Oorlogsbelevenissen van AC Sijs

 

Home

Hoofdstuk 1

1.1 Opkomst voor militaire dienst in 1938 en mobilisatie.

 

Het verhaal begint in oktober 1938. Adriaan werd opgeroepen voor militaire dienst in Bergen op Zoom (Oranje Nassau kazerne) voor een periode van 5 maanden. Hij werd ingedeeld bij de derde compagnie van het vierde bataljon van het veertiende Regiment Infanterie als mitrailleurschutter.

Fig.1 Deze foto is gemaakt in 1938, de opkomst voor de dienstplicht.

 

Voor zover mogelijk, uit Adriaan’s geheugen bovengehaalde namen en woonplaatsen van personen op bovenstaande foto;

Van links naar rechts zittend; X uit Zierikzee, Reffeltrad was Joods en schijnt in Auschwitz te zijn omgekomen, Tentij , Swart uit Middelburg (onderw.), Schoolmeesters uit

Noord- of  Zuid-Beveland, de drie mannen daarnaast zijn onbekend, de laatste persoon komt uit Wemeldinge.

De eerste staande rij van links naar rechts; X (Joods) uit Amsterdam, X uit Middelburg, X uit Flakkee, Jan Stuiver uit Den Haag, X uit Baarland, sergeant X uit X, Jozef Triest uit Axel, Triau uit Oostburg, en als laatste De Ruyter uit Aardenburg.

De op één na laatste rij van links naar rechts; Kees Schot uit X, Adriaan zelf, vervolgens staan er nog 5 personen waarvan Adriaan de namen niet meer weet.

Van de laatste rij herinnert Adriaan zich alleen de derde persoon van links, dat is ‘De Rosten’ Troost uit Ouddorp.

 

Fig.2

Fragment uit het militair  paspoort van Adriaan

 

 Fig.3.

Identiteitsplaat van Adriaan.

let op:

het zink is door zout van het zweet tijdens het dragen geoxideerd.

 

Echter in maart 1939 bleek de militaire dienstplicht nog niet tot een einde te zijn gekomen. De voormobilisatie is aangebroken. Deze voormobilisatie duurde in totaal 11 maanden.

Door de dreiging van een inval van de Duits troepenmacht ging de voormobilisatie uiteindelijk over in de mobilisatie van 1940.

Bij de mobilisatie werd de legereenheid, waar Adriaan zich bij bevond, opgeroepen om zich in Vlissingen te melden.

Dit gebeurde op de ‘Noord Brabant’, een opleidingsschip van de Nederlandse Marine.

Op foto (fig.4) is Adriaan te zien met links van hem Piet Wolters, die uit de buurt van Rotterdam kwam.

Rechts van hem is Soldaat Troost uit Goeree Overflakkee.

Deze foto is genomen in Vlissingen aan de Binnenhaven.

Het gebouw op de achtergrond is een gebouw van de marine.

Achter dit gebouw lag het opleidingsschip de ‘Noord Brabant’ afgemeerd.

Op foto (fig.5) staat hij naast Cor de Ruiter uit Aardenburg.

De legereenheid werd vervolgens voor 6 weken in een tentenkamp geplaatst bij het fort ‘De Ruyter’. Vervolgens werd de vierde sectie overgeplaatst naar Rilland- Bath , waar ze in barakken ondergebracht werden tot het uitbreken van de oorlog.

 
Fig,4 en 5 Oproep voor de mobilisatie in Vlissingen 1940.

Fig.6 Barakken (onderkomens) bij de Bathstelling

 

Op fig. 6 is Adriaan met zijn maten te zien bij de barakken die dienden als onderkomens voor de soldaten die gelegerd waren bij de Bathstelling.

Helemaal links op de foto zit Jan Stuiver uit Den Haag, vervolgens Adriaan zelf, daarnaast zit Jan Lauwreys uit Hulst, en als laatste korperaal Braber, die uit Noord-Beveland (Baarland) afkomstig was.

Hier in Rilland-Bath waren stellingen ter verdediging van de zeedijk aangebracht, waaronder een aantal stalen kazematten. In hoofdstuk 1.2 wordt de Bathstelling verder behandeld.

Fig.7 Adriaan met zijn dienstmaten bij de barakken van de Bathstelling.

 

Ook op fig. 7 is Adriaan met zijn maten te zien bij de barakken, hij houdt hier een lichte mitrailleur beet.

Voorste rij van links naar rechts: Arie de Visser uit Den Briel, Adriaan zelf, Cor Troost uit Ouddorp. Middenpersoon: Piet Wolters uit Zuidland, onder Rotterdam.Bovenste rij van links naar rechts: Fassaert , die een grossiersbedrijf in Westdorpe had, Borgt uit Axel ( oom van Staf Borgt) , Koster uit Baarland, Paulus Geense van de Griete en segeant majoor Wijts uit Bergen op Zoom. 

De schuingedrukte tekst die verder in de tekst kan voorkomen, zijn citaten uit een kort dagboek van Adriaan dat hij heeft bijgehouden tijdens de eerste oorlogsdagen en dienen als leidraad voor het verhaal.

  

-Vrijdag 10 Mei; Oorlogsverklaring, eerste oorlogsdag.

 

Het schootsveld van de stellingen van het Nederlandse leger lag in de schorren. Hier werd de Duitse inval verwacht. De Duitse inval kwam vanuit de rug. De Duitsers kwamen vanaf de grote weg uit de richting Bergen op Zoom met infanterie en tanks.

Tijdens de Duitse aanvallen zijn 3 mannen van de vierde compagnie (afd.zware mitrailleurs) gesneuveld doordat de Duitsers een granaat afvuurden, recht in de kijkgaten van een stalen kazemat.

 

-Zaterdag 11 mei; Eerste vliegeraanval op onze stellingen.

Tuur de Nijs uit Koewacht was één van de weinigen die als zware mitrailleurschutter bleef vuren op de 3 aanvallende Duitse vliegtuigen.

 

-Zondag 12 mei; Tweede vliegeraanval op onze stellingen.

 Zondagavond; 3 Vliegtuigen worden neergeschoten door Hollandsche Jagers of Engelsche.

Dit blijken later Franse vliegtuigen te zijn geweest die de 3 Duitse vliegtuigen hebben neergehaald.(zijn in de buurt van Woensdrecht neergestort).

 

-Maandag 13 Mei; Gas waargenomen bij Bath.

Dit was geen gifgasaanval, maar het bleek rook te zijn,door de wind meegenomen en afkomstig van de bombardementen op de chemische fabrieken bij Sluiskil.

 

-Dinsdag 14 mei; Onze stellingen werden na de middag om 18 uur beschoten door vijandelijke artillerie. Om 19uur teruggetrokken richting Walsoorden.

