Laatste  Ontwikkelingen

Bijltjesdag Universiteit Maastricht

[Home]

De Limburger van 20 jan 2006 onthult in een hoofdartikel hoe Sybe  Izaäk Rispens, wetenschapsjournalist, in het archief van het Max Planck Instituut te Berlijn de volgende brief ontdekt:

 
Deutsche Physikalische 
Gesellschaft E.V



Charlottenburg 5.   
Wundtstr. 46        
den 9. Dezember 1938.

 

B-versie

     An die deutschen Mitglieder 
    der Deutschen Physikalischen Gesellschaft. 

 Unter den zwingenden obwaltenden  Umständen kann die Mitgliedschaft von reichsdeutschen Juden im Sinne der Nürnberger  Gesetze in der Deutschen Physikalischen Gesellschaft nicht mehr  aufrecht erhalten werden.
 Im Einverständnis mit dem Vorstand fordere ich daher alle Mitglieder, welche unter diese Bestimmung fallen, auf, mir ihren Austritt aus der Gesellschaft mitzuteilen, 
 
       Heil Hitler! 
   P. Debye 
Vorsitzender 


     uitspraak: de-bie
   niet: de-bij -e
   duits: de-bei
In handschrift vervolgt 
de secretaris van de DPG...


waarom die check na het versturen?

weigerde Debye een eerdere check?

  Herr Prof. P. Debye

hier ist der endgültige Wortlaut, den ich an
die Druckerei gesandt habe. Um
Missverständnisse auszuschalten, bitte ich
nochmals um Prüfung.               W Grotrian

 


In Nobelprijswinnaar met vuile handen  gaat deze brief, die al in 1988 door Rechenberg in Physikalische Blätter op pagina 418 beschreven wordt, een bizarre rol spelen:

[...
In november 1938, Lise Meitner was net veilig in Zweden aangekomen, maakten de nazi-leiders de balans op van de ‘Reichskristallnacht’: meer dan duizend synagogen waren afgebrand, zo’n achtduizend joodse winkels vernield en twintigduizend joodse mannen in concentratiekampen gezet. Voor Debye was het nieuws voornamelijk relevant omdat nu van hem werd verwacht dat hij alle ‘niet-arische’ leden van de ledenlijst van de Deutsche Physikalische Gesellschaft schrapte. Op 9 december schreef hij de volgende brief aan alle leden:

Gezien de dwingende heersende omstandigheden kan het lidmaatschap van rijksduitse joden, zoals beschreven in de Neurenberger wetten, binnen de Deutsche Physikalische Gesellschaft niet meer voortgezet worden.
In overeenkomst met het bestuur roep ik hiermee alle leden op die onder deze definitie vallen mij hun uittreding uit de Gesellschaft mede te delen.
Heil Hitler!
Peter Debye, voorzitter

De bijl was gevallen.
...] 

aldus Sybe Rispens, die tevreden toeziet hoe kranten en internet met zijn uitspraken aan de haal gaan.  Het ballonnetje, waarmee Rispens zijn nieuwe boek,  zo kort na het Einstein jahr, onder de aandacht wil brengen, is snel doorgeprikt...

Volgens Ted Reckman, medewerker van De STER, de enige krant die onmiddellijk afstand neemt van Rispens beschuldigingen, zou deze brief gedicteerd zijn door directeur Carl Bosch van het chemiebedrijf IG-Farben en sinds 1937 tevens directeur van De Kaiser-Wilhelm-Gesellschaft, een overkoepelende organisatie van onderzoeksinstituten... 

Het ontstaan van deze brief, een dieptepunt in het bestaan van de DPG, wordt door Dieter Hoffmann uitvoerig beschreven in


 
Zwischen Autonomie und Anpassung: 
Die Deutsche Physikalische Gesellschaft  im Dritten Reich  
(Preprint 2001).
 


Hier zijn verhaal geplaatst in een historische rondgang...

 
Volgens Hoffmann was dit de eerste brief van Debye aan de leden van het bestuur

nav een opgefokte brief van een aantal nazi-DPGers aan Debye,
enige weken na de Reichskristallnacht: 




   

 An die deutschen Mitglieder 
 der Deutschen Physikalischen Gesellschaft. 

Unter den zwingenden obwaltenden Umständen muß ich das Verbleiben von reichsdeutschen. Juden im Sinne der Nürnberger Gesetze in der Deutschen Physikalischen Gesellschaft als nicht mehr tragbar ansehen.

Ich bitte daher im Einverständnis mit dem Vorstand alle Mitglieder, welche unter diese Bestimmung fallen, mir ihren Austritt aus der Gesellschaft mitzuteilen.

 

 

A-versie

       Heil Hitler! 
   P. Debye 
Vorsitzender 

 

 

Na de invoering van het "Gesetz zur Wiederherstellung des Berufsbeamtentums" verloren veel wetenschappers hun baan. 
TU Dresden 1933..34:

Gleichschaltung der Hochschule und Einführung des Führerprinzips. Namhafte Hochschullehrer werden auf Grund des "Gesetzes zur Wiederherstellung des Berufsbeamtentums" entlassen und Repressalien ausgesetzt. Zu ihnen gehören der Physiker und Entdecker des Kristallphotoneneffekts, Harry Dember (1882-1943), der Romanist Victor Klemperer (1881-1960), der Arzt und Hygieniker Rainer Fetscher (1895-1945), der Staatswissen-schaftler Robert Wilbrandt (1875-1954) sowie Paul Luchtenberg (1890-1973), Professor für Pädagogik, Philosophie und Psychologie, später Mitbegründer der FDP und Kultusminister von Nordrhein-Westfalen.

De meesten zochten hun heil in het buitenland. Max Planck wees het regime nog op de enorme schade die deze wet aan het Duitse wetenschappelijk onderzoek zou toebrengen. In 'Heisenberg - Die deutsche Wissenschaft und das Dritte Reich' beschrijft David Cassidy deze gevolgen en de opkomst van een Arische Physik (Lenard, Stark). 
Debye aan Max Wien in Jena (4 april 1934):

[...]Sie haben übrigens recht, dass es höchste Zeit wird, dass für die Physik etwas geschieht, wenn sie nicht in Deutschland ganz auf den Hund kommen soll.[...]

Weldra wordt de Arierparagraph ook gebruikt om Joden uit verenigingen en maatschappelijke organisaties te verdrijven. De club FC Bayern München moest in 1934 afscheid nemen van president Kurt Landauer en al haar joodse spelers en leden! 

Maßnahmen/Gesetze gegen Juden im Dritten Reich verzameld door Bildungswerk Brandenburg der Jakob-Kaiser-Stiftung e.V.:

1933 07. April - Gesetz zur Wiederherstellung des Berufsbeamtentums durch den Arierparagraphen werden die jüdischen Beamten (11. April), Arbeiter und Angestellte bei den Behörden (4. Mai) und jüdische Honorarprofessoren, Privatdozenten und Notare entlassen
25. April - Gesetz gegen die Überfüllung deutscher Schulen und Hochschulen Begrenzung der Anzahl jüdischer Schüler und Studenten entsprechend dem Bevölkerungsanteil auf 1,5 %
28. Dezember - jährliche Begrenzung der Neuaufnahme jüdischer Studenten an den Hochschulen auf 15 000 
1934 05. Februar -  Ausschluß jüdischer Studenten von Examen für Ärzte und Zahnärzte 
22. Juli -  jüdische Studenten nicht mehr zu Prüfungen beim Jurastudium zugelassen 
18. August  - Einschränkung der Zahl jüdischer Berufsschüler 
08. Dezember  - Juden nicht mehr zur Apothekerprüfung zugelassen 
1935 08. Juli -  Ariernachweis notwendig für die Aufnahme in die Reichsschaft der Studierenden 
10. September  - Reichserziehungsminister Rust will noch im Schuljahr 1936 eine möglichst vollständige Rassentrennung durchführen 
1936 15. Oktober  - jüdische Lehrer dürfen keinen Privatunterricht an deutschblütige Schüler erteilen 
1937 15. April  - Juden dürfen nicht mehr promovieren 
02. Juli  - durch Runderlaß des Reichserziehungsministeriums werden Sonderklassen für jüdische Schüler an öffentlichen Schulen gebildet 

De DPG wist echter [...]die auf engen Schulterschluß gegangenen Gesellschaften ohne wesentliche Gleichschaltung durch das Dritte Reich zu steuern.[...], althans tot eind 1938...

7 november 1938 vond in Parijs een aanslag plaats op een Duitse ambassadesecretaris, gepleegd door een 17 jarige Duitser van joodse afkomst, die het leed zijn ouders aangedaan, wilde wreken. Als de diplomaat twee dagen later overlijdt, grijpt Göbbels zijn kans en hitst via zijn Göbbels-schnauze het volk tegen de Joden op: die nacht staat bekend als de Reichskristallnacht. Synagogen en huizen vliegen in brand, winkels worden geplunderd. Vele Joden worden opgepakt, maar worden later vrijgelaten als ze beloven het land te verlaten.

Ook Debye krijgt nu te maken met agressieve akties tegen joden als naziaanhangers in de DPG hem dwingen de ledenlijst te zuiveren. Op 2 december 1938 schrijft Debye aan het College van Bestuur de volgende tekst:
Ich beabsichtige, am Mitwoch, dem 8. Dezember das beiliegende Schreiben [Brief versie A; J.G.] an sämtliche deutsche Miglieder der Deutschen Physikalischen Gesellschaft zu versenden. Falls Sie mir nicht bis zum 6. Dezember Mitteilung zukommen lassen, setze ich Ihr Einverständnis voraus.
gez.  P Debye  Vorsitzender

Max von Laue reageert per kerende post met:

2. 12. 38 Einverstanden Laue
.

[Rechenberg Phys.Bl. 44 (1988), Nr. 11, S 418]


Walter Schottky, penningmeester van de DPG, probeert het verzenden tegen te houden door te wijzen op de consequenties die de brief zou hebben voor het ledenbestand uit het buitenland. De waarschuwing wordt weggewimpeld... 
De A-versie wordt binnen het collegebestuur (Vorstand und Vorstandsmitglieder) onder druk van nazisympathisanten gewijzigd in de fellere B-versie. Hiermee is de aantekening op de drukproef verklaard. Tevens blijkt dat 'P. Debye' namens het bestuur onvermijdelijk is. Ook op deze versie is kritiek, maar Debye weigert verdere aanpassingen.

