De categorische imperatief

 

Er is slechts n categorische imperatief, en wel deze: handel uitsluitend volgens dat maxime waarvan ge terzelfder tijd zou willen dat het een algemeen geldende wet was.

 

Immanuel Kant, Metaphysik der Sitten , hoofdstuk elf (1797)

 

Toen hij het kennisprobleem opgelost meende te hebben, wierp Kant zich op de vraagstukken van de ethiek, met als resultaat een nieuwe versie van de gulden regel van Jezus Christus.

In het evangelie volgens Mattes luidt die regel: 'Alles wat gij wilt dat de mensen voor u doen, doet dat ook voor hen.' Kant vormt dit om in zoiets als: 'Doe voor anderen, wat naar uw mening iedereen voor iedereen zou moeten doen.' Of meer formeel: 'Baseer uw gedrag op principes waarvan u zou willen dat het algemeen geldende wetten waren.' Vandaar de term 'categorische imperatief'; Kants regel is categorisch omdat ze op iedereen van toepassing is, en een imperatief omdat ze een morele plicht betreft.

Waarom is deze versie beter dan het origineel? Omdat het probleem omzeild wordt, dat van persoon tot persoon andere wensen bestaan ten aanzien van de bejegening door anderen. Kant wilde een waarborg tegen de opvatting die tegenwoordig 'moreel relativisme' wordt genoemd: het idee dat wat goed of slecht is afhangt van de omstandigheden. Wat hij vooral verfoeide was de utilitaristische opvatting dat je goed handelt zolang je maar een doel nastreeft dat je naar eer en geweten 'goed' dunkt (ofwel: 'het doel heiligt de middelen'). Hoe kan een doel de morele basis voor menselijk handelen zijn, vroeg Kant, als zelfs de meest nobele opzet spaak kan lopen? Het resultaat van wat we doen is maar al te vaak iets heel anders dan we beoogden, dus is het verkeerd om onze morele oordelen te baseren op resultaten of intenties. Het enige wat we met zekerheid kunnen beoordelen zijn de principes waarnaar we handelen, de regels die we hanteren bij het nemen van beslissingen.

En als we dergelijke oordelen in alle objectiviteit willen vellen, moeten we ons richten op algemene principes. Weg met dat situatie- afhankelijke gezwets! Kant wil degelijke en consistente regels la 'stelen is verkeerd'. Regels die altijd en overal opgaan.

De categorische imperatief werkt als volgt. Als je voor een bepaalde keuze staat, moet je je bewust zijn van de principes die je met je gedrag zou volgen. Stel, dat iemand in jouw bijzijn je moeder beledigt. Je eerste aanvechting zal zijn die kerel naar de strot te vliegen, maar wacht even en overweeg eerst je motieven. Denk je 'het is juist om iemand te wurgen die mij grieft', vraag jezelf dan af of dit een rationele stelregel is, waarvan je zou willen dat die altijd en overal opgaat. Realiseer je je dan dat dit tot grootschalig en onophoudelijk bloedvergieten zou leiden, dan is het imperatief (gebiedend) dat je van die eerste opwelling afziet.

Helaas, Kants verstandelijke herziening van de gulden regel is niet zonder zwakke plekken. Om te beginnen heb je in tumultueuze situaties vaak niet de mogelijkheid om even te gaan zitten nadenken over de universele implicaties van de stelregel die je op dat moment geneigd bent te volgen. Bovendien, morele regels zijn mooi en goed, maar niet altijd even praktisch; zelfs als we dolgraag correct willen handelen, is dat niet altijd mogelijk.

Ten derde, het is niet altijd eenvoudig om te bedenken wat de juiste stelregel is. Eigenlijk is dat alleen maar mogelijk bij zwart-wit gevallen. In andere situaties zullen zich meerdere, onderling tegenstrijdige maar even aannemelijke stelregels aan je opdringen. Wie ooit oog in oog heeft gestaan met een opdringerige bedelaar, zal begrijpen wat ik bedoel.

 

Uit : Michael Macrone , EUREKA ! (Prometheus , 1996)