De bevolking van Rilland- Bath zou geëvacueerd worden met gevorderde vissersboten uit Yerseke. Deze burgers waren vanwege de oorlogshandelingen een dag tevoren al vertrokken.Hierdoor kon de compagnie van Adriaan (±120 man) met deze vissersboten vertrekken naar Walsoorden. Onderweg zijn ze nog beschoten door Duitse artillerie vanuit Woensdrecht.’s Nachts aangekomen in Walsoorden waren daar Franse soldaten, die met dezelfde boten waarmee de compagnie uit Rilland Bath was gekomen, vertrokken naar Hansweert voor het bezetten van de stellingen aan de Zanddijk tussen Yerseke en Kruiningen.Hier zijn tijdens de gevechten die volgden nog vele militairen gesneuveld.Zie ook hoofdstuk 1.2 voor een verslag en informatie over de Bathstelling uit het boek ‘gevecht om de Sloedam’ geschreven door R.E Hoebeke.Dinsdagnacht heeft de compagnie de nacht doorgebracht onder de bomen bij een boer in Walsoorden. 

-Woensdag 15 mei; Wij trekken terug op Axel en zijn vandaar vertrokken vrijdags 17 mei naar Zuidzande.

Woensdagmorgen is Adriaan met 2 secties (± 60 man) te voet naar Axel gelopen.Daar aangekomen heeft de compagnie 3 dagen bij boer de Putter in de ‘Bossenblie’ gebivakkeerd (eerste boerderij aan de linkse kant vanuit Axel komende).Deze boerderij heet ''Het Looses Hof''.

Fig. 8 Foto van Kees de Putter. Bij deze boer heeft Adriaan en zijn compagnie 3 dagen gebivakkeerd

(Foto is afkomstig uit het boek; ‘Poldermensen in oorlogstijd’ een boek over De Bossenblie in de 2e wereld oorlog. Door Chiel van Doeselaar).

 

Tijdens deze bivak, is er nog een Duits toestel neergestort bij de ‘Ronde Putten’.Adriaan is hier nog met 5 mannen naar toe gelopen, echter daar aangekomen bleek dat ze de patronen voor hun geweer vergeten waren!                                                                       5 Duitsers uit dit vliegtuig hebben dit vliegtuig nog in brand gestoken en zijn toen door de Franse militairen gevangen genomen.

In het boek 5 Woelige Jaren geschreven door J.L Platteeuw wordt hier ook nog een vermelding van gemaakt;

Hoofdstuk 2  Het is oorlog                                                                                                                                                          17 mei ’s Middags had er een luchtgevecht plaats tussen een Duitse vliegenier en 3 geallieerde jagers. De Duitser dolf het onderspit en stortte neer nabij Margrette.    Het schijnt dat de Duitse vliegenier voor hij gevangen werd, nog kans had gezien om zijn papieren te verbranden. Die dag werden er in totaal 3 vijandelijke vliegtuigen neergehaald. 

Volgens Adriaan was dit een vliegtuig van het type Dornier.

(Met dank aan Hans Dieleman voor het beschikbaar stellen van de foto)

op figuur 9 is een foto te zien van een neergestorte Dornier 17. Naar alle waarschijnlijkheid betreft het hetzelfde toestel als in bovenstaande tekst is vermeld
 

Extra gegevens gevonden op internet over dit vliegtuig:

14) 16 mei (tussen 1300 en 1400 uur): Do-17 neergeschoten door 3 Franse Moranes bij ZAAMSLAG, noordoost van SPUI (oost-Zeeuws Vlaanderen) – buiklanding . Kgvn: Fw August Schenkelberg, Gefr Herman Reiche en Uffz Johann Gronn.

- FOD(19) t/m (20); SGL (T690).

N.B. Foto: mogelijk de Do-17, neergestort ‘Ergens in Zeeland’, getoond in Rijnhout p.93 onder,

 

bron: http://www.bhummel.dds.nl/gif/duitseverliezen.html

 

Verdere info verkregen per mail via Wim de Meester;
-----Oorspronkelijk bericht-----
Van: José en Maja van Houdt [mailto:XXXXX@hetnet.nl]
Verzonden: donderdag 25 oktober 2007 23:38
Aan: XXXXX
@planet.nl
Onderwerp: Informatie DO-17 crash bij Spui in mei 1940

Geachte heer de Meester,
Naar aanleiding van uw lezing en ons contact daarna bij de Heemkundige
Vereniging in Terneuzen over de luchtoorlog boven de Schelde, stuur ik mijn
informatie die ik heb gevonden over de gecrashte Dornier 17 bij Spui in
1940.
Ik ben verder nog op zoek naar informatie en gevens van deze crash.
Kunt u mij daar verder aan helpen?
De bijlage is afkomstig uit een interview met de grootvader van mijn vrouw.

Bijvoorbaat dank en groeten.

Jose van Houdt

 

 

Geachte heer van Houdt

Bedankt voor de informatie. Bijgaand het concept zoals ik dat heb van deze
crash.
Met vriendelijke groet
Wim de Meester

 

Succes voor GC III/1 en/of GC I/4 nabij Axel.

Tegen 1310 uur  werd door drie Morane-Saulnier MS-406’s van de Armée de l’Air een Dornier Do 17P-1 van 7.(F)/LG 2 neergeschoten.

De machine, die in opdracht van het 18. Armee een verkenning uitvoerde van Bergen op Zoom naar Zuid-Beveland en van daar naar Vlissingen, Knokke en Oostende, trachtte na de onderschepping door zeer laag te vliegen alsnog te ontkomen. Het toestel werd echter onophoudelijk getroffen door mitrailleursalvo’s waardoor onder andere de brandstoftanks vlam vatten en waardoor de piloot gedwongen werd om een buiklanding nabij de Magrette – een gehucht tussen Zaamslag en Axel - uit te voeren.  

Voordat soldaten van de 60ste. Division d’Infanterie de Duitse vliegers gevangen konden nemen, zagen deze nog kans het toestel in brand te steken.

 

Blijft de vraag aan wie de claim zou kunnen worden toegekend? Drie MS-406’s van GC III/1 voerden een missie uit naar de regio Termonde en raakte aldaar slaags met een Do 17.

Vrijwel tegelijkertijd vlogen drie Curtiss-Hawk 75A jagers een missie naar Zuid-Beveland en Walcheren teneinde (alsnog) een vorm van luchtdekking te geven aan de in het nauw gedreven Franse troepen.

Wat kan worden afgeleid uit de Franse archiefgegevens:

 

Extrait compte-rendu de GC III/1

Mission de couverture, région Termondes-Bailleul avec 3 Morane 406 et decollage 12 h 30.

A la suite d’une attaque contre un Do 17, le sous-lieutenant Chciuck est abattu; son appareil s’écrase dans un champ de la région de Gembloux, le pilote indemne rejoint le Groupe le 20 mai.

