Klassieke Astrologie
Geschiedenis: Griekse en Romeinse Astrologie van 600 v.Chr. - 600 n.Chr.

 

Menu Klassieke
Astrologie

 

Home-pagina
Klassieke Astrologie

 

Kontakt

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klassiek > Geschiedenis > Grieken > grieken1.html

 

 

Geschiedenis: Griekse en Romeinse Astrologie van 600 v.Chr. tot ca. 600 n.Chr.


De geschiedenis van de Griekse- en Romeinse astrologie beschrijven is haast een onbegonnen karwei, gezien de omvang van de historie en de beperkte tijd om deze artikelen te schrijven. Het belang om kennis te nemen van het gigantische reservoir aan kennis dat de Ouden ons nagelaten, is echter erg groot. Vrijwel het gehele hedendaagse gebruik van de astrologie is aan de Griekse- en de Romeinse astrologische auteurs te danken. 

Bij het onderzoek en het lezen van de omvangrijke historie en enkele astrologische werken van  bijvoorbeeld Dorotheus van Sidon, Ptolemeus, Firmicus Maternus, Vettius Valens ging ook voor mij persoonlijk een nieuwe wereld open. Tot op heden (2008) kende ik min of meer alleen de Tetrabiblos van Ptolemeus en de Astronomica van Manilius. De werken zijn zeer goed en mooi en geven veel kennis en inzicht, echter die geheel andere wereld heeft ook voor mij persoonlijk veel nieuwe kennis gegeven.

Eigenlijk sta ik weer voor het begin van een nieuw traject binnen de astrologie. Er is alwéér zoveel te leren, maar ook bestaande begrippen of "kunstjes" krijgen nu een nieuwe inhoud door te begrijpen waar het vandaan komt en welke filosofie daar achter verborgen zit.

Dit is alweer het begin van een lange weg, maar hij zal zeer zeker de moeite waard zijn voor iedereen die de moeite wil nemen om kennis te vergaren uit die wereld van de Ouden, die zeer lange tijd was "weggedrukt" door al het moderne gedoe. Ik nodig u uit om via deze artikelen uw interesse in de oude historie aan te wakkeren. Een "oude" historie, maar qua astrologische inhoud is deze nog steeds "nieuw" of "actueel", want wat de Ouden hier hebben neergezet, is gigantisch tijdloos en eigenlijk stof genoeg voor járen studie.

 

Aanbevolen Nederlandstalige boeken: zie onderaan de pagina.

 

Korte inhoud van deze webpagina:

Vroegste periode van het astronomisch / astrologisch denken.

Eigenlijke astrologen.

Tegenstellingen met de moderne astrologie.

Moderne onzin.

 

 

Naar de Hellenistische astrologen.  (nieuw)

 

 

© Johan Ligteneigen - 2008 en verdere updates in 2019 en februari / maart 2020.

 

 

+++++
+++
+

 

 

Inleiding

Bij de beschrijving van de geschiedenis van de astrologie door de eeuwen heen en vooral rond de periode van 600 v.Chr. tot ca. 600 na Chr. is het moeilijk om te spreken van één soort astrologie. Zoals al bleek bij de beschrijving van de Mesopotamische astrologie trad een zekere vermenging op in de cultuur en de gebruiken van de volkeren door de verovering van elkaars grondgebied. Deze vermenging zal natuurlijk ook in bepaalde astrologische gebruiken en methodes tot uiting zijn gekomen. De uitbreiding van het laatste Assyrische Rijk tot in  Syrië en Egypte betekende ook al dat bepaalde gebruiken werden uitgewisseld, alleen ligt hier niet zo erg veel over vast. Na de verovering van Assyrië door de Perzen zal ook hier weer een vermenging hebben plaatsgevonden. De Perzen veroverden uiteindelijk o.a. weer Egypte. Zo werd Pythagoras die oorspronkelijk in Egypte studeerde daar gevangen genomen en naar Babylon overgebracht, waar hij (in gevangenschap) studeerde en zodoende de kennis tot zich nam van de Assyriërs en de Babyloniërs.

Omdat Griekenland in die periode nooit bezet is geweest en de Grieken zelf ook geen bezettende macht waren (alhoewel de afzonderlijke stadsstaten wel  “koloniën” stichtten in delen van Zuid-Italië) waren de Grieken min of meer op zichzelf toegewezen. Alleen door handelscontacten of door studerenden buiten het eigen land kon er informatie uitgewisseld worden.
Toen Alexander de Grote rond 334 v.Chr. vanuit Macedonië door Griekenland trok en vervolgens Egypte veroverde en later verder naar het Oosten trok (tot een deel van India aan toe), vond er weer een uitwisseling plaats van gebruiken, cultuur en kennis. 

Het is voornamelijk in dié tijd geweest dat de astrologie die wij dan maar even “Griekse” astrologie noemen zich heeft ontwikkeld met al zijn uitgebreide details en zijn geheimen en speciale gebruiken en waarvan heel veel is vastgelegd.
Ook wordt wel gesproken van zogenaamde “Hellenistische” astrologie om aan te geven dat het niet uitsluitend Griekse geborenen zijn geweest die de astrologie hebben gemaakt tot wat het werd. De auteurs, denkers, astronomen en astrologen waren van diverse landen afkomstig, zoals de Grieken, de Egyptenaren, mensen uit Babylonië, Palestina enz.. Zij bedienden zich wel voornamelijk van de Griekse taal bij het schrijven van hun boeken en andere documenten.

Toen in de tweede eeuw voor Chr. het Romeinse Rijk sterk in opkomst kwam en de Romeinen hun grote rijk begonnen te veroveren door eerst Libië te veroveren (Punische Oorlogen) naar Griekenland trokken en vervolgens naar Egypte was het duidelijk geworden dat een vermenging van invloeden en kennis en kunde onvermijdelijk was. De Romeinen die in Griekenland aankwamen, waren helemaal beduusd van de geweldige cultuur, de architectuur en de kennis die zij daar aantroffen en zij besloten deze te omarmen en te koesteren. De astrologie die de Grieken inmiddels hadden ontwikkeld (ook weer door uitwisseling met de Egyptenaren, de Babyloniërs, de Indiërs) werd als het ware door de Romeinen geabsorbeerd.

Romeinse schrijvers, wijsgeren en astronomen namen kennis van deze astrologie en begonnen de oude geschriften te vertalen van het Grieks naar het Romeins. Firmicus Maternus is daar een goed voorbeeld van met zijn grote werk de Matheseos (ook wel de Mathesis genoemd), bestaande uit acht boeken waar voornamelijk geput is uit ouder Grieks materiaal. Wellicht één der vroegste Romeinse astrologische schrijvers, Marcus Manilius, schreef zijn Astronomica geheel in dichtvorm in het Latijns zo rond 35 n.Chr. Ook tabellen in de Astronomica werden in dichterlijke vorm beschreven, een waarlijk meesterwerk en nooit meer geëvenaard in latere tijden.

In deze serie van artikelen over de “Griekse” en “Romeinse” astrologie zal ik mij hoofdzakelijk bedienen van een min of meer chronologische volgorde. Er bestaat niet echt zoiets als een “Romeinse” astrologie. Ook de Romeinse astrologen bestudeerden de Griekse of Egyptische oude werken en vertaalden deze naar het Latijn, de voertaal van de Romeinen.

Ik zal dan ook beginnen met een tijdlijn die aangeeft welke belangrijke personen het vroegste Griekse denken hebben beïnvloed. Hierna zal ik deze belangrijkste personen kort bespreken en proberen aan te geven op welke wijze gedurende enkele honderden jaren een soort van "vruchtbare bodem" werd gecreëerd, waarop de astrologie meteen zijn wortels kon schieten en kon uitgroeien tot machtige pijlers die tot op de dag van vandaag tot de verbeelding spreken.

