Mijn tweede reis

 Lindsey en Chris zijn hier nu op vakantie voor een maand.

De eerste week hebben we het rustig aan gedaan zodat zij gewend konden raken aan het klimaat hier. De winter is hier op zijn einde en de dagen worden warmer, +30 graden en de vochtigheidsgraad gaat ook omhoog.

We plannen voor de tweede week een tocht naar Sucre, Potosi en Uyuni. Sucre is de hoofdstad van Bolivia, hier wilden we de sporen van dino’s bezichtigen.

 Potosi, hier zijn de zilvermijnen van Bolivia en bij Uyuni is de grootste zoutvlakte van de wereld. Deze zoutvlakte is zelfs vanuit de ruimte zichtbaar.

We willen de reis met de auto doen, we weten dat de weg slecht is tussen Santa Cruz en Sucre. In de krant lezen we dat het onrustig is in Sucre, tussen Sucre en La Paz is een discussie gaande waar het parlement moet komen, blijft het in La Paz of verhuist het parlement naar Sucre. Vrienden van Ana adviseren om niet met de auto te gaan, kan gevaarlijk zijn. Dan maar vliegen, tickets reserveren bij Rossie. Toen we dat gedaan hadden zijn we naar de vlindertuin gegaan, terwijl Lindsey en Chris achter de vlinders aan het rennen waren word ik gebeld door Ana. Ana had onze vlucht al geannuleerd omdat het nu te onrustig was in Sucre, studenten hadden al een hotel bezet en de politie had een student neergeschoten.

Jammer, wat nu. Ik stelde voor om een tocht in park Amboro te maken. Dit park is maar 120 km van Santa Cruz. Dat wilden ze ook wel. Wij zijn toen naar een reisbureau gegaan, gerund door een Nederlander en een Boliviaanse. We boeken voor vier dagen en willen vertrekken op maandag. Dit kon, maar we moesten wel om 9.00 in de ochtend op het plein in Buena Vista zijn. Geen probleem voor ons.

 

Dag 1.

We vertrekken om 7.00 in de ochtend, onze rugzakken bij ons een goede wandelschoenen.

We arriveren ruim op tijd in Buena Vista en we zien onze gids, althans hij kwam naar ons toe. We waren niet moeilijk te herkennen omdat we de enige toeristen waren op het plein.

We moeten van auto wisselen dus we gaan naar het huis van de gids.

Nu wordt je weer geconfronteerd met de armoede van de mensen, het huis was deels van steen en de rest was van hout. We moeten plaats nemen onder een afdak en we krijgen ontbijt.

Het ontbijt was een gebakken ei, bagger vet, in een kommetje, kleine ronde broodjes en je kon kiezen uit koffie of thee. Ik koos voor thee, ik weet uit ervaring dat Boliviaanse koffie niet te drinken is. Lindsey en Chris nemen helemaal niets, ook geen ontbijt. Ik wacht op mijn mes en vork, kon lang wachten want er kwam niets. Dan maar met mijn handen eten, wat een gestuntel werd dit om een gebakken ei uit een kommetje te eten zonder dat je al te vies wordt van het ei geel.

Het reisbureau had gezegd dat we met een andere jeep zouden gaan, echter er kwam alleen maar een oude taxi. Hup in de taxi en richting ingang park. Dit viel tegen want na 45 minuten rijden stonden we voor de rivier en de taxi kon niet verder. Wachten op een echte 4wiel drive.

Die kwam na 20 minuten, hoop herrie en weinig snelheid. Wij overgestapt en we gingen verder. Rivier over en het woud in, dit was echt een slechte weg. Soms stoppen om een boomstam van het pad te halen en dan stonden we stil voor een hek. De gids moest ons inschrijven en het hek werd opgedaan, verder dus. Na 10 minuten stonden we weer stil, we moesten een beekje oversteken en het was erg steil hier, auto in de lage giering en omhoog dachten we, niet dus want het werkte niet. Chauffeur onder de auto en na een kwartier weer instappen. De bijrijder moest de pook in de lage giering houden en we haalden het net.

In de trip was inbegrepen een extra drager, we zouden veel water meenemen en natuurlijk de tenten, slaapzakken en eten.

We stopten bij een klein dorp en een jongen van 15 of 16 jaar stapte ook in evenals de zoontjes van onze chauffeur. Zij gingen achterin op de bagage zitten. Na eindelijk twee uur in totaal vanaf het huis van de gids kwamen we op het punt aan dat we moesten gaan lopen. Hier zou de tocht door het woud beginnen.

