aangeboden         clubinfo         evenementen         gezocht         links         Neuheiten         onderdelen         HOME

2010

 

10 april

De BR 01 een fantastische Pacific
Op 4 augustus 2000 tijdens de beurs in Houten stond een Duitser allerhande niet zo interessante spullen te verkopen. Mijn oog viel echter op de verpakking van een TRIX EXPRESS locomotief, de BR 01. Omdat de man zag dat ik interesse had pakte hij de loc uit en zette hem op de doos, zonder verder acht op mij te slaan. Ik kan mij herinneren dat de prijs normaal genoemd kan worden, maar omdat de loc er gaaf uit zag, en de verpakking ongeschonden, vond ik het toch wel goedkoop. Ik wist dus niet wat ik moest doen, en liep toen door. Verderop in de hal kwam ik een goede kennis tegen, nota bene een fanatiek Märklinrijder, en vroeg hem om raad. Hij liep met mij mee naar de stand en zag de loc. Altijd doen joh, was zijn reactie, daar krijg je geen spijt van. Dat was voor mij het moment, en kocht de loc.

Thuis gekomen haalde ik hem uit de verpakking en was verbaasd dat alles er nog in zat.
Het originele verpakkingspapier en de aankoopbon + de onderhoudspapieren. Eigenlijk zag ik toen pas waar het om ging. Het was loc TE 763 met ID 120011-A., zeg maar de oudste met een Permamotor en met slepers gemonteerd aan de tender.
De aankoopbon was van “ Spielwaren Feldhaus” uit de Schildergasse 46/48 in Köln, prijs 50 DM. Jammer genoeg staat er geen datum op de bon.
Dat alles zag er nog zo mooi uit dat ik de loc verder verpakte in een houten kistje, en de originele doos zuinig bewaar. Volgens mijn administratie heb ik de loc gelijk uit elkaar genomen om haar een goede onderhoudsbeurt te geven. De loc was nogal droog en de wielbandjes waren iets versleten. Maar volgens mij was het een soort vitrinemodel, want de loc was verder erg schoon.

Uiteraard moest er gelijk mee gereden worden, dat was gewoon fantastisch.
Af en toe neem ik de loc ook nog mee naar de TRIX EXPRESS-clubdag. Dan krijg ik altijd de vraag waarom de loc zo stil en rustig rijdt. De laatste tijd vraagt men ook vaak of er een andere motor ingebouwd is. Iemand die mij goed kent weet dat ik daar niet over peins.
De loc moet origineel blijven. Als je zoiets wilt, koop dan een nieuwe loc, dan is die ook nog digitaal met wat nog meer voor onzin. Nee, dit model is een monument, daar moet je van af blijven.

Zoals bekend is de maatvoering erg goed, en voldoet de loc tot in detail, zeker voor die tijd. Want waar praten wij over, 1958. Voor die tijd was de loc supergoed.
En inderdaad, ik heb er geen spijt van. Af en toe rijdt hij zijn baantjes, met achter zich aan de Touropa, maar ook de Rheingold, van alle jaren na 1945. Zelfs de Rheingold set van 2004 (meen ik), met de blauwe wagens, misstaat niet. Hoewel ik voor de Rheingold over het algemeen andere locs gebruik zoals de 3/6, Br 18, de E 03 of zelfs de E 10-12. Maar ook de BR 01 heeft de Rheingold getrokken, vandaar.
De loc hoort met zulke treinen over het paradespoor te rijden, dan weet je niet wat je ziet.
Toegegeven, de moderne locs, met hun moderne bouwtechnieken zijn prachtig, maar de statigheid van deze dame is moeilijk te evenaren.
Leo van Liempt.

2009

 

26 maart

Een van fabriekswege met rookgenerator voorziene BR 01 bestaat niet. De in de catalogus vermelde BR 01 (maar ook andere locs) betreffen ombouw uitgevoerd in de werkplaats van Kamlag. Ik heb er zo een. Uit mijn hoofd staat op de doos catalogus nummer 9204.
Het blok van het chassis, waar de kapschroef in schroeft, is afgezaagd om ruimte te maken voor de rookgenerator. Aan de onderzijde bij de voorkant zijn vervolgens twee gaten geboord en schroefdraad in de kap getapt om de kap vast te kunnen schroeven. Dit is een vakkundige oplossing die ik ook enkele malen in opdracht aan een (voor Selectrix) omgebouwde BR 01 heb uitgevoerd.
Ed Kegge.

