V200 per 19-01-08

Bij de V 200 voor Rivarossi ( Rivarossi Trix 21991) komt vaak een drukfout voor (of misschien wel altijd).
Tekst op het model
: "Eintüllst. Heixöl". Dat is fout.
De juiste tekst zou moeten zijn
: "Einfüllst. Heizöl"

Met dank aan Ecki.
 

V200 per 15-01-08

Gezien op Ebay.

V200 per 13-01-08

Gezien op Ebay.
 

V200 per 17-08-05
De TRIX EXPRESS V 200 voor Rivarossi 2 rail gelijkstroom.

                                                                

       scan van Rivarossi catalogus uit 1963                                       

Het betreft de TRIX EXPRESS TE 2260, die speciaal aangepast is voor het Rivarossi  HO 2 rail gelijkstroomsysteem (21991).
Volgens de Rivarossi-catalogi geproduceerd van 1963 tot en met 1968. Er was al vanaf 1961 een samenwerkingsverband tussen TRIX en Rivarossi, hiervoor werden gezamenlijk modellen uitgewisseld van zowel het Rivarossi en TRIX EXPRESS programma.
De TRIX-locomotieven en wagens voor het Rivarossi programma werden naar alle waarschijnlijkheid door TRIX in de benodigde onderdelen aangeleverd waarna deze door Rivarossi geassembleerd werden.
 

foto 1                                                                  

De V 200 van Rivarossi ziet er uiterlijk iets fraaier uit dan de V 200 (TE 2260) van Trix Express.
De rode kleur is donkerder en matter, de grijze onderkant en bovenzijde is donkerder grijs van kleur maar ook het dak heeft een andere kleur wat wel vaker voorkwam bij de TRIX EXPRESS-uitvoering. De behuizing zal daarom in huize Rivarossi gespoten en bedrukt zijn.

Zo zijn onder andere de letters “Deutsche Bundesbahn” op de zijkant van de loc(kap) zilverkleurig en niet wit gelakt zoals bij de TRIX EXPRESS-uitvoering. Maar ook de opdruk cijfers en letters “V200035” zijn mooier ingekleurd dan bij de TRIX EXPRESS-uitvoering.

Op de grijze onderzijkant staat een prachtige mooie duidelijke bedrukking de zogenaamde Schürzenbeschriftung (zie foto 2). Het betreft hier geen plakletters!
 

        foto 2

Met het opdrukken van teksten, het zogenaamde “tamponneren”, was Rivarossi  in de beginjaren zestig zeer voortvarend, zoals dat ook te zien is op de Italiaanse goederenwagens voor het TRIX EXPRESS-systeem.
Wat ook nog opmerkelijk is dat de 8 rechthoekige deksels (beide zijden 4 stuks) op de grijze onderzijde van de Rivarossi-uitvoering niet wit gelakt zijn, terwijl ze in de TRIX EXPRESS-uitvoering wit zijn.

Als je de loc aan de onderzijde bekijkt dan vallen de 13 mm Rivarossi-wielen met dunne flens  i.p.v. de 10,3 mm TRIX EXPRESS-wielen met dikke flens direct op.
De middenslepers inclusief deksel en veer zijn verwijderd en niet opgenomen in de sleperhouder, de koppelingen zijn van het type Rivarossi (gebogen metalen haak).
            
foto 3

Maar er is nog een opvallend detail: het grote zware middengewicht van circa 125 gram is niet gemonteerd tussen de schroef van de kap en het chassis (zie foto 4).
Dit zal waarschijnlijk weggelaten zijn omdat de loc een behoorlijke trekkracht heeft en de Rivarossi-wagons allemaal van  kunststof zijn gemaakt en dus licht van gewicht zijn.


foto 4

Misschien dat ook de aanduiding op het gewicht “Made in Western Germany” nog van invloed is geweest om het gewicht weg te laten (zie foto 5).
Op bijna alle Rivarossi-producten staat vermeldt; Rivarossi Como Italia made in Italy.

          
foto 5

Het totaal gewicht van de Rivarossi V 200 is iets meer dan 400 gram. Dit is toch bijna 200 gram lichter dan de zwaardere TRIX EXPRESS V 200, die een totaal gewicht heeft van 600 gram.

