Einstein.


A - Vaak genoeg heb ik me in de theorie van Einstein verdiept en steeds moest ik weer concluderen dat die theorie tegenstrijdig is.
Want volgens Einstein mag een ieder die zich op de één of andere manier door het heelal of de wereld beweegt, zichzelf ook als stilstaand beschouwen.
Dus dat komt er bijvoorbeeld op neer, dat als ik in een rijdende trein zit, dat ik zou mogen zeggen dat niet ik en de trein bewegen, maar de omgeving en dat de trein en ik stilstaan.
Dit is een bekend voorbeeld van Einstein om de opvatting der relativiteit te illustreren. Dus zo van: het is maar hoe je het bekijkt, want zoiets als een absolute beweging bestaat er eenvoudig niet, want niemand kan die bepalen.
Dus dan maken we er maar meteen een potje van door de verhouding van trein en omgeving om te draaien.
Leuk bedacht, dat wel, maar is dat nu werkelijk zo?
Of is dat hoogst tegenstrijdig?

einstein.tekening.JPG


einstein.tekening


B - De ether en het systeem van het heelal.
 
Vroeger meende men nog dat er zoiets als een ether is, dus fijne stof in het heelal als basis waaraan men de snelheid van de aarde door het heelal zou kunnen bepalen. Dat bleek een illusie te zijn. Die ether is er niet*.
Maar dan zou je toch zeggen dat het totale systeem der objecten in het heelal: sterren en planeten en ook de aarde een mooie basis zijn om een systeem van bewegingen vast te stellen van groot naar klein.
Met name dat de aparte sterrenstelsels bewegen binnen hun totaliteit als basis (clusters en superclusters) en dat binnen die sterrenstelsels weer de aparte beweging der sterren bepaald kan worden, wat ook zo gebeurt, want men weet hoe onze zon in de melkweg beweegt en ook ten opzichte van andere sterren, en verder dat de aarde om de zon draait en ook dat de aarde weer om zijn as draait en dat wij op de aarde weer over de aarde bewegen. Bijvoorbeeld dat een trein over de aarde rijdt en wel door de kracht van zijn motor, die zijn wielen doen bewegen en deze bewegende wielen zetten zich dan af tegen de aarde.

*Dat volgens de wetenschap, want in mijn atoomtheorie bestaat die "ether" weer wel als een oneindige reeks steeds hogere culturen in de microkosmos, en als deze de grondslag is van de beweging van het licht zou deze "ether van mijn atoomtheorie" dan stil moeten staan ten opzichte van de aarde en ook ten opzichte van elke waarnemer volgens de theorie van Einstein.
Dit kan als er even zoveel ethers als waarnemers zijn, zoals ook de tegenstrijdigheid van Einstein kan worden opgelost met even zovele heelallen als waarnemers. Dit in eenheid met de idee der parallelle heelallen, dus eindeloos veel mogelijkheden van het heelal in eenheid met de eindeloos vele waarnemers (zo die er nog niet zijn, zijn het de microwezentjes).


C - De trein rijdt de aarde onder zijn wielen weg.
 
Heel logisch, maar nee, zegt Einstein: ik mag ook beweren dat de trein stilstaat en de aarde beweegt. Blijft dan alleen de vraag waar die beweging van de aarde dan vandaan komt. Daar is dan maar één antwoord op mogelijk: het is de trein zelf die de hele aarde onder zijn wielen wegrijdt. Maar waar haalt die trein dan die enorme kracht vandaan zo te doen?
Je voelt wel dat het hier scheef gaat met de hele theorie van Einstein.
Die beweging van de aarde ten opzichte van de trein is slechts schijn, maar niet werkelijk zo. De werkelijke beweging is de trein die zich afzet ten opzichte van de aarde door zijn motor en daardoor ontstaat de tegenovergestelde schijnbeweging als zou de aarde ten opzichte van de trein bewegen.