Ik had nog van huis drie appels en stokbrood meegenomen, echter de tas had nog maar twee appels. Na wat aandringen kregen we van de zoontjes van de chauffeur onze appels terug, ik heb ze weggeven aan de gids en onze extra drager. Diefstal loont niet, temeer dat we deze belhamels tijdens het rijden al een paar koeken hadden gegeven.

Na een korte pauze gingen we lopen, de gids voorop. Ik denk dat we misschien twee km hadden

gelopen toen de gids ons sporen liet zien van een poema. We gingen verder, onze gids en de extra drager liepen heel gemakkelijk met hun zware rugzakken en wij liepen als olifanten in het woud. We hoorden veel dieren maar zagen niets. Plotseling midden op het pad lag een grote pad, ik zou er zo op hebben gestaan.

Eindelijk na anderhalf uur stevig doorlopen kwamen we bij kamp 1.

Kamp 1 lag aan het water dus we gingen zwemmen, heerlijk water en het was een aangename verkoeling. Onze gids maakte de lunch, koken dus met rivier water. Op een kampvuurtje met pannen die aan de buitenkant gitzwart waren.

Hij maakte een maaltijd van pasta met groenten en vis uit blik. Het smaakte me goed.

 We hadden het net op toen hij zei dat we nog een stuk gingen lopen. Nou ja, lopen, meer springen van steen naar steen. Bijna twee uur totdat we bij een waterval kwamen. Het is het droge seizoen hier dus er was niet veel water. Na een poosje te zijn gebleven daar gingen we weer terug naar kamp 1.

Dit ging sneller dan de heenweg, maar ik begon mijn benen wel te voelen.

We kregen een nieuwe ervaring, we werden letterlijk aangevallen door de muggen. We smeerden ons weer in met anti muggen crème en spoten onze kleren ook in. Het resultaat was dat ze om je hoofd bleven cirkelen, niet 1 of 2 maar wel 50 of meer.

 Onze gids ging wederom koken, nu werd het soep, we kregen thee, je kon kiezen voor koffie of thee. Thee was veiliger.

Rond half zeven begon het donker te worden, kaarsje aan en even na zevenen was het pikdonker. Het was een heldere lucht, ik heb nog nooit zoveel sterren gezien, misschien zag ik wel sterren van het vele lopen. Voor achten lagen we in onze tenten en we gingen slapen.

 

Dag 2

Half zeven alweer wakker, slecht geslapen op de harde grond. Veel herrie gehoord de gehele nacht. Uit de tent en naar de badkamer, de rivier dus, tandenpoetsen en wassen.

Hierna ontbijt en we gingen weer op pad. Eerst het kamp 1 opruimen en op weg naar kamp 2. Dit was een half uur lopen en drie keer de rivier oversteken.

Kamp 2 was net als kamp 1, je voelde je net als een Neanderthaler 100.000 jaar geleden.

Kamp 2 ingericht en we begonnen aan de ochtend tocht, deze zou twee uur heen zijn en twee uur terug.

Ik weet niet hoelang de afstand was, maar toen we op het punt waren aangekomen werd het wel helder voor mij dat mijn conditie niet meer was zoals vroeger. Wat deden mijn bovenbenen pijn, alsof ik een rondje IJselmeer had gefietst. We waren bij een waterval van ik denk 100m hoog, ook hier weinig water vanwege de droogte.

Terug naar het kamp voor de lunch, want in de middag zouden we naar een andere waterval gaan waar ook een grot was met vleermuizen.

Maar eerst eten en een kleine siësta, daar was ik wel blij mee.

Weer klauteren over de stenen en weer meer pijn in mijn benen, dit was pas de tweede dag.

De tocht naar de grot was de moeite waard, gelukkig was het in de kloof naar de grot heerlijk koel.

We moesten onze schoenen uit doen en door het water lopen. Aan het einde van de grot lag een boomstam in het water en je kon het gekrijs van de vleermuizen al horen.

 

Chris liep voorop en gelukkig zag hij het slangetje op tijd. Ik weet niet of deze giftig is, maar we bleven uit de buurt.

We gingen terug en wederom de muggen, inspuiten dus maar we moesten het anti muggen spray gaan rantsoeneren anders hadden we niets meer voor de laatste dagen. Een muggesteek hier blijf je al gauw twee weken zien. Deze muggen zijn veel gemener dan de muggen in Nederland.