Wat Sybe Rispens ontgaat is, dat binnen andere verenigingen ook brieven worden geschreven soms behoorlijk wat harder van toon. Vergelijk bijvoorbeeld de brief die Hartogs 22 jul 1939 ontvangt van Süß, voorzitter van de Deutsche Mathematikerverein [lid NSDAP 1937; lid Nationalsozialistischen Deutschen Dozentenbunds 1938]. De terughoudende manier waarmee de voorzitter van de DPG [Debye] alle leden in 1938 benaderde was bij de DMV bekend. Volkert Remmert beschrijft in 'die Deutsche Mathematiker-Vereinigung im Dritten Reich II' hoe Süß toch voor de harde lijn kiest:

 




   

 Sehr geehrter Herr Professor,

Sie können in Zukunft nicht mehr Mitglied der Deutschen Mathematikerverein sein.
Deshalb lege ich Ihnen nahe Ihren Austritt aus unserer Vereinigung zu erklären.
Anderenfalls werden wir das Erlöschen Ihrer Mitgliedschaft bei nächster Gelegenheit bekannt geben.

 

 
Mit vorzüglicher Hochachtung,
Der Vorsitzender.


Dieter Hoffmann:

Am 14. Dezember 1938 befaßte sich der Vorstand mit der "Nichtarier-Frage in der Deutschen Physikalischen Gesellschaft", wobei ein Schreiben von Stuart und Orthmann den Anstoß dazu gegeben hatte. Wohl in Reaktion auf dieses Schreiben sowie auf den Druck der NS-Führung und der Ereignisse im Herbst 1938, die sich nicht mehr ignorieren ließen, hatte Peter Debye als Vorsitzender der Gesellschaft am 9. Dezember 1938 folgenden Brief an die jüdischen Mitglieder der DPG versandt:
 B-versie

en verder...

Für die Naziaktivisten in der Gesellschaft war damit aber die Angelegenheit noch keineswegs erledigt. Auf der Vorstandssitzung vom 14. Dezember 1938 wurde die "Nichtarier-Frage" nochmals zur Sprache gebracht. Dabei wies in der Diskussion Hr. Orthmann darauf hin, dass der erste Satz des an die deutschen Mitglieder der Gesellschaft gerichteten Schreibens so formuliert sei, dass er missverstanden werden könne. Hr. Debye bittet, diesen Satz so zu verstehen, wie er gemeint sei und übernimmt die Verantwortung für die gewählte Formulierung.  
In einem Brief von Schütz an Stuart ist man jedoch deutlicher, wird dort doch denunziatorisch festgestellt: 
Die Behandlung der Judenfrage durch die D.P.G. zeigte jedoch, dass für die politischen Fragen ihm (Debye – D.H.), wie nicht anders zu erwarten, das erforderliche Verständnis fehlt. 
Ich habe mich damals vergeblich bemüht, eine eindeutige Stellungnahme des Vorsitzenden und damit eine endgültige Lösung des Problems herbeizuführen.
Spöttisch-drohend kommentierte der Informationsdienst der Reichsdozentenführung, hinter dem nicht zuletzt H. Stuart als Funktionär dieser NS-Organisation stand, die Angelegenheit ebenfalls: Man scheint offensichtlich in der Dt. Physikalischen Gesellschaft noch sehr weit zurück zu sein und noch sehr an den lieben Juden zu hängen. Es ist in der Tat bemerkenswert, daß nur "unter den zwingenden obwaltenden Umständen" eine mitgliedschaft von Juden nicht mehr aufrecht erhalten werden kann.

Over het laatste jaar van Debye bij de DPG schrijft Hoffmann:

Wie ein vorangegangener Brief von Stuart an Stetter zeigt, suchte die Gruppe aktiver Parteigenossen die Politisierung und "endgültige Einordnung der D.P.G. in das Dritte Reich"
mit aller Macht weiter voranzutreiben. So informierte man sich gegenseitig nicht nur über "interne Pläne des Vorstandes" und versuchte diese zu sabotieren bzw. im parteipolitischen Sinne zu kanalisieren, sondern strebte auch eine wechselseitige Unterstützung unter den Parteigenossen an, um so stärkeren Einfluß auf die Arbeit des Vorstands und seine Beschlüsse zu gewinnen. Konkret ging es z.B. um eine Erhöhung des Anteils der Parteigenossen in der Statutenkommission des Vorstands, die zur Überarbeitung der alten Statuten vom DPG-Vorstand eingesetzt war, um diese – wie das entsprechende Vorstandsprotokoll vermerkt – "den Wünschen des Ministeriums (anzupassen)". Auch wollte man bei der anstehenden Vorstandswahl die Wiederwahl Debyes als Vorsitzenden verhindern und stattdessen Abraham Esau ins Amt bringen, da letzterer für die Gesellschaft "die beste Gewähr (bietet)", – wie Schütz in dem bereits zitierten Brief ausführt "ihre Geschicke in positiver und rückhaltloser Einstellung zum Dritten Reich" zu führen.

Eind 1939, als het KWI f. theor. u. exp. Physik in Berlijn door het Heereswaffenamt wordt overgenomen, neemt zijn voorganger Jonathan Zenneck het voorzitterschap over. Opnieuw tegen de wens van het nazi-regime.

Wie hier tussen de regels door wil lezen kan vaststellen dat het bestuur met veel inzet heeft geprobeerd de DPG buiten het bereik van nazi-invloeden te houden. Andere verenigingen waren duidelijk volgzamer met het afvoeren van leden! Bovendien lijkt Debye niet de grote animator  (zie Aachener Nachrichten) achter de statuutwijzigingen te zijn. Lees de stellingname van Dieter Hoffmann: Voreilige Konsequenzen? (mei 2006). 
Het verwijt van Rispens dat Debye (als vele andere wetenschappers) in het openbaar geen stelling heeft genomen mag dan waar zijn. Uiteenlopende  bronnen tonen onweerlegbaar aan dat hij in kleine kring op zijn manier geprobeerd heeft naderend onheil af te wenden. Vraag blijft wat effectiever is.
  
Onmiddellijk na het verschijnen van de brief melden zich 6 leden bij Debey af. Klaus Hentschel onderzocht de gevolgen van de gewraakte brief: onder de 121 afmeldingen waren uiteindelijk 7 afmeldingen op grond van de
Arierparagraph  

Na het zien van de beelden over de Reichskristallnacht zullen velen zich nauwelijks kunnen voorstellen dat ontvangst van een dergelijke brief diep in het persoonlijk leven zal ingrijpen. Mocht dit wel zo zijn, weldra zullen zwingende obwaltende Entwicklungen dit onrecht doen vergeten!

Geen enkele ex-DPG-er reageert na de oorlog op de brief ...  totdat ruim 70 jaar later de eerste aanklacht van een buitenstaander bij de introductie van een nieuw boek de pers haalt. 

Ook in het bezette Nederland zijn Joden via verordening 199/1941 van Seyss Inquart (22 October 1941) uit verenigingen en maatschappelijk organisaties gezet. In HET archief zijn deze zuiveringen niet terug te vinden. Wel is bijvoorbeeld bekend dat op grond van deze maatregel 15 leden van de  Nederlandse Natuurkundige Vereniging hun lidmaatschap moesten opzeggen. Onder hen Leonard Salomon Ornstein, die in november 1940 als hoogleraar ontslagen werd. Twee jaar eerder had hij onder protest zijn lidmaatschap van de DPG opgezegd.


Ontwikkelingen:

Zelfs vele jaren na deze periode raken nog steeds personen door vooringenomen speurwerk beschadigd. De Gemeente Maastricht geeft een persbericht uit, waarin nav een antwoordbrief van het NIOD dd 15 feb 2006 ...

De gemeente stelt vast dat directeur J. Blom van het NIOD de opmerkingen van de heer Sybe Rispens over de handelwijze van Peter Debye als evenwichtig en betrouwbaar beschouwt.

Over de context, waarin de door Rispens gelaakte handelingen zijn verricht, bestaat echter nog veel onduidelijkheid. Voor de gemeente Maastricht is niet onweerlegbaar vast komen te staan of en in hoeverre het gedrag van Peter Debye bepaald is door dwang van de kant van het naziregime.

De bestuurscolleges van twee Universiteiten, kennisinstituten die al jaren de naam Debye uitdragen, zijn niet bij machte, los van het NIOD te bepalen wat de wetenschappelijk waarde is van Rispens' verhaal. De wijze waarop met de hier aangehaalde bron wordt omgesprongen, toont hoe met name de brief uit 1938 voor een rispensmedia.com-hype is gebruikt! Beide universiteiten zien in de twee door Sybe Rispens aangehaalde documenten uit 1938 en 1941 voldoende aanwijzingen dat Peter Debye de Nazi's ter wille was en dus geen voorbeeldfunctie voor studenten kan zijn. 

Op 1 mrt 2006 komt een eerste kritisch wederwoord uit de Utrechtse universitaire wereld, dat de betreurenswaardige beslissing, die in amper twee weken werd genomen, aan de kaak stelt! Meer informatie in Ublad 20 onder de kwestie, de mening en schreef. De UM blijft muisjes stil...

Ook aan de overzijde van de oceaan komen reacties los.  Paul L. Houston van Cornell University reageert met verbazing:

I find the allegations to be at odds with what I do know about Debye. There are stories here about his anti-Nazi stance - that it caused him to lose being head of the Berlin Institute and convinced him to stay at Cornell after his time as Baker lecturer here. In addition, unlike some of its Ivy League colleagues during that period, Cornell was ahead of the curve in making Jewish faculty appointments. Many of my older Jewish colleagues were here when Debye decided to stay or were even appointed by Debye when he became chair.

Hoewel het gemeentebestuur de overhaaste beslissing van de beide universiteitsbesturen niet wenst te volgen, blijft het voor de Maastrichtenaar onzeker of
de Peter Debye-prijs, bedacht door vriend en bewonderaar Edmond Hustinx, zal worden opgeheven,
in Maastricht en omstreken straten en pleinen zullen worden ombenoemd,
Felix van de Beek zijn dipoolmoment op het Peter Debyeplein gaat terugvorderen,   
de gedenkplaat, die de plek van het ouderlijk huis in Maastrichtse Smedenstraat aangeeft, van de muur moet,
een borstbeeld in de hal van het gemeentehuis op de inmiddels vrijgekomen markt wordt omgesmolten.

In de Ouwherenbond van de studentenvereniging Alcuinus blijft het gissen of Professor Debye de lijst van Ere-leden mag blijven aanvoeren...

De Deutsche Physikalische Gesellschaft reageert bij monde van Dieter Hoffmann en Mark Walker. (mrt 2006)

Dinsdag 18 apr 20:30 wijdde NETWERK, NED I een uitzending aan Debye, waar Wiel Rousseau een pakkende anekdote vertelde over Pie's wiskundige kwaliteiten. In de ogen van Martinus Veltman en Dieter Hoffmann blijft de overhaaste beslissing van de beide universiteiten naar aanleiding van een mediahype een grote bestuurlijke dwaling. Hier is een achtenswaardig persoon ernstig beschadigd: de geschiedenis herhaalt zich!