Le Morane 406 est détruit.

 

Extrait compte-rendu de GC I/4

Une patrouille triple en couverture du canal entre Beveland et Walcheren (?). Le capitain Barbier attaque un Henschel 126 luie (?) 200 cartouches. Le feu du mitrailleur s’arrête et l’avion ennemi pique au direction paraissant touché.

 

Een theoretische benadering

Met de beschikbare gegevens kan alleen maar een mogelijkheid worden geschetst. Eén van deze mogelijkheden zou (kunnen) zijn dat de Dornier in eerste instantie de GC III/1 patrouille tegen het lijf liep (en en passant een Morane neerschoot).

Vervolgens week hij uit om daarna te worden geconfronteerd met de GC I/4 patrouille.

Daar staat dan weer tegenover dat de uiterlijke kenmerken van een HS 126 en een Do 17 niets met elkaar van doen hebben zodat we het hier maar bij moeten laten.

 

Verliezen voor de Luftwaffe

  • Do 17P-1 van 7.(F)/ LG 2 werd door Franse jachtvliegtuigen van GC III/1 danwel GC I/4 onderschept en neergeschoten. De piloot slaagde erin om nabij de Magrette een noodlanding uit te voeren waarbij het toestel geheel verloren ging.

De drie bemanningsleden werden in gevangenschap afgevoerd maar na de Franse capitulatie keerden de FF en de BO weer terug bij hun onderdeel.

Uffz. Johann Groen                           FF                   pow

Fw. August Schenkelberg                 BO                  pow

Gefr. Herman Reiche                        Bf                   pow

                      

  

Interrogatoire de priosonnier de l’Armée de l’Air.

2° Bureau – Q.G. le 17 mai 1940

Nom et prénom.

August Schenkelberg, Herman Reiche et Johann Groen

Lieu et date de la capture.

1 km Süd-Est de Spuy, région Axel (Hollande) à 13 h 10 le 16 mai 1940, Secteur 60° D.I.

Circonstances de la capture.

Revenant d’un vol d’observation nous avons été pris en chasse après Gand per 3 Moranes. Nous volions à ce moment là à 5.500 m. Environ.

Après avoir essuyé plusieurs rafales, le réservoir de gauche a été perforé et a pris feu. Forces d’atterrir dans un champ de blé nous avons préféré atterir  sur le ventre.

Pas de blessé à l’atterrissage. L’opérateur radio a été blessé à la cuisse par balle ou éclat de DCA.

Mission.

Observation et photographie. Avons survolé Bergen op Zoom, la Canal de Zuid-Beveland, Kapelle.

Sommes remontés en suite vers Willemstad, avons suivi le Haringvliet et sommes descendus le long de la côte par Goeree, Noordwelle, Veere, Middelburg, Flessingue, Knokke et Oostende.

Nous avons vérifier les mouvements de bâteaux de guerre et photographer la région ouest des îles entre Ouddorp, Flessingue et Oostende.

Unité.

Deux prisonniers ont été refusé d’indiquer leur terrain de départ.

L’opérateur radio seul a déclaré d’être parti du Fliegerhorst Handorf près Munster.

Il paraîtrait certain que ce terrain est bien le port d’attache de cette escadrille, puisque les 3 cartes d’indentité portaient la date du 11 mai 1940 avec indication de la Fliegerkommandanten de Handorf.

Materiel.

Dornier 17 armé de 3 mitrailleuses, muni de 2 appareils photo.

 

-Vrijdag 17 mei; Vertrokken vanuit Axel naar Zuidzande waar wij onze wapens in moesten leveren. Vandaar zijn wij naar Oostkerke in Belgie gegaan waar wij de nacht hebben doorgebracht in ’n schuur.

Vertrokken met door het Franse leger gevorderde vrachtauto’s naar Sluis, Adriaan zat in een auto van Van Kampen. (Grossier uit Axel).Daar aangekomen, en na geslapen te hebben op straat, de volgende morgen te voet vertrokken naar Zuidzande om de wapens in te leveren bij het Franse leger.

-Zaterdag 18 mei; Terug naar Zuidzande om onze wapens en zijn daar gebleven op ’n boerderij om de nacht door te brengen. 

-Zondag 19 mei; Terug naar Belgie nabij Ostende en hebben de nacht in ’n school doorgebracht.                                        Per gevorderde vrachtauto is Adriaan in de richting van Oostende vervoerd

-Maandag 20 mei; Wij moeten terug naar Ostende om in de kazerne te worden ondergebracht waar wij nu nog liggen in afwachting op nadere orders.

 -Dinsdag 21 mei; Deze avond een geweldig bombardement op Ostende met ’t gevolg ’n geweldige brand dit bombardement begon na de middag om 17 uur en om ongeveer 24 uur kwamen ze terug voor ’n tweede waarbij met mitrailleurs werd geschoten en waardoor er brandweerlieden werden gedood.

-Woensdag 22 mei;  Tegen den avond ’n nieuw bombardement waarbij de overdekte schietbaan werd getroffen , die net naast de kazerne ligt, zonder iemand te treffen.

 -Donderdag 23 mei; Van morgen zijn wij om 8 uur afgemarcheerd naar de duinen waar wij zijn gebleven tot na de middag, om 18 uur zijn wij teruggegaan. Deze middag is kalm verlopen, wel is er veel luchtalarm gemaakt, maar dat was ook alles.

Zoo ook van nacht veel vliegtuigen maar verder ook niets te melden, wel zouden wij nog een schip met graan moeten lossen hebben, maar dat is niet gekomen.

-Vrijdag 24 mei; Wij waren om 24 uur ’s nachts weg gegaan en om half 5 teruggekomen en zijn maar weer onder het tentzeil gekropen. Verder is er geen nieuws want het is nog maar middag, dus dat kan nog komen. Wel is het jammer dat wij niet kunnen corresponderen met thuis. Ik heb ’t wel goed gezegd en dat het nog kan komen want op ’t oogenblik staat de stad op 3 punten in brand en wel ’t militair hospitaal, de elektrisch centrale en dan nog een blok naast de kerk, en ook nog een brandje in onze kazerne. Wij waren zoo ‘ns overal aan’t rondneuzen toen ze begonnen te bombarderen. Gelukkig werd niemand getroffen , bij ons wel in de stad, daar zij 2 meisjes die in de kelder zitten opgesloten en daar kunnen ze niet bij komen. Ook in ’t militair hospitaal ging ’t er verschrikkelijk aan toe, want daar lagen nog veel gewonden in. Wij hebben gelukkig nog veel kunnen redden en ook konden de gewonden er op tijd uit. Het is nu 9 uur in de avond en wij moeten naar ’t schip toe dat gelost moet worden met levensmiddelen. Wij zijn nu terug ’t is inmiddels al 2 uur in de morgen en wij hebben midden tusschen de bommen gelegen, eerst toen wij door gingen sprong er ’n benzinetank in de lucht bij ’n garage. Toen om een uur of elf kwam ’t eerste vliegtuig weer over, kort daarop zagen wij vele lichten op gaan en daarna zijn de andere gekomen die ontzettend laag vlogen en veel bommen uitwierpen, waarvan de meeste brandbommen waren.