23 februari

Waarde TRIX-vrienden,
De BR 01 is een locomotief, die iedere modelspoorfabrikant, die zichzelf respecteert wel in de een of andere uitvoering in zijn programma heeft.
Het is dan ook een locomotief, die met de Deutsche Reichsbahn (Gesellschaft) een rijke historie deelt.
In 1921 verschenen de eerste exemplaren op de baan. Twee jaar eerder was de Deutsche Reichsbahn Gesellschaft opgericht als staatsbedrijf van de kersverse in 1919 ontstane Weimar Republiek, nadat de keizer Wilhelm II zijn toevlucht in het Nederlandse Doorn had gezocht en gevonden.
Tot die tijd waren de Duitse spoorwegen een samenraapsel van regionale netten, ontstaan in de diverse deelstaten, zoals: die Königliche Bayerische Staatsbahnen, die Würtenbergische Eisenbahnen en die Preusische Eisenbahn Verwaltung. Er was weliswaar een begin gemaakt met de koppeling van de netten, maar de regie daarover was toch veelal een plaatselijke aangelegenheid. Een welbeproefd politiek machtsmiddel was de “Verdeel en heerstactiek” en zoals op vele andere fronten was die ook binnen de toenmalige spoorwegwereld nog duidelijk aanwezig. Je moest het volk zoveel mogelijk vasthouden in de eigen woonomgeving, zodat de overkoepelende politiek vrij spel had. Het ontmoedigen van reizen was daartoe een middel.
Na WO I kwam er een kentering in de samenleving, zoals iedere oorlog ontwikkelingen versnelt. Ook na WO I verkeerde Duitsland in een deplorabele toestand en het was dan ook een prioriteit van de eerste orde, om de verbindingen te optimaliseren, niet in de laatste plaats de spoorwegen.

De zgn. Länderbahnen hadden al wat stappen gezet tot modernisering, zo had men in Pruisen al een locomotief ontwikkeld, die voor die tijd zeer revolutionair kon worden genoemd, n.l. de P8, de latere BR 38. Ook de 3737 van NS is daar uiteindelijk van afgeleid.
Met deze locomotief zijn door Duitsland na WO I o.a. talloze herstelbetalingen verricht; reden waarom men deze locomotief door heel Europa nog steeds kan aantreffen.
De nieuw opgerichte DRG erfde een samenraapsel van materieel, afkomstig van de Länderbahnen, bestaande uit een veelheid van locomotiefseries van bescheiden omvang, veelal toegerust op de landschappelijke omstandigheden, waarin ze reden.
Onderhoudstechnisch was dat uiteraard zeer onvoordelig, de hoeveelheid aan te houden onderdelen steeg boven elke fantasie uit.
Om die reden ontstond er dringend behoefte aan standaardisering van het materieelbestand vooral omwille van dat zelfde onderhoud.

Uit de ontwikkeling van dat programma ontstonden op de lange duur de Baureihen: 01; 03; 05; 06 (alleen experimenteel); 23 (DDR), later omgenummerd in 35; 41; 42; 43; 44; 45; 50; 52 en 62.
In die tijd ontstond er gelijk een serie-indeling naar type, afhankelijk van de functie, die de locomotief had:

01 - 19 Sneltreinlocomotieven in de A-klasse;
20 - 39 Locomotieven voor locale treinen en lichte goederentreinen;
40 - 59 Locomotieven voor zware goederentreinen;
60 - 79 Tenderlocomotieven, algeheel inzetbaar;
80 - 89 Rangeerlocomotieven;
90 - 95 Berglocomotieven en locomotieven voor locaal verkeer;
96        Malletlocomotieven (locomotieven met meerdere onafhankelijke wielpartijen met eigen cilinders);
97        Tandradlocomotieven;
98        Tramlocomotieven;
99        Smalspoorlocomotieven.

Oudere locomotieftypen werden, al naar gelang hun technische eigenschappen, -overeenkomsten en asindeling ingeschaald in dit schema, veelal met een eigen honderdtal bij de volgnummers; zo werd de technisch sterk op de P8 gelijkende Beierse P3/5 ingedeeld in de serie BR 38.4. Deze locomotief is overigens door TRIX Express uitgebracht, net als later de P8 door TRIX HO.

Zoals eerder genoemd verschenen de eerste standaardlocomotieven op de baan, waaronder de 01. Binnen enkele jaren was dat de locomotief, die voor de belangrijkste sneltreinen stond. Er zijn er een kleine duizend van gebouwd, die niet alleen hun weg vonden op Duitse rails, maar ook werden geëxporteerd naar andere landen, zoals Polen en Turkije.

Aanvankelijk werden de locomotieven uitgerust met grote windleiplaten, na WO II werden deze veelal vervangen door aerodynamische exemplaren, die we van de laatste jaren kennen. Reden hiervoor was gewichtsbesparing en kolenreductie. Ook bij de “goederenzusters” zijn deze wijzigingen op grote schaal doorgevoerd.

Zelf bezit ik de BR 01 in drie varianten, de standaardeditie, de groene uit 1972 en de grijze uit de jaren negentig.