Aan de binnenzijde van de loc is ook nog te zien dat er 2 losse diodes (zie foto 6) voor de wisselende verlichting zijn gemonteerd in plaats van een blauwe diode zoals bij de TRIX EXPRESS-uitvoering.

   
foto 6

De prijs van de Rivarossi nr. 21991 V 200 was in 1964  54,00 gulden en dat was gelijk aan de TRIX EXPRESS (TE 2260) uitvoering.

Hieronder nogmaals de Rivarossi V 200 (zie foto 7) waarbij de opdruk van cijfers en letters goed zichtbaar is.

  
    
foto 7

Wim Aerts 

V200 per 10-08-05
De technische opschriften op de V200 van Rivarossi (lees TRIX) zijn qua grootte, lettertype, volgorde/indeling en naamaanduidingen exact gelijk aan onderstaande vermeldingen. Rivarossi bedrukte (tamponneerde) tevens plakplaatjes voor TRIX en TRIX leverde dat vervolgens, gedurende een korte tijd overigens, uit aan zijn of haar klanten. Dit lijkt een logische conclusie.

V200 per 12-07-05
In het recente verhaal over de V200 van Wim Aerts ontbreekt nog een zin achter de zin: “……….. loc geplakt te worden”. Er zat ook een beknopte beschrijving bij, waar en hoe je de opschriften bij de V200 aan moest brengen.
G. Setz

V200 per 9-07-05
Volgens wel ingelichte bronnen heb ik kort geleden vernomen dat er nog een variant bestaat binnen de V 200 exemplaren.
Het gaat om een TE 2260 van ongeveer 1962 -1964 uit de bekende flappendozen-periode met zogenaamde Schürzenbeschriftung. 

In de doos zat bijgevoegd een velletje afweekplakkers met een omschrijving waar en hoe te plakken, die uitsluitend bedoeld waren om op de grijze onderzijkant te plakken.

Het zijn 5 plakkers waarop vermeld staat:
EINFÜLLST KRAFTSTOFF;

GEW LOK BR.GEW;

BD HAMBURG BW HBG ALTONA AW NÜRNBERG;

11,50 M
KSSBR.M.Z
en EINFULLST. HEIZÖL


De plakkers moesten in het lauw water los geweekt worden om vervolgens op de onderzijde van de lok geplakt te worden. 
Het was uit de tijd dat ik ook nog veel vliegtuigjes in elkaar heb gelijmd waarbij ook altijd dit soort afweekplakkers moesten worden opgeplakt.
Meestal ging het plakken niet zo geweldig, vooral als zo'n plakker scheef zat, dan probeerde je hem recht te zetten en ging de plakker natuurlijk stuk!
Ik heb deze plakkers nooit in een doos van de TE 2260 V 200 aangetroffen. Misschien raakten ze direct zoek of werden ze weggegooid en er dus niet opgeplakt.

Het bovenstaande heb ik vernomen van Guus Setz, alwaar ik zelf de V 200 uit zijn jeugd heb kunnen aanschouwen.
Zie bijgaande foto om je er van te overtuigen dat het geen nep is! Trouwens de V 200 verkeert in een bijna nieuwstaat.

Groeten,
Wim Aerts

V200 per 14-04-05

Bijgaand zie je het resultaat van wat huisvlijt, wat je al niet kan doen om het merk in stand te houden. Het airbrush spuiten was voor mij de eerste keer, maar al doende  leert men. Ik ben er niet ontevreden mee, nu de volgende (E 10).
Herman Schot                                                        

V200 per 20-03-05
Mijn verhaal van de V200 wijkt eigenlijk niet zo veel af van wat we eerder over deze locomotief hier hebben gelezen. Niettemin zal ik de geschiedenis van "mijn" eerste V200 zo nauwkeurig mogelijk beschrijven.

