Radioactieve straling: wetenswaardigheden

Index voor deze pagina:
Soorten straling
Toelaatbare dosis
Gevoeligheid voor straling
Natuurlijke stralingsbronnen
Natuurlijke radioactieve isotopen
Het effect van straling
Levensduurbekorting
Veiligheidssymbool straling door radioactiviteit


Het begrip radioactieve straling is eigenlijk verkeerd. Straling zelf kan namelijk niet radioactief zijn. De straling waar het hier over gaat is het gevolg van radioactiviteit en dat is het spontane uiteenvallen van atomen, waarbij straling kan ontstaan. Toch is het wel gemakkelijk om te zeggen "radioactieve straling", bijvoorbeeld als contrast met elektromagnetische straling. Om de verwarring compleet te maken: één bepaald 'radioactief' stralingstype, namelijk gammastraling, is een vorm van elektromagnetische straling met een zeer korte golflengte. Mogelijk zal het volgende hoofdstukje meer duidelijkheid verschaffen.

mSv/j betekent: milli-Sievert per jaar; Gy = gray

 

Soorten straling

Alfa Heliumkernen, bestaande uit twee protonen plus twee neutronen. Een alfadeeltje met een energie van 5 MeV dringt maar 3.5 cm in lucht door en 0.044 mm in weefsel. Een vuistregel is dat een alfadeeltje een energie van minstens 7.5 MeV moet hebben wil het door de normale beschermende laag van de huid kunnen doordringen. Aangenomen wordt daarbij dat deze laag een dikte heeft van 70 μ en een dichtheid van 7 mg/cm2.
De meeste alfa-emitters hebben een atoomnummer van 83 of hoger.

Beta Elektronen (β-) en positronen (β+). Een betadeeltje van 1 MeV dringt ongeveer 3 m door in lucht en 3 mm in weefsel. Een vuistregel is dat een betadeeltje een energie van minstens 70 keV moet hebben wil het door de normale beschermende laag van de huid kunnen doordringen. Aangenomen wordt daarbij dat deze laag een dikte heeft van 70 μ en een dichtheid van 7 mg/cm2.
Sommige kernen bevatten relatief veel neutronen. Af en toe vervalt dan een neutron tot een proton, een elektron en een antineutrino. Elektron en antineutrino worden uitgestoten.
Als de kern relatief weinig neutronen heeft, dan kan een proton in een neutron worden omgezet. Er wordt dan een positron uitgestoten alsmede een neutrino. Al heel snel zal het positron ergens een elektron tegenkomen, waardoor een annihilatiereactie optreedt en er twee gammafotonen worden gevormd met ieder een energie van 0.511 MeV.

Electron capture is een proces waarbij een elektron uit een dicht bij de kern gelegen elektronenschil wordt ingevangen door de kern. Ook dit proces komt nogal eens voor wanneer de kern relatief weinig neutronen bevat. Het elektron reageert met een proton tot een neutron en het enige dat in principe vrijkomt zijn röntgenstralen en een neutrino. Meestal wordt het gat, achtergelaten door het ingevangen elektron, opgevuld door een elektron uit een hoger gelegen schil. Dat gaat gepaard met de emissie van röntgenstralen.
De gammastralen van de aangeslagen kern kunnen soms een elektron rond de kern zo'n grote energie geven dat hij eruit wordt gewipt. Elektronen met deze ontstaansgeschiedenis heten Auger-elektronen. Dit proces wordt ook wel interne conversie genoemd. Een kenmerkend verschil met de elektronen ontstaan uit betaverval, is dat Auger-elektronen maar één energie bezitten; beta-elektronen hebben een vrij breed energiespectrum.
Bij Auger elektronenspectroscopie (AES) worden elektronen met een energie van 1-25 keV afgeschoten op het te onderzoeken oppervlak. Elektronen in de buurt van de kern (K-schil) worden losgeslagen en vervangen door elektronen uit een hogere schil (bijvoorbeeld L-schil). Dit gaat deels gepaard met de emissie van röntgenstraling (röntgenfluorescentie), deels met de emissie van Auger-elektronen. Die elektronen worden uit het atoom gewipt door de grote energie die vrijkomt wanneer bijvoorbeeld elektronen uit de L-schil vallen in het eerder geslagen gat in de K-schil. Pierre Auger was een Fransman, dus is de uitspraak: ozjee.

