De crash van RAF ME647 in Eygelshoven

 

Niet ver van de plek waar B-17 van de nog steeds vermiste co-piloot Donald Paul Breeden neerkwam, stortte op de oudejaarsavond van 1944 een Britse Lancaster bommenwerper neer. Om precies te zijn in het veld achter de RK kerkhof in Eygelshoven aan de Boomgaardskuilweg. Eygelshoven was al bijna 3 maanden bevrijd, maar de oorlog ging nog in alle hevigheid door. 

Eind december 1944 was de slag om de Ardennen bijna afgelopen met een Duitse nederlaag, terwijl in de aangrenzende Hürtgenwald nog tot in het voorjaar van 1945 om elke meter werd gevochten. En in de nacht naar 1 januari 1945 startten de Duitsers hun laatste luchtoffensief; ‘Operation Bodenplatte’. Doel was het om bij verrassing de vliegtuigen op de geallieerde vliegvelden in de Benelux-landen te vernietigen en zo weer Duitse lucht-superioriteit te verkrijgen. Dat had eerst media december - aan de vooravond van het Duitse Ardennen-offensief (Wacht am Rhein) moeten gebeuren - maar het slechte weer trok toen een streep door dat plan.

Boven de vliegvelden van de bevrijde Benelux speelden zich op nieuwjaarsdag 1945 fikse luchtgevechten af. Aan beide zijden waren er forse verliezen. De Duitsers verloren 290 vliegtuigen en bijna 150 Duitse piloten - heel jonge maar ook de zeer geroutineerde - sneuvelden daarbij. Een verlies dat de Duitsers nooit meer goed konden maken. Heel wat Duitse toestellen werden zelfs door eigen luchtdoelgeschut geraakt; op de grond wisten ze niet op tijd van deze ‘Operation Bodenplatte’...

De oorlog was dus nog lang niet voorbij en de bombardementsvluchten van de Amerikanen en de Britten evenmin. De Britten waren intussen ook overdag - net als de Amerikanen sinds 1942 - onderweg met hun bommenwerpers om Duitse doelen te bestoken.


De Britse Lancaster bemand met 7 vliegeniers die op Sylvesteravond 1944 in Eygelshoven neerstortte, had 5 vliegeniers van de Royal Canadian Air Force (RCAF) aan boord. Want Groot-Brittanië werd gesteund door militairen uit al haar ‘Dominions’, waarvan Canada er een was.


                                                  


Lancaster-monument op de RK-begraafplaats in Eygelshoven

Ideeën voor een gedenkteken kwamen tijdens het werk aan het B-17 memorial in 2018 toen me werd verteld dat nog een bommenwerper tijdens de Tweede Wereldoorlog crashte binnen de grenzen van Eygelshoven; de Lancaster ME647 op oudejaarsavond 1944.
5 Canadese en 2 Britse jongemannen kwamen daarbij om. Ze werden eerst op Margraten begraven en later in Nederweert.

Dankzij de parochie was de plek gemakkelijk gekozen: zij aan zij met het B-17 monument op de RK-begraafplaats aan de Rimburgerweg in Eygelshoven.

We gingen op zoek naar een steen om de plaquette te dragen en kregen die van de Duitse stad Herzogenrath.
Een tekst - met een lay-out vergelijkbaar met die op het B-17-monument - werd opgemaakt en gegraveerd op een metalen plaat. De gemeente Kerkrade nam dat deel op zich.

De steenhouwer Rogier Lemmens van ‘De Beitel Grafmonumenten’ sponsorde opnieuw een granieten plaat om achter de metalen plaat te plaatsen en op 26 september 2019 monteerde hij alles op de draagsteen.


Het volgende is het plannen van het eerste officiële gedenk-moment.

‘To keep forever living the freedom for which they died.’
Wordt vervolgd...

Zoals in De Limburger van 9 oktober 2019
En de Anselbode nr 41




                                            


Read the English version.



Doel 31 december 1944: het rangeerterrein Osterfeld

De 7-koppige bemanning van de vier-motorige Lancaster-bommenwerper Mark 1 met kenteken ME647 en ‘callsign’ AS-J had de opdracht om het grote spoorwegemplacement in het Duitse Osterfeld bij Oberhausen te bombarderen, zo staat dat in het oorlogsdagboek van RAF Bomber Command. 
Dit soort kruispunten van spoorwegen werden vaak en hevig gebombardeerd om de toevoer van militairen en hun materieel naar het front te voorkomen.