Tijdlijn van de vroegste Griekse periode van denkers, filosofen en astronomen. Door J. Ligteneigen

 

De vroegste periode van het Griekse denken    

 

Thales van Milete (ca. 624 v.Chr. - 545 v.Chr.) was een der eerste filosofen. 

 

De Griekse filosoof Thales (624 - 545 v.Chr.)

 

Hij kwam uit Milete (in het huidige Turkije). De oude Grieken zagen hem als een van de Zeven Wijzen. Er wordt gezegd dat hij in staat was een zonsverduistering te voorspellen; waarschijnlijk die van 585 voor Christus. Mogelijk heeft hij zijn kennis over sterrenkunde opgedaan tijdens een reis naar Babylon. Anderen zeggen dat hem deze macht werd toegedicht omdat hij nu eenmaal de geleerde was, en geleerden dit moesten kunnen voorspellen. Hoewel er in de oude culturen ook lieden waren die kosmische verschijnselen konden voorspellen en allerlei theorieën hadden over het universum, waren dit geen filosofen.

Waarschijnlijk kunnen wij van Thales zeggen dat hij een grondlegger was van de Griekse astronomie. Zijn kracht lag in het feit dat hij sterk de nadruk lag op het verkrijgen van kennis door een observatie van de natuurlijke verschijnselen. Mythologie verwierp hij en door te blijven zoeken naar de natuurlijke oorzaken van optredende verschijnselen heeft hij een basis gelegd voor het zogenaamde "wetenschappelijke" denken.

 

 

+++

+

 

De tweede grote filosoof was Anaximander (ca.610 v.Chr. - 546 v.Chr.)

 

Anaximander (610 - 546 v. Chr.)

 

Ook hij kwam voort uit de Ionische school (in Milete).Vermoedelijk heeft hij als eerste enkele astronomische werkinstrumenten geïntroduceerd in Griekenland, zoals de zonnewijzer. Bovendien zou hij als eerste een kaart van de wereld hebben gemaakt. Hierop werd de aarde als cirkel voorgesteld en waren de toen gekende landen gegroepeerd rond de Egeïsche zee als centrum, met rond de landen een grote oceaan.

Onze wereld zou volgens hem ontstaan zijn uit de loop van een eeuwigdurende beweging van de oorspronkelijke oermassa. Ze werd opgevat als een cilindervormig geheel, die oorspronkelijk in evenwicht vormde met omringende vurige objecten, die aanvankelijk bij elkaar hoorden. Uiteindelijk werd het evenwicht verstoord en werden de massa's van elkaar gescheiden op de manier waarop ze voor ons nog steeds zichtbaar zijn, als wielvormige en met vuur gevulde objecten bestaande uit lucht. Zo probeerde hij als eerste de beweging van de hemellichamen natuurkundig te verklaren. Oorspronkelijk was de aarde omgeven door een soort schil van vuur. Door de verstoring van het aanvankelijke evenwicht spatte deze uit elkaar en ging over in de hemellichamen die, vuur uitstralend, om de aarde wentelen.

Hij speculeerde ook over het "oneindige", een grenzeloos reservoir van waaruit alle dingen voortkomen en waarin alle zaken ook weer terugkeren. Dit is in feite één van de oerstellingen van de astrologie, namelijk een cyclisch gebeuren waarbij alle dingen weer terugkeren.

 

 

+++

+

De derde grote filosoof uit dezelfde Ionische school was Anaximenes (ca. 570 of 550 v.Chr.).

 

Anaximenes (570 v. Chr.)

 

Hij wordt beschouwd als een belangrijke persoon voor de ontwikkeling van de astronomie, alhoewel er niet al te veel bekend is over zijn werk. Hij keerde terug naar de stelling van Thales dat alle substanties terug te voeren waren tot één van de vier gebruikelijke elementen. In Anaximenes' kosmologie werden alle verschillen tussen substanties herleid tot een verschil in concentratie en densiteit van het element lucht. Lucht wordt gezien als eerste en enige stof van het universum, van waaruit alle andere substanties afgeleid kunnen worden. Het vuur was verdunde lucht; bij verdichting hiervan ontstond eerst water, bij verdere verdichting aarde, en tenslotte steen. Dit proces was gradueel en kon in beide richtingen verlopen, naargelang koude of warmte overheersen. Ook de menselijke ziel bestond uit lucht.

 

Er wordt ook verondersteld dat hij bijgedragen zou hebben bij de vaststelling van de helling van de ecliptica. Ook schijnt hij verondersteld te hebben dat de sterren een soort van spijkers waren die vastzaten aan de transparante hemelsferen die om de Aarde draaiden. Zijn geloof in die kristallijnen hemelsferen werd door velen gedeeld en dit geloof bleef voortbestaan tot aan de 17e eeuw.

 

 

+++

+

 

Een andere grote en wellicht wel de meest briljante en indrukwekkendste filosoof was Pythagoras van het Griekse eiland Samos (ca. 570 v.Chr. - 507 v.Chr.) 

 

 

De wiskundige leerstellingen uit de Ionische school (zie ook Thales en Anaximander) waren bij hem bekend. Hij studeerde in Egypte, maar toen Egypte in 525 v.Chr. door de Perzen werd veroverd, werd hij gevangen genomen en naar Babylon gebracht, waar hij zijn studie (in gevangenschap) voortzette. Rond 518 v.Chr. keerde hij weer terug naar zijn geboorte-eiland Samos en hield zich er bezig met het bezoeken van heilige plaatsen en met de verdere studie in de wiskunde. Hij emigreerde naar Croton, een Griekse "kolonie" in Zuid-Italië en stichtte daar een gemeenschap op met een groep volgelingen. 

 

De astrologische waarde van Pythagoras' denken.

 

 In de beschrijving van de astrologische geschiedenis van de Babyloniërs (lees meer) kunt u lezen hoe Pythagoras de getalsymboliek enorm praktiseerde. De getalsymboliek blijkt van onschatbare waarde in de Griekse astrologie. Deze is grotendeels verloren gegaan voor de moderne astrologen. Een mooi voorbeeld van deze getalsymboliek zijn de perioden van de planeten, waardoor elk mensenleven wordt geregeerd. 

In het vierde boek van de "Anthologie" gaat Vettius Valens exclusief in op de toepassing van de perioden in een mensenleven, gebaseerd op de "kleine perioden" van elke planeet. Zo heeft de Zon het getal 19 gekregen, de Maan het getal 25, Mercurius 20, enz.. Deze planeten en dus de getallen bepalen in welk deel van iemands mensenleven deze planeten werken. Binnen de 19 jaar die aan de Zon zijn toegewezen, zijn weer subperioden toegekend, in maanden, die ook weer samenhangen met dezelfde perioden van de planeten, dus de eerste 19 maanden voor de Zon, de volgende 25 maanden voor de Maan, enz…. 

Deze methoden van "chronocrators" ofwel "tijdsheren" werden zeer uitgebreid toegepast door vele Griekse en later ook Romeinse astrologen. 

 

Een andere sterke beïnvloeding door Pythagoras was het feit dat elke planeet in zijn baan om de Zon (maar voor Pythagoras natuurlijk nog om de Aarde) als het ware lijkt op een snaar die aangeslagen wordt en een toon laat horen. Elke planeet heeft zijn eigen toon en gezamenlijk laten al die planeten een bepaald akkoord horen. De astronoom en astroloog Johannes Kepler (1571 - 1630), die voor het eerst ontdekte dat de planeten in een ellips om de Zon bewegen en niet in cirkelbanen, was ook overtuigd van de "muziek" die de planeten maken en de harmonie (of disharmonie) die daardoor kan ontstaan. In Kepler's werk, "Harmonices Mundi", ofwel "Harmonieën van de wereld" beschrijft Kepler uitgebreid welke harmonieën er bestaan en hij creëert deze allemaal uit geometrische figuren. Kepler heeft ook de kleinere aspecten "uitgevonden", zoals het vierkvierkant, halfsextiel en andere kleine aspecten. 