Ik heb daar al ettelijke discussies over gevoerd, maar men wil dat niet inzien. Volgens mijn opponenten is het verschil tussen schijn en werkelijkheid irrelevant. Maar dat maakt je mij echt niet wijs. Zoals er ook een verschil is tussen leugen en waarheid is er ook een verschil tussen werkelijkheid en schijn.

D - De waarnemer heeft een oneindige massa.

De wereld der schijn is veel gemakkelijker voor te stellen in de vorm van de zintuiglijk waarneming, waarin de mens ziet dat hij zelf altijd stil staat in het midden van zijn eigen heelal en dus ook de aarde onder zijn voeten wegloopt.
Dat is waar Einstein het over heeft, namelijk dat een elkeen zich als stilstaande en middelpunt en basis van het heelal zou mogen beschouwen.
Dat is echter een subjectieve schijnwereld, precies het tegenovergestelde van de objectieve werkelijke materiële wereld. Maar zou je dat ook materieel zo willen beschouwen, dan zou de waarnemer een oneindige massa moeten hebben om de aarde (met heelal) ook werkelijk onder zijn voeten weg te kunnen lopen.
Nu dat kan, want in de theorie van Einstein heeft iemand met de snelheid van het licht een oneindige massa, en aangezien wij allen relatief gezien ook de snelheid van het licht moeten hebben (onder andere ten opzichte van het licht zelf, maar ook ten opzichte van het verre heelal) moeten wij inderdaad ook een oneindige massa hebben (naast het aspect dat we ook een gewone massa hebben).

Daar gaat dan mijn idee over omtrent een samengeperst bolheelal (door het perspectief der zintuiglijke waarneming), want deze geeft een veel betere voorstelling van de bedoelingen van Einstein die tegenstrijdig zijn en om een hogere oplossing vragen.
Kortom: mijn kritiek heeft niet de bedoeling Einstein te willen ontkennen, maar verder door te denken om een oplossing te vinden voor de tegenstrijdigheid in zijn theorie.


Hegel.Einstein.harriechristus.JPG


Hegel.Einstein.harriechristus

De relativiteitsidee komt ook al bij voor bij de Griekse filosoof Zeno en ook bij Hegel en speelt ook een rol in mijn atoomtheorie in een binnenste buiten gedraaid heelal en een samengeperst heelal en in de hypothese de tegenstrijdigheid van Einstein op te lossen in een schijnwereld als overgang van onze materiële wereld naar de hemel.




Uit dagboek van 6 september 2011.

1 - Einstein: alsof de aarde stil staat.

Ik heb verder nog nagedacht over Einstein en met name weer over de tegenstrijdigheid van Einstein, en wel eerst over de proef van Michelson-Morley, waaruit Einstein niet de conclusie getrokken zou hebben dat de aarde stilstond (wat ik per abuis dacht, en waarop ik aangevallen werd op het forum van Politics.be), maar alsof de aarde stil stond.
Maar met dat woordje: alsof openbaart zich juist de tegenstrijdigheid.
Want het: alsof drukt een schijn uit, een lijken wat niet werkelijk zo is.
De aarde staat namelijk niet stil, maar het is alsof de aarde stil staat, dus er openbaart zich hier een tegenstrijdigheid tussen twee werelden van werkelijkheid en schijn.
Nu heb ik dit nog even extra opgezocht bij de Wikipedia.

Eerste citaat:

De merkwaardige conclusie van het experiment was dat de lichtsnelheid in alle richtingen gelijk was. Dat kon betekenen dat de aarde toch stilstond, maar die conclusie werd direct als ongerijmd verworpen.
IK: nochtans is de speciale relativiteitstheorie van Einstein daar wel op gebaseerd, namelijk op een (relatief) stilstaande waarnemer*, die echter voor zichzelf een absoluut stilstaande waarnemer is, even absoluut als de snelheid van het licht.