Het was omstreeks 1963 toen ik van mijn vader een elektrische trein voor mijn verjaardag kreeg. Nou hield mijn vader toentertijd meer van treintjes dan ikzelf weet ik me nog te herinneren. Maar toch heeft hij het virus op mij overgebracht en wel zodanig dat het virus nog steeds welig tiert. Het onderwerp treinen begint wat mij betreft eigenlijk niet bij TRIX EXPRESS maar bij toen nog rivaal Märklin. Ik ben geboren en getogen in Delft en daar zat ik in de lagere schooltijd bij de jongere broer van Jan Timman, jawel, de schaker, in de klas. En daar bij de Timmannen stond boven op zolder een naar verhouding grote Märklin baan, compleet, weet ik nog, met een rangeerheuvel. Nou, dat was het begin van mijn kennismaking met het begrip modelspoorbaan. Dus thuisgekomen vertelde ik aan tafel over die Märklin treinenbaan. Ik heb het idee dat dit relaas voor mijn vader dé aanleiding was om naar A.J. Prins in de Choorstraat te rennen om daar een treinenbaan aan te schaffen. Want het bleek dat ik treintjes toch wel leuk vond. Wellicht heeft hij mijn moeder toen zover gekregen dat ook zij het sein op groen heeft gezet. Ik zou het niet precies weten. Maar groot was mijn teleurstelling toen mijn vader, het moet ongetwijfeld voor mijn verjaardag zijn geweest, niet met een doos met Märklin aan kwam zetten maar met TRIX EXPRESS!! Ik gunde de nieuwe aanwinst eerst geen blik waardig, verwend nest als ik moet zijn geweest. De set bestond uit een beginset waarvan de BR 80 was vervangen door de rangeerelloc in groen. De loc was apart verpakt in zijn doosje want hij paste natuurlijk niet op de plek van de BR 80. Compleet met twee Linzen en de groene sluitwagen. Maar gaandeweg begon ik de afwerking van de TRIX modellen eens te vergelijken met de Märklin spullen. En ik was toch wel enigszins verbaasd dat ik TRIX eigenlijk veel mooier gedetailleerd vond. Met name de blikken uitstraling van Märklin, het oorverdovende lawaai dat de treinen op die blikken rails maakten en de afschuwelijke uitstekende wagenassen uit de lagerpotten. Dus achteraf was ik meer dan blij dat mijn vader voor TRIX EXPRESS had gekozen. Ik weet zeker dat de heer Anton Prins op dit besluit toch wel zeer grote invloed moet hebben uitgeoefend. Want mijn vader had de ballen verstand van treinen. Maar goed, na de rangeerrelloc kwam een groene V36. En nou kwam de aap uit de mouw: het drierail systeem leende zich uitstekend om op, de inmiddels dubbel uitgevoerde, baan treinenraces te organiseren. En omdat de rangeerelloc en de V36 technisch gezien aan elkaar gewaagd waren was het nooit te voorspellen wie er zou winnen. Onnodig te zeggen dat die races vooral een initiatief van mijn pa waren. Want ik vond het een gruwel als de boel door een aanrijding ontspoorde. Hierdoor hebben de trapjes van de D-trein wagons het dus geen van allen overleefd.