UM heeft inmiddels besloten geen gelden voor een biografisch onderzoek beschikbaar te stellen. Een verstandig besluit: het zou teveel eer zijn voor Rispens. 

Een tweetal TV-optredens maken snel duidelijk dat Martinus Veltman onaangenaam verrast is door de lichtzinnige besluiten van de twee universiteitsbesturen. Ook heeft hij zichtbaar moeite met het voorwoord in Rispens 'Einstein in Nederland', dat van zijn hand kwam. 
Op 5 mei 2006
schrijft Veltman een brief aan de medewerkers van het Debye Instituut, waarin hij spijt betuigt aan dit voorwoord te hebben meegewerkt. De uitgever is opgedragen dit voorwoord in het vervolg niet meer te plaatsen. 

De al maanden durende rehabilitatiestrijd schijnt volledig voorbij te gaan aan de wetenschappers in opleiding: op 25 mei 2006 legt een UM-student zijn verontwaardiging over de gang van zaken in een e-mail vast. De verklaring komt enige dagen later, als in de UQ 2006 de teams uit Groningen en Delft quizmaster van Rossum in verlegenheid brengen door het antwoord op de vraag: 'Noem drie Nederlandse Nobelprijswinnaars' schuldig te blijven.

Eind mei 2006 komt Cornell University na vier maanden onderzoek tot de uitspraak that any action that dissociates Debye's name from the Department of Chemistry and Chemical Biology at Cornell University is unwarranted. In klare taal: Cornell University denkt er niet aan de band met deze grote wetenschapper te verbreken. De 'Peter J.W. Debye Professor' als eretitel voor bewezen capaciteiten zal deze verbondenheid blijven uitdragen, omdat geen feiten aan het licht zijn gebracht die het voorbeeldgebruik van de naam Debye in de weg staan. Hiermee wordt duidelijk afstand genomen van de jongste media-uitlatingen over Peter Debye. 
Cornell University is al jaren een topper in internationale ranglijsten van universiteiten. (The Times Higher/Shanghai List van 2005: CU 14/12, UU 120/41 en UM 157/>401)

Ook American Chemical Society - ACS ziet geen aanleiding de Debye-prize (DuPont) in te trekken. Helaas heeft de International Dielectric Society zich laten overdonderen door de uitspraken van de beide universiteiten: de Debye-prize for Excellence in Dielectric Research werd omgedoopt tot IDS-prize.  

Op woensdag 7 juni presenteren Leo Jenneskens en Gijs van Ginkel de preprints van hun onderzoek naar het oorlogsverleden van Peter Debye. Dit heeft gevolgen:
op intimiderende wijze wordt Jenneskens gedwongen afstand te nemen van de bevindingen van van Ginkel
van Ginkel wordt gesommeerd van publicatie van het rapport af te zien. 

21 juni 2006 meldt de Volkskrant een nieuw geval van censuur aan de Universiteit Utrecht. Na Pieter W. van der Horst is nu Gijs van Ginkel het slachtoffer door het publiek worden van een onderzoek naar het oorlogsverleden van Peter Debye. Het rapport bevat voor het College van Bestuur onacceptabele conclusies, die na gemeen overleg nu verwijderd zullen worden. Een brandbrief gericht aan de rector magnificus is inmiddels via Google niet meer op te sporen... 

Op 30 juni 2006 reageert ook SCIENCE  in NEWS OF THE WEEK met Blocking a Book, Dutch University Rekindles Furor Over Nobelist Debye op de counter-counterattack van de het
College van Bestuur van de Universiteit van Utrecht.

In het Nederlandse Tijdschrift voor Natuurkunde van juli 2006 stelt Herman de Lang in  De 'Affaire Debye', na verzamelen en bestuderen van alle nu bekende feiten, het gelijkluidende besluit van de Colleges van Bestuur van de universiteiten van Utrecht en Maastricht om - binnen de korte tijd van drie weken na het verschijnen van Rispens boek - de naam van het Debye Instituut en van de Debye Prijs in te trekken prematuur, zeer teleurstellend en onbegrijpelijk 'daadkrachtig' te vinden


Een veertiental hoogleraren vinden dat het CvB met het afkondigen van een publicatieverbod te ver is gegaan en proberen de Universiteitsraad tot een stellingname. (juli 2006) 

Maandag 10 juli 2006 - Utrecht. In een overvol collegezaaltje van de vakgroep geschiedenis van de de natuurwetenschappen is Dieter Hoffmann opnieuw bereid gevonden zijn visie op de affaire Debye toe te lichten. Een bewerking van de voordracht in preprint 314: Peter Debye (1884–1966). Ein Dossier
Peter Romeijn
, die gevraagd was kanttekeningen te plaatsen bij de lezing, verweert zich dapper.

'Het NIOD heeft antwoord gegeven op een beperkte vraag: deugen de bronnen? En verder waren we voorstander geweest van gedegen bronnenonderzoek. Dat staat allemaal op schrift, voor wie het niet gelooft.'

Op 18 juli 2006 meldt het Dagblad De Limburger dat familieleden van Debye forse kritiek uiten op het haastige besluit van de UM. Vice-voorzitter André Postema wuift dit weg:

"Tenzij straks blijkt dat de man geen enkele blaam treft. Maar die kans is klein. Het feit dat door zijn toedoen niet-ariërs de toegang tot zijn instituut ontzegd is, is voor ons geen voorbeeld van academische vrijheid.

Postema, de man die ooit geschiedenis studeerde, zou toch eigenlijk na bestudering van de feiten moeten weten dat de DPG geen instituut is maar een vereniging, dat Debye benoemde op grond van kennis, niet op ras, en dat Debye de toegang tot zijn instituut werd ontzegd. 

Diezelfde dag meldt  het NIOD dat het
ministerie van Onderwijs opdracht heeft geven een onderzoek te starten naar de houding van Debye tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het onderzoek wordt komend jaar verricht door M. Eickhoff en kost de burger 150.000 euro. Veel geld voor een ritueel onderzoek, dat de kou uit de lucht nemen! Bij OCW is deze beslissing niet terug te vinden.

In de Elsevier van 29 juli 2006 (#30) komt Simon Rozendaal in Debye was niet fout na bestudering van al het inmiddels verzamelde feitenmateriaal tot de conclusie dat niet Debye maar Sybe Rispens fout zit. En dit geldt ook voor het NIOD en de universiteiten uit Utrecht en Maastricht. Maar zelfs een hartstochtelijk oproep van Hans Wijnberg, em.hoogleraar in Groningen... 

"Ik roep u op om uw besluit om de naam van Debye bij de Universiteit Utrecht niet langer te gebruiken, te herroepen. Ik persoonlijk kan u verzekeren na alles wat onze familie geleden heeft van de nazi-terreur, dat Debye daar niet aan heeft meegedaan en mijn vriend was en bleef." 

...kan het CvB Utrecht niet op andere gedachten brengen. 

In een kritische analyse van Rispen's 'Einstein in Nederland' [ABG 57-juli 2006] schrijft Jeroen van Dongen:

Het jammere van Rispens’ hoofdstuk is dat hij juist de vooringenomen positie betrekt dat Debye een rasopportunist was en vervolgens alles wat hij bespreekt dienstbaar maakt aan dat oordeel. De gretigheid waarmee Rispens met Debye wil afrekenen stoort, omdat die gretigheid ertoe leidt dat Debye ons op een onevenwichtige en op punten zelfs tendentieuze wijze voorgeschoteld wordt. Rispens lijkt te mikken op de controverse in plaats van de nuance – een beeld dat nog versterkt wordt wanneer we zijn publiciteitsoffensief van begin 2006 in ogenschouw nemen. Dat is zeer te betreuren, zeker gezien het delicate karakter van een onderwerp als dit.

Van het bijzonder zwaar aangezet verwijt in een ingezonden brief van Arnold Heertje aan het adres van Debye is niets terug te vinden in de dankbrief van Hans Wijnberg aan Simon Rozendaal.
Beide brieven verschenen in de Elsevier van 11 augustus 2006, de week waarin Gunter Grass zijn jeugdig SS-verleden bekend maakte en Libanon een humanitaire ramp te verwerken kreeg...  kortom voldoende stof voor onze moraalridders!

In een artikel in het Parool van 29 augustus 2006 genaamd: 'Zestig jaar later: niemand is veilig'  proberen Dap Hartmann en Jan van Turnhout stelling te nemen tegen ongebreideld wroeten in het oorlogsverleden van prominente Nederlanders.  Het artikel legt een link tussen beschadigingen van Remco Campert, Harry Mulisch, Piet Meertens en het nieuwe slachtoffer Peter Debye.

Een reactie op de analyse van Jeroen van Dongen laat niet lang op zich wachten [ABG 58-sep 2006]. Rispens opent met op te merken het niet eens te zijn met de vooringenomenheid waarmee hij (Rispens) Debye bejegend zou hebben. Wie neemt dit na... 

Aan de andere kant zijn de documenten in de Nachlaß ook getuige van de politieke concessies die Debye bereid was te doen nadat Hitler aan de macht was gekomen. Daarbij zien we over het algemeen een Debye die tegenover de nationaal-socialistische politiek een passieve houding innam. Overigens deden velen van zijn collega’s dat. Deze houding werd zeker ‘vereenvoudigd’ door het feit dat een kwart van alle posities aan Duitse onderzoeksinstellingen na de invoering van het ‘Gesetz zur Wiederherstellung des Berufsbeamtentums’ in 1933 voor niet-joden vrijkwam. Zo konden veel wetenschappers een stapje op de carrièreladder doorschuiven. Ook Debye deed dat: hij werd Einsteins opvolger als directeur van het ‘Kaiser Wilhelm Institut für Physik’ in Berlijn.

nog serieus? Volgens Horst Kant had Planck de namen  Franck en Stern in gedachte, maar door de machtsovername in 1933 moest Planck opnieuw opzoek naar een directeur voor de bouw en inrichting van het  KWI f. Physik. Nu komt de naam van Peter Debye (Professor Universiteit Leipzig) in beeld. Dat Einstein (professor Humboldt Universität 1914, gastprofessor te Leiden van 1920 - 1946 en directeur van het papieren KWI-instituut van oktober 1917 tot 1932, waarbij vanaf 1922 von Laue zorg droeg voor de dagelijkse leiding) al eerder te kennen had gegeven geen zin te hebben in de organisatorische rompslomp rond een dergelijk project, wordt gemakshalve maar verzwegen. Terwijl Planck hemel en aarde bewoog om Debye, die aanvankelijk alleen in experimentele natuurkunde geïnteresseerd was, voor zich te winnen, spreekt Rispens in termen van boompje verwisselen... Over vooringenomenheid gesproken!
Zeer suggestief de ondertitel: 'Debye deed wel concessies aan Hitler'.  Niemand ontkent dit. Met geen woord wordt gesproken over de massieve politieke druk van de groep Schütz die streefde naar de
"endgültige Einordnung der D.P.G. in das Dritte Reich". Toch vooringenomen?