Alles stond direct daarop in lichte laaie in de omtrek. 

-Zaterdag 25 mei; Wij zijn tusschen ’n rust door naar onze kazerne gelopen. Op’t ogenblik is alles nog rustig.             Adriaan was dus te samen met 1200 andere Nederlandse militairen in Oostende in een kazerne geplaatst. Daar moesten ’s nachts Engelse levensmiddelenschepen gelost worden in opdracht van het Franse leger. Overdag zaten ze in de kazerne, er vlogen toen veel Duitse vliegtuigen rond. Tevens werden er door de Duitsers pamfletten uitgeworpen met de tekst dat de Nederlandse militairen moesten stoppen met het lossen van de schepen, daar anders de kazerne gebombardeerd werd. Adriaan heeft nog lang zo’n pamflet bewaard maar is dit helaas kwijt geraakt.

De sectie waartoe Adriaan  behoorde,(!) weigerde vervolgens nog verder schepen te lossen.                                                         De strafmaatregel die daarop volgde, was voor het Franse leger wacht te gaan lopen, hierbij kregen ze slechts één patroon mee voor hun wapen! (Mannlicher geweer).Die avond, toen ze op wacht stonden, kwamen om 8 uur ’s avonds Duitse bommenwerpers en bombardeerden de kazerne, het generaalshuis werd geraakt en ook de kamer waar Adriaan zelf sliep. Gelukkig stonden ze op wacht met een man of twaalf. Vanuit de kazerne vluchtten in paniek diverse Nederlandse militairen weg. Deze militairen werden toen door de Franse militairen van de muur geschoten!Tevens werden bij de bombardementen de winkelwijk (Jodenwijk) en het hospitaal geraakt.Bij het ziekenhuis heeft de compagnie van Adriaan (±80 man) meegeholpen de gewonden uit het ziekenhuis te halen. De Franse en de Belgische militairen staken zelf geen hand uit volgens Adriaan!

Ook in het boek; West Zeeuwsch Vlaanderen 1940 geschreven door Georges van Vooren wordt er gesproken over teruggetrokken Nederlandse militairen van diverse disciplines die via West Zeeuwsch Vlaanderen in de richting van Oostende trokken.                                                                                                                                                                                    Ook de kazerne waarin Adriaan heeft gelegen in Oostende wordt hier vermeld; 

Hoofdstuk 8 Nederlandse troepen, blz 43;

Op 20 mei waren ongeveer 1250 Nederlandse militairen in een kazerne in Oostende ondergebracht. Omdat ze niet meer naar Engeland konden worden overgebracht werden ze na capitulatie van België teruggezonden naar West Zeeuws Vlaanderen. De sterkte was toen opgelopen naar ongeveer 1300 man. Op 29 mei kwamen ze in Oostburg aan. De volgende dagen werden ze op last van de Duitsers gedemobiliseerd. 

Na ongeveer een week in Oostende geweest te zijn, is Adriaan te voet naar Middelkerke gelopen met zijn sectie (richting De Panne). Daar hebben ze in een school een aantal nachten doorgebracht.

Overdag veel activiteit van Duitse vliegtuigen.                                                                                                                   Vervolgens uit eigen initiatief langs de kust, over het strand, met een man of 5, 6 naar Duinkerken gelopen. Hier 1 dag geweest, in Duinkerken zelf was niet te geraken. Adriaan en de andere mannen werden daar door bewakingseenheden teruggestuurd.               In Duinkerken zelf zaten eenheden van het Nederlandse, Belgische, Franse en Engelse leger.                                                     Vanaf het strand kon Adriaan wel de Duitse luchtaanvallen waarnemen (bommen en mitrailleurvuur) op de schepen die met soldaten naar Engeland wilden varen. 

Toen het Belgische en Franse leger uiteindelijk gecapituleerd was, was het mogelijk om met Duitse legertrucks mee terug te rijden. Dit werd door vrijwel de meeste Nederlandse militairen geweigerd, omdat zij bang waren om krijgsgevangen genomen te worden en naar Duitsland te worden afgevoerd.

Vervolgens is Adriaan te voet via Oostende naar Sluis gelopenen en daarvandaan weer naar Sluiskil. Aangekomen bij de pont ( de brug was opgeblazen door de teruggetrokken Belgische militairen) werd Adriaan door de Sicherheidsdienst (Duitse militairen met bewakingstaken, deze militairen waren herkenbaar aan een  metalen schildplaat aan een ketting rond hun nek) teruggestuurd naar Zuidzande. Dit omdat hij, en de rest van de militairen, geen demobilisatieformulier (bewijs van groot verlof) bij zich hadden. Deze reis naar Zuidzande werd ook weer te voet afgelegd, hetgeen geen pretje was bij een temperatuur van ongeveer 30°C .

29 mei 1940 wordt dit formulier uiteindelijk afgegeven aan Adriaan, in een door de Duitsers gevorderde woning in de Zuidzandsestraatweg. Dit gebeurde door een (gevangen genomen) Nederlandse officier in opdracht van de Duitsers . Nu kon de voetreis naar Sluiskil weer beginnen. De volgende dag werd door Adriaan en zijn maten wederom aan deze terugreis begonnen. Uiteindelijk komt Adriaan dan weer aan bij de veerpont van Sluiskil ( !) en mag nu overgaan en zijn voetreis richting Axel vervolgen.

Fig.10  Demobilisatieformulier waar menig kilometer voor te voet is afgelegd!

 

Twee man van de compagnie; Jan Stuiver en Janus Kroone hebben nog in de Julianastraat bij Adriaan thuis overnacht. De volgende dag zijn deze mannen door Adriaan samen met Jan Lauwreijs uit Hulst, per fiets, weggebracht tot Nieuw-Namen.  Ze hebben hier hun fietsen  geparkeerd omdat ze bang waren dat deze  in beslag zouden genomen worden. Te voet werd er toen verder gelopen naar Kallo waar Jan Stuiver en Janus Kroone met een scheepje over de Schelde werden gebracht. Adriaan en Jan Lauwreijs hebben zelf de fietsen terug opgehaald en zijn weer naar Axel afgereisd.                                                                                        Uiteindelijk heeft Adriaan zijn uniform nog ingeleverd in Terneuzen op de Markt in de oude HBS die inmiddels is afgebroken              Adriaan was mitrailleurschutter en helper geweest en deze hadden een FN- dienstpistool. Dit pistool had Adriaan de gehele tijd meegesmokkeld tussen zijn beenwindsels, zelfs bij het ophalen van het demobilisatieformulier. Gelukkig werd hij daar niet gefouilleerd, want dan was dit verhaal waarschijnlijk toch anders verlopen.                                                                                                                Dit pistool heeft Adriaan uiteindelijk in 1940, uit geldnood, tezamen met drie volle patroonhouders verkocht aan een Belgische Kommies.