Gamma Fotonen met een hoge energie en korte golflengte. Soms wordt een onderscheid gemaakt tussen gammastralen (uit de kern) en röntgenstralen (Engels: x-rays, afkomstig van de elektronen rond de kern).
Er is 6 cm lood, 10 cm ijzer of 33 cm beton nodig om 95% van de gammastraling van een kobalt-60 (Co-60) bron tegen te houden.
Hé! Was kobalt niet een betastraler? Ja, maar bij alfa- en betaverval verkeert de kern in een aangeslagen toestand en de overtollige energie raakt hij kwijt door gammastralen uit te zenden. Soms duurt het vrij lang, zelfs jaren voordat een aangeslagen kern zijn energie kwijtraakt. Zo'n isotoop wordt dan metastabiel genoemd.
Wanneer geladen deeltjes, bijvoorbeeld elektronen, met een flinke snelheid worden afgeschoten op een zwaar materiaal zoals wolfraam of lood, kunnen er door het remeffect en door het afbuigeffect langs de positieve kern röntgenstralen ontstaan. Dit wordt bremsstrahlung genoemd.
Cerenkovstraling (Cherenkov, Čerenkov) ontstaat wanneer een geladen deeltje door een transparant medium schiet met een snelheid die groter is dan de groepssnelheid van het licht in dat medium. Een klein deel van de energie van het deeltje wordt uitgezonden als Cerenkovstraling. Deze straling is meestal zichtbaar licht, IR of UV. Pavel A. Cerenkov was een Rus.
Synchrotronstraling ontstaat wanneer geladen deeltjes, bijvoorbeeld elektronen, worden afgebogen door een magneetveld; ze verliezen daarbij energie in de vorm van gammastraling.

Protonen, neutronen Protonen zijn positief geladen kerndeeltjes, neutronen zijn neutraal. Afgezien van een hoogstenkele neutronen-uitzendende isotoop (bijvoorbeeld Cf-252) ontstaan neutronen alleen tijdens kernreacties, dus tussen twee kernen.
Neutronen worden gerubriceerd naar hun energie omdat ze bij iedere energie anders met materie reageren.
EnergieBenaming
0-0.025 eVkoud
0.025 eVthermisch
0.025-0.4 eVepithermisch
0.4-0.6 eVcadmium
0.6-1.0 eVepicadmium
1-10 eVtraag
10-300 eVresonantie
300 eV-1 MeVgemiddeld
1-20 MeVsnel
>20 MeVrelativistisch

Neutrino's (ν) komen bij enkele kernprocessen vrij, waaronder betaverval. Neutrino's wegen bijna niks. Geschat wordt dat elektron-type neutrino's (νe) een massa hebben van minder dan 2.2 eV (zie: Neutrino mass data page). Neutrino's reageren bijna niet met de gewone materie. Elektronneutrino's hebben een kans van circa 50% dat er een interactie plaatsvindt als ze door een blok lood schieten van 1 lichtjaar dik.

Op een andere pagina staan veel voorbeelden van radioactief verval van isotopen.

 

Toelaatbare dosis

Inmiddels is men erachter dat in feite geen enkele dosis veilig is; ieder beetje radioactieve straling brengt schade toe en het effect is min of meer accumulerend. Toch zijn er richtlijnen opgesteld voor een toelaatbare dosis. Een van de redenen is dat radioactieve straling ook in de natuur voorkomt en bovendien belangrijke medische en industriële toepassingen heeft.
De belangrijkste Nederlandse richtlijn is het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet 1986.
Met ingang van 01 maart 2002 zijn deze richtlijnen vervangen door het Besluit stralingsbescherming van 16 juli 2001, zoals gepubliceerd in het Staatsblad van 2001, 397. Dit besluit is in hoofdzaak gebaseerd op de richtlijnen die tegenwoordig door alle moderne landen worden toegepast en die hun oorsprong vinden in de aanbevelingen van de ICRP (International Committee on Radiation Protection).
We geven een samenvatting van de Europese en de nieuwe Nederlandse richtlijnen.

De richtlijnen van de Raad van de Europese Unie zijn vervat in Richtlijn 96/29/Euratom van 13 mei 1996, document 396L0029. Zie de Europese unie. Ze zijn samengevat in de volgende tabel.