*Wiki: De speciale relativiteitstheorie is een natuurkundige theorie gepubliceerd door Albert Einstein in 1905. De theorie gaat ervan uit dat waarnemers in inertiaalstelsels die ten opzichte van elkaar een eenparige beweging uitvoeren betekenisloos zou zijn om te stellen dat de een een "absolute beweging" uitvoert en de ander stilstaat, omdat dit niet te onderscheiden is van het omgekeerde.

Tweede citaat:

Het is één van de belangrijkste en beroemdste experimenten in de geschiedenis van de natuurkunde. Velen denken dat dit experiment mede aanleiding gaf tot de speciale relativiteitstheorie, maar in werkelijkheid was Albert Einstein zich niet bewust van dit experiment. Hij ontwierp de speciale relativiteit door gedachte-experimenten. Het experiment van Michelson-Morley bewees daarna dat Einstein gelijk had.  
 
Derde citaat:

De apparatuur gedroeg zich alsof er helemaal geen etherwind was, alsof de aarde stilstond.

Ik: staat ie nou stil of staat ie nou niet stil.

2 - De tweelingparadox.

Want in de behandeling van de tweelingparadox wordt de aarde als stilstaand beschouwd en is het de reiziger die weggaat, terwijl er geen rekening wordt gehouden met het feit dat de aarde een beweging maakt om de zon met een snelheid van 30 km/sec. en bovendien ook nog een beweging in de melkweg van 220 km/sec.
En verder bewegen de Melkweg en de Andromedanevel naar elkaar toe met een snelheid tussen de 100 en 140 km/sec.
Dan lees ik verder dat de sterrenstelsels van onze Lokale Groep zich ook nog eens naar hun eigen centrum toebewegen. En het is dan waarschijnlijk dat onze hele lokale groep op zijn beurt ook weer beweegt binnen een nog groter systeem van clusters en superclusters.
En volgens mijn eigen mening moet ons heelal op zijn beurt ook weer bewegen ten opzichte van andere heelallen, enzovoort tot in het oneindige, waardoor ook de bewegingen eindeloos vermeerderd worden tot ver boven de lichtsnelheid en zelfs werkelijk oneindig moeten worden. Of de theorie van Einstein dan nog steeds zal blijken te kloppen is nog maar de vraag. Ik meen ergens gelezen te hebben dat die theorie niet meer klopt als sterrenstelsels zich heel ver van elkaar vandaan bevinden,* maar dat het alleen klopt in elkanders nabijheid.

*Zie Martin Gardner: Relativiteitstheorie voor iedereen, blz. 134 en 62 en hoofdstuk 10.

3 - Wat is de basis: de aarde of het hele heelal?

Of anders geformuleerd: wat is nu eigenlijk de basis voor de vertrekkende reiziger wat betreft zijn klokvertraging: is dat werkelijk de aarde, of is het het zonnestelsel of is het de melkweg of de lokale groep of de totale massa van het heelal?
Dit laatste is de mening van Freudenthal waardoor hij zelf niet in de gaten heeft daarmede de (halve) relativiteitstheorie over boord te gooien.
Is het werkelijk de aarde, dan moet de aarde op zijn beurt een klokvertraging hebben ten opzichte van de zon (en is dat al bewezen?), en de zon ten opzichte van de melkweg, enzovoort, en pas dan ontstaat een objectief systeem van relativiteit.
Zodat het dan uiteindelijk toch het totale systeem van het heelal is dat de basis is, zoals Freudenthal beweert, maar eerst beweerde hij iets anders, namelijk een volledige tweezijdige relativiteit, dus met de waarnemer als basis, zoals Einstein dat ook bedoelt*.
Dit is dus een tegenstrijdigheid tussen het heelal als basis (het totale systeem dus) of de waarnemer.

*Op bladzijde 55 staat dat iedere waarnemer het recht heeft te beweren dat hij rust, maar op bladzijde staat plotseling dat dat niet zo is, want dat de asymmetrie tussen A en B gezien moet worden tegen de achtergrond van de sterrenhemel.
Ik: dus nu bepaalt plotseling de sterrenhemel wie er beweegt en wie niet.
Uit: Inleiding tot het denken van Einstein van Prof. Dr. Hans Freudenthal - herziene vijfde druk met een tweetal hoofdstukken uitgebreid.