Ook in het volgende onderdeel worden Debye's laakbare kanten genoemd, 'geïllustreerd met vele voorbeelden'...

De periode 1933-1940 overziend, valt echter op dat de relatie van Debye tot de nazimachthebbers zich niet alleen laat beschrijven in termen van een ‘passieve aanpassing’. Er zijn tientallen voorbeelden te vinden waarin hij de nieuwe politieke omstandigheden actief ten gunste van zichzelf en zijn onderzoek wist in te zetten. Zelfs in Debyes ‘neutrale’ wetenschappelijk onderzoek klinkt de echo na van de door grootheidswaanzin doordrenkte retoriek van de ‘Lingua Tertii Imperii’, met zijn streven naar technische records en wetenschappelijke overwinningen.

Om een idee te krijgen van Debye's LTI-vaardigheid een passage uit 'Das Kaiser Wilhelm-Institut für Physik'  in 'Die Naturwissenschaften', 25, 257 (1937), over de 'Höchstspannungsturm':
[...]
Die Anlagen und die wichtigsten Einrichtungen des Hauptgebäudes und seiner Laboratorien haben wir nun im großen kennengelernt. Es muß nun noch etwas genauer auf den Höchstspannungsturm und das Kältelaboratorium eingegangen werden. Der runde fensterlose Turm, der die Höchstspannungsanlage aufnehmen soll, hat einen Durchmesser von 15 m und eine gesamte Höhe mit spitzem Turmdach von etwa 20 m. Das ganze Innere bildet einen einzigen zylindrischen Raum, der von seinem mit dem Untergeschoß des Instituts in einem Niveau liegenden Boden bis zu einer Höhe von 14½ m vollkommen frei ist. In dieser Höhe läuft innen ein Laufgang um den Turm, von dem aus man eine Laufkatze bedienen kann, die an der Dachkonstruktion des Turmes aufgehängt ist und durch Bewegung in zwei zueinander senkrechten Richtungen alle nicht zu nahe an der Turmwand gelegenen Punkte überstreichen kann. Die eigentliche Höchstspannungsanlage wird von der Firma Siemens & Halske erbaut, die Geldmittel werden von der Reichsregierung besonders zur Verfügung gestellt. Die Anlage besteht aus zwei symmetrisch zur Turmmitte aufgestellten Säulen von etwa 7 m Höhe, die nach dem Prinzip einer GREINACHERschen Spannungsvervielfältigungsschaltung aus Kondensatoren und Ventilröhren aufgebaut sind. Jede Säule soll bei einer Gesamtstromentnahme (Koronastrom + Nutzstrom) von 3 mA eine Maximalspannung von etwa 14oo kV gegen Erde liefern (Leerlaufspannung etwa 1600 kV); die Spannung häßt sich von Null aus bis zu dieser Maximalspannung kontinuierlich regeln. Man hat also zwischen den obersten Konduktoren beider Säulen eine Spannung von 2,8 Millionen Volt bei 3 mA zur Verfugung, wenn die eine Säule positiv, die andere negativ gegen Erde geschaltet wird. Die Spannungskonstanz ist infolge der Verwendung von 500 Periodenstrom für den Eingangstransformator so günstig, daß die Gesamtwelligkeit für eine Säule nur 7 kV pro Milliampere Stromentnahme betragen wird. Besonders wichtig ist die Tatsache, daB jede Säule einzeln betrieben werden kann und ihre Spannung schon wesentlich über 1 Million Volt liegt, daß also Versuche über die bei 1 Million Volt beginnende Paarerzeugung aus Strahlung schon mit einer Säule bei wahrscheinlich recht guten Ausbeuten durchgefuhrt werden können.
Daß zur möglichsten Vermeidung von Koronaverlusten die Krummungsradien aller Bauteile im Turm möglichst groß gehalten wurden, ist selbstverständlich; es mußten aber wegen der großen Harte und Intensität der bei voller Ausnutzung entstehenden y-Strahlung (entsprechend mehreren Kilogramm Radium) auch besondere Maßnahmen für den Strahlenschutz angewendet werden. Alle Außenmauern sind daher ziemlich dick gehalten, außerdem wurde vor den übereinander in den einzelnen Stockwerken vom Institut in den Turm führenden Türen mit vorgelagerten Balkonen eine besondere Strahlenschutzmauer von 8o cm Dicke ausgeführt, so daß eine irgendwie schädliche Strahlenmenge nicht aus dem Turm in das Institut gelangen kann. Auch wurde ein durch eine besonders starke Mauer vom Turm getrennter Beobachtungsraum eingerichtet, von dem aus die ganze Hochspannungsanlage bedient werden kann. Da die Absorption bei sehr harten Strahlen nur noch der Dichte proportional ist, ist die Schirmwirkung von Mauerwerk relativ zu der von Blei bei hohen Spannungen sehr viel günstiger als bei niedrigeren.

[...]

Het vrij saaie artikel eindigt met:

Aus der Beschreibung der Einrichtungen des Instituts geht zwangsläufig auch die Problemstellung der Arbeiten hervor. Es zeugt von besonderem Weitblick der Förderer und der mit der Wissenschafspflege betrauten staatlichen Stellen, - der Kaiser Wilhelm-Gesellschaft zur Förderung der Wissenschaften, die den Plan zur Errichtung des Instituts gefaßt hat,
der Rockefeller-Foundation, die durch eine Stiftung den letzten Anstoß gab, und der Reichsregierung, die dem Unternehmen jegliche ideelle und praktische Unterstützung zuteil werden ließ. -, daß sie hier eine einzigartige Gelegenheit geschaffen haben, Fundamentalprobleme der Physik in großzügiger Weise anzufassen, - für eine Arbeit also, deren praktische Früchte sich unter Umständen erst in Dezennien zeigen können. In einer Zeit höchster wirtschaftlicher Anspannungen, die viele Stellen mit Recht veranlaßt, auf Bekanntem aufzubauen und den Blick auf das Nächstliegende zu richten, wurde hier erneut gezeigt, daB auch der freien, nicht zweckgebundenen und unbehinderten Forschung von den höchsten Stellen der Staatsführung in kluger und vorausschauender Weise das Interesse entgegengebracht wird, welches sich in der Tat im Hinblick auf die Zukunft beanspruchen kann und muß.

zinswendingen die ook zijn aan te treffen in archiefbeelden van onze naoorlogse beleidsmakers...  

Eind september lukt het Jan van Turnhout (TU Delft) met een minimum aan middelen het bestuur van de International Dielectric Society te overtuigen dat de naamswijzing naar IDS-prize onterecht was. Tijdens de volgende congressen kunnen weer kandidaten voor de Debye-prize aangemeld worden. Voor de Peter Debye prijs blijft de toestand ongewis. Hoewel... De stichting die 5 april 1961 door Edmond Hustinx werd opgericht kan natuurlijk nooit afstand nemen van Hustinx's grote vriend en voorbeeld: Peter Debye.

Op vrijdag 20 oktober 2006 worden de conclusies van het rapport Meertens bekend gemaakt: 
dat Meertens zich verregaand heeft aangepast en heeft meegewerkt aan ondernemingen die de Duitse bezetter ten goede kwamen, echter zonder de ideologische doelstellingen van de bezetter te propageren, is voor de KNAW geen reden de naam Meertens - instituut te wijzigen. Met hoeveel maten wordt er in dit land gemeten?

In "Vuile handen(?) in eigen boezem", verschenen in het Nederlands Tijdschrift voor  Natuurkunde van oktober 2006, beschrijft Herman de Lang hoe Nederlandse bestuurders tijdens de bezetting met hun verenigingsleden omgingen.

Op 9 november 2006 organiseerde USS Proton de Debye Memorial Day om uit te drukken dat ook onder Utrechtse chemiestudenten de nodig wrevel is opgebouwd. Een dergelijke fanatieke reactie had menigeen uit het Akense verwacht!

Spam die in december 2006 verschillende medewerkers van de Utrechtse universiteit bereikte, doet vermoeden dat een ophanden zijnde reorganisatie gebruikt gaat worden om de terugkeer van de naam 'Debye-Instituut' te blokkeren. In ieder geval wordt de naam nog steeds onder de Casimir School  in de lijst van KNAW-onderzoekscholen genoemd.

Half december krijgen de veertien rebellerende professoren van de U-raad te horen, dat zij niet bij machte is een oordeel uit te spreken. 

In februari 2007 laat het bestuur van Universiteit Utrecht weten dat Dr Gijs van Ginkel vrijwillig afziet van publicatie van zijn bronnenonderzoek. De kans om het duizendeneerste rapport aan het digitale archief te kunnen toevoegen is daarmee voorgoed verkeken!

Ruim een jaar waren de besturen van de RWTH en de stad Aken in onzekerheid of de titel  Ehrendoktor (1959) en de benoeming van een straat (1975) nog langer houdbaar waren. Na de lezing, die Gijs van Ginkel op uitnodiging van de Deutsche Gesellschaft für Chemie (DGCh) op 13 februari 2007 aan de RWTH gaf, lijkt de lucht geklaard. Vooral Emeritus Prof. D. Woermann (Köln) was bijzonder ingenomen met 'Prof. Peter J.W. Debye in 1935 - 1945', een onderzoek naar het oorlogsverleden van Peter Debye door Gijs van Ginkel. 

Ook belangstellenden kunnen via de  uitgeverij DE STER en boekhandel Selexyz (Maastricht) in het bezit komen van dit bronnenonderzoek. In een hoofdartikel in de STER van 2 maart 2007 beschrijft Ted Reckman hoe een wetenschappelijk werk ondanks veel tegenwerking toch openbaar wordt... 

Een dag later meldt ook het Dagblad de Limburger het nieuws, nu niet als hoofdartikel maar op pagina 11 onder Regio Maastricht. Maar ook de gemeenteraad reageert bij monde van John Aarts, die het college vraagt de Universiteiten van Maastricht en Utrecht te bewegen tot eerherstel van de naam Debye. 
  