 

 

+++

+

 

Een volgeling van Pythagoras was Philolaos (geb. 5e eeuw v.Chr.)

 

 

Zijn astronomische denkbeelden bleven actueel tot aan de 17e eeuw. Hij zei dat de Aarde en alle planeten, maar óók de Zon om een centraal vuur heen cirkelden, de zogenaamde "uitkijktoren van Zeus". Dit systeem verklaarde dat alle planeten in perfecte cirkelbanen om dit vuur heen bewogen, maar deze deze om de Aarde NIET in een cirkelbaan bewogen en daardoor onregelmatigheden vertoonden die konden worden waargenomen, zoals veranderende snelheid en het retrograde lopen. Deze opvatting was natuurlijk in lijnrechte tegenspraak met de opvatting van Pythagoras die alle hemellichamen centraal om de Aarde in perfecte cirkelbanen toebedacht had. 

 

Deze strijd tussen de volgelingen van Philolaos en de volgelingen van Pythagoras (en Aristoteles) zou voortduren tot het moment dat de Poolse astronoom Nicolaus Copernicus (1473 - 1543) bewezen had dat de planeten om de Zon heen draaiden. In feite had Philolaos de basis gelegd voor een "heliocentrisch" Zonne-systeem met een paar zéér belangrijke veronderstellingen, nl. : (A) de Aarde zweefde door de ruimte; (B) hij brak met het geocentrische stelsel dat de Aarde rotsvast in het middelpunt stelde; (C) hij kon ook verklaren dat de planeten een eigenbeweging kennen, los van de beweging, veroorzaakt door de draaiing van de Aarde om zijn as.

 

 

+++

+

 

Een leerling van Anaximenes was Anaxagoras (500 - 428 v.Chr.)

 

 

 

Anaxagoras gaf de juiste verklaring voor de zonsverduisteringen en meende ook reeds dat de maan dichter bij de aarde stond dan de zon. Net als de Zon zijn ook de sterren vurige stenen. Het feit dat ze gloeien verklaarde hij uit hun snelle rotatie te opzichte van hun naaste omgeving. In tegenstelling tot de Zon kunnen wij er de warmte niet van voelen, maar enkel omdat ze zo ver van ons verwijderd zijn. De Zon zou volgens Anaxagoras groter zijn dan de Peloponnesos. Op de Maan meende hij bergen te herkennen en hij meende dat er ook levende wezens woonden. In navolging van zijn mentor Anaximenes beschouwde hij de aarde als een schijf, die op lucht zweefde en schuin hing ten opzichte van de Zon, waardoor er verschillende temperaturen waren op aarde. Daarnaast bewees hij dat lucht geen vacuüm was, maar een stoffelijke substantie was. Hij bewees dit door het opblazen van uiers en door een pipet waarbij het water werd tegengehouden door lucht. Ook concludeerde hij dat geluid een beweging van de stoffelijke lucht was.

 

NB:

Een belangrijke filosofische gedachte van Anaxagoras was dat er een soort van "Creator" was, een soort "intelligentie"  die alle materie kon bezielen met een "vorm". Deze filosofische gedachte is van zeer grote invloed geweest op het latere astrologische denken, want als materie in eerste instantie vormeloos is (zoals de betekenis van de tekens en de huizen, die een zeer grote verscheidenheid kent aan betekenissen en op dat moment nog "vormeloos" is voor de mens), dan krijgt dit pas een werkelijke "vorm", een daadwerkelijke uitwerking door de invloed van de planeten. De planeten zouden dan fungeren als de gereedschappen van de Goddelijke Creator c.q. de Goddelijke intelligentie.

 

 

+++

+

 

In het rijtje van Pythagoras tot Philolaos behoort de derde grote filosoof Empedocles (ca. 495 - 430 v.Chr.)

 

 

 

Empedocles was staatsman, dichter, godsdienstleraar, redenaar, profeet, arts, wonderdoener en wijsgeer. Empedocles wordt met Heraclitus, Leucippus, Democritus en Anaxagoras gerekend tot de Griekse natuurfilosofen. Tamelijk complete delen van zijn leerdichten zijn bewaard gebleven. Empedocles' bijdrage aan de filosofie bestond niet zozeer uit het afleiden van een nieuwe theorie, als wel uit het samenvoegen van elementen uit vroegere opvattingen. Met name combineerde hij elementen uit de filosofieën van Heraclitus en de
Eleaten.

 

Eerder filosofen waren al uitgegaan van de rol van afzonderlijke elementen vuur, aarde, lucht en water voor het wezen van het fysieke universum. Maar Empedocles was werkelijk de eerste die ervan uitging dat alles in het universum is samengesteld uit de vier elementen Vuur, Aarde, Lucht en Water. Dit betekende dus ook dat de mens, als onderdeel van het universum, was samengesteld uit deze elementen. Deze elementen waren overigens continu in beweging.

 

De invloed van deze filosofie is ontzettend groot geweest en iedereen die astrologie bestudeert kent het belang van de elementen in de horoskoop.

 

 

+++

+

 

De filosofie van Empedocles werd door Hippocrates (ca 460 - 377 v.Chr.) omarmd en verder uitgewerkt.

 

 

Hippocrates studeerde net als Empedocles aan de medische school op het eiland Kos. Hij wordt beschouwd als de grondlegger, de 'vader' van de geneeskunde omdat hij als eerste natuurlijke in plaats van bovennatuurlijke oorzaken voor ziekten zag. Hij was een van de eersten die op basis van lichamelijke symptomen een diagnose kon stellen en daarbij een bepaalde therapie voorschreef. 

Hij haalde dus de geneeskunde uit de taboesfeer van tovenarij en godsdienst. Een van de grote verdiensten van Hippocrates is dat hij de medische wetenschap scheidde van het heersende natuurfilosofisch denken. Hij legde sterke nadruk op hygiëne, zowel voor arts als patiënt, op gezonde eet- en drinkgewoonten, het belang van frisse lucht en een natuurlijk verloop van processen in het lichaam. 

 

Hij was ervan overtuigd dat gezondheid bij de mens afhing van de balans tussen lichaamssappen; onbalans zou ziekte veroorzaken. Dit wordt de "leer der humores" genoemd. Het menselijk lichaam zou bestaan uit vier soorten lichaamssappen: slijm, bloed, gele gal en zwarte gal. Deze lichaamssappen komen overeen met de oerwerking van de elementen, namelijk slijm komt overeen met het element Water, bloed met het element Lucht, gele gal met het element Vuur en zwarte gal tenslotte met het element Aarde. Het zijn de na Hippocrates komende personen, zoals  Galenus die dit verband tussen humores en elementen aantoonde. Of Hippocrates zélf dit verband ook al gezien heeft, blijft de grote vraag. Hippocrates was een groot volger van Empedocles, dus het allesoverheersende bestaan van de vier elementen moet Hipparchus als muziek in de oren hebben geklonken.

 

De fysieke en mentale toestand (het temperament) en ziekteverschijnselen werden verklaard uit het bestaande gehalte aan de verschillende sappen. Een teveel aan slijm (flegma) zou een flegmatisch of kalm temperament tot gevolg hebben; een teveel aan bloed een sanguïnisch of optimistisch, gepassioneerd temperament; een teveel aan gele gal een cholerisch of prikkelbaar, opvliegend temperament; en een teveel aan zwarte gal een melancholisch, depressief temperament.

 

Hipocrates ging er ook van uit dat bij een onbalans tussen deze humores, in feite de patiënt genezen moest worden en niet de ziekte. Deze leerstellingen  werden door de reguliere geneeskunde eeuwenlang verwaarloosd (tot op de dag van vandaag als je het goed bekijkt). In de leerstellingen van de alternatieve geneeswijzen, de homeopathie wordt de Hippocratische gedachte weer in ere hersteld en ook de moderne hollistische benadering van een ziekte. Dit is echter nog een lange en moeizame weg.