Beroepsmensen en leerlingen/studenten ≥ 18 j
WatHoeveelOpmerkingen
Hele lichaam20 mSv/jOver een periode van 5 jaar 100 mSv, in één jaar max. 50 mSv, gemiddeld dus 20 mSv/j
Ooglens150 mSv/j 
Huid500 mSv/jGemiddeld per cm2
Extremiteiten500 mSv/j 
Leerlingen/studenten 16 - 18 j
WatHoeveelOpmerkingen
Hele lichaam6 mSv/j 
Ooglens50 mSv/j 
Huid150 mSv/jGemiddeld per cm2
Extremiteiten150 mSv/j 
Zwangere beroepsvrouwen
Max. 1 mSv gedurende de zwangerschap
Algemene bevolking
WatHoeveelOpmerkingen
Hele lichaam1 mSv/jIn één jaar mag de dosis wat hoger zijn, als het gemiddelde maar uitkomt op 1 mSv/j
Ooglens15 mSv/j 
Huid50 mSv/jGemiddeld per cm2
Extremiteiten-niet genoemd

 

Het Nederlandse Besluit stralingsbescherming van 16 juli 2001, geldend vanaf 01 maart 2002, kan worden teruggevonden op de website van de Nederlandse overheid. Klik op "Wet- en regelgeving" en zoek naar "stralingsbescherming". Een beter opgemaakt, vollediger en minder volumineus pdf-bestand kan worden gevonden op [http://www.eur.nl/fgg/sbd/BS01.pdf].
Hieronder een samenvatting van de richtlijnen. We merken op dat ze bijzonder uitgebreid en genuanceerd zijn, zodat u voor situaties van enig belang beter de oorspronkelijke tekst kunt raadplegen.

Beroepsmensen ≥ 18 j, algemeen
WatHoeveelOpmerkingen
Hele lichaam1 mSv/jeffectieve dosis
Ooglens15 mSv/jequivalente dosis
Huid50 mSv/jGemiddeld per cm2; equivalente dosis
Blootgestelde beroepsmensen ≥ 18 j
WatHoeveelOpmerkingen
Hele lichaam20 mSv/jeffectieve dosis
Ooglens150 mSv/jequivalente dosis
Huid500 mSv/jGemiddeld per cm2; equivalente dosis
Extremiteiten500 mSv/jequivalente dosis
Leerlingen/studenten 16 j en ouder
WatHoeveelOpmerkingen
Hele lichaam6 mSv/jeffectieve dosis
Ooglens50 mSv/jequivalente dosis
Huid150 mSv/jGemiddeld per cm2; equivalente dosis
Extremiteiten150 mSv/jequivalente dosis
Zwangere beroepsvrouwen
Max. 1 mSv gedurende de zwangerschap. In borstvoedingsperiode vrijstelling van risicovolle werkzaamheden.
Algemene bevolking
WatHoeveelOpmerkingen
Hele lichaam0.1 mSv/jeffectieve dosis; buiten
Hele lichaam1 mSv/jeffectieve dosis; in een locatie waar gewerkt wordt met radioactiviteit.
Ooglens15 mSv/jequivalente dosis
Huid50 mSv/jGemiddeld per cm2; equivalente dosis
Interventie in noodsituaties
WatHoeveel 
Levensreddend werk750 mSv effectief 
Redden van belangrijke materiële belangen250 mSv effectief 
Ondersteunend werk100 mSv effectief 
Een hogere dosis bij reddingswerk is toelaatbaar indien op voorhand ingelicht over de risico's en het werk vrijwillig gebeurt.

'Extremiteiten' zijn handen, onderarmen, voeten en enkels.

 

Gevoeligheid voor straling

Niet ieder lichaamsdeel is even gevoelig voor straling.
De effectieve dosis straling die men heeft ontvangen wordt berekend als som van de straling per orgaan of weefsel, telkens maal de weegfactor van dat orgaan/weefsel. Deze weegfactoren representeren de relatieve gevoeligheid voor het ontwikkelen van kanker in dat weefsel of orgaan.
Een voorbeeld van een lijst met weegfactoren (niet normatief!):

WeegfactorOrganen en weefsels
1.00Hele lichaam
0.20Testikels, eierstokken
0.12Rode beenmerg, dikke darm, long, maag
0.05Blaas, borst, lever, slokdarm, schildklier
0.01Huid, botoppervlak
0.05Neem deze factor voor de volgende verzamelde weefsels/organen: nieren, bijnieren, hersenen, bovenste deel dikke darm, dunne darm, alvleesklier, milt, thymus, spieren, baarmoeder

Bron: Canadian Centre for Occupational Health & Safety (http://www.ccohs.ca/)

 

Natuurlijke stralingsbronnen

Volgens het NRG (Nuclear Research and consultancy Group, Petten) worden we in Nederland blootgesteld aan de volgende natuurlijke stralingsbronnen.