Fig.11  Formulier ontvangen bij het inleveren van het uniform in Terneuzen

 
 

1.2 Gegevens over de Bathstelling waar Adriaan was gelegerd bij de Duitse inval.

 

Dit hoofdstuk geeft een indruk m.b.v. ooggetuigenverklaringen en aanvullende informatie van wat er tijdens de meidagen in 1940 zich heeft af gespeeld in de Bathstelling, waar Adriaan was gelegerd.

In dit deel van het hoofdstuk zijn o.a. gegevens weergegeven afkomstig uit het boek ‘Slagveld Sloedam’, geschreven door R.E. Hoebeke.

Hierin wordt beschreven hoe de drie belangrijkste verdedigingslinies in Zeeland;

de Bathstelling, de Zandbergstelling  en de Sloedamstelling opgebouwd waren.

Tevens wordt beschreven hoe de Duitse troepen de Bathstelling innamen.

Verder wordt in dit hoofdstuk nog een deel van een website van de gemeente Reimerswaal weergegeven waar de Bathstelling wordt omschreven.

Ook zijn er fragmenten in dit hoofdstuk verwerkt uit het boek ‘Poldermensen in oorlogstijd’, ‘over De Bossenblie en de mensen die daar hun wortels hebben : de tweede wereldoorlog’.

Geschreven door Chiel van Doeselaar.

Deze fragmenten geven ook een beeld weer van wat er toen in de meidagen van 1940 zich heeft afgespeeld in de Bathstelling.

Ze zijn door Jan van Doeselaar opgesteld.  Adriaan kende Jan persoonlijk, maar was ingedeeld bij een andere compagnie van het 14e Regiment infanterie, dat elders in de Bathstelling was ondergebracht.

 

Slagveld Sloedam;  hoofdstuk 3; ‘De oorlogsdreiging neemt toe’

blz 51; ‘Verdediging van Zuid Beveland en Walcheren’

Walcheren was in militair opzicht van een groot strategisch belang. Dat kwam omdat Walcheren de toegangsweg naar Antwerpen beheerste voor schepen door de Westerschelde.

Verder waren van belang de marinestad Vlissingen met zijn belangrijke haven en scheepswerf en het vliegveld bij Souburg. Ook maakte de aanwezigheid van het Marine Vliegkamp in Veere Zeeland tot een belangrijk gebied. De Nederlandse strijdkrachten in Zeeland, met de naam; ‘ het Commando Zeeland’, stonden onder het bevel van Schout-bij-nacht Hendrik J. van der Stad die zijn hoofdkwartier in Middelburg had. Van der Stad was ondergeschikt aan opperbevelhebber van Land en Zeemacht Generaal Henri Winkelman.

Het verdedigen van de Zeeuwse eilanden Zuid-Beveland, Walcheren en Zeeuws- Vlaanderen vereiste bij een vijandelijke aanval, vanwege het strategische belang ,krachtige maatregelen. Het zwaartepunt van de verdediging zou komen te liggen op Zuid-Beveland en Walcheren. Het militair potentieel was echter gering. Het Commando Zeeland beschikte, nadat er geleidelijk steeds meer troepen Zeeland binnen kwamen , over acht bataljons van de landmacht en een marinebataljon. Over artillerie beschikte het Commando Zeeland nauwelijks en het was zeker niet modern. In Zeeland waren drie verdedigingslinies;

 

1 De Bathstelling

De Bathstelling, gelegen bij het voormalig Fort Bath ( bij de Kreekrakdam),  was tijdens de mobilisatie in 1939 aangelegd door het 14e Grensbataljon onder commando van Maj.F.G. Triebel. De stelling bestond uit loopgraven, versterkt met zandzakken en prikkeldraad en was uitgerust met een tankgracht, 12 kazematten, mitrailleursnesten en een geїnundeerd terrein. De Bathstelling fungeerde als voorpostenstelling van de Zanddijkstelling. 

Fig. 12

Tekening van de Bathstelling in de meidagen van 1940.

(tekening afkomstig uit het boek ‘Poldermensen in oorlogstijd’)

 

2 De Zanddijkstelling

De Zanddijkstelling met de lijn van Hansweert naar Yerseke en het kanaal door Zuid-Beveland in de rug, moest met behulp van inundaties in feite de Bathstelling dekken.  De Zanddijkstelling vormde de hoofdverdediging van Zuid-beveland en Walcheren. Daarom diende deze stelling tot het uiterste te worden verdedigd.

 

3 De Sloedamstelling

De Sloedamstelling werd kort na het uitbreken van de oorlog aangelegd en vormde de enige weg over het land van Zuid-Beveland naar Walcheren.

De Sloedam was de laatste verdedigingslinie en was niet als defensielinie zoals de Bath- en Zanddijkstelling ingericht, er werd voornamelijk van de natuurlijke omgevingfactoren gebruik gemaakt.

 

Slagveld Sloedam; hoofdstuk 7; Blz.90; ‘De Duitse aanval op Zeeland’

 ‘Chaos in Nederlandse verdediging bij de Bathstelling’

Het eerste obstakel voor de Duitse troepen was de Bathstelling. Deze stelling was meer een tankgracht, die de opmars van de Duitsers minimaal moest vertragen. Deze verdediginglinie lag tussen de Brabantse wal en het geїnundeerde gebied. De stelling was bezet door het 14eGrensbataljon onder commando van Maj. F.G. Triebel. Op 14 mei tegen de avond rond 18.00 uur was de stelling al met artillerie beschoten vanuit Woensdrecht. (lees ook H1.1; het deel van 14 mei uit Adriaan zijn dagboek).

Hoewel er nauwelijks schade werd aangericht, namen de Nederlandse soldaten al snel de benen en werd de verdedigingslinie grotendeels verlaten.

Slechts een klein deel van de hier gelegerde troepen bleef op zijn post. \Maj. Triebel was door deze vlucht genoodzaakt overleg te voeren met zijn commandanten, Res. Luit.-Kol. Bruins. Deze gaf om 20.00 uur officieel het bevel om de stelling te ontruimen waarna een ongeordende terugtocht plaatsvond.