Op 19 april 2007, tijdens de voorjaarsbijeenkomst van de KNCV in de Reehorst te Ede (Gld), gaven Hans Spaarnay,  Gijs van Ginkel en Hans Wijnberg invulling aan het thema: Peter Debye aan/en een zijden draadje. 

"Het was paniekvoetbal", een opmerking van de secretaris van de Edmund Hustinx Stichting, haalt een kop in De Limburger. Niet alleen bij de stichting (een deel van de site was enige maanden onbereikbaar) ook bij de krant, die in bedekte termen toegeeft het slachtoffer te zijn van een mediale hype! Het artikel verschijnt op de dag dat de Historische Kring Maastricht een Historisch Café in boekhandel Selexyz in de Dominicanerkerk (nabij Vrijthof)  organiseert. Sprekers zijn Ernst Homburg en Gijs van Ginkel.
Het Historisch Café vindt plaats op 26 april van 19:30 - 21:30 uur.

Het is 21:45, een kwartier over tijd, een gewoonte uit de streek. Een levendige discussie sluit het vraag /antwoord spel van het duo  Ernst Homburg  en Gijs van Ginkel af. Prominent aanwezig vele stadgenoten die na deze bijeenkomst niet veel wijzer werden en dat lag niet aan de sprekers! Prominent afwezig, de rector magnificus Gerard Mols. Je kunt 't de man niet kwalijk nemen: niet iedereen heeft een sterke rug...

Rond 9 uur in de ochtend van 28 april 2007 overleed op 94-jarige leeftijd, na een lange ziekteperiode Carl Friedrich von Weizsäcker (1912 - 2007). In 1936 kwam Weiszäcker naar Berlijn om in het team van Debye te gaan werken aan onderzoek op het gebied van energieomzettingen in sterren. Van 1939 tot 1942 werkte hij onder Heisenberg  aan de ontwikkeling van een Uranium Machine voor het Heereswaffenambt.

Begin 2006 was een twijfelachtig stuk van een wetenschapsjournalist voor twee universiteitsbesturen voldoende grond om het gebruik van de naam Debye van hun campus te verbannen. Nu, 15 mei 2007, besluiten beide besturen de commissie Terlouw  in te stellen, die straks moet adviseren hoe om te gaan met de conclusies van NIOD-onderzoek. Veel ellende en narigheid zou zijn  voorkomen als in het verleden voor deze uiterst zorgvuldige benadering was gekozen.

27 november 2007 meldt L1:   
Debye was geen nazi-sympathisant  volgens het onderzoeksrapport van Martijn Eickhoff  In naam der wetenschap? - P. J.W. Debye en zijn carrière in nazi-Duitsland Een merkwaardige ondertitel voor een studie over de wetenschapper die ver voor 1933, het jaar waarin Hitler een greep naar de macht deed, de top al bereikt had.

De universiteit van Maastricht en Utrecht zitten nu met het probleem dat opnieuw duidelijk wordt dat de weloverwogen beslissing begin 2006 genomen berust op een aantal wetenschappelijke tekortkomingen (contextloze beweringen over De Brief, vlucht Meitner, Hochspannungsturm, ...) van Rispens in de richting van Peter Debye (pag 14). Ook het NIOD ging daarbij niet geheel vrijuit!

Voor de gemeente Maastricht kan het boek gesloten worden: Het Beeld blijft staan en de namen van straten en pleinen worden niet veranderd.

Blijft de vraag of de beide universiteiten de moed hebben hun voorbarige beslissing terug te draaien. De Commissie Terlouw zal ze daarbij terzijde staan. Als het aan Sybe Rispens ligt krijgt hij geen eerherstel omdat "Debye in hoge mate opportunistisch heeft gehandeld tegenover de nazi's". 

Toch kan ook Eickhoff het construeren van verdachtmakingen niet laten. 
1
. Op pagina 54:
[...]
Het kwam in de context van de subsidies van de stichting zelden of nooit voor dat het wetenschappelijk internationalisme-ideaal ter discussie werd gesteld en een andere realiteit werd blootgelegd: de persoonlijke ambities van de betrokken wetenschappers. Een uitzondering vormt het gesprek tussen Weaver en Otto Warburg in de bibliotheek van diens instituut in Berlijn-Dahlem van januari 1938. Weaver berichtte hierover:
‘He said that the common notion that the Government was irresponsible and wicked, while the professors were honest and idealistic is, in point of fact, exactly reversed, adding that the academicians are “rotten to the bone”. 
He insisted that Kühn, Debye and Butenandt are interested only in things which they calculated will advance their personal position.
[...]


Terwijl vele wetenschappers door de Gleichschaltung moesten emigreren kon Otto Heinrich Warburg blijven en zijn onderzoek voortzetten. Op voorspraak van Hitler werd zijn joodse afkomst door Göring slinks heroverwogen en 'verdund'. 

2. Op pagina 68 e.v.:
[...]

Göring, zowel Reichsminister für die Luftfahrt als Bevollmächtigter für den Vierjahresplan belichaamde dit streven bij uitstek. Het resulteerde onder andere in het bombardement van de Spaanse stad Guernica op 26 april 1937 door de Luftwaffe.311 Krap een jaar later, op 1 maart 1938, sprak Göring van de ‘Wiederauferstehung’ van de Luftwaffe.312
[...]
In september 1936 ontving Debye een uitnodiging van Bäumker om deel te nemen aan een verkennende bijeenkomst van de Lilienthal Gesellschaft für Luftfahrtforschung.
[...]
In hetzelfde jaar werd ook besproken of Debye ‘ordentliches Mitglied’ zou kunnen worden van de Deutsche Akademie der Luftfahrtforschung.
[...]
Tijdens de bijeenkomst van juli 1937, waarbij ook Debye aanwezig was, werd ondermeer beklemtoond dat de ‘Luftwaffenforschung’ gestimuleerd moest worden.
[...]
Dergelijke vergaderingen, waar de grote lijnen van de academie werden uitgezet, waren intensieve bijeenkomsten. De dag na de vergadering van april 1938 schreef Debye aan K.T. Fischer, die hem had gevraagd als spreker voor een bijeenkomst van de NS-Lehrerbund’, dat hij ‘gestern im Luftfahrtministerium den ganzen Tag beschäftigt war’.328
[...]

Verwoed wordt gezocht naar materiaal dat aantoont dat Debye rechtstreeks betrokken was bij militair onderzoek. Jammer, maar dergelijke inspanningen, zoals onder 3, zijn niet te vinden. Het verzandt meestal in merkwaardige insinuaties en vreemde constructies. 
Uit één briefwisseling  concluderen dat alle vergaderingen intensief waren. Ze kunnen ook tijdrovend zijn geweest.
Het bombardement op Guerica direct te koppelen aan de Vierjahresplan van Göring om vervolgens de naam Debye in verband te brengen met de LGL en DAL. Alsof Debye nu medeverantwoordelijk was voor de ombouw van JU-52's.
Veel wetenschappers kregen te verstaan lid te worden van de Akademie, wilden ze nog aanspraak kunnen maken op Forschungsgelder. Na het vertrek van Debye nam Heisenberg zijn plaats in.

3. Op pagina 93 over het niet uitnodigen van Gustav Hertz
'Het is niet bekend of Debye hem om inhoudelijke redenen niet uitgenodigd had of dat zijn niet-‘arische’ afstamming de doorslag had gegeven.'
 

Misschien wel omdat iemand anders in de groep bezwaren maakte... wie weet. Hoe formuleerde Wittgenstein dit?
Was sich überhaupt sagen läßt, läßt sich klar sagen; und wovon man nicht reden kann, darüber muss man schweigen.  

Overigens werkte Gustav Hertz onder leiding van Fritz Haber samen met Otto Hahn, James Franck, Wilhelm Westphal und Erwin Madelung aan de ontwikkeling van chemische oorlogsvoering. (WO I - 1915). Voor bestuurders geen beletsel de naam van hun  school/instituut aan een van deze wetenschappers te verbinden: de Otto Hahn Schule, het Fritz Haber Institut,  de Gustav Hertz Schule, ... genoeg materiaal voor Rispens ook bij de oosterburen zijn kruistocht voort te zetten.

4. Op pagina 105:
[...]
Debyes 24-jarige zoon werd door sommigen op de campus zelfs voor een ‘nazi’ gehouden. 506 = 505!
[...]

Een zinnetje dat zo uit de boulevardpers zou kunnen komen!
Dr. Peter P.R. Debye werd op 20 januari 2007 geïnterviewd. Wat was zijn reactie? Hij zou waarschijnlijk hebben opgemerkt dat na het uitbreken  van WO II vele uit Duitsland komende emigranten te maken kregen met een golf van intolerantie en achterdocht. De FBI van Edgar Hoover zag achter elke binnenkomer een nazi-spion. Ideale omstandigheden voor het scheldwoord nazi!

24 december 2007 sturen Reiding, De Lang en Van Ginkel een openbrief naar Minister Plasterk en de Commissie Terlouw.

Laatste ontwikkelingen...

18 januari 2008 maakt de commissie Terlouw bekend:

Wij zijn van mening dat nu, zeventig jaar na dato, geen oordeel kan worden gegeven over de beslissing van Debye om de brief te ondertekenen, in de uitzonderlijk moeilijke omstandigheden waarin hij toen verkeerde en gegeven de dilemma’s waarvoor hij werd gesteld. Wij menen dat, nu geen kwade trouw van Debye is bewezen, moet worden uitgegaan van diens goede trouw.

De commissie adviseerde dan ook om de naam van Debye weer te verbinden aan de universiteiten. 
Utrecht volgt het standpunt van de commissie, Maastricht niet.

Rector magnificus Gerard Mols vindt een nieuw argument, nu los van de documenten uit 1938 en 1941 die februari 2006 zo'n beslissende rol speelden: "Gebrek aan maatschappelijke betrokkenheid van Peter Debye is een slecht voorbeeld voor onze studenten"L1

Woorden waaruit blijkt dat de rector magnificus de uitspraak van de commissie Terlouw naast zich neerlegt en de naam van Peter Debye niet meer gekoppeld wenst te zien aan de University Maastricht. De prijs, ooit ingesteld door Edmond Hustinx, bestuurslid en financieel ondersteuner van de Stichting Wetenschappelijk Onderwijs in Limburg, werd elf maal uitgereikt, het laatst in 2004 aan  Allan Bradley, Cambridge.

Een moment om serieus te overwegen de Peter Debye Prijs bij de Universiteit Utrecht onder te brengen, vooral omdat juist het Debye Institute dat onderzoek verricht waarvoor Peter Debye in 1935 een compleet laboratorium bouwde: de structuur van materie. 