Wonder boven wonder hebben de beide lokjes deze martelgangen overleefd, ze draaien als het moet nog steeds zonder problemen hun rondjes op mijn baan. Natuurlijk moest er van tijd tot tijd wel eens van koolborsteltjes worden gewisseld. Hiervoor gingen we dan trouw naar de Choorstraat alwaar een keurig kaartsysteem werd bijgehouden blijkbaar. Want men wist me te vertellen dat ik wel heel veel koolborsteltjes versleten had! Maar goed, we hadden de TRIX EXPRESS smaak goed te pakken en dus verschenen er vervolgens een BR 80 met metalen kap (dat was dus nou eens niét het beginlocje dat het vrijwel altijd bij elke TE liefhebber is geweest!) met schijfcollector motor en als laatste aanschaf, jawel, de onvolprezen V200. Met diode voor wisselende verlichting. Dus het moest omstreeks 1963 zijn geweest. Wij noemden die BR 80 de cirkelzaag vanwege het hoge motorgeluid. Mooi detail is dat ook deze locs niet zijn ontzien en dat die BR 80 nog steeds zijn originele koolborsteltjes heeft! Dus zo slecht als menigeen beweert is dat motortje nou ook weer niet. Groot was de vreugde van mijn vader toen bleek dat die V200 niet alleen de snelste, maar ook de sterkste lok van het viertal was. Kunst! Steevast koos hij voor de V200 als er weer eens een racesessie werd gehouden. Ook deze locomotief heeft de nodige borsteltjes versleten. En antislipbandjes. Maar goed, ook deze loc heb ik nu nog steeds, compleet met, weliswaar gehavende, doos met aan de onderzijde het immer aanwezige A.J. Prins stempeltje. De doos is al zo'n platte met paarse bovenkant. Langzaamaan doofde zoals zo vaak de TRIX EXPRESS koorts zonder echter helemaal over te gaan. De treinen belandden in hun dozen en verbleven jaren in het ouderlijk huis toen mijn moeder me attent maakte op het nog steeds aanwezig zijn van die dozen met treinen erin en wat ik ermee wilde. "In elk geval nooit weg doen", weet ik nog wat ik zei, want mijn moeder had er een handje van om zonder mijn medeweten mijn speelgoederen of weg te geven, of weg te gooien. Zo ben ik een hele collectie originele Deense Tekno modellen kwijtgeraakt. Natuurlijk, mijn schuld, ik had ze toen ik uit huis ging moeten meenemen. Gelukkig heeft ze de treinen niet weggedaan, ik heb alles nu nog steeds. Als blijvende herinnering aan mijn pa én aan de tijd die ik bij de firma Prins in de Choorstraat heb gewerkt. Want dat heb ik. En ondertussen is mijn collectie TRIX EXPRESS gestaag gegroeid, zonder echter compleet te zijn, en nemen mijn allereerste TRIX modellen nu een welverdiende rust in de vitrine op zolder, om er zo nu en dan uit te komen om hun rondjes te draaien op de baan. Waarbij die V200 inderdaad zo mooi en zijdezacht snort zoals iemand eerder hier al opmerkte.  Bovendien heeft ze gezelschap gekregen van een viertal soortgenoten. Vrijwel allemaal wrakjes die ik met bijeengeschraapt TE afval weer werkend heb gekregen. Dat vind ik het mooiste wat er is. Want die V200 is voor mij dé TRIX E$XPRESS locomotief. De grootste uitdaging voor mij althans, is het weer recht bevestigen van de bufferbalk. Vaak hangen die vooraan sip naar beneden omdat bij frontale aanrijdingen de bevestigingslipjes van de bufferbalk aan het draaistel los kwamen te zitten. Dat los ik op met lijm. Want te vaak bijbuigen resulteert in het afbreken van die lipjes. Ondertussen heb ik wel een zijsprong gemaakt wat de treinenhobby betreft. Ik probeer zo veel mogelijk Taigatrommels (M62) van Piko (de Oost-Duitse V200 van Russische makelij)  met verschillende locnummers te bemachtigen. Zonder uitzondering allemaal nog uit het DDR tijdperk. En alweer verbaas ik me over de prachtige detaillering die men in de DDR kon leveren. Qua rijeigenschappen is het maar matigjes, hoewel ik daar best wel veel aan kan verbeteren omdat de toleranties waarmee de zaak in Sonneberg in elkaar werd gezet nou niet zo nauwkeurig luisterde. En net zoals het origineel maakt ook die Piko M62, of ossie V200 zo je wilr, een zeer karakteristiek motorgeluid. De charme van een merk............................
Wim Koekebacker

V200 per 19-03-04

Een dieselelektrische variant.
Eckhardt Samtleben.