Op 15 mei 1940 vroeg in de morgen openden Duitse troepen van het SS-Regiment ‘Deutschland ‘ de aanval op de Bathstelling. Het uiteindelijke doel was om Zuid- Beveland en Walcheren te bezetten en door te stoten in de richting van Goes, Middelburg en tenslotte Vlissingen. Volgens Nieuwlander Jan Meliefste, die bij de Bathstelling als telefonist en seiner actief was, was er sprake van totale chaos rondom de stelling:


De hele organisatie had iets van een klucht. Onze kapitein(Mulder volgens Adriaan) zat als een kind te janken en stamelde voortdurend’Wat moeten we toch beginnen?’ Die man kon absoluut niks. Alles wat we voorstelden vond hij goed. Hij had absoluut geen opdrachten meegekregen van de legerleiding. Op een gegeven moment telefoneerde ik met het hoofdkwartier van de stelling en het bleek dat iedereen was weggelopen. Er was geen kip meer te bekennen en mij hadden ze maar laten liggen. En toen was er nog geen Duitser te zien geweest! We wisten van geen toeten of blazen. Toen we een vliegtuig met een Duits kruis zagen zei iemand: ‘Kijk, daar vliegt iemand van het Rode Kruis’.

Fig.13

Geheime stukken werden door de Nederlandse soldaten vernietigd. Alles werd verbrand. In hun haast ging echter ook de totale commandopost, het toenmalige gemeentehuis van Rilland in vlammen op.

 

Toen de Duitsers de Bathstelling tot op enkele honderden meters waren genaderd, vertrokken ook Jan Meliefste en zijn maat: ’De officieren hebben hier niet bepaald het goede voorbeeld gegeven. De soldaten die nog wilden vechten werden vriendelijk verzocht te vertrekken’


 

Dat de Nederlandse militairen in geen velden of wegen te bekennen waren op 15 mei 1940 blijkt wel uit een verslag van een onbekend gebleven Duitse soldaat van de 3de . Kompanie/ SS-Aufkl.Abt. in de publicatie ‘Unsere Kompanie’:

Wij marcheren steeds voorwaarts, bijna 10 kilometer, tot dicht voor Krabbendijke, maar nergens is een mens te bekennen. Voor het dorp beveelt de kapitein ons in de sloten te gaan liggen en op hem te wachten. Hij gaat korte tijd het dorp in om te zien of een burger wellicht inlichtingen over de tegenstander kan geven. Maar er is geen mens te zien.”

 

De commandant van de SS-Auklärungs-abteilung, SS-Staf. Wim Brandt, heeft de opmars richting Yerseke opgetekend:

Bij het latere naar voren rijden van Kradschutzen

( gemotoriseerde tirailleur=gemotoriseerde jager c.q schutter) over de dam naar Yerseke treden er verliezen op door mijnen: een SS-Man van de afdeling sneuvelt. Vooral storend is het zware artillerievuur, dat zowel vanuit de vestingwerken van Antwerpen, als van de Engelse torpedobootjagers op de opmarsroute gelegd wordt. Er doen zich echter door dit vuur geen verliezen voor. ‘s Avonds trekt de afdeling Waarde en Oostdijk binnen. Voor de afdeling ligt eigen infanterie.

 

De Duitsers konden ongehinderd de Bathstelling doortrekken. Reeds om 08.00 uur bereikte een voorhoede van het SS-Regiment ‘Deutschland’ de Tholseindsedijk die lag in het geїnundeerde gebied van de Zanddijkstelling. Bij de Bathstelling kwamen 3 Nederlandse soldaten door ongelukken om het leven. Een soldaat schoot zichzelf door zijn voet. Bij het naderen van de Zanddijkstelling werden de SS-troepen direct onder vuur genomen door de hier gelegerde Nederlandse troepen.

 

 


De volgende tekst is overgenomen uit een website van de gemeente Reimerswaal (www reimerswaal.nl). De Bathstelling wordt ook hierin vermeld;

 

 

 Poldermensen in oorlogstijd

 

Hoofdstuk 1; mei 1940

blz.29; Op deze eerste dag van het treffen met Duitsland wordt de Bathstelling, evenals  de Grebbelinie, nog niet aangevallen. Maar ook Piet Dieleman en Jan van Doeselaar weten inmiddels maar al te goed dat het oorlog is. In koortsachtige haast wordt gewerkt aan het in optimale staat van verdediging brengen van de stelling. De camouflage wordt voltooid en verder wordt alles zo goed mogelijk beveiligd tegen luchtaanvallen. Naast lichte en zware mitrailleurs beschikt de verdedigingslinie over enkele stukken pantserafweergeschut. Luchtafweer ontbreekt. In het voorterrein, dat wordt afgeschermd door een tankversperring, worden mijnen gelegd en op scherp gesteld. Daarbij komt een officier om het leven.                                                                                                Tijdens het in stelling brengen van een mitrailleur gaat het wapen af en wordt een soldaat dodelijk gewond.Verder vallen er nog twee gewonden, beiden ook als gevolg van nerveus gespannen handelen. De stelling wordt verdedigd door drie compagnieën van het Veertiende Grensbataljon Infanterie, waar(!) Piet Dieleman en Jan van Doeselaar dus deel van uitmaken. Jan is samen met zijn dienstkameraad Wim Dansen ingedeeld bij de eerste compagnie, die het middendeel van de linie moet verdedigen. De tweede compagnie heeft als taak de zuidelijke flank, die tot aan de Westerschelde loopt, te verdedigen en de derde compagnie de noordflank tot aan de Oosterschelde (zie ook fig. 12).

Blz.31; De bevolking van Rilland-Bath ondervindt op die eerste dag de gevolgen van de oorlog echter wel degelijk aan den lijve. Samen met de inwoners van Waarde en Krabbendijke krijgen ze opdracht hun grondgebied te verlaten, want dat ligt nu in oorlogsgebied. Tussen Rilland en de Zandkreekstelling Yerseke-Hansweert voltrekt zich de inundatie van het terrein inmiddels verder. Ook de overige inwoners van Zuid-Beveland ten oosten van het kanaal zijn niet meer veilig, waarbij Kruiningen en Yerseke een centrale plaats innemen. Het grootste deel van de evacués uit Rilland, Waarde en Krabbendijke moet in Axel ondergebracht worden, en verder op Zaamslag en Hoek.

In de namiddag van deze vrijdag trekken de eerste Franse troepen door Axel. Zij zijn onze bondgenoten. Ze zullen meevechten in de strijd tegen de Duitsers. Burgers en militairen wuiven elkaar toe. Voor hen (en trouwens voor iedereen) is de beheersing van de Westerschelde van belang. Ze legeren zich al direct in Terneuzen, maar de meeste eenheden trekken door naar Zuid-Beveland, waar ze gebruik maken van de veren bij Breskens, Terneuzen en Walsoorden. 

- 11-mei:  De strijd gaat door!