De bemanning ging vlak na 15 uur van start vanaf de Britse basis Kirmington. Het was een van de 14 Lancasters van het 166ste Bomber Squadron die die dag naar dit Duitse doel vloog. Uit de rapportages mag blijken dat deze crew op weg was naar huis na de aanval. Hun bommen waren gedropt en ze waren waarschijnlijk op weg naar een oudejaarspartij of een warm bed. Maar daar kwam het niet meer van; hun toestel werd op die laatste zondagavond van 1944 rond 19.30 uur boven Eygelshoven door een Duitse nachtjager neergehaald. De hele bemanning verloor daarbij het leven.



                                               


De zeven man aan boord

Deze Canadees-Britse bemanning was als groep op 28 september 1944 aan hun (1ste) ‘tour’ van 25 bombardementsvluchten begonnen bij het 166ste squadron. In december hadden ze 23 van 25de vluchten volbracht. De 24ste werd hun fataal.


Wat ik zoal wist te vinden, staat hieronder bijeen.



Hierboven de bemanning op een foto uit het boek ‘Duel in de wolken - De luchtoorlog in de gevarendriehoek Roermond-Luik-Aken’ op pagina 200 uit 1994 van de te jong overleden Heerlense luchtvaarthistoricus Ron Pütz.

V.l.n.r.: Bennet (bombardier), Daze (staart-koepel-schutter), Surman (radio/schutter), Young (top-koepel-schutter), Bernyk (navigator), Sherry (piloot) en Martin (boordwerktuigkundige/co-piloot).


V.l.n.r. met ‘mijn aanduidingen’ omdat ik bij de start van mijn verhaal nog niet wist wie wie was.

Bennett (blond - officier want hij heeft geen sergeantstrepen op zijn mouw),

Dazé (rossig - met duidelijk sergeantstrepen),

Surman (radioman/schutter, staat bij zijn ‘maten’; bevestigd door Mrs Wendy Ann)

Young (sergeant - te klein voor piloot-opleiding),

Bernyk (donker rondom ogen - officier/geen strepen op de mouw),

Sherry (herkenbaar aan zijn pilot-wings boven linker borstzak),

Martin (sergeant-strepen, Flight Engineer dichtst bij piloot/2e piloot).


Flight Lieutenant James Anthony Sherry was de 22-jarige piloot uit Windsor in Ontario en vloog in de Canadese luchtmacht; de Royal Canadian Air Force (RCAF). Zijn ouders - James Sherry en Rose Anne McClusky - waren beiden emigranten uit Schotland. Ze woonden Labadie Rd 1430 in Windsor.

Hij ging naar de St Joseph Highschool en het Assumption College in Windsor. Hij was behoorlijk muzikaal onderlegd want hij speelde viool en piano en was ook organist en koordirigent in de kerk van Our Lady of the Rosary in Windsor. Hij werkte tot oktober 1942 als taxichauffeur en in een fabriek waarna hij in dienst ging en tot piloot werd opgeleid. In Camp Borden - zo’n 90 km ten noorden van Toronto - kreeg zijn ‘wings’ opgespeld en eind september 1944 was hij in Engeland waar hij bij het 166ste RAF Bomber Squadron werd ingedeeld.

Nadat hij sneuvelde werd hij - net als zijn collega-crew-leden - eerst op het net geopende Margraten begraven. Uit een brief van 10 mei 1945, waarvan ik een kopie kreeg, blijkt dat Sherry in eerste instantie als X-68 - een ongeïdentificeerde persoon - is begraven op Margraten.

Later werd hij geïdentificeerd en herbegraven op het Nederweert War Cemetery. Hij ligt daar in sectie IV, rij A, graf 6. In diezelfde rij liggen ook zijn 6 maten begraven.

Foto met dank aan Mrs. Di Ablewhite.



De Britse RAF-Pilot Officer Alexander - Alec - Martin was de 24-jarige boordwerktuigkundige en ‘co-piloot’. In zo een Lancaster was geen extra stoel of stuur voor een tweede piloot. De boordwerktuigkundige kon zijn stoel zo draaien dat hij naast de piloot kwam te zitten en hem kon helpen; meer niet.
Martin was de zoon van Ernest James Martin en Ethel Martin en werd in 1920 geboren in het Schotse New Stevens(t)on in Lanarkshire. Hun adres ‘Sommerhill’ een guesthouse op Alexandra Parade in Dunoon-Argyll. Voetbal en tennis waren zijn passies.
Hij ging naar de 'grammaticaschool' in Dunoon en werkte vervolgens als leerling-bediende in het Chamberlains-kantoor in Dunoon, waarna hij in 1940 naar de RAF ging om grondmechanicien (Airframe Fitter) te worden. Daarna vervolgde hij zijn opleiding en werd Flight Engineer en hij stapte zo opgeleid aan boord van de Lancaster met nummer ME647.