Heeft de aarde dus echter geen klokvertraging ten opzichte van de zon, dan openbaart zich een grote absurditeit, alsof de aarde werkelijk de absolute basis zou zijn van het omringende heelal en de zon dus omgekeerd een klokvertraging moet hebben ten opzichte van de aarde, omdat ze vanuit een stilstaande aarde bezien om de aarde heendraait.

Want men zegt maar steeds dat Einstein bewezen is, maar de zogenaamde bewijsvoering en de theorie zijn twee verschillende dingen. De theorie is van Einstein is zeker niet volledig en in alle opzichten bewezen, maar slechts in zeer beperkte mate, en slechts half, dus eenzijdig van één kant en niet van beide zijden als volledige relativiteit.

Ook de theorie van de Oerknal heet bewezen te zijn, maar deze is gemakkelijk door te prikken als gebakken lucht, en met de theorie van Einstein is dat ook zo.
Maar de wetenschap duldt geen kritiek en dat heb ik op vele fora steeds weer moeten merken: aan de dogma's van de wetenschap in het algemeen en de dogma's van Einstein in het bijzonder mag niet getornd worden.
De wetenschap is even heilig als vroeger de katholieke kerk: wie het er niet mee eens is, is een ketter. Een waarlijke oppositie daar tegen is niet mogelijk.

4 - De reiziger zou de beweging van de aarde om de zon op kunnen heffen.

Met dat hele systeem van objectieve bewegingen wordt helemaal geen rekening gehouden in de behandeling van de tweelingparadox, waarbij er gewoon vanuit gegaan wordt dat de aarde stil zou staan, maar wat eerst nog bewezen moet worden. Het is ook niet zo volgens de wetenschap, dat is immers ongerijmd (volgens haar eigen woorden), maar het is een alsof.
Dus een ruimtereiziger die van de aarde vertrekt kan evenzeer die beweging van de aarde opheffen en juist zelf daardoor tot stilstand komen. Bijvoorbeeld ten opzichte van de zon of de melkweg of de Andromedanevel of de Lokale Groep of een nog groter systeem als een cluster of supercluster.

5 - Niet de reiziger versnelt, maar het gehele heelal.

In de tweelingparadox wordt het zo behandeld dat het de reiziger is die versnellingen*(zie 6) ondergaat, dus veranderingen van zijn inertiaalstelsel en de thuisblijvende aardbewoner niet.
Maar de reiziger die versnelt mag ook anders redeneren en zeggen dat het hele heelal (dus de aarde met zon en alle sterren) zich ten opzichte van hem versnellen en hij zelf dus stil is blijven staan omdat zijn raket hem heeft belet in die versnelling van het heelal meegetrokken te worden.
En de aardbewoner heeft niks van die versnelling gemerkt omdat deze in een gezamenlijkheid van het hele heelal is geschied. Deze heeft geen referentiekader om iets te bemerken dan alleen die ene raket die stil is blijven staan.

Deze redenering is van Einstein zelf die beweert dat als een raket in het heelal start de reiziger mag zeggen dat ie stil is blijven staan en het hele heelal daarentegen is gaan bewegen en dit een zwaartekrachtveld produceert die hem tegen de bodem van de raket aan trekt.
Deze plotselinge versnelling van het hele heelal kan dan niet verklaard worden dan door de versnelling van de raket. Dus die versnelling van het heelal is dan geen echte versnelling, maar schijn.