Het begon met de groene uit 1972. Pas getrouwd, liep ik in Emmerik de winkel binnen van August Heimig, die destijds goed gesorteerd was in TRIX Express.
Al snuffelend viel mijn oog op de 184 Europaloc. Die wilde ik aan mijn toen nog bescheiden TE-bestand toevoegen. Mijn vrouw echter stond met de groene BR 01 in haar hand, waar ze maar geen afscheid van kon nemen. Na het aftellen van de financiële knopen zijn wij uiteindelijk met beide locomotieven onder de arm de winkel uitgelopen, ondanks het niet geplande aftikken van het toch een aanzienlijke aankoopbedrag.
Deze 01 verkeert nog steeds in blakende welstand en ik schrik iedere keer weer opnieuw van de prijs, die er op beurzen voor wordt gevraagd.
Een half jaar later stopte EVORA in Utrecht, het enige TE-adres daar, met modelspoor en zette zijn voorraad in de uitverkoop.
Met de nodige “bole tawar” (handjeklap op zijn Indisch) heb ik uiteindelijk een bod gedaan op de resterende voorraad, met daarbij o.a. een groene BR 18 en een V 200 voor NLG 25,00 per stuk. Een ding heb ik door twijfelend gedrag door de handen laten glippen, een grijze BR 01 uit 1972 voor NLF 50,00.|
Toen ik mij alsnog bedacht, was hij weg, zonde!
Moeders stond wel beteuterd in de hoek en dacht: “Daar gaat mijn wasautomaat!”, maar ook die is toch er gekomen.
De grijze BR 01 (tweede uitgave jaren negentig) kwam er later toch, op de beurs in Houten bij van Arkel en Mourits. Die firma bestaat inmiddels ook niet meer.
Tijdens EUROSPOOR 2008 liep ik een heel mooie BR 01 standaard tegen het lijf. Ook die is aan de verzameling toegevoegd.
Via Ebay bemachtigde ik ook nog een PIKO BR 01.5 met Boxpock-wielen, een DDR-buitenbeentje, TE-integratie via Raymond.
De BR 01 nemen nog steeds en belangrijke plaats in tussen de inmiddels behoorlijk uitgedijde verzameling.
Aldus mijn verhaal aangaande de BR 01.
Jaco Enkelaar.

22 januari

Hoe de BR 01 verantwoordelijk was voor mijn “TRIX EXPRESS revival”
Zoals bij velen lag mijn TRIX EXPRESS verzameling in een aantal dozen ergens in een kast bij mijn ouders. Ik had er eigenlijk al jaren niet meer naar omgekeken en als ik er al aan dacht, dacht ik dat het merk niet meer bestond. Tot ik in 1978 of zo op een dag voor mijn werk in Wenen was en met de tram reed  op weg naar mijn afspraak. In het voorbij gaan zag ik een treinenwinkel en in de etalage hing een lichtbak met TRIX EXPRESS. Dat had ik niet verwacht en opgewonden noteerde ik de naam van een van de straten in de buurt. Na de afspraak ben ik op zoek gegaan naar die winkel. Toen ik die had gevonden bleken ze naast wat wagons een mooie BR 01 in doos met alle bijlagen etc te hebben. Zo’n mooie loc had ik vroeger graag willen hebben, maar ja wel duur. Omdat ik het zo leuk vond, heb ik verder niet onderhandeld of me zelfs afgevraagd of het wel een redelijke prijs was. Ik heb het gevraagde bedrag in Oostenrijkse Schillingen betaald. Thuisgekomen heb ik de dozen bij mijn ouders gehaald en voor het eerst sinds jaren weer eens een baantje uitgelegd.
Na de batterijloc die reeds lang ter ziele was, een 1-B-1 loc met koolborstels aan de zijkant, een E-10 en een groene V-36 van lang geleden was dit de loc die mijn liefhebberij weer nieuw leven inblies.

Naschrift: Plots bleken er beurzen te zijn waar mensen TRIX EXPRESS te koop aanboden, ook bij mij in Haarlem, en ik stortte mij vol overgave in het verzamelen van locomotieven, rails, wagons, documentatie en eigenlijk alles waar ik de hand op kon leggen. Nu, ruim 30 jaar na die voor mij gedenkwaardige dag in Wenen, verzamel ik nog steeds. Op ruilbeurzen kom ik eigenlijk niet meer, de afstand vanuit Brussel is toch vaak een bezwaar en dat wat ik wil hebben heb ik eigenlijk wel zo een beetje. Soms koop ik nog iets op Ebay, zelfs een loc in Florida en Argentinië, ter verbetering van de kwaliteit van de verzameling en ik probeer geen clubdag te missen. Wel vraag ik wanneer ik op reis ben in treintjeswinkels of ze nog gebruikte TRIX EXPRESS hebben. Zo is er een zaak in Genève die me zei dat ze in het pakhuis nog wat dozen met TRIX EXPRESS hadden, maar dan moest in de volgende dag maar terugkomen. De dozen bleken niet vol rommel te zitten maar TRIX EXPRESS sets voor Zwitserland te zijn. Kompleet met rails, wagons en locs. Eén in kunststof TE 2237 op het V 36 onderstel en de ander met een TE 20/55, waarvan door het gewicht van de loc de pantografen waren ingedrukt.
Gertjan van de Klashorst.