Delen uit zijn dagboek
(van Mr Ernest Martin): Zijn basistraining was op No. 9 RC Blackpool (Reception Centre/Camp) en behaalde de rang van AC2 (Aircraftman 2nd Class). Daarna ging hij naar nr. 6 School voor zijn ‘Technical Training’, waarna hij Airframe Fitter (FITT 2A) werd en na de voltooiing promoveerde hij tot AC1 (Aircraftman 1st Class).

Zijn eerste detachering was op No.44 MU (onderhoudseenheid) op 11 november 1941. Op 15 juni 1942 werd hij overgeplaatst naar Peshawar in India en kwam hij vervolgens op 15 november 1942 op RAF MU in Jodphur-India. De belangrijkste taak van de heer Martin was het onderhoud van de vliegtuigen die op weg waren naar het front van Birma. Zijn laatste plaatsing was in India Air Force Station Juhu Bombay.

Hij solliciteerde voor ‘aircrew training’, en werd geselecteerd na een succesvolle sollicitatie en dito medische keruring. In november 1943 ging hij aan boord van de Boisserbin in Bombay, en stapte over op de Strathmore in Egypte, voor een lange reis terug naar Groot-Brittannië via het Suezkanaal, om aan zijn opleiding te beginnen.

Na verlof thuis in Dunoon, begon hij in januari 1944 aan zijn ‘aircrew training’ in Blackpool en werd hij Flight Sergeant Technical. Op 18 september werd hij geplaatst bij No.166 Squadron, waar hij na een tijdje de rang van Pilot Officer kreeg.

Hij kwam als ‘Flight Engineer’ aan boord van de Lancaster met nummer ME647.
Hij is bij zijn maten begraven op Nederweert War Cemetery, Sectie IV Rij A Graf 1.

Zijn naam staat op het War Memorial in Dunoon tegenover de pier. En mevrouw Eleanor McKay van Live Argyll-Sandbank Office in Dunoon berichtte me dat Alexander Martin wordt herdacht op de ‘Roll of Honour’ in de Dunoon Grammar School (zie de foto).



De 20-jarige Canadese Flying Officer Donald Howard Bennett vloog mee als bombardier. 
Geboren op 14 juni 1920 in Stonewall Manitoba als kind van George Howard Bennett en Eileen Bennett-Mortimer Kent woonde hij in Stony Mountain-Manitoba, Canada. 

Uit zijn trainings-evaluatie blijkt dat hij graag piloot wilde worden, maar daarvoor niet geschikt bleek en daarna verder opgeleid werd tot bombardier. Net als de hele crew was hij sinds 28 september 1944 bij het 166ste ingedeeld. Begraven ligt hij op Nederweert War Cemetery sectie IV rij A graf 2.
Donald Howard Bennett staat ook vermeld op de
Stony Mountain War Memorial.

Foto met dank aan Mrs Di Ablewhite.


Flying Officer Michael Bernyk was de 21-jarige Canadese navigator. Met kaarten, de zon en de sterren hielp hij de vliegmachine tot boven het doel - en weer naar huis - te loodsen. Daarnaast had hij in 1944 ook al technische hulpmiddelen zoals radar op de grond en in het vliegtuig ter beschikking. 

Hij is in Canada geboren in augustus 1923 en was de zoon van William and Mary Bernyk-Popoyskey. Ze woonden op Westcott Rd 1230 in Windsor-Ontario, Canada. Zijn ouders waren beiden emigranten uit Roemenië. Bernyk werkte tussen school en de start van zijn RCAF-opleiding in een metaalfabriek.

Begraven is hij op Nederweert War Cemetery sectie IV rij A graf 5.

Foto uit boek Ron Pütz. Origineel ontvangen van Peter Grimm.


De Canadese Flight Sergeant John Cletus Dazé was met zijn 28 jaar de oudste aan boord en hij was de staart-schutter. 

Ik weet van hem dat hij in maart 1916 werd geboren als de jongste zoon van Jean en Marie Georgine Dazé-Dussiaume in Arnprior-Ontario, Canada. Ze woonden op 16 Victoria Street.