Hetzelfde bij de rijdende trein die stil zou staan en de omgeving daarentegen bewegen.
Mijn uitdaging in deze was op het forum om dan te verklaren waar die beweging van de omgeving vandaan kwam: heeft een trein dan de kracht de hele aarde onder zijn wielen weg te rijden?
Dit werd niet beantwoord en als irrelevant beschouwd.
En het hele probleem werd ontweken door het anders voor te stellen als een trein die met een snelheid van 1666 km/uur over de evenaar zou rijden in tegengestelde richting van de draaiing van de aarde. Dan staat de trein inderdaad stil ten opzichte van de zon en is het de aarde die beweegt, maar niet door de kracht van de trein, maar uit eigen draaibeweging.
Maar dat is niet wat Einstein bedoelt.
Einstein bedoelt elke willekeurige beweging van een trein.

*6 - De versnelling kan een vertraging zijn.

Nog afgezien van het feit dat een versnelling evenzeer een vertraging kan zijn, namelijk ten opzichte van een reeds bewegende aarde in een totaal systeem van zonnestelsel, melkweg, lokale groep, cluster en supercluster, zoals eerder reeds behandeld.
Dus ook als men de klokvertraging van de reiziger omgekeerd wil verklaren door de aantrekkingskracht die er uit gaat van een zich bewegend "heelal"(dat wil zeggen: het systeem van sterren en sterrenstelsels), dan nog moet men met de beweging van de aarde rekening houden in dat zelfde "heelal", om de precieze beweging van het "heelal" te kunnen bepalen.
Want dan zou het wel eens kunnen blijken dat het heelal helemaal niet is gaan bewegen, maar juist stil is komen te staan als de reiziger juist de reeds bestaande beweging van de aarde ten opzichte van het heelal opheft. Nog afgezien van het feit dat we het hele heelal niet kennen als oneindig systeem.

7 - Over de relativiteit van de draaibeweging.

Verder meent Einstein dat ook de draaibeweging relatief is en wel zo dat de aarde stil staat en het hele heelal met sterren en al in 24 uur om de aarde draait, maar dit is niet op Google te vinden, terwijl deze wel in mijn vroegere boekjes over Einstein te vinden is.*
Zou men daar dan toch de ridiculiteit van beseft hebben?
Want de sterren gaan dan veel sneller dan het licht.
Maar de relativiteit van de eenparige rechte beweging is echt niet minder ridicuul.

*Gelukkig heb ik het nu ook bij Einstein zelf gevonden (Relativiteit: speciale en algemene theorie) onder hoofdstuk 23: Het gedrag van klokken en meetlatten op een roterend lichaam.
... De waarnemer op een schijf mag evenwel zijn schijf als referentielichaam "in rust" opvatten; daartoe heeft hij het recht op grond van het algemene relativiteitsprincipe.
Dit omdat men bij Politics.be maar niet wilde geloven dat voor Einstein ook de draaibeweging relatief is.


8 - We moeten hier volgens mijn bescheiden mening meerdere bewegingssystemen onderscheiden.

8/1 - het totale objectieve systeem van het oneindige heelal als basis lopende van oneindig groot in de macrokosmos naar oneindig klein in de microkosmos.

8/2 - het zelfde systeem van het heelal, maar voor zover wij dit ook daadwerkelijk kennen.

8/3 - de omdraaiing daarvan naar het waarnemende subject, dus de wereld der schijn, de Einstein-idee, mede bepaald door de lichtsnelheid als bais.
Maar ook hoe ik dat zelf zie in de zintuiglijke waarneming, wat toch weer even iets anders is, met name als bolheelal door het perspectief der waarneming, met name het zien.

8/4 - de zogenaamde ether als basis van de beweging, die echter niet bleek te bestaan.

8/5 - die echter volgens mij weer boven komt als de microkosmos, want daarvan moet evenzeer een invloed uitgaan op onze tijd belevenis. Zo meten wij zelf de tijd naar de trilling van het licht. Wat als de microwezentjes die trilling zouden kunnen verhogen of verlagen?
Dan openbaart zich een andere basis die juist niet van het objectieve macro-heelal uit gaat, maar van de eveneens objectief bestaande microkosmos, dus het kleine en inwendige als basis.*
En wat bijvoorbeeld als er in de mini-microkosmos sprake is van een massale beweging in één bepaalde richting? Ik behoef maar aan de zogenaamde gravitonen te denken die de zwaartekracht zouden bewerkstelligen. Aldus is de microkosmos eigenlijk een hogere macht dan die van de macrokosmos, het inwendige dus meer bepalend dat de uitwendigheid.