Restanten van de vorming van het zonnestelsel (vooral Rn-222)1456 μSv/j
Kosmische straling (vooral C-14)10.011 μSv/j
Fall-out van kernproeven (o.a. Pu-239, Sr-90, C-14, Cs-137)6.54 μSv/j
Fall-out van de Tsjernobyl ramp (vooral Cs-137, nu mogelijk aanzienlijk minder)1.05 μSv/j
Gemiddelde medische stralingsdosis (zéér variabel!)370 μSv/j

Gemiddeld zouden we in Nederland dus, inclusief een gemiddelde medische stralingsbelasting, blootstaan aan 1.84 mSv/j.
Radon-222 is een gas dat ontstaat door radioactief verval van gesteenten, dus ook baksteen en beton. Volgens het NRG is de gemiddelde radioactieve concentratie door Rn-222 binnenshuis circa 20 Bq/m3.
Ter vergelijking: de totale radioactiviteit in het menselijk lichaam is ca. 5000 - 10000 Bq.

Volgens eRads ontvangt het algemene publiek in de Verenigde Staten per jaar gemiddeld 4 à 5 mSv/j aan straling. Deze hoeveelheid is als volgt opgebouwd.
Natuurlijke bronnen en radon2 mSv/j
Kosmische straling, interne straling, straling uit de aarde1 mSv/j
Gemiddelde medische stralingsbelasting1 mSv/j
Consumentenproducten<0.2 mSv/j
Diversen zoals fall-out, beroep, kernenergie0.01 mSv/j

Onder 'interne straling' wordt onder meer verstaan dat de mens zelf een beetje radioactief is en dat komt vooral door de aanwezigheid van kalium. Van nature bestaat kalium uit een mengsel van drie isotopen:
K-3993.2581%
K-400.0117%
K-416.7302%
Alleen K-40 is licht radioactief. Het heeft een halfwaardetijd van 1.277 miljard jaar en zendt betastraling (+ en -) uit.
Maar er zijn meer radioactieve isotopen die een rol spelen bij de interne straling van het menselijk lichaam. Een overzicht:
IsotoopActiviteit
pCi
40K130000
14C87000
87Rb29000
3H27700
90Sr2886
210Pb600
210Po200
226Ra120
228Ra50
238U26

De totale interne radioactiviteit van het menselijk lichaam wordt dus geschat op 277582 picoCurie en dat zijn gemiddeld zo'n 10271 desintegraties per seconde.

De natuurlijke achtergrondstraling is zeer variabel. Zo wordt in New York City maar 1.35 mSv/j gemeten, maar in Poco de Caldas in Brazilië 70 mSv/j.
Ook de hoogte boven de zeespiegel is van belang in verband met de kosmische straling. Kosmische straling maakt de bovenste luchtlagen radioactief, maar deze straling wordt door de atmosfeer enigszins geabsorbeerd. San Francisco (Californië, 3 m) ontvangt 1.2 mSv/j, maar Denver (Colorado, 1655 m) krijgt 3 mSv/j aan kosmische straling.

De hoeveelheid straling ten gevolge van consumentenproducten is zeer variabel, zoals uit de volgende tabel van eRads blijkt.

Tabak (longen)20 mSv/j
Koken op aardgas (longen)0.05 mSv/j
Verbranding van kolen (longen)0.01 mSv/j
Televisie5 μSv/j
Lichtgevende horloges (tritium)0.5 μSv/j
Röntgendoorlichting luchthavens0.01 μSv/j
Uranium in kunstgebit (tandvlees)100 mSv/j

Bron: Radiation Protection, David Howell, NC State University [http://www.erads.com/radprot.htm].

Hoe sterk allerlei natuurlijke stralingsbronnen stralen is erg variabel, zodat het niet eenvoudig is betrouwbare waarden te geven. Een veel geciteerde bron, NCRP (National Council on Radiation Protection and measurements), heeft overwegend lagere waarden gepubliceerd in: Ionizing radiation exposure of the population of the United States, NCRP Report No. 93, 1987. Een samenvattend verhaal is te vinden bij het Oak Ridge National Laboratory [http://www.ornl.gov/Env_Rpt/aser95/appa.htm]. Een samenvatting staat in de volgende tabel.

