Eerste reis door Bolivia

Nathalie en Edwin zijn hier alweer drie weken. De tijd vliegt om. Morgen gaan ze alweer terug naar Nederland. 

Voordat ze hier kwamen hebben we vanaf diverse foto’s een schilderij laten maken door een bekende schilder in Santa Cruz.

 Nathalie dacht dat ze het schilderij mee naar huis kon nemen, dus niet.

 

 Alle foto’s zijn genomen door Nathalie, ze had vergeten om de datum uit te zetten in haar camera.

 Hun vakantie hier was voor ons ook om eens Bolivia in te gaan en wat anders te zien dan de omgeving van Santa Cruz.

 We zijn het eerste weekend naar Samaipata gegaan en hebben daar twee lodges gehuurd. Dit is maar 120 km van Santa Cruz, vanwege de conditie van de weg doe je er drie uur over.

Op weg naar Samaipata passeer je Gingers Paradise, op de folder is de hangbrug in een perfecte conditie, de praktijk is echter anders.

Ondanks dat het hier nu winter aan het worden is was de temperatuur op de dag hoger dan 25 graden. ’s-Avonds koelde het snel af en was het al snel 8 graden.

In de omgeving van Samaipata zijn er oude reünies, El Fuerte, de weg erna toe is een verschrikkelijke slechte zandweg met stijgingspercentages van meer dat 15% en smal.

Het zien van de reünies is wel leuk, het klimaat heeft het wel slechter gemaakt. Je ziet ook dat ze geen geld hebben voor restauratie.

’s-Avonds kwamen vrienden ook en we hebben toen heerlijk gebarbecued.

De andere dag zijn we op de markt geweest van Samaipata en Nathalie heeft daar voor weinig leuke oorbellen en halskettingen gekocht.

Ook hebben we de watervallen van Samaipata bezocht. Deze zijn op een privé terrein en tegen betaling mocht je de tuin en de watervallen bekijken. Zwemmen kon je daar ook, het water was zeer helder en schoon.

Je kon ook naar boven lopen, klimmen en als je dan 15 minuten door het bos liep zag je de andere watervallen. Hier was het erg rustig, echt een paradijs, wit strand met tropische bomen. Hier heb ik geen foto van.

Na ons weekend in Samaipata zijn we een paar dagen thuis gebleven en op woensdag zijn we naar het Ticikaka meer vertrokken. De weg gaat via Cochabamba en La Paz.  We hebben in Cochabamba overnacht, 500 km in 8 uur.

Onderweg veel vrachtauto’s en de weg ging alleen maar omhoog.

We hebben 4 vrachtauto’s van de weg gezien. Ook het wegdek was op veel plaatsen zeer slecht. Als waarschuwing kreeg je kreeg je een bord te lezen dat weergaf dat het komende stuk wegdek in de oorspronkelijke natuurlijke staat was.

Vanuit Cochabamba ging het verder omhoog naar La Paz. Het hoogste punt dat we met de auto passeerde was op 4496 meter.

Hier zijn we een poosje gestopt en ik merkte wel dat je het rustig aan moest doen. Liep je te snel dan werd de druk op je hoofd zwaarder en kreeg je hoofdpijn. Je bent ook snel moe. Hier leven ook mensen, een oud vrouwtje wilde een muts verkopen, maar ze vroeg veel te veel geld ervoor. We hebben haar eten en wat klein geld gegeven. Onderweg verder naar La Paz kwamen we veel groepen honden tegen, maar ook kinderen die om geld vroegen. Ze hielden hun hand op, je dacht dan dat ze aan het liften waren, maar dit was om geld te vragen. We hebben ze lollies gegeven. Daar waren ze ook blij mee.

 Hoe dichter we bij La Paz kwamen hoe gekker het verkeer werd. Nog erger dan in Santa Cruz. Er gaat vanuit Cochabamba maar een weg La Paz in en een weg eruit.

Ons hotel lag beneden. Heel La Paz ligt tussen de 3500 meter en 3800 meter hoogte. Smalle steile straten en op de vlake stukken vind je de pleinen.

 We zijn daar in de dierentuin geweest, gewinkeld in de heksen straat. Daar kon je dingen kopen die je beschermen tegen geesten, beelden, kruiden en zelfs skeletten van dieren.