Terug op het kamp aangekomen werd de soep gemaakt en thee.

Ik was blij dat het donker werd, kon ik tenminste naar bed. Wat we niet wisten was dat de gids op 50 meter van het kamp wat brood had neergelegd. Je hoorde altijd geluid maar nu was het wel erg dichtbij. Zaklamp aan in de richting van het geluid en we zagen een mooi dier, vraag me niet wat het was. Het dier bleef rustig dooreten en wij bleven rustig kijken.

8 Uur ging ik naar bed en weer een slechte nacht en om half 7 klaar wakker voor dag 3.

 

Dag 3

Half zeven was ik wakker en ging opfrissen aan de rivier. Je voelt je niet echt schoon maar het water maakt je wel goed wakker. Tijdens het ontbijt legde de gids uit dat we vandaag een lange tocht zouden gaan maken. De lunch zou hij onderweg klaar maken.

We gingen eerst het woud in, de gids met kapmes voorop. Het pad ging steil omhoog en na een kwartier was er een splitsing. Morgen gaan we hier verder omhoog en als we op de top zijn dan kun je de condors zien. Ik besloot op dat moment ik ga dus hier niet omhoog morgen.

Wat later begonnen we aan de afdaling, deze was zo steil dat Lindsey ging zitten om omlaag te gaan.

Toen langs de rivier  stroomopwaarts lopen, meer springen van steen naar steen.

Na 21/2 uur gaf ik aan dat ik wilde rusten, de gids gaf aan nog 10 minuten en dan zijn we bij de eerste rustplaats.

Daar aangekomen zei Chris dat hij zich niet goed voelde, we besloten om niet verder te gaan. Deze plek was ook mooi met zeer helder water.

De laatste anderhalf uur zou nog zwaarder zijn en we moesten dan ook nog terug.

We zijn hier een paar uur gebleven, gegeten en toen weer terug naar kamp 2. Aangezien dag vier in het teken stond van teruggaan naar het beginpunt hebben we kamp 2 opgebroken en zijn naar kamp 1 gegaan om daar te overnachten.

7 uur lag ik in de tent en ik viel al gauw in slaap.

  

Dag 4.

Half 5 in de ochtend was ik klaarwakker. Ik hoorde geluiden en geschuifel in het kamp. Ik ben niet gaan kijken wat het was, ben blijven liggen totdat het licht werd.

Hetzelfde ritueel als de vorige dagen en toen terug op weg naar het begin punt waar we opgehaald zouden worden om terug te rijden naar Buena Vista.

Omdat we de dag eerder hadden besloten om niet omhoog te gaan om naar de condors te kijken liepen we een andere route terug. Langer dus, maar we hebben onderweg wel van die echte woudreuzen gezien. Bomen zo hoog en zo groot in omvang dat was echt gigantisch.

 We ontdekten ook in de bomen een groep apen en deze volgden ons maar bleven wel hoog in de bomen.

Eindelijk waren we terug op het begin punt. Na een uur wachten kwam de jeep die ons zou terug brengen naar Buena Vista. Uit de jeep kwamen, jawel, twee Nederlanders, keurig gekleed, beide in een modieus jungle outfit.

Zij zouden voor drie dagen gaan, ik zei tegen hun dat je kunt beter een lange broek en shirt met lange mouwen aandoen. Er zijn hier gigantisch veel muggen en ook teken. Ik denk niet dat ze me geloofden en zagen mij meer als een zwerver die er ongeschoren uitzag en een douche nodig had.

Ik wenste ze veel succes en ze verdwenen in het woud.

 Wij in de jeep en op weg naar huis. De eerste dag duurde de tocht twee uur, maar we hadden ook pech met de jeep. Dit was een andere jeep dus ik dacht met een uurtje en een beetje doorrijden komen we er wel.

De gehele terugweg duurde drie uur, we hadden een lekke band, de gids wilde nog wat boodschappen doen en hij reed niet harder dan 30km of 40km. Eerst begreep ik het niet maar wat bleek de remmen werkten niet goed en ook haperde iets aan zijn stuurinrichting.

 Overgestapt in mijn eigen auto en terug naar Santa Cruz.

 

De tocht was erg mooi maar ook wel zwaar, je denkt er al gauw te licht over en dat het wel mee valt.

De volgende tocht ga ik per boot doen vanaf Trinidad, dus veel minder lopen.