Hij is opgeleid als vliegtuigmotor-monteur en wil ook als mechanicien werken bij de RCAF. In 1935 had hij al eens geprobeerd bij de RCAF te komen. In 1940 lukt dat wel en wordt hij als ‘Air Engine Mechanic’ aangenomen en blijft dat tot hij naar Europa gaat. Begin april 1944 komt hij in Engeland aan, maar wordt daar prompt omgeschoold to Air Gunner.


Zijn vader was in 1940 al overleden. Zijn moeder hertrouwde met Mr A.O. Mallette. Een klein krantenknipsel (Ottawa Journal) op het Canadese Virtual War Memorial zegt dat hij de zoon was van mevrouw H. L. Mallette (50 Caroline Street in Ottawa). Op zijn eigen 'RCAF Attest-paper' uit 1940 noemt hij als ‘next of kin’ zijn natuurlijke moeder; mevrouw A.O. Mallette met adres Victoria street 16 in Arnprior.
Op zijn 'Record sheet' noemt hij haar G.M. Mallette als ‘next of kin’.

Hij was een sportief type; hij noemt boksen, honkbal en hockey als sporten wanneer hij toetreedt tot de RCAF.

Begraven is hij op Nederweert War Cemetery sectie IV rij A graf 7.
Mr John Cletus Dazé staat vermeld op het
Arnprior War Memorial.



Flight Sergeant Kenneth Surman was de jongste van de twee Britten aan boord en werkte aan boord als radioman en schutter. Geboren was hij in 1924 en was een van de drie zonen van Henry George en Dorothy Surman, uit Merrow, Guildford in het graafschap Surrey. Zijn laatst bekende adres was Golf Club House Merrow, want zijn ouders beheerden daar de golfbaan. Kenneth was sinds juli 1944 verloofd met Teresa O’Connell; ook uit Guilford.


Uit het verhaal dat ik van zijn tante Wendy Ann kreeg, blijkt dat Ken Surman zijn opa ook als beheerder van de golfbaan in Merrow had gewerkt. Ze is op zoek geweest naar een foto van haar ‘Uncle Ken’ maar kon er helaas geen vinden. Haar vader - Ken’s broer RAF piloot Lt John Clarke Surman - vloog bij het 125ste en 604de RAF-squadron en overleefde de oorlog. En in haar vaders ‘memories’ kon ik lezen dat Ken ten minste 12 vluchten naar Duitsland had gemaakt.

In de database van CWGC staat bij hem 1-1-1945 als datum van overlijden. Zou hij levend maar dodelijk gewond zijn gevonden?


Ken Surman ligt begraven op Nederweert War Cemetery sectie IV rij A graf 3.

Mrs Wendy Ann bevestigde dat de 3de van links op bovenstaande groepsfoto haar oom Ken is.
Mr Mr Simon Lee - een familielid van Mr Ken Surman - stuurde mij deze foto.



Flight Sergeant Clarence Young werd op 9 december 1924 geboren in Cobalt - Cochrane District-Ontario als jongste zoon van Joseph Clark Young en Mabel Young-Cousineau. Ze woonden op 596 Montreal Street in Kingston-Ontario.
Na zijn scholing - waaronder 2 jaar high school - werkte hij vanaf zijn 16de als arbeider en klusjesman
(bij Anglin Norcross), schilder (bij Mr Smith) en als vrachtrijder voor een schroothandelaar (I. Cohen&Co).

Vliegtuigmodellen bouwen was een van zijn hobby’s en blijkbaar leerde hij ook vliegen. Want op zijn aanmeldingsformulier voor de RCAF meldt Young 9 uur les te hebben gehad van Mr Harry Free van de Kingston Flying Club en al 4 uur alleen te zijn gevlogen. En hij wil ook gaan vliegen bij de RCAF.

Maar jammer genoeg blijkt hij te klein (62,5 inch = 1,59 m) om als piloot in de RCAF te worden opgeleid. Voor de rest is hij geschikt (‘fit’) om in een air crew te gaan werken bijvoorbeeld als gunner in een koepel (‘turret’).





Zeker omdat Young vooraf - van april 1941 tot augustus 1942 - al een opleiding tot MG-schutter kreeg bij het Canadese ‘Princess of Wales Own Regiment’ in Kingston. Nadat hij dienst nam in de RCAF in Ottawa op 27-11-1942 werd hij daar prompt verder opgeleid tot ‘air gunner’.

Die opleiding rondde hij af op 14 januari 1944 en kreeg daarbij de de rang van ‘First Sergeant’. Uit zijn ’training report’ blijkt dat hij een goede leerling was die ook als instructeur zou kunnen gaan werken.