*Een eenvoudig voorbeeld hiervan is te vinden bij Einstein zelf in zijn boekje over de Relativiteit, met als voorbeeld de temperatuur, hoofdstuk 24: Euclidisch en niet-euclidisch continuüm, en hoofdstuk 25: Gausscoördinaten.
 
9 - De waarneming van het heelal en de daaruit voortvloeiende projectie.

Aldus had ik mijn Einstein probleem weer eens boven gehaald in een dubbel aspect dat de mens deel is van een objectieve beweging van het heelal en andersom centrum is van het heelal en vanuit dat eigen centrum omgekeerd het heelal ziet bewegen.

In het eerste aspect is het heelal grondslag van de mens, is de mens dus lijdend voorwerp, en komt het licht van het heelal bij hem binnen, maar in het tweede aspect schept de mens het heelal, projecteert hij het beeld van het heelal (dat bij hem binnen is gekomen), weer naar buiten.

Hij creëert dus zelf een beeld van het heelal, dus een tweede heelal dat niet materieel is, maar ideëel.
Wij zien niet het werkelijke heelal, maar het ideële heelal dat wij zelf naar buiten projecteren.
En hier openbaart zich een rare tegenstrijdigheid van de Einstein idee (eigenlijk door Michelson en Morley aangetoond) dat het licht dat naar ons toe komt zich zo gedraagt alsof het helemaal niet naar ons toekomt, maar juist ons eigen product is (zich in ieder geval aan ons aanpast), dus eigenlijk alsof het van ons weg gaat, vanuit onze eigen inwendigheid naar buiten geprojecteerd wordt.
Dus alsof het heelal niet buiten ons is, maar in onszelf zit, wat bij een mogelijk binnenste buiten gedraaid heelal het geval zou zijn.

Of anders gezegd: alsof iedereen zijn eigen heelal creëert vanuit het heelal dat in hem zit, waartoe de idee van Einstein ook de aanleiding geeft zo te denken.
Want elke waarnemer is daarin middelpunt van zijn eigen heelal of ook zo dat er net zoveel heelallen zijn als waarnemers.

Deze zintuiglijke wereld is als een tussenwereld tussen het objectieve materiële heelal en de subjectieve hemel als het volkomen vrije innerlijk, waarbij alles mogelijk is en de wereld is van onze dromen en gedachten en voorstellingen en fantasieën en gevoelens.




10 - Er zijn dan drie werelden:

a - De materiële wereld.

b - De waarneming van de materiële wereld middels onze zintuigen en de projectie daarvan. Waarbij we aannemen dat deze tweede wereld gelijk is aan de eerste. Maar wat niet zo is, zowel omdat we vele "waarnemingen", zoals kleur en geur en geluid zelf produceren en aan de dingen zelf helemaal niet toekomen, want deze bezitten zulk een  bewustzijn niet.* En ook omdat we het heelal in perspectief zien, dus daardoor in een bolvorm om ons heen met ons zelf als grootste middelpunt daarvan, wat ook niet objectief juist is. Verder als we lopen bijvoorbeeld, zien we niet ons zelf bewegen, maar omgekeerd de wereld. Ook zien we de zon om de aarde draaien en niet de aarde om zijn eigen as. Dat laatste kunnen we evenmin zien.
En deze subjectieve wereld is de Einstein wereld, die het objectieve systeem van het heelal omdraait naar onze subjectieve beleveniswereld alsof dat werkelijk zo zou zijn.