 

 

+++

+

 

De volgende zeer grote denker was Plato (ca. 428 - 348 v.Chr.)

 

 

Plato was een leerling van Socrates. Mogelijk heeft Plato rondgereisd, en bezocht hij ook Egypte. De tragische dood en de opvattingen van zijn leermeester Socrates bleven hem levenslang bezighouden en zijn werk beïnvloeden. Bij zijn terugkeer in Athene (in 387 v.Chr.) stichtte hij een studiegemeenschap, de Akademeia, waarvan hij de onbetwiste leider zou blijven tot zijn dood. Aristoteles werd zijn belangrijkste leerling. Qua denken associeerde Plato zich met de ideeën van Pythagoras, terwijl hij ook de ideeën van de Ionische school combineerde met het Pythagorische denken.

 

In feite is Plato de bouwer van het gehele astrologische denken geweest, zonder dat hij zelf de astrologie beoefende. Hij was zeker wel bekend met de astrologische praktijk uit de contacten die hij had met o.a. Babyloniërs die in Athene op bezoek kwamen.

Hij nam aan dat er een planetair systeem was, waarbij de Aarde zich volledig en eeuwig in het centrum bevond. Deze visie dat dus een Heliocentrisch Zonnestelsel (waarbij de Zon in het centrum staat) afwees, heeft eeuwenlang stand gehouden, zeker tot aan de 17e eeuw, waarin Kepler, gesteund door wetenschapelijke observaties, aantoonde dat de planeten in ellipsbanen om de Zon heen draaiden.

De visie van de astrologie is natuurlijk dat alles vanuit de Aarde wordt bekeken, want alles wat er gebeurt met dingen, mensen, landen, de wereld zelf, wordt beschouwd als te zijn beïnvloed door het Universum van buiten de Aarde.

De Platonistische visie is dan ook dat er een symbolisch model gevormd wordt van het planetensysteem, waarbij de geestelijke werking veel belangrijker is dan de materiële werking. Deze visie heeft dus ontzettend lang stand gehouden en ook in het Middeleeuwse denken was dit een centrale visie.

De waargenomen onregelmatigheden in de bewegingen van de planeten moesten dus op de een of andere manier "ingepast" worden binnen deze Platonistische (en ook Aristotelste) visie. Dit leidde uiteindelijk in allerlei soorten modellen waarbij de planeten in hulpcirkels werden geplaatst en soms ook weer in hulpcirkels  van hulpcirkels om het strakke Geocentrische planetensysteem maar zoveel mogelijk te verdedigen.

 

Hieronder ziet u een een schema van een hulpcirkel:

 

Het systeem dat u hier ziet is een verfijnd systeem door Ptolemeus, waarbij de Aarde al niet 100% meer in het centrum staat. Het uitgangspunt is dat elke planeet "om de Aarde" beweegt in een volstrekte cirkelbaan met een constante snelheid. Deze cirkelbaan wordt de "deferent" genoemd. De planeet beweegt zich echter niet daadwerkelijk op de deferent, maar een in hulpcirkel, de Epicycel genoemd. Het middelpunt van die Epicycel beweegt zich precies op de deferent, maar de planeet zelf beweegt  op de Epicycel zelf, tegen de wijzers van de klok in.

Aan de rechterkant ziet u dat de planeet vanuit positie-1 op de Epicycel zich naar de deferent toe beweegt. Terwijl dit gebeurt, beweegt de gehele Epicycel zich tevens tegen de wijzers van de klok in. Positie-2 is dus enige tijd later, de planeet beweegt zich nog steeds voorwaarts in dierenriem.

Bij positie-3 komt het keerpunt, de toestand van de planeet in de Epicycel is nu zodanig dat vanuit de Aarde bezien, hij terug loopt: hij is retrograde geworden. Dit gaat zo door tot aan positie-5, waarna de planeet weer direct gaat lopen.

 

Het gehele systeem van deferent en epicycels is dus uitgevonden om de grillige beweging van de planeten te kunnen verklaren. Als men alleen maar uitging van een cirkelvormige baan om de Aarde, was dit natuurlijk nooit gelukt.

 

De filosofie van Plato, zijn opvolger Aristoteles en van alle anderen na hen heeft eeuwenlang geleid tot een zekere gekunstelde oplossing met een systeem van epicycels. Als wij een der leerlingen van Plato, Eudoxus (ca. 410 - 347 v.Chr.) (geen foto)  beschouwen, dan zien wij dat deze een totaal van 26 epicycels gebruikte om de onregelmatige bewegingen van de planeten te verklaren. Één Epicycel was bedoeld om de bewegingen van de Vaste Sterren vast te leggen.

 

 

+++

+

 

De belangrijkste leerling van Plato was uiteraard Aristoteles (384 - 323 v.Chr.).

 

 

Aristoteles leefde in een tijd, waarin Alexander de Grote vanuit Macedonië via Griekenland naar Egypte trok om vervolgens daarna het Midden-Oosten te veroveren, Babylonië tot aan de grenzen van India aan toe. Deze veroveringen van Alexander de Grote zorgden voor een nieuwe uitwisseling van kennis en gebruiken tussen de diverse landen en dat had zeker zijn gevolgen voor het filosofisch- en astrologisch denken.

Ook Aristoteles bleef vastklampen aan de gedachten van zijn meester Plato omtrent het Geocentrisch planetensysteem. Ook het werk van Eudoxus zette hij voort en hij kwam met een systeem van maar liefst 54 sferen om de banen van de planeten te verklaren.

 

De filosofie van Aristoteles was van zeer groot belang voor de toekomst van de astrologie. Hij ontkende namelijk dat de planeten goddelijke intelligenties waren. De Goddelijke Creator plaatste hij buiten het universum, zelfs buiten de buitenste sfeer van de Vaste Sterren. Dit betekende dat het universum in feite een zielloze ruimte werd, dit in tegenstelling tot Plato, die het universum vol leven toebedacht had waarbij de planeten de verlenging waren van de Goddelijke wil.

Het systeem van Aristoteles bood meer mogelijkheden voor de vrije wil, want de Goddelijke wil ontstond in de aller buitenste sfeer en daarna daalde deze langzaam af, door het systeem van de planeten, tot aan de Aarde.

 

 

+++++++

+++++

+++

+

 

 

 

De eigenlijke astrologen     

 

De tijdlijn hieronder toont enkele van de belangrijkste astrologen uit de Hellenistische periode.

 

 

In de figuur hierboven ziet u een eenvoudige tijdlijn uit de Hellenistische periode, die ongeveer begon in het jaar 100 voor Chr. en die eindigde zo rond de 5e eeuw na Chr. De meeste veronderstellingen van de mensen die de oude werken hebben vertaald, gaan er van uit dat de astrologie zich in een zeer korte tijdsperiode heeft ontwikkeld en dat die periode ongeveer begon in de eerste eeuw v. Chr. zonder hier nu al te precies te willen zijn. Met een “korte tijd” bedoelt men dan ongeveer 100 jaar. Daarna had de astrologie zijn uitgangspunten gekregen, waren er diverse modellen opgezet en begon men daadwerkelijk op praktische wijze ermee te werken. Verderop zult u de verwijzingen tegenkomen van Hellenistische auteurs die hun boeken publiceerden en die van vele voorbeelden waren voorzien, zodat wij kunnen spreken van een zeer snel ontwikkelde leer, zodat het leek alsof die als het ware in één keer was “uitgevonden”.

Er zijn momenteel discussies gaande binnen de kring van klassieke astrologen of de astrologie destijds was “uitgevonden” in een bijzonder korte tijdsperiode of dat de klassieke astrologie langer nodig had om zich te vormen en ontwikkelen. Ik zal aan die discussie niet veel toevoegen in het huidige boek, maar hier en daar zal ik bij bepaalde onderwerpen mijn eigen mening vermelden.