V200 per 13-03-04
P.S. het item over de V 200 bekeken. Erg interessant. Ik ken de loc wel een
beetje: technisch oersterk, maar geheel tegen de toenmalige TRIX-gewoonte
in, een beetje vreemd van vorm. Dit heeft niets te maken met de betere
detaillering van de tegenwoordige modeltreinen; het komt mij voor dat de
firma Trix de ²echte² loc slecht heeft opgemeten; de kopvorm is bijzonder
bol. Ik vind de loc dus niet mooi; andere Trix-locs uit die tijd (BR 01, BR
24, BR 64, BR 80, V 36, E 94 en wellicht nog veel meer) zijn bijzonder goed
van schaalverhouding. Ik ben benieuwd of andere TRIX-liefhebbers er ook zo
over denken!?
Arjan Ligtenbarg, Winterswijk
 

V200 per 11-03-04
Inmiddels de tweede V200 binnen gekregen.Gekocht via Ebay.Zoals op de foto te zien, is ze zwaar gewond.Één onderdeel gebroken,maar de motor loopt en de resIt ziet er redelijk goed uit. Contact opgenomen met de treinendokter, meneer Jongen. En gelukkig de onderdelen zijn er. Ze ligt nu op de operatietafel en het zal niet lang meer duren of ze snort weer over de rails. Heerlijke hobby toch!
Groeten Wim Breur.


V200 per 10-03-04
De eerste versie van de V200 had twee lange slepers (zie ook het bericht van Leo van Liempt en van Stefan van de Poll).


De plaats van de slepers werd na korte tijd veranderd. Reden hiervoor: de naar voren gerichte sleper veroorzaakte soms bij het "open snijden" van een verkeerd gezet wissel een kortsluiting.
Vroeger, bij de bakelieten wissels was het open snijden van een wissel niet mogelijk (ontsporing!). Bij de "kartonnen" rails werd het open snijden mogelijk, omdat de beweegbare delen van het wissel via een veer met de wisselaandrijving verbonden waren.
Als men echter met een V200 van de eerste versie een wissel opensnijdt, kon er kortsluiting ontstaan. Omdat de lange naar voren gerichte middensleper de wisseltong (die door de verkeerde wisselstand met de buitenrail verbonden was) beroerde, voordat de wielen van de eerste as het wissel opensnijden en daardoor de kortsluiting zou kunnen voorkomen. Zie de afbeelding.



Bij alle latere TRIX EXPRESS locomotieven werd de sleper zo geplaatst dat deze fout niet meer kon optreden.

Thomas Benecke
 
V200 per 10-03-04

Verschillende dozen van de V200.

V200 per 10-03-04

V 200 , EEN GEWELDIGE LOC.
Als jongen van tien kreeg ik in 1957 mijn eerste elektrische trein.
Natuurlijk was dat een batterijtrein, met goederen wagentjes en een echte trafo. Mijn ouders vonden de batterijen maar niks, "zo leeg" zeiden zij. Veel speelplezier heeft die trein mij gegeven, maar je wilt natuurlijk meer. Zo moest je van je zakcentjes de spullen bij elkaar sparen, dat ging destijds niet zo snel. Ik vond het al geweldig als ik naar van der Laan in de J.P.Hijenstraat in Amsterdam kon gaan om een nieuw wagentje te kopen.