Op 30 maart 1944 ging hij vanuit Halifax scheep naar Europa, waar hij bij het 166ste squadron als  ‘mid-upper gunner’ van de Lancaster ME647 werd ingedeeld. Ook daar blijkbaar doet hij blijkbaar zijn werk goed, want op 14 oktober 1944 - 2 weken nadat ze als crew bijeen kwamen - werd hij tot ‘Flight Sergeant’ bevorderd. Met zijn crew vliegt hij 23 bombardementsvluchten tot de fatale op  oudejaarsavond 1944.



In juni 1945 meldt zich een Miss Shappores - lid van de Women's Auxiliary Air Force (WAAF) van RAF Station Waterbeach - bij de RCAF en vraagt naar Clarence Young zijn adres in Canada.

Zij krijgt te horen dat Young dood is en (dan nog) op Margraten begraven ligt. Mocht ze dat willen, dan stuurt de RCAF een brief van haar door naar Young zijn ouders.

Ik heb niet kunnen achterhalen welke relatie er tussen hen beiden was.

Begraven ligt Clarence Young nu op Nederweert War Cemetery sectie IV rij A graf 4.

Foto met dank aan Jan Nieuwenhuis.


In het ‘City Park’ in Kingston staat een memorial voor alle leden van de RCAF uit Kingston waarvoor geldt dat “they have slipped the surly bonds of earth”.

Mr Peter Gower of the Kingston Historical Society berichtte mij dit nog extra:

‘Clarence Young ging naar de Public School in Leland, ten NNO van Kingston, net ten noorden van Loughborough Lake. Hij woonde in Kingston sinds 1937, en werkte op de fabriek van C.I.L. (Nylon) en de Aluminum Company. Hij ging in december 1942 in dienst, en kreeg zijn opleidingen in Mont Joli, Three Rivers en Moncton. In april 1944 vertrok Young naar Europa.

Naar Gower’s zeggen had sergeant Young bijna zijn ‘tour’ van 25 vluchten erop zitten.
Young zijn nabestaanden waren zijn ouders, zijn 2 zussen Marguerite en Lois, en zijn broer Lyman, Pilot Officer Lyman Young/RCNVR-Royal Canadian Naval Volunteer Reserve.’

Na hun aanvankelijke vermissing werden vlak na nieuwjaar brieven ter zake naar alle ouders verstuurd. Begin maart 1945 volgden brieven met het bericht dat hun zonen waren omgekomen in de crash op 31 december 1944 en dat zij begraven waren op Margraten.


In Young zijn documenten vond ik ook een brief van een mevrouw Mottershead uit Heaton Chapel, Stockport in Cheshire (UK) die in mei/juni 1946 haar zoon - Clifford Harper Mottershead - zijn graf op Margraten had bezocht. Zij schrijft (aan moeder van de gesneuvelde bombardier Bennett) hoe mooi de begraafplaats Margraten is en dat zij haar zoon niet naar huis zou halen zo goed als de Nederlandse mensen voor de graven zorgen op deze mooie begraafplaats…





Sherry en Bernyk zijn beiden in Windsor, Ontario geboren. En mogelijk kenden ze elkaar ook, want de adressen van hun ouders lagen maar zo’n 650 meter uiteen. Ze bezochten wel verschillende scholen; Sherry was Rooms-Katholiek en Bernyk lid van de Roemeens-Orthodoxe kerk.


Flight Sergeant Clarence Young en al zijn RCAF-kameraden worden ook herdacht op de Bomber Command Memorial Wall in Nanton, Alberta. U kunt de Canadese bemanningsleden ook terugvinden op het
Canadian Virtual War Memorial.


                                      
Op Facebook is een pagina over deze bemanning.


Flying Officer Clifford Harper Mottershead (RAF-VR 164378) was piloot in een Spitfire van het 41e Squadron. Hij stierf 25 jaar oud op 2 maart 1945 in de buurt van Hemer in Duitsland. Gestart was hij die dag vanaf Volkel en waarschijnlijk is hij neergeschoten door een Duitse piloot in een Me-109.

Aanvankelijk werd Mottershead op Margraten begraven; nu ligt hij begraven op de Algemene Begraafplaats van Maastricht; rij 4, graf 164. (Bron: SGLO).

                                                


Kirmington thuisbasis van het 166ste Squadron

De Lancaster die op Sylvesteravond 1944 hier neerstortte was van het 166ste RAF Bomber Squadron dat zijn thuisbasis had in Kirmington in het Engelse Lincolnshire; een graafschap dat grenst aan de Noordzee en waar het in de 2de wereldoorlog krioelde van Britse en Amerikaanse vliegbasissen.