Als wij echter enkele oude boeken in het vizier houden, zoals de Phainomena van Eudoxus (ca. 360 v.Chr.) die de constellaties en de vaste sterren  beschreef die deel uitmaakten van die constellaties, maar ook de werken van Hipparchus (ca. 150 v.Chr.) die zuiver astronomisch waren, dan ligt daar een grote bron van “inspiratie” en onderzoek voor latere astronomen en astrologen. De meeste astronomen waren tevens astroloog, dus de raakvlakken waren zeer intens. Van beide auteurs zijn de werken niet bewaard gebleven. Echter Aratus (ca. 270 v.Chr.) herschreef het werk van Eudoxus en dát boek is wél bewaard gebleven en is ook verkrijgbaar in de Engelse taal. En juist uit dát boek onderzocht de grote astronoom Hipparchus de daarin vermelde posities van de vaste sterren en hij nam waar dat van elke ster de posities in 100 jaar tijd ca. 1 graad verschoven waren. Al die waarnemingen van Hipparchus zijn helaas ook niet bewaard gebleven, maar Claudius Ptolemeus (ca. 140 v.Chr.) had ze wél ter beschikking en die ging daar weer verder mee aan de slag en zo ontstond de Syntaxis (is de Almagest) en de Tetrabiblos, van waaruit de verdere astrologie eeuwenlang kon putten. Laatst genoemde boeken zijn ter beschikking in vele talen.

Zo ziet u dat enkele “voorlopers” wellicht toch hebben bijgedragen aan dat veronderstelde “korte moment” waarin de astrologie zich als een “Big Bang” heeft gemanifesteerd. Ptolemeus maakte deel uit van die tijdsperiode, maar ook andere astrologen, zoals Vettius Valens, Firmicus Maternus en de astrologen die vóór hen leefden, zoals Marcus Manilius en Dorotheus uit Sidon van wie de werken in de afbeelding hierboven zijn getoond in de tijdlijn.

Daarnaast zijn er heel veel andere astrologen bekend uit deze periode tussen ca. 100 v.Chr. en 400 na Chr. van wie de werken beetje bij beetje worden ontgonnen en vertaald. Daartussen zitten enkele spectaculaire werken, zoals de Apotelesmatika van Hepahaistio uit Thebe (ca. 5e eeuw na Chr.) waarvan nu onomstotelijk vast staat dat hij één-op-één citeerde uit het werk van Dorotheus uit Sidon, zodat nu vele ontbrekende fragmenten uit Dorotheus’ werk kunnen worden ingevuld. Dit wetende en de andere fragmenten uit Hephaistio’s werk kennende, betekent dit dat Dorotheus’ oorspronkelijke werk ook passages bevatte die wij nog niet eerder kenden, daarom ook dichterlijke passages, want Dorotheus schreef zijn boek geheel in vers en op rijm. Om de metriek van zijn gehele werk in stand te houden, schreef Dorotheus op verschillende manieren over aspecten tussen planeten. De ene keer als planeten die elkaar onderzoeken (“scrutinize”), de andere keer als planeten die getuigenis aan elkaar afleggen (“witness”) en nog enkele varianten, die allemaal gewoon hetzelfde betekenen, namelijk: aspecten tussen planeten, inclusief de conjunctie. Dit zijn dan weer verrassende conclusies, waardoor waarschijnlijk enkele eerdere boeken op dit punt herschreven zullen moeten worden. Opmerkelijk en verrassend.

 

 

Tegenstellingen met de moderne astrologie   

Al enige tijd is er een "strijd" gaande of op z'n minst een fiks meningsverschil tussen de klassieke astrologen en de moderne psychologisch geschoolde aanhangers. De ene groep "beschuldigt" de andere ervan kortzichtig te zijn, té rigide te werken of juist te vaag te interpreteren en te "wollig" te doen waar het meer concreet kan, en zo kan men nog een tiental andere kwalificaties verzinnen die men elkaar verwijt. Zoals ik zojuist al schreef, de astrologie herbergt vele zienswijzen en benaderingen en iedere vorm van astrologie kan er zijn plekje krijgen. Het feit alleen al dat er behalve geboortehoroskopen óók mundane astrologie bedreven kan worden, maar óók uurhoekastrologie  en óók electie astrologie, geeft al aan dat wij niet meer één visie als heilig kunnen verklaren. Tot aan de 16e eeuw was men vrijwel overtuigd van het feit dat de Aarde hét middelpunt van het universum was, maar de stellingen van Copernicus brachten daarin een onomkeerbare verandering en vanaf dat moment konden andere wetenschappers daarop voortborduren en niet lang daarna formuleerde Kepler  zijn theorie over de ellipsbanen van de planeten en in diezelfde eeuw kwam Newton  met zijn formuleringen van de wetten van de zwaartekracht en andere krachten- werkingen. Deze ontwikkelingen hebben de mensheid een gigantische nieuwe kennis gebracht, waarop anderen weer verder konden bouwen en zo gaat het altijd maar verder.

Maar ondanks deze nieuwe inzichten, observeert de mensheid de Zon, de Maan en de planeten vanaf de Aarde. Men wordt op Aarde geboren en nergens anders, althans tot nu toe, want men is van plan om een permanent "hotel" te bouwen op de Maan waarin vanaf het jaar 2060 permanent enkele honderden mensen wonen en dan zoú men ook op de Maan geboren kunnen worden. Maar tot nu toe, vanaf de verre prehistorie is de mens op Aarde geboren en DUS moet men de hemellichamen vanaf de Aarde bezien en interpreteren. Dat betekent dus ook dat men het oude systeem, het Ptolemeïsche wereldbeeld gewoon mag hanteren, want juist dát beschrijft de invloeden die de hemellichamen op de mensheid uitoefenen. Ondanks dat wij astrologen weten hoe het systeem wérkelijk in elkaar zit, het simpele feit dat wij als aardbewoners op Aarde zijn geboren, dwingt ons ertoe het aloude wereldbeeld te aanvaarden.

 

 

In dit aloude wereldbeeld ziet u de Aarde in het centrum afgebeeld, letterlijk het "ondermaanse", want de eerstvolgende hemelsfeer is die van de Maan. Daarna volgen de sferen van Mercurius en Venus en dan volgt de Zon in zijn baan. In feite klopt dit wereldbeeld nog steeds met de werkelijkheid, want de Aarde, Mercurius en Venus zijn de binnenplaneten. Mars is de eerste buitenplaneet in de werkelijkheid en dit komt ook tot uitdrukking in de sfeer van Mars die hoger is dan de sfeer van de Zon. De daaropvolgende sferen van Jupiter en Saturnus vormen geen verrassing. Voor de Ouden was Saturnus het einde van onze planetaire wereld, verder dan Saturnus is er geen planeet met het blote oog meer te zien, dus in de perceptie van de Ouden klopt dit schema exact. Daarna komt er die onmetelijke ruimte ná de planeet Saturnus. Die onmetelijke ruimte reikt tot aan de sfeer van de vaste sterren die u hierboven ook netjes ziet afgebeeld. In die sfeer liggen de afzonderlijke vaste sterren, die op hun beurt weer gegroepeerd zijn in enkele vormen en dat zijn dan de constellaties, zoals daar zijn de Grote Beer, Cepheus, Hydra, de Ram en de vele andere constellaties die wij tegenwoordig kennen. Weer verder weg ligt dan de sfeer van de zodiaktekens, dat is de uiterste grens van dit wereldbeeld en komt overeen met de sfeer van God ofwel de Creator van het universum. Op dit oeroude wereldbeeld is niets aan te merken, want het voldoet aan de geobserveerde werkelijkheid vanuit Aarde bezien. De Ouden hadden dan ook allerlei modellen opgesteld waarin de hemellichamen bewogen en waarmee de geobserveerde werkelijkheid zo goed als 100% mee werd afgedekt.