Natuurlijk kocht je ook ieder jaar een catalogus, daar stonden pas mooie dingen in. Dat deze financieel niet bereikbaar waren, gaf niet, het was toch smullen. Die oude catalogi heb ik nog steeds met mijn aantekeningen uit mijn kindertijd, wat ik allemaal wilde hebben.

Zo stonden de E10, E40, Br 01, Br 24 en later de Hondenkop aangetekend als zijnde locomotieven die ik graag wilde hebben ( als je vader de voetbalpool tenminste  gewonnen had). Maar op een gegeven moment kwam er een catalogus uit, waarin een geweldig rood monster stond afgebeeld.

En, de prijs viel best mee, het was spaarbaar. Welnu, dat was de V200.

Na lang sparen was ik eindelijk zover, ik geloof dat mijn vader mij op het eind nog even een klein steuntje gaf. En zo kon ik weer naar van der Laan.

Zo trots als een pauw kwam ik met dit zwaargewicht thuis, maar daarmee was je er nog niet. Er moest ook nog een trafo komen, meteen maar zo'n grote groene.

Kennelijk is de uitvoering van die V200 bijzonder. Ik heb het één en ander gelezen over slepers. Welnu, dit model heeft op beide draaistellen slepers, waarvan één draaistel een lange middensleper heeft. Maar ja, dat heeft eigenlijk nooit mijn aandacht gehad. Dat ding moest gewoon rijden en dat deed hij ook. Nu nog steeds trouwens.

In de periode van trouwen, huis kopen, kinderen krijgen, gaat de trein naar zolder. Maar dan voorzichtig opgeborgen in een doos. Maar, maakte ik iedereen wijs, dat geeft niet. Want, "als je hem na 25 jaar weer op de rails zet, zul je zien dat hij zo weg rijdt". Welnu, die voorspelling is uitgekomen, en hij reed ook zo weg. Geloof het of niet, pas later ben ik de slepers gaan poetsen.

Vier jaar geleden heb ik hem eens goed onder handen genomen. De loc leek inmiddels meer op een rondrijdende koffiemolen. Ik had nog nooit iets aan die loc gedaan. Met die onderhoudsbeurt voltrok zich een metamorfose. Hoewel, eigenlijk heb ik er niets aan gedaan, alleen maar schoonmaken en een drupje olie en een piezeltje vet. De loc. scheurde weer stilletjes over de baan, bijna geruisloos en al rijdend wanneer je de trafo maar even beroerde. Wat een merk hè , dat TRIX EXPRESS.

Juist vandaag 26 febr. 2004 heb ik een schilderbeurt afgesloten. Er zat één verf-schadeplekje op een zijwand. Dat stak mij al een hele tijd. Ik betrapte mijzelf er op dat ik alleen nog maar dat schadeplekje zag rijden. Onzin natuurlijk, want de loc is verder nog meer dan het aanzien waard. Het is alleen moeilijk de juiste kleur te pakken te krijgen. Verder heb ik het model wat beter gedetailleerd, dan wordt het wat sprekender. Al met al is het goed gelukt. Zo kan hij straks ook weer rijden in Mijdrecht.

Het is al weer een lange tijd geleden dat ik de V200  op ware grootte heb gezien. In mijn diensttijd 1968-1969 (een late diensttijd) reed ik veel met de trein van Amsterdam via Arnhem naar Winterswijk. En in Arnhem was het altijd raak. De locomotieven stonden altijd trots op een opstelspoor wachtend op een nieuw vrachtje richting Duitsland, ofwel er was er net één uit Duitsland aangekomen. Ik herinner mij in ieder geval dat het een prachtige, en voor die tijd stoere loc. was. Maar dat lag ook wel een beetje aan de kleurstelling. Want, behalve de (rode) plan -U-, die ons van Arnhem naar Winterswijk bracht, zag het materieel er destijds een beetje somber uit.