Het 166ste had een bulldog als squadron-logo en hun motto was ‘Tenacity‘ wat het beste met ‘vasthoudendheid’ of ‘taaiheid’ vertaald kan worden. 
                                       
Kirmington was van oktober 1943 tot november 1945 in gebruik als vliegbasis voor de RAF bommenwerpers van Bomber Command. Het 166ste vloog eerst vandaar uit met Wellingtons en later de veel grotere Lancaster bommenwerpers met bemanningen uit de USA, Canada, Nieuw-Zeeland, Australië en Groot-Brittanië. 178 toestellen kwamen er tot 1945 niet meer terug op de basis; ze waren afgeschoten of verongelukt hetgeen 922 vliegeniers hun leven kostte.


Uit de tekst op de plaquette in de lobby van de huidige Humberside Airport ter herinnering aan En RAF Station Kirmington was maar een van de honderden van zulke basissen toen in Groot-Brittanië..


                            
                   


       


De plaquette ter herinnering aan RAF Station Kirmington in de lobby van de huidige Humberside Airport.

Meer over Kirmington.


                                                


Uit het dagboek van RAF Bomber Command
31 December 1944/1 Januari 1945
‘149 Lancasters and 17 Mosquitos of Nos 1 and 8 Groups to attack the railway yards (rangeerterrein) at Osterfeld.
The only details available are Bomber Command's estimates that the railway sidings were 35% damaged and the 'facilities' 20% damaged. 2 Lancasters lost.’
Een ervan in Eygelshoven en wellicht beide op naam van Hager.

Die Mosquitos waren kleine snelle bommenwerpers die vooruit vlogen om de doelen met ‘lichtbommen’ te markeren zodat de grote groep daarna hun bommen daarbij konden gooien. Hun start was rond 15 uur in Engeland.

Duits bericht over de schade in ‘Abenteuer Industriestadt - Oberhausen 1874-1999’
Notitie d.d. 31 December 1944: Sylvesterabend: Luft-Grossangriff auf Oberhausen, u.a. Verschiebebahnhof Osterfeld. Schwer getroffen: Grobblechwalzwerk, Eisenbahnwerkstätte, Walzwerke bis 12.1 stillgelegt. Werksbahnbrücke bis zum Erzlager Vondern zerstört. Ferner Schäden am Emscher-Wasserwerk. Starke Wohnraumzerstörungen in Sterkrade und Osterfeld sowie große Schäden in Ausländerlagern.

Plattegrond rangeerterrein Osterfeld




                                                                   


De tegenpartij: Hauptmann Johannes Hager
In mijn zoektocht op het internet kwam ik Johannes Hager van de 6de groep van Nachtjagdgeschwader 1 (6.NJG1) tegen als degene die deze Lancaster ME647 wist te verschalken. In het boek ‘Luftwaffe Night Fighter Combat Claims, 1939-1945’, door Foreman, Parry en Matthews, lees je dat Hager iets eerder op dezelfde avond nog een Lancaster afschoot.
Zijn 36ste en 37ste overwinning van in totaal 48 in de hele tweede wereldoorlog. 






Hager werd op 16 augustus 1920 geboren in Pretzier bij Salzwedel-Altmark.
Zijn eerste overwinning behaalde hij op 14 februari 1943 boven het Zuid-Limburgse Mechelen; de Halifax DT694 van het 158ste RAF squadron op terugvlucht van Keulen. In het Schweibergerbos staat een klein monument ter herinnering daaraan.

Hij vloog de hele oorlog in het Duitse NJG1; eerst in een Messerschmitt Bf 110G-4 Werknummer 4890 (neergestort in september 1943 - zie foto) en later in een Heinkel 219A-0 ‘Uhu’ met Werknummer 190203 (beschadigd in juni 1944).

Op 31 mei 1943 maakte hij een crashlanding op het vliegveld van het Belgische Florennes in zijn Do-217 N-1 met Werknummer 1462. Gestart was hij (toen lid van 4./NJG 1) vanaf het vliegveld van St.-Truiden in België. Zijn vliegtuig had die nacht de volle laag gekregen van een Britse staartschutter in een RAF Stirling-bommenwerper. Zijn radioman Fritz Leda overleefde dat niet en Hager en zijn boordwerktuigkundige Meinel Gunther werden ook getroffen door kogels. 