Op 4 februari 2008, tijdens de Dutch Polymer Days, een lezing van Jan van Turnhout getiteld "Nobel prize winner Debye - from bee to chameleon, an impossible transmutation" verluchtigd met fraai historisch beeldmateriaal.

De beide ex-professoren Heertje en Polak delen nog steeds de visie van de aanstichter: lees hun opiniestuk Nobelprijswinnaar was antisemiet in Trouw van 13 februari 2008. In de eerste zin wordt al duidelijk uit welke hoek de wind waait: werkzaam in Nazi-Duitsland van 1927 tot 1940. Van Ginkel, oud-directeur van het Debye Institute, reageert onmiddellijk. Op 20 februari 2008 verschijnt in Trouw Debye deed wat hij kon, onder de nazi’s.

In dezelfde week heeft Simon Rozendaal een gesprek met de 83-jarige Puck Siemens-Niël, die vanaf haar zevende werd opgevoed in het gezin van haar opa en oma, de ouders van Peter Debye. Ze weet het nog zeker: Mijn oom haatte Nazi's.

Op 21 februari 2008 doorbreekt de Hustinx-stichting de muur van stilte: de Peter Debye Prijs zal weer worden uitgereikt, waar is nog niet duidelijk. De The Peter Debye Prize for Excellence in Dielectric Research for Young Investigators kreeg al eerder, na een kortstondige onderbreking eerherstel. 

Op dezelfde dag meldt L1 KNCV-chemici houden Debye als erelid, een bericht uit C2W, het weekblad van de vereniging dat in 2006 in heel andere bewoordingen over Debye berichtte!

Ruim vijf jaar geleden signaleerde Google Insight enige opwinding rond Debye waardoor veel wetenschappelijke informatie in de database naar de achtergrond verdween. Inmiddels is de rust terug, is de wetenschapper gerehabiliteerd en zit de UM met morrende medewerkers.

Donderdag 24 maart 2011 mag Alfons van Blaaderen in het statige stadhuis van Maastricht de prijs in ontvangst nemen. [Maastricht Aktueel]


Door zwingenden obwaltenden Umständen is een van de vele biografietjes (Rispens' omschrijving) enige tijd niet bereikbaar geweest. Een restyled side-site bracht uitkomst. In het tweede deel van de tekst bericht historicus Snelders over Debye's apolitieke instelling.

 


In Peter Debye und das Kaiser-Wilhelm-Institut für Physik in Berlin beschrijft Horst Kant hoe Planck en Debye hun zinnen hadden gezet op het realiseren van de KWI für Physik. Na flink wat lobby-werk, waarbij zelfs Göbbels (Min. f. Volksaufklärung u. Propaganda) ingeschakeld wordt, schrijft Planck aan Debye:

Ich kann Ihnen heute die erfreuliche Mitteilung machen, dass die bestehenden Schwierigkeiten wegen des Bauens des Kaiser-Wilhelm-Instituts für Physik nunmehr behoben sein dürften. Denn erstens hat die Rockefeller-Foundation erklärt, dass sie bereit sei, den Betrag von 360.000,- $, den sie seinerzeit zur Verfügung stellen wollte, zu zahlen und zweitens sind die Bedingungen, die sie an diese Zahlung geknüpft hat, inzwischen erfüllt worden.... [11 feb 1935]

Het was een dubbeltje op zijn kant. De Rockefeller-Foundation, niet blind voor de ontwikkelingen in Duitsland, eiste van Planck de garantie dat de overheid nimmer de leiding over de instellingen kon overnemen. Na moeizame en langdurige onderhandelingen - Debye wilde zijn Nederlandse nationaliteit niet opgeven en bovendien gevrijwaard worden van het geven van colleges - vindt maart 1936 zijn benoeming plaats tot directeur van het KWI met goedkeuring van de Nederlandse Overheid. Misschien is deze benoeming de aanleiding voor een opmerkelijk naturalisatiebericht in het Staatsblad van 4 April 1935. 
Debye concentreert zich nu volledig op de bouw en inrichting van dit nieuwe instituut. Hij bezoekt zelfs Simon in Oxford, Haas in Leiden en Philips in Eindhoven om zich te laten beraden over de inrichting van zijn cryogeen laboratorium. Ook Siemens wordt benaderd voor ontwerp en bouw van een enorme hoogspanningsgenerator: 2.8 MV bij 3 mA. Een voor die tijd gigantische installatie voor de 'zertrümmerung' van atomen, een speeltje vergeleken met de in aanbouw zijnde LHC in CERN.

In Naturwissenschaften, 25, 257 (1937) beschrijft Debye zijn installatie. Maar... 

Debye schreef er niet bij dat het instrument veel te groot was voor dat onderzoeksdoel. Het was vooral een statussymbool.

...volgens Rispens, die geen middel onbenut laat bij het desavoueren van Debye. 

Op 30 mei 1938 kreeg Debye de sleutels overhandigd tijdens de 27ste jaarvergadering van de KWG. De kosten van de bouw beliepen 1.076.382,43 RM. Boven de hoofdingang had Debye gezorgd voor een grote inscriptie: 'Das Max Planck Institut', wel wetend dat dit bij de NS-leiding niet in goede aarde zou vallen. Max Planck had zich de woede van de Nazi's op de hals gehaald toen hij bij Hitler een goed woordje voor de joodse wetenschapper Fritz Haber had gedaan, nota bene de man die in WO I de chemische oorlogsvoering introduceerde. Debye was te ver gegaan, maar de slimme vos dekte de naam af met een fraaie plank wel wetend dat iedere medewerker de symbolische betekenis zou begrijpen. Niet de Nazi's... die kwamen pas weken later op het idee.

Horst Kant beschrijft de manier van leidinggeven van Debye als hij Carl Friedrich von Weizsäcker aan het woord laat:

Debye war ein außerordentlich liberaler Direktor. Er hat mir so gut wie keine Aufträge gegeben, sondern mir gesagt, ich solle einfach dasjenige erforschen, was mich interessiere. Ich habe damals insbesondere über Kernreaktionen im Innern der Sonne gearbeitet.

De volgende passage is ook typerend:
Bij zijn onderzoek naar het bereiken van zeer lage temperaturen steunde Debye op het werk van Franz Simon, die gedwongen door de omstandigheden naar Oxford moest uitwijken. In mei 1939 zou Debye in Danzig een feestrede houden over 'Tieftemperaturphysik' waarbij ook 'Partei'-leden en overheid aanwezig zouden zijn. Aan de voorzitter van de dag Prof W Klemm schreef hij:

[...] Nun liegt bei meinem Thema die Sache so, daß die neuesten und besten Versuche von Simon in Oxford gemacht wurden, [...] Sie wissen, wer Simon ist. Ich kann aber den Vortrag nicht halten, ohne daß ich seine Verdienste und seine Resultate besonders stark hervorhebe. Das ist aber zur Zeit, wie ich in anderem Zusammenhang neulich gesprächsweise feststellen konnte [Gespräch in Vorbereitung eines internationalen Kältekongresses in Deutschland - H. K.], heute nicht erwünscht. Ich habe das Gefühl, daß es speziell in Danzig noch weniger erwünscht sein wird.

Dat Debye op het vertrek van zijn joodse collega's niet gereageerd zou hebben is dus een fabeltje!

Onder Debyes Abgang aus Berlin (vertrek; niet ondergang!) beschrijft Horst Kant hoe Debye's instituut, na de ontdekking van de eerste kernreactie door Hahn en Strassmann van het KWI für Chemie, door het Heereswaffenamt wordt overgenomen. [Telschow 17-10-1939]. Een blik op de opstelling leert dat de weg naar een militaire toepassing nog lang is.

Uiteindelijk beseft ook de legertop dat wetenschappelijk onderzoek niet hun sterkste kant is...

Kant:
Im April 1942 hieß es, daß das Heereswaffenamt das KWI für Physik an die KWG zurückgeben werden (dies wurde dann zum 1. 7. 1942 realisiert) und der Senat der KWG beschloß, Heisenberg als »Direktor am KWI für Physik« zu berufen, um diese Stelle auch weiterhin für Debye offenzuhalten.

In hetzelfde jaar startte in de VS in het diepste geheim het Los Alamos-project en werd Lübeck met een coventioneel bombardement platgegooid. 

Na de overname van het KWI für Physik door het Heereswaffenamt wordt Debye op non-actief gezet. Als onderhandelingen om het cryogene lab voor eigen onderzoek te mogen gebruiken mislukken, vertrekt Debye met de SS Conte di Savoia op 23 jan 1940 richting New York. 


Volgens kleinzoon Nordulf Debye komt zijn grootvader op 1 feb 1940 in New York aan. Uit persoonlijk correspondentiemateriaal blijkt dat hij onmiddellijk contact opneemt met de Rockefeller-Foundation om te informeren of het verlaten van zijn post in Berlijn problemen zou geven. Men verzekert hem dat dat niet het geval was. In het voorjaarssemester van Cornell University geeft hij dan de Baker Lectures. Enige maanden later krijgt Debye een hoogleraarschap aangeboden van Yale University en Cornell University.
Hij kiest voor Cornell (jul 1940). Wel moeten eerst visa-problemen worden opgelost. Uit verschillende brieven blijkt dat Debye zich zorgen maakte over de continuering van zijn driejarig contract. 

In een brief van 28 jul 1940 aan Telschow over de nieuwe situatie,  betreurt Debye ook de omstandigheden waaronder hij  zijn instituut in Berlijn heeft moeten verlaten. [Eric Courtens - Debye, A life for Science]. 
Een telegram van 23 jun 1941 waarin Debye opnieuw pleit om das Institut zu alten Bedingungen wieder zu übernehmen, sobald dies von dort aus möglich sei [Horst Kant - Peter Debye und das KWI f. Physik] zou in die richting kunnen wijzen, maar zou ook een tactische beweging kunnen zijn, achtergebleven familieleden niet in gevaar te brengen. De letterlijke tekst is helaas niet bereikbaar.
[Zijn grootmoeder Mathilde Alberer Debye vertrok al eerder via Lausanne naar Lissabon om met de SS Marques de Comillas op 21 dec 1940 richting New York te varen. Aankomst 8 jan 1941.]

Nu weten we dat die vrees onterecht was: de rest van zijn leven zou hij aan Cornell blijven. 
Op 14 aug 1941 dient de Debye een officiële aanvraag in voor een VS-staatsburgerschap. Uit onderzoek in vrijgegeven FBI-verhoren uit die tijd ervaart Nordulf Debye dat meestal lovend over Debye wordt gesproken. Een uitzondering zijn Rudolf Ladenburg, Wolfgang Pauli  en Albert Einstein (Princeton) en Otto Stern (Carnegie Institute of Technology).

