Home  Overzicht  Edities  Procesrecht

Canoniek recht

Oudheid en Vroege Middeleeuwen   De klasssieke periode (1100-1300)   Kanoniek recht, 1300-1500   Bestudering   Literatuur   Links

Een bijgewerkte versie van de pagina's over middeleeuws canoniek recht is te vinden op www.rechtshistorie.nl.

Canoniek recht is een ander woord voor kerkelijk recht. Het Griekse woord "canon" betekent richtsnoer of regel. Het canonieke recht heeft een geschiedenis van tweeduizend jaar. Op deze pagina gaat het vooral over het recht van de katholieke kerk, met name tijdens de Middeleeuwen. In die periode neemt het canonieke recht een grote vlucht en wint het aan belang. Tekstedities op dit gebied komen apart ter sprake, net als het procesrecht.

Oudheid en Vroege Middeleeuwen

Het kerkelijke recht van de Oudheid is enerzijds vooral gevormd op concilies, anderzijds ook in samenwerking met de wereldlijke overheid, of geheel op initiatief van die overheid. Keizer Constantijn stond in 312 het christelijk geloof voor het eerst toe met het beroemde tolerantie-edict van Milaan. In 325 leidde Constantijn zelf het concilie van Nicaea. In de vierde eeuw kreeg het Christendom steeds meer aanhang. In 380 werd het zelfs de staatsgodsdienst. Op die manier slaat het Romeinse recht ook op de Kerk. De Digesten en de Codex van Justinianus uit de zesde eeuw zijn zodoende ook voor het kerkelijk recht van belang.

In de vroege Middeleeuwen stonden concilies en synodes vaak mede onder koninklijk gezag. Het is de vraag of de concilies veel invloed hebben gehad. Het ontbreekt aan vroege verzamelingen van conciliebesluiten. Menig besluit keerde eeuwenlang terug in de acta van latere concilies. Onder de Karolingen werd gepoogd om het kerkelijk leven te uniformeren, dus ook het kerkelijk recht. Aartsbisschop Hinkmar van Reims liet vervalste rechtsverzamelingen maken, die later veel invloed uitoefenden. Vooral de pseudoisidorische decretalen zijn in dit opzicht van belang. Er kwamen vele tientallen verzamelingen in omloop van zeer verschillende omvang en kwaliteit. Het kerkelijke recht kende veel plaatselijke varianten en van geregeld onderwijs erin was geen sprake. Het Romeinse recht fungeerde niet meer als voorbeeld. Een bekende andere bron van het kerkelijke recht zijn de boeteboeken, de "libri paenitentiales". De "ordines iudiciarii" informeren ons over het vroege kerkelijke procesrecht. Het vroege kerkelijke recht was zo kleurrijk en gevarieerd dat dit eeuwen later nog zichtbaar bleef. Er was geen sprake geweest van ontwikkeling langs rechte lijnen.

Oudheid en Vroege Middeleeuwen   De klasssieke periode (1100-1300)   Kanoniek recht, 1300-1500   Bestudering   Literatuur   Links

De klassieke periode van het canonieke recht (circa 1100 - circa 1300)

Vanaf 1050 komen er meer systematische rechtsverzamelingen die oudere collecties in omvang ver overtreffen. Steunend op enkele van deze collecties, onder andere het Decretum van Ivo van Chartres, kan de "Concordantia discordantium canonum", in de wandeling het Decretum Gratiani genoemd, relatief snel ontstaan tussen 1120 en 1140. Hierin worden de teksten met korte tussenteksten ("dicta") met elkaar verbonden. Er ontstaat in Bologna onderwijs in het kerkelijk recht, dat sterk onder invloed van het Romeinse recht vorm krijgt en aan gezag wint. Bisschoppen vroegen de pausen steeds vaker om gerechtelijke uitspraken. Vooral in Frankrijk en Engeland gebeurde dit. De paus stuurde dan collega-bisschoppen of abten als gedelegeerde rechters om een uitspraak te doen. De pauselijke vonnissen hadden de vorm van decretalen. Vooral onder Alexander III nam hun aantal toe. Er ontstonden ook hiervan privé-verzamelingen, uitmondend in een reeks "compilationes".Innocentius III leidde in 1215 het belangrijke Vierde Lateraans Concilie. In 1234 verscheen onder paus Gregorius IX een officiële verzameling decretalen, vaak het "Liber Extra" genoemd -online raadpleegbaar met enkel de tekst, of als database-, geredigeerd door de Spaanse dominicaan Raymundus de Pennaforte. Bonifatius VIII liet in 1298 een volgende verzameling door drie canonisten samenstellen, het "Liber Sextus". Er volgden kort daarna nog de Clementinae (genoemd naar Clemens VII) en de Extravagantes Johannis XXII. De middeleeuwse en de moderne verwijzingen naar al deze werken kunnen cryptisch lijken. Enige online afbeeldingen van handschriften bieden hierop meer zicht. Voor verdere informatie ook de pagina over middeleeuwse handschriften.

Net als de juristen die het Romeins recht bestudeerden gingen de canonisten aan de slag. Zij die het Decretum Gratiani becommentarieerden werden decretisten genoemd. Van hen zijn vooral Stephanus Tornacensis, Rufinus, Laurentius Hispanus, Goffredus van Trani en Huguccio van Pisa bekend. Hun vakbroeders die zich op de decretalen concentreerden heetten decretalisten. Hier zijn de namen van Bernardus Parmensis, Johannes Teutonicus, Innocentius IV en Henricus de Segusio (Hostiensis, naar zijn kardinalaat van Ostia) beroemd. Zowel decretisten als decretalisten schreven summae, grote syntheses, en lecturae, regelsgewijze commentaren. Bij alle verzamelingen ontstond ook een standaardglosse (commentaar in de marge), en dit gebeurde ook voor het Vierde Lateraans Concilie.

