© copyright 1997-98 Kees Leseman @ home

Zoeken? Searching? Site Index Intro

gewijzigd: 19 aug. 1998

'Ons leger' in 1568-1818

Het leger van de prins

In de 16 eeuw worden de eerste 'Nederlandse' troepen door Prins Willem van Oranje in Duitsland geworven. Zij worden geleid door de broers van de prins, de graven Lodewijk en Hendrik van Nassau. Hun overwinning bij Heiligerlee op 23 mei 1568 wordt gezien als het begin van de 80-jarige oorlog. De twee broers worden door Spaanse troepen gedood in de Slag op de Mokerheide (1574) en tien jaar later wordt de prins te Delft vermoord.

 

Het Staatse leger

 

De Staten van Holland en Zeeland besluiten zelf ook legers te vormen om naast de troepen van de prins te vechten, maar doordat de Spanjaarden een groot deel van het grondgebied beheersen, kan een groot leger alleen worden opgebouwd door buitenlanders aan te trekken. Het zijn veelal Duitse soldaten, maar er zijn ook Fransen en Walen en in 1572 worden tien hele compagnieën in Engeland en eveneens tien in Schotland geworven.

In de periode 1588-1795 dienen in de Republiek der Verenigde Nederlanden vele buitenlanders. Deze soldaten van de 'troepen van de Staten' of Staatse troepen leggen aan de 'frontieren van de Staat' (de grens), de 'Eed van Getrouwigheid' af aan een gemachtigde van de Raad van State. De troepen staan onder bevel van Prins Maurits (1567 - 1625), opgevolgd door de 'Stedendwinger' Prins Frederik Hendrik (1584 - 1647).

Met de Vrede van Münster wordt de 80-jarige Oorlog in 1648 beëindigd. Het leger wordt dan weliswaar kleiner van omvang, maar buitenlanders blijven wel dienst doen.

 

De Nassausche wapen-handelinge, van schilt, spies, rappier, ende targe (Adam van Breen, Den Haag, 1618).

 

Subsidietroepen

Voor de 9-jarige oorlog (1688-1697) worden op een geheel andere basis vreemde troepen aangenomen. Verschillende Duitse vorsten sluiten overeenkomsten met Engeland en Nederland om een groot deel van hun legers 'in dienst' te nemen. Die overeenkomsten worden capitulaties genoemd. Vaak ontvangen de vorsten zelf ook nog een geldelijke tegemoetkoming. De eerste van deze zogenaamde subsidietroepen zijn:

Puur Duitse regimenten zijn ook: het Regiment Puchler (in 1688 verspreid over Holland), het regiment Solms (in 1655 in Gelderland, Utrecht, Friesland en Groningen), evenals de Regimenten von Schwarzenberg, Moritz von Nassau-Siegen en Georg Friedrich von Nassau. Siegen (Scholta: inleiding).

 

De Staat van Oorlog 

De aantallen buitenlandse soldaten worden genoemd in een jaarlijks overzicht, de Staat van Oorlog:

Herkomst

Jaar 1689

1702

1710

Brandenburg

 6116

1680

1680

Mecklenburg

 

1680

1680

Hannover

 

4452

4452

Hessen-Kassel

 1200

2460

2240

Keur-Paltische troepen

 

3168

6193

Munster

 

 

1600

Pruisen

 

 

2127

Würtemberg

 

 

1700

Saksen

 

 

3300

Brunswijk

 3300

 

1400

Holstein

 

 

797

Denemarken

 

3222

4000

Zweden

6048

 

 

Subtotaal subsidietroepen

 16.664

16.662

31.169

Eigen regimenten

 50.214

62.243

77.300

Totaal infanterie

 66.878

78.905

108.469

(Ringoir: 27-28)

Maar liefst een derde van alle troepen onder Nederlands bevel bestaat uit subsidietroepen. In 1710 is het leger niet alleen in omvang fors toegenomen, maar is ook het aandeel van de subsidietroepen daarin groter geworden. Na de dood van de Oostenrijkse keizer Karel VI, die wordt opgevolgd door de 21-jarige Maria Theresia, is er veel onrust in Europa (1740). Als gevolg van die oorlogsdreiging wordt de troepensterkte in de Nederlanden vergroot. In die situatie worden in 1742 twee bataljons Waldeck gevormd.

Frankrijk verklaart in 1744 de oorlog aan Engeland en Oostenrijk (Oostenrijkse successie-oorlog). De Fransen vallen ook de zuidelijke Nederlanden (België) binnen en gaan later door naar het noordelijk Nederlands gebied: op 24 april 1747 valt Sluis, op 30 april Sas van Gent en op 10 mei Hulst. In mei 1748 wordt in Aken een wapenstilstand gesloten, waarna de omvang van de (geldverslindende) legers weer wordt verkleind.

 

De Bataafse Armee

Op 1 februari 1793 verklaart de Franse republiek de oorlog aan de koning van Engeland en de stadhouder der Nederlanden (dus niet aan de landen). Als op eerste kerstdag 1794 plotseling de grote rivieren dichtvriezen, kunnen de Fransen met artillerie over een breed front de provincies Gelderland en Utrecht binnentrekken. Op 18 januari 1795 verlaat Prins Willem V de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en gaat met zijn beide zoons naar Engeland. Een dag later wordt de Bataafse Republiek uitgeroepen.

De vreemde troepen blijven aanvankelijk in dienst van de republiek. De Zwitserse kantons zijn later niet bereid de capitulatie te verlengen, waarna de Zwitserse regimenten worden ontbonden. De vorsten van Waldeck en Saksen-Gotha daarentegen laten hun troepen wel in Bataafse dienst meevechten met de troepen van Napoleon. Ringoir stelt:

"Dat de Zwitsers geweigerd zouden hebben, iemand anders dan de stadhouder te dienen is onjuist. Het eerste Zwitserse regiment dat ontbonden werd (de Gardes) diende een jaar lang de nieuwe meesters, het laatste regiment (van Schmidt) bleef tot maart 1797 in Bataafse dienst." (Ringoir: 41).

Napoleon Bonaparte maakt in 1806 van de republiek het Koninkrijk Holland en plaatst zijn broer Lodewijk Napoleon aan het hoofd. Vier jaar later wordt het koninkrijk bij Frankrijk ingelijfd. Na Napoleon's verlies in 1813 keren 'de Oranjes' terug. De prins wordt Koning Willem I. Hij richt de Koninklijke Landmacht op (1818) en de 'buitenlandse regimenten', zelfs die van Nassau, komen niet meer terug.

 

Bronnen:

Ringoir, H.

1968 De Nederlandse Infanterie, serie De geschiedenis van de Nederlandse Armee, Bussum: Van Dishoeck

Scholta, K. 

1942 Das Regiment "Waldeck" in den Niederlanden, serie Volk und Raum nr. 3, Soest: De Mijlpaal, (RUU AB-THO: ALV 129-93E, KUB, Bibliotheek Arnhem)