Hager vloog 99 gevechtsvluchten en 1 bombardementsvlucht. Hij haalde 48 geallieerde toestellen neer, waarvan 1 overdag.

Hoe nauwkeurig de Duitsers waren met hun technische hulpmiddelen - zoals hun ‘Lichtenstein’ radar-systeem in het vliegtuig en ook boordkanonnen die naar boven konden schieten, de zogenaamde ‘Schräge Musik’ - kun je ook zien aan Hager. Hij schoot met zijn bemanning van 3 man regelmatig 2 en en ook soms 3 geallieerde toestellen in een nacht uit de lucht. ‘Top-nacht’ was de 21ste februari 1945 toen Hager 8 vliegtuigen binnen 17 minuten afschoot. De laatste 4 haalde hij op 21 maart 1945 neer.

Hager’s NJG1 was het succesvolste Duitse nachtjager squadron met 2.311 neergehaalde geallieerde vliegtuigen.


Hager overleed op 2 september 1993.

‘Friendly fire’ heel onwaarschijnlijk
Bovenstaande info maakt het onwaarschijnlijk dat deze Lancaster door de Amerikanen zou zijn afgeschoten. Want naast het bovenstaande verhaal is er ook het dagboek van pastoor Franck van Eygelshoven, die de Lancaster van Sherry en zijn crew had zien neerstorten. Hij maakte over de oudejaarsavond 1944 deze aantekening: 'Voortdurend luchtalarm wegens Duitse vliegtuigen. Tot middernacht schoten de Amerikanen er wild-west op los; er waren voortdurend Duitse vliegtuigen in de lucht.’


                                                   


De crashlocatie in Eygelshoven
Deze Lancaster van de RAF met kenteken ME647 en ‘callsign’ AS-J van het 166ste squadron kwam terecht aan de Boomgaardskuilweg; zie het omcirkelde kruisje op de kaart. Dat is de veldweg langs de RK kerkhof van Eygelshoven richting ‘Op de hoven’ in Landgraaf (toen nog gemeente Ubach over Worms).

Op het kaartje hiernaast staat op de achterkant: ‘Rimburgerveld t.o. mijn Julia achter begraafplaats. Bij kruising van paden linkse pad kiezen. 300 meter verder aan de linkerzijde: 25 meter van de Licomtuinen en 30 meter links van het landbouwpad.’
Kaart: Stichting Eygelshoven door de Eeuwen Heen.




In het veld is daar nu nog een lichte kuil te zien; is dit de plek waar deze Lancaster zich in de grond boorde?
Foto: Wim Slangen - 2017



                                              


Begrafenissen in Margraten en Nederweert

De zeven jonge bemanningsleden werden eerst in het net opgestarte US War Cemetery van Margraten begraven - in ‘plot’ F, rij I, graven 15-22 - en na de oorlog (in november 1946) op het Britse Gemenebestkerkhof in Nederweert. Daar in sectie IV, rij A, graven 1-7.


Foto van het US Cemetery Margraten met rechtsboven de Rijksweg Vaals-Maastricht toen er nog 18.900 Amerikaanse soldaten begraven waren.

Plot F staat aangeduid; zie ook de plattegrond.

Met dank aan Stichting Adoptie Graven Amerikaanse Begraafplaats Margraten.









From: Fallenotforgotten.nl / map 1946



                                               


Nederweert War Cemetery Nederweert War Cemetery is een Brits ereveld terzijde gelegen van de Monseigneur Kreyelmanstraat in de Nederlandse plaats

Nederweert.


Op de begraafplaats liggen 362 doden uit de Tweede Wereldoorlog begraven, afkomstig uit landen van het Gemenebest.

De Commonwealth War Graves Commission is verantwoordelijk voor de begraafplaats. Er is een register en een gastenboek aanwezig.


De doden zijn gesneuveld na de bevrijding van Nederweert op 21 september 1944. De frontlijn lag tot 14 november van dat jaar dicht in de buurt van het dorp en liep langs de Zuid-Willemsvaart en het kanaal Wessem-Nederweert. In die periode vielen er slachtoffers bij patrouilles, door Duitse beschietingen en ook door Duitse mijnenvelden. Toen de Britten de kanalen waren overgestoken en optrokken naar de Maas werden nog doden begraven die vielen in de omgeving.


                                                 



Ooggetuige
Paul Bauduin: ‘Ik herinner mij dat op een donkere avond in de winterperiode wij, destijds wonende op de Rimburgerweg 3 te Eygelshoven, de val hoorde van een vliegtuig. Naar buiten kijkend, zagen we over de horizon van de glooiende heuvel achter ons huis, in het diepe duister de gloed van felle brand. Ook hoorden we dat kogels ontploften.