Het bijzondere van dit model is dat het helemaal niet bijzonder is. Natuurlijk, het is gebouwd volgens de TRIX EXPRESS kwaliteit, en dat alleen is al prachtig. Dat is de reden dat er aan de loc. nog geen reparaties zijn geweest. Maar ik bedoel meer in de trant van; er zijn er zo vele. Aan de andere kant voor mij persoonlijk blijft deze loc. een bijzondere plaats houden als eerste locomotief die ik zelf bij elkaar heb gespaard. Dat er later nog vele zouden volgen, wist ik toen nog niet.

Er is een periode geweest dat ik deze loc niet mooi vond. Het betreft het meedraaien van de gehele neus met het draaistel. Iets dat alle TRIX EXPRESS locs uit die tijd hadden. Ik stond op het punt de neuzen van de loc. daarop aan te passen, maar dat heb ik nooit gedaan. Achteraf ben ik daar blij mee, nu vind ik het karakteristiek voor die tijd en stoort het mij niet. Misschien komt dat ook door de bijzondere prestaties van al deze locs, uitgevoerd met de gegoten metalen huizen en perma-motoren zijn zij ook niet stuk te krijgen.

Het paradepaard dat de V200 aanvankelijk voor de DB was, werd op latere leeftijd een manusje van alles. Voor de modelbaan is dat natuurlijk niet zo'n slechte ontwikkeling. Dat betekent dat hij bijna overal inzetbaar is. Maar, het beste vind ik hem passen voor een lange D-trein of een zware goederen trein. Het beste wordt dat bewezen door TRIX zelf, die de loc uitgevoerd met een moderner jasje inzet voor alle middelen van transport, of dat nu de zware kolentrein of de bietentrein is. Of ik zo'n nieuwere V200 ooit nog eens koop weet ik niet, de enige zekerheid die wij als TRIX EXPRESSers nu hebben is, dat het altijd een tweede handsje zal zijn.

Leo van Liempt

V200 per 3-03-04
Gezien op Ebay.

 

V200 per 25-02-04



Ik vond de verlichting van de loc altijd mooi. Het was dan ook mijn eerste loc met verlichting. Ik keek wel vreemd aan tegen de bewegende uiteinden. Als ik een nieuw baanstuk in gebruik nam, dan kende de V200 geen problemen. Zelfs op de vuilste banen reed hij probleemloos zijn rondjes.
Ronald

V200 per 24-02-04



Iets over de eerste variant van de V200. Die heeft dubbele lange slepers op één draaistel. Deze eerste variant van de loc werd verkocht in een "afbeelding doos" met nummer 764. Zoals op de foto te zien.

Niet iedere V200 in 764 doos is een variant met twee lange dubbele slepers,. Het merendeel dat ik gezien heb en uit de doos heb gehad, is met de normale sleperverhouding.
Het achterste draaistel heeft geen sleperhouder voor de middenrail. Het draaistel met de twee lange slepers heeft een grote sleperhouder met het schroefje exact in het midden. Dit is anders in vergelijking met de latere varianten, daar zit het schroefje meer naar de buitenkant.


De jaren 70 variant met teksten onderaan op het chassis zullen bekend zijn.
Stefan v.d. Poll

V200 per 24-02-04
Hallo leden van de Trix Expressclub,
De V 200 is een heel historiebepalende loc geweest voor het naoorlogse Duitsland, met name de toenmalige geallieerde sectoren.
Hij luidde het tijdperk van de vernieuwing in, geen overbodige luxe in het Duitsland van die jaren vlak na de WO II.
Net als Nederland ontving (West-)Duitsland de Marshall-hulp en hiermee is het de toenmalige Reichsbahn Regio West mogelijk gemaakt grootschalige investeringen te doen in o.a. het herstel van de spoorwegen, zowel infrastructuur als rollend materieel. Bovendien had men in de toenmalige optiek voorzien, om de stoomtractie voor het overgrote deel om te zetten in dieseltractie en de elektrische tractie te beperken tot de reeds bestaande netten in Midden- en Zuid-Duitsland, een visie, die men overigens later weer heeft laten varen.
Een en ander leidde toen tot de aanvankelijke aanschaf een tweetal series diesellocs, de V 80 en de V 200, later gevolgd door de V 60, de V 100 (als vervanger van de een kort leven beschoren V80) en de V 160 (Lollo voorserie).
De V 200 is de bekendste loc uit de periode vlak na de oorlog. Hij was vrij snel in de gehele, inmiddels (1949) gevormde, Bondsrepubliek aan te treffen en trok de meest hoogwaardige treinen naar alle windstreken, ook grensoverschrijdend.
Ook in Arnhem en Hengelo (O) was de V 200 een alledaagse verschijning.