2008

 

5 september

Explosietekening 763.

3 september

Ter gelegenheid van St. Nicolaas 1957 kreeg ik een baterrijtreinset met het bekende stoomlocje en 2 blikken personenwagens. Dat was het begin van mijn TRIX EXPRESS-hobby.
Hoewel ik natuurlijk erg blij was met de set, had ik bij het grote voorbeeld van de Duitse Spoorwegen allang andere en veel grotere stoomlocs gezien. Eén daarvan is de legendarische BR 01.
Omdat mijn oom toendertijd in Düsseldorf woonde, reisde ik in de jaren 1954 en 1955 regelmatig met mijn ouders vanuit het nabij gelegen Duitse station Herzogenrath (niet ver van mijn woonplaats in Zuid-Limburg) naar die toen al grote stad in Nordrhein Westfalen.
Hoewel Herzogenrath een relatief klein station had was er best veel treinverkeer vanwege de hoofdverbinding naar Aken. Vele stoomlocs waren hier te bewonderen, maar er was er maar één waar ik helemaal aan verknocht raakte en dat was de BR 01, waarschijnlijk omdat het een grote machtige machine was met een robuuste uitstraling.  Ik herkende de loc onmiddellijk, maar op dat moment was ik nog te jong om te beseffen dat het om het type BR 01 ging. Mijn vader heeft mij dat later verteld.
Dit type loc was hoofdzakelijk bedoeld voor personentreinen, maar op het grote rangeerterrein zag je de loc ook regelmatig met een lange sleep goederenwagons. Het was nog maar ongeveer 10 jaar na de 2e wereldoorlog. Ik vermoed dat het aantal locs toen nog niet echt op niveau was, vandaar dat ook een BR 01 werd ingezet voor goederentreinen.
Het mooiste moment van de reis was de aankomst van de trein met bestemming Düsseldorf. Omdat je de spoorlijn vanaf het station heel ver kunt zien liggen, zag je de rookpluim van de stoomloc al vijf minuten voor aankomst. En jawel hoor, meestal werd de trein getrokken door een BR 01. Ik herinner me nog goed hoe enthousiast ik telkens was als ik de die enorme loc van dichtbij zag.

Zodra we in de trein zaten, liep ik met mijn ouders naar de voorste wagon om het schommelen van de loc en de stoom goed te kunnen zien. De reis, die ongeveer 2 uur duurde (tegenwoordig ongeveer 40 minuten) was een waar feest. De terugreis verliep op dezelfde wijze.
Toen ik een aantal jaren met de TRIX EXPRESS-baan bezig was, groeide het verlangen om ook op de modelbaan een exemplaar van de BR01 te hebben. Dat was echter moeilijk, want daar had je eerst een zware trafo voor nodig en die had ik nog niet. Dat betekende dat ik bij de eerstvolgende feestdagen de groene metalen trafo kreeg. Bij andere gelegenheden werd de baan nog uitgebreid met rails en wissels, zodat het ook de moeite waard zou zijn om een grote stoomloc te laten rijden. Het duurde echter nog tot 1967 (het geld was nog schaars en het ging voor die tijd toch om een behoorlijk bedrag) voor ik eigenaar van een echte TRIX EXPRESS BR 01 werd. Tjonge jonge, wat was die prachtig en hij leek sprekend op het grote voorbeeld van jaren geleden. En hij reed zo soepel met een sleep 4-assige personenwagons er achter. Berg op en berg af met een enorme trekkracht.
Tot op de dag van vandaag rijdt die BR 01 nog steeds. Dat bewijst de kwaliteit van de producten van TRIX EXPRESS. Uiteraard is er al het nodige onderhoud aan gepleegd, ook al eens een nieuwe motor, maar de loc blijft maar rijden en hoe. Van de souplesse is nog niets verdwenen.
Jaren later ben ik overgegaan tot de aankoop van een tweede BR 01, maar dan een met Wagner windplaten. Ook die loc snort nog steeds prima.
Op dit moment heb ik een behoorlijk grote modelbaan met vele locs, maar de exemplaren van Br 01 blijven mij bijzonder fascineren. Ik denk dat het een liefde voor het leven is geworden.
Tom van Venrooij

   
HOOFDPAGINA