Een of meer dagen later ben ik gaan kijken. Het betrof een totaal uitgebrand vliegtuig, maar ik kon niet vaststellen welk type vliegtuig het betrof. Ik herinner me ook dat ik de handschoen van een der vliegers zag.
Alle gegevens op een rij zettend, kan ik niet anders dan concluderen dat het de Lancaster betrof die blijkens de registers van de RAF op 31 Dec. 1944, 18.30 uur (1 uur tijdsverschil met Engeland?), bij de Rimburgerweg is neergestort, ongeveer nabij de zone Op den Hoven, als op de kaart aangegeven. Vanuit ons huis was het 15 à 25 minuten lopen. De bemanning ligt begraven op het Nederweert War Cemetery.’
Bron: Backtonormandy.org

                                                 


Van horen zeggen
Jack Huntjens meldt op zijn FB-pagina over deze crash: ‘Blijkens overleveringen van oud-Eygelshovenaren waren de restanten van het vliegtuig en de bemanning her en der over een groot gebied terug te vinden. Een ravage alom.’

Gevonden voorwerp
Samen met vrienden haalde Jack Huntjens nog restanten boven de grond. Hij schrijft: ‘Vele kleine artefacten zijn door ondergetekende en vrienden 72 jaar na dato nog teruggevonden. Gistermiddag (augustus 2016?) werd nogmaals intensief onderzoek gedaan op de bewuste locatie. Naast een kogel, waarschijnlijk van Browning Mk II mitrailleur behorende bij de AVRO Lancaster, werd het hierna volgende plaatje met de volgende tekst ‘A118’  en een afmeting 7,5 cm lang, 1 cm breed, 2 mm dik.

Navraag leerde mij dat
dit op een van de leidingen in het vliegtuig zat om die te markeren, volgens Johan Graas van de ‘Stichting Aircraft Recovery Group 1940-1945’.



                                                   

De enige bekende foto
De Lancaster MK 1 met nummer ME647 met Merlin 24-motoren was op 9 februari 1944 uit de AVRO-fabriek gerold en ging op de 20ste van die maand eerst naar het 460ste RAAF Squadron, maar één dag later al verder naar het 166ste van de RAF.
Dit vliegtuig was een van de 250 Lancaster Mk.1 die besteld werden bij Metro-Vick in mei 1942.

De ME647 nam deel aan de volgende bombardementsvluchten:
Stuttgart 15 op 16 maart 1944;         Berlijn 24 op 25 maart 1944;
Nuremburg 30 op 31 maart 1944;     Mailly-le-Camp 3 op 4 mei 1944;
Duisburg 21 op 22 mei 1944;             Agenville 31 augustus 1944-daglicht;
Neuss 23  op 24 september 1944;      Duisburg 14 oktober 1944-daglicht;
Karlsruhe 4 op 5 december 1944;       Osterfeld 31 december 1944-daglcht;
Op dat moment had dit vliegtuig in totaal van 188 uur gevlogen.

Deze Lancaster kwam ten minste een keer goed op de foto; en wel omdat een band was geklapt bij de start op 14 juli 1944. Toen waren de spoorwegen bij het Franse Revigny-sur-Ornain het doel. Ook toen om de aanvoer van Duits oorlogsmaterieel naar Normandië te blokkeren. Dat was voordat de bemanning van Sherry het toestel eind oktober ‘voor vast’ onder haar hoede kreeg.


NB Een motor is compleet weggebrand.

Bron: ‘Bomber Intelligence‘ van WE Jones.


De eerdere doelen van deze bemanning

Onderstaande lijst laat zien dat de ‘Sherry crew’ blijkbaar ook af en toe met een ander toestel naar hun doelen in Duitsland vloog. Maar sinds eind oktober was de ME647 ’hun’ Lancaster.

Het overzicht laat hun 24 bombardementsvluchten zien.

Bron: raf166squadron.com



                                                 

                               

    They went with songs to battle, they were young 

Straight of limb, true of eye, steady and aglow. 

They were staunch to the end against odds uncounted, 

They fell with their faces to the foe.


They shall not grow old, as we that are left grow old: 

Age shall not weary them, nor the years condemn. 

At the going down of the sun and in the morning 

We will remember them.


Lawrence Binyon (1869-1943)  

                                                                                                
 


Terug naar de start.