Het bovenstaande toont dus aan dat wij in de astrologie oude modellen en stellingen kunnen gebruiken, omdat ze nog steeds toepasbaar zijn op onze ondermaanse wereld. Er is dus alle ruimte om de klassieke astrologie toe te passen, omdat dit model nog steeds werkt volgens het oeroude wereldbeeld. De Ouden lieten zich totaal niet hinderen door de onontdekte planeten Uranus, Neptunus en Pluto: ze konden alles verklaren en uiteen zetten met de bestaande zeven planeten en ze gebruikten daarbij ook nog de rijzende- en dalende Maanknoop én diverse Parsen én het systeem van de vaste sterren  en constellaties. Geleid of gedreven door diepe filosofisch inzichten van Aristoteles, Plato en Socrates en vele anderen hadden die Ouden een indringend beeld van de mens in zijn omgeving. Voegt men daar aan toe de mythologische voorstellingen, maar vooral de belangrijke Goden Ouranos (Uranus), Poseidon (Neptunus) en Hades (Pluto), dan waren die Ouden eigenlijk volledig uitgerust met een arsenaal aan "gereedschappen" om de mensen te kunnen helpen met adviezen. In het prille begin waren het vooral de rijke en vooraanstaande personen die een dergelijk astrologisch advies konden betalen en ontvangen, maar later waren er steeds meer mensen die hiervan gebruik konden maken.  

Nu dat de astrologie in recente eeuwen is verrijkt met de fysiek ontdekte planeten Uranus, Neptunus en Pluto, kan men ten volle gebruik maken van deze nieuwe feiten. Die planeten worden niet voor niets ontdekt. Ze betekenen iets voor de mensheid en ze zijn precies op dát moment ontdekt waarop de mensheid gereed was voor nieuwe ontwikkelingen, zoals de ontdekking van Uranus in 1781 heel duidelijk aantoont, want dat was de eerste van de moderne planeten die ontdekt werd. Ook deze moderne planeten hebben een duidelijke concrete uitwerking, zowel in persoonlijke geboortehoroskopen als op mundaan gebied en uw auteur werkt al sinds 1978 met deze planeten en menige horoskoop is tot op de seconde nauwkeurig gecorrigeerd op basis van gebeurtenissen uit het leven in overeenstemming met de progressies en directies in de horoskoop, óók met deze moderne planeten. Het zou natuurlijk vreemd zijn als men niet met de moderne planeten zou mogen werken, ze zijn niet voor niets ontdekt, al heeft men er een telescoop voor nodig om ze te zien. Maar ondanks dit alles mag men óók de klassieke astrologie toepassen, want ook die werkt nog steeds, omdat al die planeten er ook nog gewoon zijn en er altijd zullen zijn. Omgekeerd kan men dit niet van de planeet Pluto zeggen. Al aan het einde van de vorige eeuw hebben de astronomen Jack Wisdom en Gerald Sussman in een toonaangevend artikel bewezen dat via numerieke integratie van de baan van Pluto over een periode van 30 miljoen jaar, deze instabiel is geworden en dit planeetje uit zijn baan kan worden geworpen door de krachten van de naburige planeten die hem jaar na jaar heel langzaam uit zijn baan zullen hebben getrokken. In een ander artikel wordt aangetoond dat de baan van vele Centaur hemellichamen, waaronder Cheiron ook behoort, vóór het jaar 700 zeer onwaarschijnlijk is, met andere woorden: deze planetoïden maakten vóór die tijd met een 90% tellende waarschijnlijkheid geen deel uit van ons Zonnestelsel. Ik wil hiermee duidelijk maken dat datgene wat tot de klassieke astrologie behoorde, nu nog steeds daartoe behoort en nooit verloren zal gaan. Maar van enkele in de moderne tijd ontdekte objecten (Pluto, Cheiron en vele andere kleinere objecten) is het helemaal niet zeker dat ze vroeger bestaan hebben of dat ze over een hele lange termijn ook nog zullen bestaan. Voor zolang ze bestaan, maken wij er gebruik van, wij moeten vooral praktisch blijven, maar wat niet bestaat, moet men ook niet gebruiken.


+++
+



Moderne onzin  

Daarmee kom ik op een ander gevoelig onderwerp dat de klassieke astrologie mijlenver verheft boven enkele volstrekt onzinnige uitingen in de astrologie. Ik noem dan de theorie van de hypothetische planeten, de heliocentrische astrologie, het gebruik van oneindig veel kleine steenblokken (planetoïden) die circuleren tussen Mars, Jupiter, Saturnus en Uranus en de onlangs weer in de belangstelling staande onzin over Zwarte Maan en Zwarte Zon, waarover de Ouden met geen woord spraken. Het enige aantoonbare in bovenstaande lijst zijn dan die duizenden steenblokken van enkele kilometers doorsnede, die daar daadwerkelijk cirkelen in hun baan om een planeet heen. Zelfs dát is een tijdelijke situatie, want uiteindelijk worden ze allemaal opgeslorpt door de zwaardere planeet waar ze omheen draaien en een enkele wordt via katapultwerking uit zijn baan geslingerd de oneindigheid in. 

Maar als wij die objecten even wegdenken - tijdelijk als hun invloed is - dan is het resterende allemaal klinkklare onzin en alleen voor de goedgelovige, naïeve astrologiestudenten bestemd. Er zijn in het verleden zelfs efemeriden opgesteld voor de niet bestaande hypothetische planeten, mooi geld verdienen voor de efemeridenmakers. Praktisch gezien heeft men er geheel niets aan, eindeloos herkauwen over niet bestaande zaken. Net zo erg is natuurlijk het toepassen van heliocentrische astrologie. Ik moet de eerst mens nog meemaken die op de Zon is geboren. Men moet wel reëel blijven natuurlijk. Zelfs al staan de planeten op één rij vanuit de Zon bezien, dan nóg staan ze niet op één rij vanuit de Aarde bekeken. Als wij de effecten op mens, dier of plant willen beschrijven of de effecten op de Aarde via de mundane astrologie, dan zullen wij toch alles via de Aarde als centraal punt moeten bekijken. Heliocentrische astrologie is waarschijnlijk dé vloek voor elke klassieke astrologiebeoefenaar, het Ptolemeïsche wereldbeeld spreekt voor zich.

Een van de grootste dwalingen is toch wel de vermeende spirituele invloed van de Zwarte Maan  of Zwarte Zon en hier moet ik toch even een uitwijding maken. In diverse artikelen vindt men onder andere dit soort teksten: "… De Zwarte Maan wordt ook wel Lillith  genoemd, naar de mythologische figuur uit de Zohar, een kabbalistisch werk uit de 13e eeuw. Lillith was de eerste vrouw van Adam (Gen. 27; "man en vrouw schiep hij hen"). Omdat Adam haar van het begin af aan als zijn mindere beschouwde, besloot Lillith uiteindelijk zo ver mogelijk van hem en de aarde weg te vluchten. Daarom noemt men het punt waarop de maan het verst van de aarde verwijderd is, 'Zwarte Maan' of Lillith. De Zwarte Maan is dus geen planeet maar een astronomische punt in de Zon- en Maanbaan, net zoals de Maanknopen, de Drakenkop en Drakenstaart. De stand van de Zwarte Maan laat zien wat het donkerste en best verstopte deel van je psyche is en laat zien hoe je reageert als je je in het nauw gedreven voelt en helemaal alleen. ……".  

