CONCONITEST VOOR WIELRENNERS

 

In ItaliŽ (Conconi) Zwitserland (Probst) maar ook in Nederland (v.d.Bosch, Sligchers) wordt steeds meer gebruik gemaakt van de Conconitest voor het bepalen van de Anaerobe-drempel. Volgens Conconi bevindt zich de Anaerobe-drempel bij die arbeid waarbij de hartfrequentie bij toenemende belasting niet meer lineair oploopt. Een goede correlatie met de 4-mmol-drempel kon door deze testleiders gevonden worden.

Verschillende testleiders hebben ook geprobeerd de Conconitest op de Fietsergometer uit te voeren. Maar weinigen konden een knikpunt in de hartfrequentie zichtbaar maken zie Tabel 1

  

Auteurs

 

Aantal

Belastingsprotocol

Start

(watt)

Increment

(watt)

Duur

(sec)

Aantal

knikken

Ribeiro

 

Urhausen

Gaisl

11

16

12

72

30

25

50

0

30

26

10

10

60

60

60

60

11

8

1

8

Tabel 1.

Deze drie arbeidsgroepen werkten met een constante belastingsduur per trap.

Bij de Conconitest op een 400m baan loopt de atleet met een constante snelheid 200m en verhoogt na 200m zijn loopsnelheid iedere keer met 0,5 km/h. De belastingsduur per trap verkort zich en blijft dus niet constant.

Volgens Di Prampero (3) is het loopvermogen afhankelijk van het lichaamsgewicht en evenredig met de snelheid (V) en kan met de formule P = C * V (c = energieverbruik tijdens het lopen) uitgerekend worden. De arbeid per lichaamsgewicht, die de atleet per trap verricht, wordt daarmee: W = P * t = C * v * LAP (lap=tijd/200m), waarbij het product v * LAP aan de gelopen 200m (s) ontspringt. Die arbeid wordt vervolgens W = C * s en is afhankelijk van de loopafstand en daardoor per belastingstrap constant.

Wil men nu de Conconi-test op de fietsergometer ook correct uitvoeren, zal men ook de arbeid per belastingstrap en niet de duur ervan constant moeten houden.

Bij het vastleggen van het belastingsprotocol gaan we van de volgende overwegingen uit. Het startvermogen moet zo hoog gekozen worden, dat de hartfrequentie zich zeker boven de 120 slagen/min bevindt en in het lineaire bereik van de hartfrequentie-vermogensrelatie ligt. De belastingsduur van de eerste trap moet zolang gekozen worden, dat we met de hartfrequentie in een <steady state> komen.

 

  

Materiaal en methoden:

Voor het uitvoeren van de test heeft men een fietsergometer nodig waarbij men de weerstand in watts kan instellen en een hartslagmeter, voor het registreren van de hartslag. Als warming-up wordt 10-15 min. gereden met een belasting van 100 Watt. Aan het einde van deze fase start de testpersoon de test met een startvermogen van 100 watt. Om de test voor wielrenners aan te passen wordt als trapsnelheid gekozen voor 90-100 omwentelingen/min.

Een hartslagmeter (POLAR sporttester of gelijkwaardig) registreert en slaat de hartslagen op in zijn geheugen. Bij de eerste trap wordt de testpersoon 120 sec belast wat een arbeid van 120 x 100 watt = 12 kJ oplevert. Aansluitend wordt het vermogen met 20 watt naar 120 watt verhoogd en de belastingsduur van 120 naar 100 sec. verlaagd, om de arbeid constant te houden.

Aan het eind van de test, wanneer men het te rijden vermogen niet meer kan halen, kan men de gegevens in een grafiek verwerken (zie grafiek 1).

 

 

  

 

Grafiek 1

 

Het tijdstip van de vermogensverhoging wordt d.m.v. een protocoltabel aangegeven (zie Tabel 2).

 

 

Naam : Huub Kuepers

Leeftijd†††††††††† : 43 jaar

Datum††††††††††† : 13-02-1991

Instelling fiets

Stuur hoogte††††††††††† : 102

Zadel hoogte††††††††††† : 70

 

lengte : 10

lengte : 3

CUM

(minuten)

LAP

(seconden)

VERMOGEN

(watt)

HF

(slagen/min)

2.00

120

100

112 

 3.40

100

120

 117

 5.06

86

140

 123

 6.21

75

160

 130

 7.27

67

180

 136

 8.27

60

200

 142

 9.22

54

220

 148

 10.12

50

240

 154

 10.58

46

260

 160

 11.41

43

280

 167

 12.21

40

300

 172

 12.58

37

320

 175

 13.34

35

340

 179

 14.07

33

360

 181

 14.38

32

380

 183

 15.08

30

400

 185

 15.37

29

420

 

 16.04

27

440

 

 16.30

26

460

 

 16.55

25

480

 

Tabel 2

 

 

Is men echter in het bezit van een computer en beschikt men over het Computerprogramma HRCT (Heart Rate Controlled Training van Transware AG Reinach), kan men via een interface de in de Sporttester opgeslagen gegevens rechtstreeks in de computer inlezen en verwerken. Ook kan men via dit programma de tijdstippen van de vermogensverhogingen tijdens de test laten bepalen.

 

Trainingsadviezen:

Met de gegevens van de test (zie Bijlage) kan de trainer van de wielrenner dan een trainingsschema samenstellen.

 

Tenslotte:

In tegenstelling met vroegere meningen heeft men kunnen zien, dat fietsergometers zeer geschikt kunnen zijn om de AnaŽrobe-drempel te bepalen d.m.v. de Conconi-test, mits goed uitgevoerd. Ook blijkt uit het voorgaande dat niet alleen in de belastingsdiagnostiek van topatleten maar ook bij de dagelijkse routine van praktiserende artsen en fysiotherapeuten zoals bij de revalidatie van hartpatiŽnten of bij het adviseren van recreatiesporters, het bepalen van de anaŽrobe-drempel van betekenis kan zijn.

 

Jan van den Bosch

E-mail: jhbosch.1@kpnmail.nl