 

 Als laatste in La Paz zijn we naar het Maanlandschap museum gegaan. Ze noemen dit zo omdat de klei/rots formaties door de jaren(eeuwen) heen deze vorm heeft gekregen. In sommige spelonken kon je de bodem niet zien.

 

 Er liep een pad doorheen, maar nergens was er een beveiliging aangebracht. Je moest echt goed uitkijken. 

Vanuit La Paz zijn we eerst naar de ruďnes geweest van de Tiwanaku. Dit volk leefde hier al een paar duizend jaar voor Christus tot de 11de eeuw na Christus.

Ze hadden het verdeeld in drie perioden. Op de belangrijkste beelden was onze huidige kalender al afgebeeld in de vorm van een roofvogel, mens. De mens symboliseert ook de zon. 

 

 Wat ook bijzonder was, was dat de stenen recht en haaks zijn.

De muren van de tempel waren kaarsrecht en de grootste tempel was al gauw 100 meter in het vierkant.

 

Het landschap hier was kaal en droog. Het voedsel bestond uit aardappelen en lamavlees in die tijd. De lama is voor hun wat voor ons de koe is. Lama vlees is best wel lekker, iets taaier dan het vlees van de koe.

Ook hadden ze in dit museum een boot geplaatst waarmee de mensen op het Ticikaka meer varen. Deze boten worden nog steeds gebruikt. Helaas zijn we niet naar het dorp gegaan waar ze deze boten maakten, het was te ver weg en de weg was slecht en gevaarlijk vertelde men ons.

Ons laatste doel was het Ticikaka meer en Copacabana. Copacabana ligt bijna op de grens met Peru.

Om daar te komen moesten we eerst terug naar La Paz en bij een splitsing de andere weg nemen.

Ons hotel was ongeveer 75 km voor Copacabana. In de zon was het heerlijk weer, maar toen de zon weg was zakte de temperatuur al gauw 20 tot 25 graden naar beneden. Het hotel had ooit centrale verwarming, maar die werkte niet meer.

De manager van het hotel kwam in onze kamer een verwarming brengen. Een soort ventilator  die warme lucht moest geven. Werkte dus niet. Het was echt een koude avond en nacht.

De volgende dag op weg naar Copacabana, we moesten met een pont het kleine meer voor het Ticikaka meer oversteken. Ik moest de auto op een soort schuit rijden en de motor was een kleine buitenbord motor.

Aan de overkant was het nog 30 km rijden naar Copacabana.

Copacabana is een leuk stadje aan het meer. We hebben een boot met kapitein gehuurd en zijn naar het Zonne eiland gevaren.

Het meer is een dal dat ooit ondergelopen is en de bergtoppen eruit steken.

Omdat het ochtend was, was het nogal fris op de boot, vooral de wind was koud.

Het uitzicht vanaf de boot was fantastisch. Het Ticikaka meer ligt op 3810 meter hoogte en is het grootste meer ter wereld op deze hoogte.

De bergen op de achtergrond hebben sneeuw, de hoogste berg in deze omgeving is 6800 meter hoog.

Op het zonne eiland zijn we de oude Inka trappen omhoog gegaan naar de plek waar het heilige water uit de muur kwam. Dit water schijnt al eeuwen hieruit te komen en is drinkbaar.

In de middag weer terug naar Copacabana en daar nog wat oude gebouwen en de kerk bezocht.

Hierna en voor donker weer terug naar het hotel.

We hadden het plan om weer in twee dagen terug te rijden naar Santa Cruz, maar de reis naar Cochabamba verliep zo snel dat we besloten om in een keer terug te rijden.

In het laatste dorp voor Santa Cruz werd ik door een vrachtwagen de verkeerde kant op een rotonde gedrukt. Ik moest uitwijken. Gelijk keren en de weg op. Hier werd ik opgewacht door drie agenten en we moesten mee naar het bureau.

Op het bureau werd me duidelijk gemaakt dat ik 100 Bs (€10) moest betalen, ik weigerde en gaf aan dat de vrachtwagen ook fout was en deze was niet aangehouden. Na 10 minuten moeizaam discussiëren vroeg ik hem zijn naam en rang. Vertelde hem dat ik dit ging rapporteren bij zijn meerdere.

Toen zei hij geef me 50Bs en dan kunnen jullie gaan, Ana gaf ook aan dat dit de beste oplossing was.

Na 13 uur rijden waren we thuis.