gelderland

580cm

20m

33m

1700-1750

250-300j

De Eik van
Kasteel Amerongen
Utrecht

565cm

30m

25m

±1700

±300j

De Treeker Eik
Huize Den Treek
bij Leusden
Utrecht

500cm

30m

28m

1753

250j

Nieuwste versie van deze website:
Newest version of this website at:  
http://82.94.219.20/~jpa/eik.htm

Home oude Nederlandse Versie----Engeland----Links----England----Home old English Version