In de file 77-148 vml Newark, NJ - 14 sep 1940 opgenomen door FBI-Agent Joseph McMahon, zijn de verhoren van Robert Ogden (Dean of Liberal Arts, Cornell) en Albert Einstein (Princeton) beschreven die beide over de dubieuze 'Einstein-brief' gaan. 

Robert Ogden vertelt dat voorjaar 1940 Prof. Lowe (Princeton) naar een joodse collega op Cornell schreef dat Einstein een brief (van Stengler?) had ontvangen met belastend materiaal over Debye. Volgens Ogden een vereffening van een oude rekening. Edmund Davy (President Cornell) beschouwt de inhoud van de brief bullshit.
Albert Einstein vertelt dat een Brits agent hem thuis opzoekt en hem een brief toont van een buitenlander genaamd Feadler [misschien ook Fiedler; N.D.] aan hem (Einstein) gericht en door de geheimendienst onderschept. Einstein neemt de beschuldigingen in de brief serieus en stuurt de informatie naar Prof Lowe (Princeton). Kirkwood (Cornell) schrijft Einstein dat deze vage beschuldigingen waarschijnlijk verzonnen zijn. Ook Debye wast Einstein de oortjes (brief 12 jun 1940). Nu krijgt Kirkwood weer een brief waarin Einstein schrijft nooit iets verkeerds gehoord te hebben, maar dat hij hem wel goed genoeg kent om hem niet te vertrouwen. Dan volgen de bekende beschuldigingen...

Een onderzoek met een merkwaardig resultaat: één brief in twee verschijningsvormen... een vorm van dualisme?

Verder verwijst Nordulf Debye naar een onderzoek van Kristie Macrakis van Michigan State University, waarin beschreven wordt in welke politieke problemen de Rockefeller-Foudation terecht kwam bij de realisatie van het KWI f. Physik. 


In The Rockefeller-Foundation and German Physics under National Socialism beschrijft Kristie Macrakis hoe deze instelling worstelde met de in 1930 gedane toezegging geld beschikbaar te stellen voor de bouw van het KWI f. Physik. Vooral na 1933 als in Duitsland een nationaal-socialistisch totalitair regime de overhand krijgt.  

Rockefeller-Foundation vraagt bij voortduren naar garanties dat de staat het instituut niet voor eigen (militaire) doeleinden kan overnemen. Zomer 1934 hoort Wilbur E. Tisdale, medewerker van een vestiging van de foundation in Parijs, dat Debye bouwleider en toekomstig directeur van het instituut zou worden. Voor Tisdale een geruststelling, want volgens hem had Debye ruggengraat: had hij niet in Leipzig bij de aanstelling van een medewerker kennis laten prevaleren boven de gewenste politieke geaardheid...

Intussen probeert Planck vertwijfeld 150.000 RM voor operationele kosten vrij te krijgen, waarbij alle middelen werden ingezet [brief Planck/Göbbels - 6feb1934]:

Planck explained to Goebbels that he had found a first-rate scientist to direct the institute and that under Peter Debye's leadership it was bound to make revolutionary innovations in atomic physics and in daily life that could not yet be foreseen, as was the case with X-rays and the wireless radio...


Uiteindelijk is de Foundation bereid het geld beschikbaar te stellen. Kristie Macrakis:

he [Planck] had only two more hurdles to jump: the written statements from the ministries and a way to convert dollars into marks at the old rate. To achieve the latter goal he consulted with two members of the governing body of the Kaiser Wilhelm Gesellschaft, Albert Vögler, the steel industrialist, and Hjalmar Schacht, the president of the Reichsbank. By the end of December, Vögler received a statement from Brinkmann, a director of the Reichsbank, written at Schacht's request, whereby $ 360,436,75 "IN CASH" would be converted to the old sum of RM 1.5 million. The grant was then made. Planck later thanked Vögler for his intercession: "That the Reichsbank agreed to exchange the dollar amount for the RM 1.5 million was made possible through Vögler's intercession for which he [Planck] especially thanks him again". 


In oktober 1936 wordt Göring  Generalbevollmächtiger für den ersten Vierjahresplan
Een jaar later wordt Debye, inmiddels Nobelprijswinnaar, lid van het bestuur van de Deutsche Akademie der Luftfahrtforschung. In deze hoedanigheid en als directeur van het Max Planck Institut in aanbouw moet hij meerdere malen contact hebben gehad met Göring. De rol van Einstein tov van Debye is niet altijd even helder. Zijn opmerking dat Debye grote angst voor Göring had, zou wel eens kunnen kloppen.

30 mei 1938 vond de officiële opening plaats van het KWI für Physik tijdens de 27ste jaarvergadering van de KWG

Eind 1939, tegen alle afspraken in, neemt het Heereswaffenamt het KWI für Physik over. Kristie Macrakis:

When the war broke out in the autumn of 1939, the Heereswaffenamt, under the direction of Kurt Diebner, took over the institute in order to study the military use of nuclear fission. Debye later recalled that "one Saturday, after I had built the whole institute and was just beginning -- and that was quite nice ... the administrator comes in and tells me he was very sorry but I could not go in the institute anymore if I did not become a German citizen!" (Debye was still a Dutch citizen.) Dr. Ernst Telschow, the general director of the Kaiser Wilhelm Gesellschaft, told Debye that he [Telschow] was "forced" to do this "after a conference of Telschow, Rudolf Mentzel and some men from the Heereswaffenamt". Debye found out that Telschow "took the steps on his own initiative and that the president of the Gesellschaft R.[obert] Bosch was not informed".

A few weeks later, Debye spoke to Mentzel at the ministry who told him that the ministry could no longer contribute financially for research at the institute unless it was military research and the staff were German citizens.
Mentzel suggested Debye could give seminars at the Physikalische Institut of the University of Berlin or write a book.

As Debye already had received an invitation to become the George Fisher Baker lecturer at Cornell University in the first half of 1940, he proposed taking leave and extending it until the situation changed. TM Debye wrote to Tisdale at the Rockefeller Foundation that: "Owing to the now prevailing conditions in this country, the Max Planck Institute will have to enter a new phase of its existence ... until now the Institute has been dealing with purely scientific research only. I have been informed that the government itself from now on wants to decide the kind of questions to be treated." 

Niet alleen Debye en de Nederlandse overheid hebben een probleem, ook de Rockefeller-Foundation, die in de pers zwaar wordt aangevallen voor haar vrijgevigheid aan de Führer.


In 1933 krijgt Hermann Göring, Jagdflieger in WO I en ooit testvlieger voor Fokker - Nederland (Anthony Fokker, neef van Adriaan) de leiding over het Reichsluftfahrtministerium (RLM). Belangrijkste man op het ministerie Adolf Bäumker, Abteilungsleiter für Luftfahrtforschung im Technischen Amt des RLMs.

Door tegenvallende resultaten van de Vereinigung für Luftfahrtforschung (VFL) greep Bäumker naar een totale reorganisatie van de luchtvaartindustrie, die leidde tot de oprichting van de Lilienthal - Gesellschaft für Luftfahrtforschung. Als talentvol organisator verlaat Bäumker zich steeds weer op contacten met vooraanstaande personen uit politiek en wetenschap. Zo bezien is het niet verwonderlijk dat juist Debye bij de oprichting betrokken wordt. Op 12 juni 1936 vond met veel pracht en praal  en vele internationale prominenten, waaronder Charles Lindbergh, de  officiële oprichting plaats. 

Ruim een maand later kreeg de LGfL haar kroonjuweel: de Deutsche Akademie der Luftfahrtforschung met als president Hermann Göring, een erebaan. Baumker mikte op de ijdelheid van Göring door hem voor te spiegelen, dat hij zich als beschermheer van de academie zou kunnen vergelijken met de Pruisische keurvorsten, ooit ook beschermheren van instellingen van hoger onderwijs. Vice-president werd Erhard Milch. De zakelijke leiding kwam in handen van Bäumker.

Al vrij snel wordt duidelijk dat wetenschappers die zich aan de LGfL of de DAL trachten te onttrekken, niet meer hoefden aan te kloppen voor ontwikkelingsgelden. 


De gedramatiseerde media-aandacht die Debye's brief in Nobelprijswinnaar met vuile handen krijgt, zorgt dat andere pogingen de historie op een eigen wijze in te kleuren nauwelijks opvallen. 

0. Neem uit regel 2:
[... 
Dat hij voor de Tweede Wereldoorlog een bijdrage leverde aan Hitlers belangrijkste militaire onderzoeksprogramma, is vergeten en vergeven. 
...]
De voorwaarden van de Rockefeller Foundation lieten dit niet toe! Dus er is niets te vergeten, laat staan te vergeven!

Over het realiseren van dit militaire onderzoeksprogramma schrijft Rispens:
[...
Max Planck was er inmiddels in geslaagd het instituut bij Goebbels onder de aandacht te brengen. Goebbels was zo overtuigd geraakt van de beloften van de nieuwe ‘atoomwetenschap’, dat hij ervoor zorgde dat Debye alles kreeg waar hij om vroeg. Hij kreeg toestemming een volledig nieuw onderzoekslaboratorium voor het Kaiser Wilhelm Institut te bouwen.
...]
Hoe doortastend en vrijgevend van Göbbels! Kristie Macrakis treft een heel andere situatie aan.
 

1.
Een stukje uit de brontekst waar de felle reactie van Einstein, ver weg van het chaotische Duitsland van Debye, wordt opgevoerd:

[...
Toen Debye in 1940 in Amerika aankwam, werd hij daar allerminst met open armen ontvangen. Niemand minder dan Albert Einstein kwam tegen hem in actie. Einstein had al snel het grote gevaar van Hitler en zijn nationaal-socialistische beweging gezien. In januari 1933 schreef hij vanuit Amerika een persverklaring waarin hij zich uitliet over de ‘psychische gestoordheid van de massa’s’ in Duitsland. ‘Zolang mij de mogelijkheid openstaat, zal ik alleen in een land wonen waarin de politieke vrijheid, tolerantie en gelijkheid van alle burgers door de wet geregeld worden.’ Toen de nazi’s een maand later, na de brandstichting in de Reichstag, alle communistische parlementsleden oppakten, was er voor Einstein geen twijfel meer mogelijk over de bedoelingen van de nieuwe machthebbers. Hij besloot, nog op het schip op weg terug naar Europa, al zijn functies in Duitsland neer te leggen. Nooit meer zou hij een stap op Duitse bodem zetten.
...]
De brandende ambassades in het Midden-Oosten leren dat de ‘psychische gestoordheid van de massa’s’ van alle tijden is!
Toen in 1940 de oorlog uitbrak gebeurde hetzelfde als onder WO I: de voor de nazi's gevluchte emigranten stootten op een muur van intolerantie, antisemitisme en achterdocht. Achter elke binnenkomer kon een nazi-spion schuil gaan.