Zo zitten het internet en enkele boeken vol met betekenissen voor de Zwarte Maan en de Zwarte Zon, betekenissen die voor het eerst opdoken in de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw. Nooit eerder zijn ze door welke generatie van astrologen dan ook genoemd. Ik ben niet per sé tegen iets nieuws, per slot van rekening zijn de moderne planeten Uranus, Neptunus en Pluto toch ook in het leven gekomen van de moderne astroloog. Toch is er een groot verschil tussen het gebruik van de moderne planeten en deze nieuwe fenomenen. Na intensieve bestudering van de klassieke astrologie en het aandachtig doornemen van vele tientallen boeken, afkomstig van de Grieken en Romeinen, die zijn vertaald naar het Engels, ben ik nooit iets tegengekomen wat zou duiden op invloeden door "IETS" dat zich zou bevinden op een bepaalde plaats op de baan van een planeet of Maan. Behalve drie zaken:  

  1. De stijgende- en dalende maanknoop (Draconis (Drakenkop) en Drakenstaart (dalende Maanknoop);
  2. Het Pars Fortuna en het afgeleide Pars Daimon;
  3. De overige parsen die de Hellenisten hebben uitgevonden en die later door de Arabieren werden uitgebreid.

Meer is er niet te vinden.

Laten wij er geen misverstand over laten bestaan. De oude Grieken waren de absolute meesters in de bewegingstheorie van de Zon en de Maan, zeker ook van de planeten, maar hier staan Zon en Maan centraal dus ik beperk mij tot deze twee hemellichamen. De Grieken wisten alles hiervan en waren in staat met de beperkte hulpmiddelen die ze hadden (geen computers, geen super nauwkeurige meetinstrumenten) ongelooflijke zaken uit te werken, tabellen te maken die nauwkeurig waren, ze konden eclipsen en maansverduisteringen voorspellen, veelal met zeer groot succes.  

Alle filosofische wijsheid is uitsluitend door de Grieken ontwikkeld in de Oude tijd en vele bewaarde fragmenten en boeken getuigen hiervan. De enorme filosofieën van Socrates, Plato en Aristoteles zijn boegbeelden voor het diepe denken in die tijd en in feite leveren ze ons archetypische denkbeelden: ze zijn basale gedachten die de kern van het leven raken.

De vele tientallen astrologen uit die Griekse periode - en wij weten nu dat er zoveel astrologen waren wier geschriften grotendeels bewaard zijn gebleven, vertaald zijn, en voor ons beschikbaar zijn - al die astrologen waren doordrenkt van de filosofie van hun tijdgenoten. De beschouwingen over het leven, vreugde en verdriet, grote gebeurtenissen, menselijke geheimen en moeilijkheden, ze waren er allemaal mee bekend, veel meer dan wij hedendaagse mensen. In veel van hun boekwerken vind je vele verwijzingen naar "filosofen", naar "de geleerden", de "wijzen" en regelmatig kom je passages tegen die Aristoteles bij naam noemen of leerstellingen van andere filosofische groepen, zoals de
Stoïcijnen.

Denkt u dus niet dat de Ouden kennis misten, omdat er geen Zwarte Maan was. Zij hebben de astrologie gemaakt tot wat die was, volledig voorzien van een sluitend systeem met 12 tekens, 12 huizen en 7 klassieke planeten, waarbij elke planeet twee tekens regeren en dan nog Zon en Maan, dus 12 in totaal. Hun systemen van "Planetary Joys", maar ook het onmetelijk grote systeem van het Pars Fortuna en het Pars Daimon laten duidelijk zien dat de Ouden wel degelijk nadachten over wat de mens innerlijk bezig hield. Daarnaast gebruikten ze de Draconis zij het in mindere mate. Deze kwam tijdens de periode van de Arabieren tot grotere wasdom bij het gebruik van de uurhoek- astrologie. Geïmpregneerd in het filosofisch denken van de Grieken hebben de Ouden ons de astrologie gegeven die feitelijk onveranderd bleef tot aan de 17 eeuw. Daarna zijn er zaken in vergetelheid geraakt, zaken met opzet verwijderd, nieuwe denkbeelden toegevoegd en zo werd de astrologie de 18e, 19e en 20e eeuw in geduwd.

Gelooft u nu werkelijk dat de Grieken, die meesters waren in de astronomie, al vóór de tijd van Christus, en alles afwisten van de beweging van Zon en Maan, dat die Grieken de "Zwarte Maan" zouden hebben vergeten als een belangrijke invloed voor de horoskoop als dat werkelijk zo was? 
Eén zaak is een feit: de Ouden wisten destijds niet dat de Maan en de planeten in ellipsen bewogen. Om hier mee om te gaan, had men een systeem opgezet van een hoofdcirkel (deferent) en hulpcirkels (epicykels) en zodoende kon ook de schijnbare teruglopende beweging van een planeet in een model gezet worden. Dit model, dat door Ptolemeus volledig is uitgewerkt, heeft gefunctioneerd tot de 16e eeuw, óók de Arabieren gebruikten dit en vele middeleeuwse astronomen eveneens, totdat het keerpunt kwam door de ontdekking van Kepler dat alle hemellichamen van ons zonnestelsel in ellipsen liepen. Ook de publicaties van Copernicus uit de 15e eeuw zorgden voor een langzame ommekeer in het denken over de Aarde als het centrale punt in de kosmos en langzaam werd aanvaard dat de Zon het centrum was van de ruimte, van de kosmos zo u wilt.

Claudius Ptolemeus hanteerde een zeer groots systeem van berekeningen voor de bewegingen van Zon, Maan en de planeten. Hij gebruikte een model met een grote cirkel (deferent) en op die cirkel plaatste hij een of meerdere kleinere hulpcirkels (epicykels). Dit systeem van Deferent-Epicykel verklaart dus de retrogradebeweging van de planeten zo’n 1600 jaar vóórdat bekend werd dat de planeten in ellipsen bewogen. Omdat de uiteindelijke waargenomen beweging van de planeten nóg ingewikkelder was, maakte men dit systeem verder “volmaakt” door óp de eerste Epicykel nóg een kleinere Epicykel te zetten, waarin de planeet dan zou bewegen. Dit kon dan verklaren, waarom een planeet een kortere tijd retrograde liep en een langere tijd direct. De meeste astronomen uit die tijd waren bijna altijd ook astrologen, dus astrologen wisten heel goed van dit systeem van deferent en epicykels en van het Apogeum en Perigeum. Nergens ziet men een astrologische uiteenzetting van de invloed van een planeet in zijn Apogeum of Perigeum, het was uitsluitend bedoeld voor de positieberekening van een planeet.

De begrippen Zwarte Maan en Zwarte Zon zijn door de Franse astroloog en schrijver Jean Carteret in het leven geroepen in de jaren tussen 1960 en 1980. Onder andere de Franse astroloog Jean Barbault werd door Carteret in hoge mate beïnvloed in zijn astrologisch denken. Enkelen werden door hem beïnvloed en dit resulteerde in diverse boeken over de vier Lichten, namelijk de gewone Zon en Maan en de Zwarte Zon en –Maan. Daarna zijn velen gaan geloven dat er wel “iets zat” in deze zwarte lichten, net zoals enkele andere astrologische verzinsels uit de periode van de New Age, waarover zo meteen nog iets.

+++
+

Ik heb een paar honderd astrologische boeken gelezen, niet zomaar gelezen, maar ze zitten vol met mijn aantekeningen, uitwerkingen, grafiekjes en verdere literatuur. Vele boeken heb ik meerdere keren gelezen. NERGENS, vanaf de Ouden, de Arabieren, de middeleeuwse schrijvers, de astrologen uit de 16e eeuw, zoals William Lilly, Morinus de Villefranche, de modernen zoals Alan Leo, Charles Carter, Cornelis Gorter, Else Parker, Van Wageningen, Sepharial, Raphael, Vivian Robson, Johannes Vehlow en al die anderen die de astrologie groot hebben gemaakt en door hebben gegeven, nergens wordt ook maar iets verteld over de Zwarte Zon en Zwarte Maan. 