De wisselwerking tussen Romeins en canoniek recht brengt vooral vernieuwing in het procesrecht. Men spreekt daarbij  van het romano-canonieke proces. De bekendste canonieke bijdrage is de "inquisitio", in eerste instantie een procesvorm waarbij de rechtbank een onderzoek instelt. Het initiatief daartoe ligt niet bij de procespartijen. Deze procesvorm werd berucht door het gebruik ervan in ketterprocessen en vanaf de 16e eeuw in heksenprocessen. In zijn "Speculum iuris" bracht de Franse canonist Guillelmus Durandus (circa 1235-1296) het procesrecht encyclopedisch in beeld. Van de pauselijke gerechtshoven was de Rota Romana de belangrijkste. Het canonieke recht beïnvloedde verder bijvoorbeeld het kiesrecht en bovenal het huwelijksrecht.

Oudheid en Vroege Middeleeuwen   De klasssieke periode (1100-1300)   Kanoniek recht, 1300-1500   Bestudering   Literatuur   Links

Canoniek recht tussen 1300 en 1500

In de veertiende eeuw was de leek Johannes Andreae (overleden in 1348) de invloedrijkste canonist. Op vele werken schreef hij commentaren. Ook de romanist Baldus de Ubaldis (1327-1400) schreef een commentaar op de eerste drie boeken van het Liber Extra. Nicolaus de Tudeschis (1386-1445) is wel de laatste klassieke canonist genoemd. Hij was professor in Siena, abt van een Siciliaans klooster en aartsbisschop van Palermo (vandaar zijn roepnaam Panormitanus).

Canonisten werkten aan hoge gerechtshoven, in dienst van bisschoppen en kapittels, ze doceerden aan juridische faculteiten, of ze maakten carrière in de Kerk. Verschillende pausen waren canonist, bijvoorbeeld Gregorius IX, Bonifatius VIII, Innocentius IV en Gregorius XI. Francesco Zabarella werd aartsbisschop van Florence en nadien nog kardinaal. Guido de Baysio was aartsdiaken (Archidiaconus) van Bologna, en daarmee hoofd van de universiteit. Ook bekende theologen als Jean Gerson, Pierre d'Ailly en Nicolaus von Kues waren thuis in het canonieke recht. Ook van canonisten zijn er juridische adviezen bekend, zoals bijvoorbeeld van Oldradus de Ponte (nrs. 35 en 92), Panormitanus en Zabarella.

Canoniek recht was niet alleen van belang voor de Kerk, maar greep ook in op de maatschappij en het privébestaan. De canonisten betoogden dat het kerkelijk recht van toepassing kon zijn op grond van de status van een persoon ("ratione personae"), vanwege de aard van een zaak ("ratione materiae") en vanwege rechtsweigering, onvergeeflijke zonden of kennelijk tekortschietend ander recht ("ratione peccati"). Zodoende kregen ook weduwen, studenten, reizigers, kruisvaarders, kooplieden en geldschieters te maken met het canonieke recht.

Oudheid en Vroege Middeleeuwen   De klasssieke periode (1100-1300)   Kanoniek recht, 1300-1500   Bestudering   Literatuur   Links

Bestudering

Al in de zestiende eeuw hadden enkele geleerden interesse in het middeleeuwse canonieke recht. Met name de Spaanse bisschop Antonio Agustìn deed hier waardevol pionierswerk. Een aantal oude collecties heet naar hun ontdekker uit de 17e of 18e eeuw (Luc d'Achery en de Dacheriana). Namen als Baluze, Mansi, en Muratori verdienen hier ook vermelding. In de 19e eeuw nemen Duitsers als Theiner, Hinschius, Schulte en Maassen het voortouw. De 20e eeuw brengt internationalisering. Grote namen zijn bijvoorbeeld Fournier, Le Bras, Gaudemet, Fransen, Cheney, Duggan, Holtzmann, Heyer en Stephan Kuttner (1906-1997) met zijn Institute of Medieval Canon Law, in 1955 opgericht in Washington, D.C., sinds 1996 in München gevestigd.

Oudheid en Vroege Middeleeuwen   De klasssieke periode (1100-1300)   Kanoniek recht, 1300-1500   Bestudering   Literatuur   Links

Literatuur

Er zijn een aantal belangrijke inleidingen:

Voor verdere studie kan men de volgende boeken raadplegen:

Belangrijk zijn de volgende delen uit de in Louvain-la-Neuve geredigeerde Typologie des sources du moyen âge occidental:

Enige tijdschriften:

Stéphane Boiron en Franck Roumy hebben een beredeneerd overzicht (in het Frans) gepubliceerd van recente publicaties.

Oudheid en Vroege Middeleeuwen   De klasssieke periode (1100-1300)   Kanoniek recht, 1300-1500   Bestudering   Literatuur   Links

Links

Voor canoniekrechtelijke handschriften zijn er op Internet deze sites:

Oudheid en Vroege Middeleeuwen   De klasssieke periode (1100-1300)   Kanoniek recht, 1300-1500   Bestudering   Literatuur   Links


Boven  Home  Overzicht ov - 2010 / 2014 - met dank aan Jörg Müller, München