2. Ook de gretigheid waarmee Debye Einstein wilde opvolgen wordt beschreven:
[...
Debye aarzelde geen moment toen hij in het najaar van 1933 een aanbod uit Berlijn kreeg: uiteraard wilde hij Einstein opvolgen als directeur van het belangrijkste onderzoekslaboratorium voor natuurkunde in Duitsland, het Kaiser Wilhelm Institut für theoretische Physik. Debye was toen al een befaamd onderzoeker in het grensgebied tussen natuurkunde en chemie. Het was hem als eerste ter wereld gelukt inzicht te geven in de structuur van atomen. Op dat moment was hij hoogleraar experimentele natuurkunde en directeur van het natuurkundig instituut aan de universiteit van Leipzig.
...]
In Peter Debye - A life for Science in Ferroelectrics (2002, Vol. 267, p. 50) meldt Eric Courtens echter:

Debye took a week to consider Planck's letter, for him an unasually long thinking time. He responded favorably on Dec 8, 1933, explaining that he had good feelings about the importance and outcome of the research that could be achieved at such a facility, and that hy would be pleased to direct it, especially if he could find more time for research.


3.
Over het paspoort, waarmee Debye al vanaf 1910 in Europa van universiteit naar universiteit trok (zie Snelders), heeft Rispens een originele theorie ontwikkeld: 
[...
In 1935, nadat allerlei machtsstrijden in Berlijn waren uitgewoed, kon Debye beginnen. Hij hoefde alleen nog maar zijn Nederlandse paspoort tegen een Duits in te ruilen. Er gingen geruchten dat Debye genomineerd zou worden voor de Nobelprijs voor chemie 1936. Hij voelde echter wel aan dat een wetenschapper met een Duitse nationaliteit geen Nobelprijs zou krijgen. Daarom wilde hij graag de Nederlandse nationaliteit behouden.
...]


4. In het vervolg krijgt de gezindheid van Debye een nieuwe invulling...  
[...
Zijn baas, de eminence grise van de Duitse natuurkunde Max Planck, overtuigde hij ervan dat vooral de inhoud van zijn onderzoek en zijn bewezen Duits-nationalistische gezindheid van belang waren, niet zijn nationaliteit. Zo werd Debye, als eerste buitenlander ooit, op 1 oktober 1935 tot directeur van het Kaiser Wilhelm Institut benoemd. En in 1936 kon hij zonder problemen de Nobelprijs in ontvangst nemen.
...]

waarschijnlijk een vrije interpretatie van Horst Kant:

Von der Absicht, den Posten des KWI-Direktors mit dem des Direktors des Universitätsinstituts zu verbinden, erfuhr Debye offensichtlich erstmals Mitte Dezember 1933 von Stark. Debye war davon nicht begeistert, denn Planck gegenüber hatte er kurz zuvor betont, daß eine Hochschulprofessur doch viele Verpflichtungen mit sich bringe und er glücklich sein werde, »[...] wenn ich der wissenschaftlichen Forschung mehr Zeit widmen könnte.« - Auch das war sicher ein Grund mit, warum sich die Berufungsverhandlungen an der Berliner Universität bis Ende 1935 hinzogen; ein anderer war, daß Debye darauf bestand, seine holländische Staatsbürgerschaft zu behalten, obgleich seine politischen Ansichten ansonsten stark deutsch-national geprägt waren. Berufen wurde Debye dann im März 1936 rückwirkend zum 1. Oktober 1935, seine erste Vorlesung hielt er im Wintersemester 1936/37

Horst Kant vermeldt niet dat Debye, nu hij in buitenlandse staatsdienst zou komen de instemming van koningin  Wilhelmina moest hebben. Die toestemming bereikte Berlijn kennelijk eind 1935!


5.
Als Oostenrijk wordt ingenomen moet Lise Meitner in veiligheid worden gebracht. Rispens verhaalt:
[...
Meitner moest onmiddellijk worden geëvacueerd. Bohr mobiliseerde daarvoor drie Nederlanders: Hendrik Antoine Kramers, hoogleraar natuurkunde in Leiden, Dirk Coster uit Groningen, die al jarenlang goed bevriend was met Meitner, en Adriaan Fokker uit Haarlem. De vier bereidden een spectaculair plan voor om Lise Meitner te redden. Ook Peter Debye werkte aan het evacuatieplan mee. Hij gebruikte zijn positie als directeur om Bohr, Kramers, Coster en Fokker onopvallend op de hoogte te houden van de situatie in Berlijn, en zorgde er door aanbevelingsbrieven voor dat Meitner een positie kreeg aan een universiteit in het buitenland.
...]
In Dictionary of Scientific Biography van Coulston Gillispie schrijft O.R. Frisch, neef van Lise Meitner en tijdgenoot:

The Dutch physicist Peter Debye communicated (through Scherrer in Zürich) with Dirk Coster at the University of Groningen, and Coster arranged that Meitner be allowed to enter Holland, dispite the lack of papers. No one except Hahn kwew that she was leaving Germany for good. Meitner remained in Holland for only a short time, then went to Denmark, where she was the guest of Niels Bohr and his wife.


6. Over het beruchte telegram uit 1941 meldt Rispens in kleurrijke bewoordingen:
[...
Op 23 juni 1941, Duitsland kon de oorlog nog steeds winnen, stuurde Debye een telegram naar het Generalkonsulat in Berlijn. In het telegram verklaarde Debye ‘te allen tijde bereid te zijn de leiding van het Kaiser Wilhelm Institut, op basis van de oude voorwaarden, weer op mij te nemen’. Het telegram bleef onopgemerkt in Berlijn, en zo wachtte Peter Debye tot het eind van de oorlog tevergeefs op antwoord.
...]
 Het telegram wordt volgens Horst Kant genoemd in archiefmateriaal van het Heereswaffenamt: MPG Abt. I, Rep. 1A, Nr. 1652 (Aktennotiz Telschow vom 26. 1. 42).  De letterlijke tekst is niet bekend. Of Debye werkelijk naar zijn hypermoderne lab terug wilde, lijkt onwaarschijnlijk. Mogelijk wilde hij via dit telegram voor nog in Berlijn verblijvende familieleden een uitwijken naar de VS mogelijk maken. 
Even onwaarschijnlijk '
het wachten  tot het eind van de oorlog': twee maanden later, op 14 aug 1941 dient Debye een officiële aanvraag in voor een VS-staatsburgerschap!


7. De aankomst van Debye in N.Y. beschrijft Rispens als volgt:
[...
Toen Albert Einstein hoorde dat Peter Debye aan een Amerikaanse universiteit een gastdocentschap had gekregen, deed hij iets wat hij nog niet eerder had gedaan in zijn leven. En dat nog wel tegen een man die hij in het verleden meermalen een handje had geholpen in zijn carrière. Einstein, die tientallen vluchtelingen uit Europa aan een baan en onderdak had geholpen, schreef een brief aan zijn collega’s, waarin hij Debyes doopceel lichtte. Uit betrouwbare bron had hij vernomen, tekende hij op, dat Debye nauwe contacten met het naziregime onderhield. Bovendien gaf de bron aan dat Debye nog steeds in nauw contact stond met de Duitse bevelhebbers. Einstein riep zijn collega’s op dat te doen wat ze als ‘Amerikaanse burgers als hun plicht beschouwen’.
...]
Nordulf Debye en Gijs van Ginkel, vinden na minutieus rechercheren in FBI-files aanwijzingen, dat De Bron, die her en der in historische files genoemd wordt, helemaal niet zo betrouwbaar is!


8. De sneer (een belegen grap uit de Leipziger-periode?) over...
[...
Debyes vorstelijke salaris (een grap onder natuurkundigen van die tijd[!] luidde, dat een normale onderzoeker van ‘één millidebye’ nog ruim zou kunnen leven) werd nog tot 1943 doorbetaald. Daarna kregen dochter Mathilde en schoonzus een vergoeding van vierhonderd Reichsmark per maand en een gratis vervangende dienstwoning, ‘totdat Professor Debye was teruggekeerd, op zijn langst echter tot 31.12.1946’.
...]

is een belachelijke opmerking, gelet op de graaicultuur in het huidige WO. Volgens Herman de Lang schijnt de woordspeling bedacht te zijn door HBG Casimir in Het toeval van de werkelijkheid (1983)

9. In NETWERK van 18apr2006 20:30 waar delen van deze site over het TVscherm scrollen, herhaalt Rispens opnieuw dat Debye betrokken was bij militair onderzoek ten behoeve van het Hitler-regime. 
Fritz Haber introduceerde in WO I het gebruik van chloor als gifgas (Yperen). Van Peter Debye weet hij alleen op te merken dat elk natuurkundig instituut in oorlogstijd militair ingeschakeld wordt.
De Rockefeller-Foundation (zie 0) en de Nederlandse regering (zie 4) zouden dit nooit hebben geaccepteerd! 
Over de brief (9dec1938), die onder druk van gebeurtenissen rond/na de Reichskristallnacht (9/10nov1938) is ontstaan, blijft Rispens hardnekkig: Debye kan niet als naam op de gevel van een wetenschappelijk instituut. 

Al deze voorbeelden illustreren hoe selectief gebruik is gemaakt van historische informatie uit bronnen, die Rispens in zijn 'Einstein in Nederland' onder 'Dankwoord' vermeldt. Kortom: voldoende stof voor een optreden in een programma als 'De leugen regeert'.


Veltman, de schrijver van het 'Woord vooraf', merkt in VPRO's Boeken@cetra van 26 feb 2006 op:

Het moet afgelopen zijn met het gezeur rondom Peter Debye. Wat moet je als wetenschapper wanneer je voor je bestaan een bepaald systeem wordt opgelegd. Met morele diskwalificaties achteraf moet je niet aankomen. Debye ging in 1940 niet voor niets naar de Verenigde Staten. 

Waarmee toch iets is toegevoegd. Waarom niet aan het eind van het 'Woord vooraf'...


Zwischen Autonomie und Anpassung  - Dieter Hoffmann und Mark Walker

Peter Debye - Ein Dossier - Dieter Hoffmann

http://people.clarkson.edu/~ekatz/scientists/debye.html     

http://nobelprize.org/chemistry/laureates/1936/debye-bio.html.

http://www.uni-leipzig.de/~gasse/gesch1.html

http://www.hustinxstichting.nl/dutch/pagina/p_pd_p.html.

http://www.histinst.rwth-aachen.de/ext/nobel/html/Debye%20Text%201.htm.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Peter_Debye

Jo Geuskens