Blz.33; In de Bathstelling heerst op de morgen van 11 mei een zenuwachtige stemming. Er doen geruchten de ronde dat er Duitse parachutisten op de Kreekrakdam zijn geland. Het zijn valse geruchten, maar ze hebben wel hun negatieve werking op het moreel van de soldaten.

Deze morgen zijn in alle vroegte de eerste auto’s in Rilland en Bath gearriveerd om de bevolking te evacueren. Ze zijn naar het station gebracht en per trein verder vervoerd, via Goes naar Hoedekenskerke. daar steken ze met de veerboot over om vervolgens vanaf Terneuzen naar de opvangplaatsen Axel, Zaamslag en Hoek te reizen.  In de loop van de dag liggen Rilland en Bath als holle spookdorpen in het vlakke polderland. Alleen in het raadshuis tref je mensen aan, want daarin is de commandopost ondergebracht.Die middag gebeurt het. Hoog in de lucht klinkt geronk. De mannen horen ze aankomen, de vliegtuigen van de Luftwaffe. Maar ja, er komen deze dagen zo váák vliegtuigen over. Toch weet je het maar nooit. Het geeft altijd onrust als die ellendige dingen boven hen verschijnen.   Veel soldaten zoeken zo goed mogelijk dekking en wachten af in hun kazematten…

Ze worden snel uit de droom geholpen. Ook Piet Dieleman en Jan van Doeselaar. Want even later klinken donderende explosies in de noordflank van de Bathstelling, waar de derde compagnie ligt. Negen zware bommen worden door de Duitsers afgegooid. Ze vallen op en nabij het punt waar de weg en spoorlijn de stelling kruisen. Twee barakken worden vernield, een kazemat in de zeedijk zakt scheef, maar blijft overigens bruikbaar. De weg en de spoorbaan worden flink beschadigd en ook de waterleiding en telefoonkabel die daar liggen lopen schade op.  Gelukkig vallen er geen doden of zwaargewonden. Wel enkele lichtgewonden.

Het loopt dus goed af. Maar door de directe confrontatie met het oorlogsgeweld zit de schrik er goed in. Ze realiseren zich nu terdege dat ze met hun bewapening een antwoord hebben op dit soort aanvallen. En dit waren maar een páár vliegtuigen. Stel je voor dat de Duitsers dit op grote schaal gaan doen, met steun van zware artillerie! Wat móeten zij dan met hun machinegeweren en dat beetje pantserafweer, terwijl de vijandelijke vliegtuigen helemáál hun gang kunnen gaan, want luchtafweergeschut hebben ze niet!

Soldaten van de Spoorwegtroepen uit Goes komen zo snel mogelijk om de schade te repareren. Ook zij moeten echter herhaaldelijk dekking zoeken tegen overkomende vliegtuigen, zodat van repareren niet veel terechtkomt. Dit lukt ’s nachts beter. Ze worden tussendoor afgelost door manschappen uit Roosendaal.  In die nacht trekken ook Franse gemotoriseerde eenheden langs de stelling in de richting Noord-Brabant om daar hun wapenbroeders bij te staan in de strijd tegen de oprukkende Duitsers. 

- 12 mei: Pinksteren.

Het is zondag. Eerste Pinksterdag.

De Franse militairen die ’s nachts langs de Bathstelling zijn getrokken, komen de eerste Nederlandse Peelsoldaten tegen, die vanuit Brabant in grote wanorde Zeeland in vluchten. Velen zonder wapens, die ze op hun vlucht hebben achtergelaten. Ook Jan en Piet met hun kameraden worden met deze vluchtenden geconfronteerd. Ze krijgen weinig opwekkends van hen te horen.                     Het ligt eerst in de bedoeling de Bath-linie met een deel van deel manschappen te versterken. Maar na één en ander even te hebben aangezien, wil de bataljonscommandant van 14 GB ze liefst zo snel mogelijk kwijt. Want deze totaal gedemoraliseerde manschappen verspreiden dusdanig ontstellende verhalen over hun belevenissen aan het front, dat hij vreest dat daardoor het moreel in de stelling nog verder geknakt zal worden.   Hij mag ze doorsturen naar de Zanddijkstelling. 

-14 mei: Nederland capituleert.

Blz. 34; In de vroegte van diezelfde morgen merken de mannen in de Bathstelling dat in de omgeving van Bergen op Zoom en Woensdrecht gevochten wordt. Het geluid van ratelende mitrailleurs en exploderende granaten is in de linie duidelijk te horen. Na verloop van tijd neemt het vuren langzamerhand af.

Het is nog vroeg op de dag als ze al weten wat daar aan de hand is geweest. De SS Standarte Deutschland heeft daar slag geleverd met de Fransen. Dit wordt hen verteld door een groep Fransen die langs hun stelling trekt, omdat ze zich niet tijdig hadden kunnen aansluiten bij de terugtrekkende colonne.  De Fransen hebben de slag om de toegang tot Zeeland dus verloren, dat is voor de bezetting van de stelling overduidelijk.   De poort naar Zeeland staat voor de vijand nu wagenwijd open. Ze kunnen de aanval verwachten. En dat kan niet lang meer duren. 

blz.36; Jan van Doeselaar en zijn dienstkameraad Wim Dansen zitten met nog twee andere soldaten in hun kazemat in de Bathstelling. Wim is schutter en Jan helper. Eén van de twee andere jongens is een d’Hondt, een boerenzoon uit West Zeeuws-Vlaanderen. Zijn vader is tevens burgemeester van het dorpje waar hij woont, Sint Kruis.

Piet Dieleman zit op een ander punt in de stelling op zijn post.  In de hele verdedigingslinie heerst een zenuwachtige sfeer. Verkenners hebben waargenomen dat de Duitsers posities hebben ingenomen bij Hoogerheide, op de heuvelrug die de grens vormt tussen Noord-Brabant en het vlakke Zeeuwse polderland.

In het voorterrein zijn nóg meer mijnen gelegd. De mannen die deze taak hebben uitgevoerd, hadden plotseling drie Duitse militairen op een motor met zijspan over de weg aan zien komen. Hals over kop hadden ze dit gemeld. De commandant van de derde compagnie had toen een patrouille onder leiding van een sergeant het voorterrein ingestuurd. De sergeant was doodgeschoten en van de vier manschappen hadden ze niets meer gehoord. Ze weten niet dat  die gevangen genomen zijn.