Gemiddelde kosmische straling in de US0.27 mSv/j
Kosmische straling in de US staat Tennessee (volgens andere bron)0.45 mSv/j
Straling uit de aarde, US, gemiddeld0.28 mSv/j
Straling uit de aarde aan de US Atlantische kust0.16 mSv/j
Straling uit de aarde, US, oostelijke helling van de Rocky Mountains0.63 mSv/j
Radon uit gesteenten2.00 mSv/j
Interne radionucleïden, vooral kalium-400.39 mSv/j
Consumentenproducten0.10 mSv/j
Medisch: röntendiagnose, gemiddeld over de bevolking0.39 mSv/j
Medisch: therapeutische behandeling, gemiddeld over de bevolking0.14 mSv/j
Uraniummijnen, fabrieken, radioactieve materialen verwerkende bedrijven, kerncentrales, kerntransportroutes<0.01 mSv/j
Fall-out van atoombomtests, kerncentrales, mineraalverwerkende bedrijven, kerntransport<0.01 mSv/j

 

Natuurlijke radioactieve isotopen

Alle bekende isotopen die op aarde voorkomen en die radioactief zijn.
Elt = symbool van het chemische element.
Z = atoomgetal.
A = atoommassagetal.
Abondantie = voorkomen op aarde in procent van het isotopenmengsel van dat element.
Halfwaarde T = halfwaardetijd van het radioactieve verval. y = jaar.
Verval = type verval. A: alfa, B-: beta-min, 2B-: dubbel beta-min, EC: electron capture, 2EC: dubbel electron capture, SF = spontane splijting.
% van verval = zoveel procent van het radioactieve verval is van het vermelde type.

Op een andere pagina is een volledig overzicht te vinden van alle op aarde voorkomende isotopen.
Bron: Nuclear wallet cards, National Nuclear Data Center, Brookhaven National Laboratory.

EltZAAbondantieHalfwaarde TVerval% van verval
K19400.01171.265*109 yB-89.28
 19400.01171.265*109 yEC10.72
Ca20460.004>2.8*1015 y2B- 
 20480.187>4*1019 y2B- 
V23500.2501.4*1017 yEC83
Cr24504.345>1.8*1017 y2EC 
Fe26545.845>3.1*1022 y2EC 
Zn30700.62>5*1014 y2B- 
Ge32767.838*1024 y2B- 
Se34828.738.3*1019 y2B-100
Kr36780.35>=9*1019 y2EC 
Rb378727.834.75*1010 yB-100
Zr40962.80>2.2*1019 y2B- 
Mo421009.639.5*1018 y2B-100
Cd481061.25>=2.6*1017 y2EC 
 4811312.227.7*1015 yB-100
 481167.49>=3.75*1019 y2B- 
In4911595.714.41*1014 yB-100
Te521230.89>6*1014 yEC100
 5212831.747.7*1024 y2B-100
 5213034.08>5.6*1022 y2B- 
Xe541240.095>=1.1*1017 y2EC 
 541368.857>3.6*1020 y2B- 
Ba561300.106>=3.5*1014 y2EC 
La571380.0901.05*1011 yEC66.4
Nd6014423.82.29*1015 yA100
 601505.6>6.8*1018 y2B- 
Sm6214714.991.06*1011 yA100
 6214811.247*1015 yA100
 6214913.82>2*1015 yA 
Gd641520.201.08*1014 yA100
 6416021.86>=1.3*1021 y2B- 
Dy6616324.90(stabiel)B-100
Yb7017612.76>=1.6*1017 y2B- 
Lu711762.594.00*1010 yB-100
Hf721740.162.0*1015 yA100
Ta731800.012>1.2*1015 yB- 
W741800.12>7.4*1016 yA 
 7418226.50>8.3*1018 yA 
 7418314.31>1.9*1018 yA 
 7418430.64>4*1018 yA 
 7418628.43>6.5*1018 yA 
Re7518762.604.35*1010 yB-100
Os761840.02>5.6*1013 yA 
 761861.592.0*1015 yA100
Pt781900.0146.5*1011 yA100
Pb822041.4>=1.4*1017 yA 
Th902321001.405*1010 yA100
U922340.00542.455*105 yA100
 922350.72047.038*108 yA100
 9223899.27424.468*109 ySF0.000054

Koolstof-14 wordt niet genoemd, terwijl deze isotoop wel degelijk voorkomt. Een van de redenen voor de weglating uit de tabel is dat het slechts om een zeer geringe fractie gaat: 10-10% van het totale aantal koolstofisotopen op aarde is 14C. Koolstof-14 wordt in de bovenste atmosfeerlagen gevormd doordat kosmische straling, met name snelle neutronen, stikstof-14 atomen bombarderen, onder vorming van protonen en koolstof-14. Het koolstof-14 wordt snel geoxideerd door zuurstof tot CO2, dat door levende organismen in de stofwisseling wordt opgenomen. Halfwaardetijd van 14C is 5700 ± 30 jaar. Het is voor 100% een β-straler met een energie van 156 keV.