Die onzin komt men alleen tegen bij de aller modernsten van deze tijd, doorgaans zijn dat ook nog de mensen die totaal geen kennis hebben van de astronomische achtergronden. Ik moet toegeven dat men niet van iedereen deze kennis kan verwachten. De één heeft zijn interesse nu eenmaal niet in de wiskunde of astronomie, de ander is niet goed in talen, nog een derde is helemaal weg van anatomie en begrijpt de medische astrologie erg goed en zo zijn de schakeringen zeer divers. Ik besef dit ten volle, ik loop tenslotte al 43 jaar mee in de astrologische wereld. Maar degenen die de Zwarte Zon en –Maan propageren hebben helaas geen realiteitszin. Ze zijn dan bijvoorbeeld zogenaamde spirituele astrologen, maar weten de weg niet binnen alle bestaande mogelijkheden die de astrologie al 2000 jaar biedt. Het is mijn eigen ervaring in gesprekken die ik af en toe met hen voer. Ze zijn verdwaald in een labyrint en grijpen nu weer dit aan als uiting van eventuele geheimen die er zouden zijn. Maar het is gebrek aan kennis, aan doodgewone astrologische kennis, die zó enorm diep is, maar waarvan men geen weet heeft, omdat iedereen maar door “raast”, op jacht naar nieuwe dingen, omdat men niet meer weet stil te staan en zich te verdiepen in de uitgangspunten. Men is zó spiritueel bezig, het is allemaal zó heilig, je gaat je bijna een mislukkeling voelen als je niet meer met spirituele astrologie bezig bent.

+++
+

Dan komen wij uiteindelijk uit bij de New Age periode, die ergens einde jaren '60 van de vorige eeuw begon met hoogtepunten in de jaren '70. De New Age heeft een hele grote verdienste op haar conto, omdat het de astrologie en vele andere gerelateerde zaken onder het grote publiek heeft gebracht en dat op wereldwijd niveau, niets dan lof hiervoor. Toch is er ook veel onzin geïntroduceerd in diezelfde periode en die is klakkeloos aangenomen door het veelal onwetende en naïeve publiek. Te denken valt aan "Maanknopen in relatie tot  reïncarnatie", Zwarte Zon en – Zwarte Maan zoals hierboven al beschreven en verder uitingen van heliocentrische astrologie, enkele planetoïden en zo nog wat meer buitenissige zaken. Zo is er een periode geweest dat Martin Schulman met zijn boeken over de karmische betekenis van de Drakenkop en Drakenstaart oneindig kon filosoferen en later moesten wij eraan geloven met de boeken over Cheiron en de nog latere boeken over diverse andere planetoïden, zoals Ceres, Juno, Vesta en de honderden andere planetoïden die in een sneltreinvaart werden ontdekt aan het begin van de 19e eeuw via moderne observaties in de astronomie.  

+++
+

Klassieke astrologie echter is rigide, het biedt een stevige "met-beide-benen-op-de-grond"-structuur en als middel om de astrologie voor het eerst te leren, is het uitermate geschikt. Later kan men dan zijn of haar horizon verbreden en andere terreinen verkennen. Hand in hand met de studie van de klassieke astrologie gaat het onderzoek naar de geschiedenis ervan. Deze twee zaken kunnen niet los van elkaar bestaan, omdat dit een raamwerk biedt waarin de astrologie zich heeft ontwikkeld. 

 

 

 

In een vervolgpagina wordt bijzonder uitgebreid ingegaan op de afzonderlijke Hellenische astrologen uit de Klassieke Tijd.

Dit vervolg zal in de periode Februari - April 2020 worden geplaatst.

Een verwijzing treft u HIER reeds aan (aan de inhoud wordt dus gewerkt).

 

+++

+

 

 

Aanbevolen Nederlandstalige Klassieke Astrologie boeken  

 

"Klassieke Astrologie Basisboek Hellenistische periode" door Johan Ligteneigen.
Paperback, 600 blz. ISBN: 978-1-326-45239-1. Eerste druk 2015. Gewicht: 1,3 kg.
Klik op de afbeelding of hier voor enkele pagina's uit het boek.

Prijs: € 42,00 (excl. verpakkings-/verzendkosten).
Verpakk./verzendkosten Nederland:  €   7,00 (track&trace)
Verpakk./verzendkosten buitenland: € 13,00 (track&trace)

Bestelbaar bij:
Johan Ligteneigen.

Via een mail met opgave van uw adres t.b.v. de verzending.

"Klassieke Astrologie - Voorspelmethoden" door
Johan Ligteneigen.

Paperback, 492 blz. ISBN: 978-0-244-73414-5. Eerste druk 2018.
Klik op de afbeelding of hier voor meer informatie over dit boek.

Prijs: € 28,00 (excl. verpakkings- / verzendkosten)
Verpakk.- / verzendkosten Nederland:  €   7,00 (track&trace)
Verpakk.- / verzendkosten buitenland: € 13,00 (track&trace)

Bestelbaar bij:
Johan Ligteneigen.

Via een mail met opgave van uw adres t.b.v. de verzending.

 

"De Tripliciteitsheersers in de Klassieke Astrologie"
door Johan Ligteneigen

Paperback, 112 blz. ISBN: 978-90-823441-0-3. Tweede druk 2015
Meer info vindt u op de speciale pagina over dit boek
Klik op de afbeelding of hier voor enkele pagina's uit het boek

Prijs: € 15,00
(excl. verpakkings-/verzendkosten).
Verpakk.-/verzendkosten Nederland:  €   4,00 (brievenbus)
Verpakk.-/verzendkosten buitenland: € 10,00 (brievenbus)
Bestelbaar bij:
Johan Ligteneigen.

Via een mail met opgave van uw adres t.b.v. de verzending.

 

"De Vaste Sterren in de Astrologie, een praktische toepassing" door Johan Ligteneigen.

Paperback, 428 blz. ISBN: 978-90-823441-1-0. Tweede druk 2015

Meer info vindt u op de speciale pagina over dit boek
Klik op de afbeelding of hier voor enkele pagina's uit het boek. Gewicht: 1,0 kg.


Prijs: € 30,00
(excl. verpakkings-/verzendkosten).
Verpak.-/verzendkosten Nederland:  €   7,00 (track&trace)
Verpak.-/verzendkosten buitenland: € 13,00 (track&trace)

Bestelbaar bij:
Johan Ligteneigen.

Via een mail met opgave van uw adres t.b.v. de verzending.

 

 

 

 

Voor overige boeken over Klassieke Astrologie, zie de bijzonder uitgebreide Boekenpagina.

 

 

 

Gebruikte bronnen

 

Afbeeldingen:

  1. Thales, Anaximander, Anaximenes, Pythagoras, Philolaos, Anaxagoras, Empedocles, Hippocrates, Plato, Aristoteles: Wikipedia Encyclopedie op het internet.

  2. Systeem van hulpcirkels: Nick Strobel (zie  www.astronomynotes.com.)

 

 

Boeken, artikelen:

  1. Nick Campion, "Ancient Greece" door Nick Campion, een extract uit "An Introduction To The History of Astrology", 1982.

  2. André Barbault, "Kennis van astrologie", Uitg. Ankh-Hermes - Deventer, 1976.

  3. W.H. Houlden, "A History of horoscopic astrology", American Federation of Astrologers, Tempe (AZ), 2006

  4. Vettius Valens, "The Anthology. Book IV". [translated by Robert Schmidt and edited by Robert Hand.] Project Hindsight, Greek Track, Vol. XI (The Golden Hind Press, Berkeley Springs, WV, 1996. 

  5. Johannes Kepler, "The Harmony of the world", translated into English by E.J. Aiton, A.M. Duncan and J. V. Field, American Philosophical Society, 1997. 

 

 

Start pagina: 15 januari 2008, © J. Ligteneigen

Aangepast: november 2019, februari 2020 © J. Ligteneigen

 

 

 

 

     

 

 

       

Teller:

blog stats

 

______________________________________________________________

Pagina voor het laatst bewerkt op / Page maintained onl:   29/03/2020