Dit, en de gebeurtenissen van de afgelopen dagen, hebben de toestand in de stelling er niet beter op gemaakt. Ook Jan en zijn kameraden beseffen dat er nog maar weinig moedgevends is gebeurd. Integendeel zelfs. Drie dagen geleden het bombardement waartegen niets te doen viel. De dag daarop de vluchtende Peelsoldaten die de vreselijkste verhalen vertelden. Ze  hadden de doodsangst in hun ogen kunnen lezen. Ze hebben iets gezien en ervaren van het materieel waarmee de vijand  is uitgerust en daar zijn ze erg van geschrokken.  Dat gisteren de regering en het koningshuis al zijn gevlucht en dat de Grebbelinie gevallen is, daar weten ze niets van.  Ook weten ze niet dat Nederland deze dag heeft gecapituleerd en dat Rotterdam brandt. En dat alleen in Zeeland de strijd nog doorgaat…   Eén ding weten ze. Zonder twijfel. De Duitsers zullen komen.   Goede, gerichte bevelen krijgen ze weinig of niet. Ze moeten het vaak zelf maar uitzoeken. 

Om zes uur horen Jan en Wim met hun kameraden hoe de eerste granaten komen aangieren en inslaan in de noordflank van de linie. Binnen korte tijd vergaat horen en zien. De Duitse artillerie is de aanval op de stelling begonnen.

Buiten haast hun reserveluitenant zich naar de middenlinie, die op dat moment nog niet onder vuur ligt. Hij weet de positie van waaruit de Duitsers de granaten afvuren, vast te stellen en geeft die door aan de bataljonscommandant. Die kan dat echter alleen maar voor kennisgeving aannemen, want hij beschikt niet over artillerie die het Duitse vuur kan beantwoorden. Om over vliegtuigen maar helemáál niet te praten. Ze moeten het vijandelijke vuur maar over zich heen laten komen… Gelukkig schieten de Duitsers in eerste instantie te ver en later te kort.  Pas wanneer er groepjes Duitsers met machinegeweervuur gaan opdringen, kan vanuit de stelling worden gereageerd. Op sommige plaatsen met succes, voornamelijk in de zuidflank.   In de noordflank vluchten een aantal soldaten als hun stuk pantserafweergeschut getroffen wordt en er enkelen van hen daarbij verwondingen oplopen.  De middenlinie, waarin Jan en Wim zitten, komt na verloop van tijd ook onder vuur te liggen. Overal slaan de granaten in. Alles trilt in en om hun kazemat.

Dan zien ze op de spoorbaan Duitse soldaten. Ze aarzelen niet en openen met hun mitrailleur het vuur. Wim schiet en Jan voert de patroonbanden aan. Nu kunnen ze tenminste iets dóen. Ratelend jagen de kogels door het automatische wapen.                    Plotseling klinkt een oorverdovende, dreunende explosie. Een enorme schok! Tegelijkertijd regent het stof en puin in hun kazemat, die schudt op zijn grondvesten. Het lijkt of de wereld vergaat. Dit moet het einde zijn. Hun laatste uur heeft geslagen!                  Even later kijken ze elkaar door de stofwolken heen ontzet aan.                                                                                            Ontzet….én met opgeluchte verwondering. Want ze léven alle vier nog…!                                                                                    De treffer op hun kazemat is geen echte vóltreffer. En die kómt gelukkig ook niet. Niemand van hen is gewond geraakt. Langzamerhand neemt het artillerievuur af en wordt het wat stiller. Zullen ze dan tóch nog uit deze hel komen?                                De duisternis valt in. Het wordt nacht. Er heerste doodse stilte. Nergens bespeuren ze een teken van leven.

Maar na verloop van tijd horen ze opeens gerucht. Als ze door de geschutsopening naar buiten kijken, houden ze de adem in. Want daar, beneden aan de dijk, zien ze Duitse soldaten lopen… 

blz. 37; Wat nu te doen?

Maar ze kúnnen niets doen, want hun mitrailleur is onvoldoende wendbaar om doelen die zich op korte afstand onder een bepaalde hoek bevinden onder vuur te nemen. door de manier van opstelling is dit wapen alleen geschikt voor doelen op grotere afstand. Zou het trouwens, hoe dan ook , wel verstandig zijn de Duitsers onder vuur te nemen? Hoeveel lopen er hier nog rond en waarom blijft het ook in de andere kazematten zo stil?   Gespannen wachten ze af.  Na verloop van tijd is alles weer stil.                                     De Duitsers zijn verdwenen. Ze wachten nog even tot ze er van overtuigd zijn dat de kust veilig is. Dan verlaten ze de kazemat. Ze kijken om zich heen. In de donkere nacht is geen teken van leven te bespeuren. Het blijft doodstil om hen heen. De stelling ligt er totaal verlaten bij.  Met zijn vieren verdwijnen ze in westelijke richting. Weldra heeft de nacht hen opgeslokt. Wat ze niet weten is dat in de afgelopen avond om acht uur het bevel tot terugtrekking al is gegeven. Ze weten ook niet dat veel officieren en onderofficieren er tussenuit geknepen zijn zonder aan hun manschappen dit bevel door te geven. Dat de stelling zelfs al aan het leeglopen was voor dit bevel gegeven was. Dat ze door hun superieuren vergeten zijn!  De nacht over Rilland wordt verlicht door een brand.  Het is het oude raadhuis, dat als commandopost is ingericht. Bij het verbranden van het archief, dat niet in handen van de vijand mag vallen, is de luitenant-adjudant van de bataljonscommandant zo haastig aan het werk gegaan, dat het hele raadhuis in vlammen opgaat.   De volgende morgen staat een Duitse onderhandelaar voor de tankgracht om de overgave van de stelling te eisen. Anders zullen ze met groot materieel en luchtsteun aanvallen, zo staat het in  bluffende taal opgestelde ultimatum dat hij moet overhandigen aan de commandant. maar dat is niet meer nodig. Hij ontdekt geen teken van leven meer. De verdedigingslinie is verlaten. Als de SS’ers even later behoedzaam de stelling binnengaan, nemen ze bij koepel G5 zeven Nederlandse militairen gevangen. Die hadden nog maar net ontdekt dat de stelling was leeggelopen. ook aan hen was het commando tot terugtrekking niet doorgegeven.

Terugtrekken.

Jan van Doeselaar en zijn maats, Piet Dieleman, Wim Dansen en alle verdere manschappen van de Bathstelling worden in die nacht van 14 op 15 mei ondergebracht in Kapelle en omgeving. Ze zijn de Zanddijkstelling dan al gepasseerd. Daar hebben ze hun pasje moeten tonen. Zo te merken zien de jongens het daar nog wel zitten. Zij moeten echter direct terugtrekken tot op Walcheren. Ze komen in Vlissingen terecht. De groep waar Jan bij hoort komt een dronken Vaandrig tegen, die lalt dat ze er nu nog eens opnieuw tegenaan zullen gaan, maar dan vanuit Zeeuws-Vlaanderen. Als Jan hoort dat er misschien een mogelijkheid is om over te varen, heeft hij daar wel oren naar. Hij gaat dan iedere geval ‘richting huis’. Maar dat gaat niet door. Ze komen tenslotte in Meliskerke terecht.