 

Het effect van straling

Radioactieve straling kan de DNA moleculen (erfelijk materiaal) in de celkern direct beschadigen door ionisatie. Een celkern bevat veel water. Dat water kan door straling radicalen ontwikkelen, die recombineren tot onder andere waterstofperoxide. Radicalen en waterstofperoxide kunnen veel schade toebrengen aan de rest van de cel.
Tal van factoren bepalen de feitelijke schade: Het precieze effect van straling op een individu valt dus niet te voorspellen. Wel zijn er enkele globale bevindingen in de literatuur te vinden. Ze zijn in de volgende tabel samengevat.
Effecten van acute hoge doses
DosisEffect
<0.05 GyGeen direct waarneembaar effect
0.15-0.25 GyBij enkele mensen veranderingen in de bloedwaarden
0.5 GyVrijwel zeker veranderingen in de bloedwaarden
1.0 GySommige mensen gaan overgeven
1.5 GySommige mensen gaan eraan dood
1.5 GyMeestal acuut stralingssyndroom merkbaar (begint met misselijkheid, overgeven, vermoeidheid, geen eetlust)
2 GyOoglens begint troebel te worden
3.2-3.6 GyDe helft gaat dood binnen 30 dagen bij minimale medische verzorging
4 GyPermanente steriliteit als de geslachtsorganen direct worden bestraald
5.0 GyHaaruitval
4.8-5.4 GyDe helft gaat dood binnen 30 dagen bij normale medische verzorging
11 GyDe helft gaat dood binnen 30 dagen bij intensieve medische verzorging waaronder beenmergtransplantatie
>20 GyVrijwel zeker dood
>50 GyCentraal zenuwstelsel (hersenen, spieren) kunnen de lichaamsfuncties waaronder ademen en bloedcirculatie niet meer besturen. Binnen enkele uren dood

De effecten van lage doses zijn: genetische afwijkingen en kanker.

Bron: US Nuclear Regulatory Commission, The biological effects of radiation [http://www.nrc.gov/NRC/EDUCATE/REACTOR/09/index.html]

Ter vergelijking: bij de therapeutische bestraling van een hersentumor wordt meestal een dosis van 1.8-2.0 Gy per dag gegeven gedurende 5-7 weken, in totaal 50-60 Gy.
Bron: http://www.braintumor.org, http://www.brain-surgery.com, http://www.cancernetwork.com, e.a.
Twee andere medische stralingsbehandelingen:
Röntgenfoto van de longen: 0.1 mSv
Röntgenfoto van het gebit: 0.01 mSv
Andere vergelijking: tijdens het vliegen op een hoogte van 12 km loopt men gemiddeld 5 μSv/u op.

Meer informatie over de effecten van met name de atoombom: Radiation Effects Research Foundation.

 

Levensduurbekorting

Hoe schadelijk is radioactieve straling voor de gezondheid in relatie tot andere gevaren? Dit staat beschreven in Catalog of risks extended and updated, Health Physics, Volume 61, September 1991, geciteerd in Regulatory Guide 8.29, February 1996, U.S. Nuclear Regulatory Commission [http://www.nrc.gov/NRC/RG/08/08-029.pdf].

Geschat gemiddeld verlies van levensduurverwachting ten gevolge van gezondheidsbedreigende situaties.
20 sigaretten per dag6 j
15% overgewicht2 j
Gemiddeld alcoholgebruik (US)1 j
Ongelukken (voertuigen, thuis, verdrinking)1 j
Natuurrampen7 d
Medische bestralingen6 d
Beroepsblootstelling straling: 10 mSv/j tijdens 18-65 jaar51 d


Veiligheidssymbool straling door radioactiviteit

pas op: straling door radioactiviteit!
 

Aan de gegevens op deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend. De juistheid of bruikbaarheid kan niet worden gegarandeerd. Dit is géén officiële publicatie.

© Oscar van Vlijmen, augustus 2000/August 2000
Datum laatste wijziging: 2002-11-15

Ga naar start/Home