Om de locs snel beschikbaar te hebben, werd de V 200 door twee fabrikanten geleverd: Kraus-Maffei en MAK.
Weliswaar werden de locs gebouwd volgens een vast en door de opdrachtgever gedicteerd concept, maar kleine verschillen tussen de producten van beide producenten waren toch zichtbaar: zo hadden de Kraus-Maffeilocs een “dieper en gewaagder decolleté” dan hun soortgenoten, die bij MAK de fabriekshal waren uitgereden, waarvan de V-vormige kleurscheiding een veel stompere hoek vertoonde. Ook de ventilatieroosters aan de zijkant van de loc en de de bestuurdersstoelen waren bij de Kraus-Maffeilocs van een ander type dan bij de MAK-locs.

Later heeft de DB nog een nabestelling gedaan van de V 200, waarbij sterkere motoren werden gemonteerd. Deze sterkere motoren hadden echter ook grotere afmetingen, die toch een plaats moesten vinden op het niet gewijzigde chassis van de loc.
De oplossing werd gevonden door de bestuurderscabines meer naar de uiteinden van de loc te plaatsen, waardoor de neus wat stomper werd. De loc veranderde daardoor niet alleen technisch, maar ook qua aanzien dusdanig, dat de DB besloot de nabestelde locs in een nieuwe serie te plaatsen, de V 210 (de latere BR 221). Ook deze loc wordt door TRIX uitgebracht.

Een vergrote 6-assige uitgave in de vorm van de V 300 (Lima!) bleek echter economisch verouderd en dus geen markt meer te hebben.

De V 200 hield het uit tot 1985, de V210 tot begin jaren negentig.

Ook de DR in de DDR kende een V 200. Deze was echter afkomstig uit de toenmalige USSR en verwierf de bijnaam “Taigatrommel”. Deze wordt thans door Roco als nouveauté uitgebracht...............Raymond!!!!!!!!!!!!

M.vr.gr.
Jaco Enkelaar

V200 per 23-02-04

Mijn eerste V200 op de beurs in Mijdrecht gekocht (in doos). Ziet er perfect uit en rijdt als een zonnetje.Toch weer de kriebels gekregen en de loc helemaal uit elkaar "gepulkt".Alles schoongemaakt en gepoetst. Onderdelen bij meneer Jongen besteld, zoals nieuwe slepers en anti-slip banden. Zonder wat aan onderdelen over te houden in elkaar en de loc op de baan gezet. Loopt zo zijdezacht en mooi. Een genot om te zien. Eigenlijk val ik het meeste voor stoomlocs. Vind ik het mooiste om te zien en mee te rijden. Maar de V200 had ik al in N van Roco en Minitrix. De vorm sprak mij erg aan vandaar de aanschaf. Gisteravond via E-bay de tweede V200 gekocht. Moet deze week aankomen en kijk er al naar uit. Ik heb een heleboel lol van de oude modellen van TE. Je kunt er gewoon niets fout mee doen. Of je moet, zoals een clublid eens opmerkte, iets vreselijks doen om de TE locs kapot te krijgen.
Wim Breur.


Stuur uw verhaal over de V 200 naar rageskus@planet.nl
 

 HOOFDPAGINA