*Waarbij wij wel menen dat zoiets als ruimte en tijd, vorm en gewicht der dingen, oorzaak en gevolg, enzovoort, werkelijk buiten ons existeren, dus onafhankelijk zijn van ons bewustzijn.

c - de vrije hemelwereld van ons eigen innerlijk aan gevoel en voorstellingen en denken in herinneringen, dromen, fantasie en kunst en filosofie en religie enzovoort.
Ook alle wetenschappelijke kennis behoort als bewustzijn tot die innerlijke wereld.

d - Nu is er nog een vierde wereld denkbaar, eigenlijk de eerste wereld, en dat is die van de Logica als basis van de materiële wereld, te vinden bij Hegel als algemene grondslag van de uiterlijke wereld, waarin de meest eenvoudige basisbegrippen uitgelegd worden, zoals Zijn en Niets en Worden en Verschijning, iets en iets-anders, enzovoort. Die dan ook nog verder gaat in de Natuurfilosofie, maar waarvan de natuur zelf dan een bijzondere concrete verschijning is in de vorm van eindeloos vele bijzondere mogelijkheden.
Zo kan je DE mens beschrijven, waarvan de vele bijzondere mensen de eindeloze variaties daarvan zijn als concrete invulling daarvan.

Dus dan wordt het eigenlijk zo:

1 - De Logica als eerste wereld is dan het meest eenvoudig en nog meest statisch, nog niet werkelijk bewegend, maar alleen het begrip van de beweging. Het is verder ook de wereld der wetenschap, die het abstracte inzicht levert.

2 - De werkelijke wereld is dan de natuur als tweede, maar ook de wereld en de cultuur voor zover deze uiterlijk existeert.

3 - Dan komt de bewuste wereld van de aanschouwing vanuit eindeloos vele standpunten in een verhouding van subject en object (waarin zich ook de tegenstrijdigheid van Einstein openbaart als tussen objectieve wereld en subjectieve waarneming daarvan).

4 - En dan is de vierde wereld die van de innerlijke hemel waarin alles mogelijk is, hoewel toch ook weer afhankelijk van de verbeeldingskracht en verder denkvermogen nieuwe ideeën te scheppen, die een eenheid zijn van de vorige werelden, dus niet zo echt vrij als het wel lijkt, of het moet over gaan in een chaos van willekeur. Maar het is wel de hoogste wereld, die ook het meeste mogelijkheden biedt en het meest concreet is qua inhoud (niet altijd zo duidelijk als vorm, die verborgen is in het innerlijke).

5 - en hierbij valt nog een extra wereld te denken als deel van het innerlijke hemelwereld, namelijk de denkwereld, waarin het denken omwille van zijn abstractheid als het ware in het Niets verdwijnt, en wel in de inwendige oneindigheid van de microkosmos waarvan de "laatste" het Niets is en waar de ruimte over gaat in de tijd, waarin alles verdwijnt, maar waaruit ook alles weer herschapen wordt, dus niet in eenmalige "Oerknal", maar constant. 

11 - De wereld neemt het individu waar.

Bij de derde wereld als die van het aanschouwend subject, die de wereld der mensen als object waarneemt, doet zich de mogelijkheid voor dit ook om te draaien, namelijk hoe de mens zelf als deel van de massa het individu waarneemt. Waarbij dus de massa waarneemt met vele ogen en vele gedachten, die toch een overeenkomst hebben in een bepaalde algemeen gedeelde visie.
Wij allen hebben bijvoorbeeld een bepaalde voorstelling en idee over onze vele bekende Nederlanders en ook over historische figuren en bekende wereldleiders, enzovoort.
Ook het eigen zelfbewustzijn is mede door anderen bepaald, dus hoe anderen over jou denken.
De mens ziet dus ook zichzelf door de ogen van anderen, hij is een product van de cultuur.
Letterlijk zou je het zelf zo kunnen zien dat het beeld dat je objectief van de wereld ziet het eigen subject is en het eigen beeld van jezelf een object, als ander dus.
Dus zo dat de mens zelf de wereld is en hij zelf een ander als dit ene bepaalde individu die hij constant waarneemt.
Daarbij moet je het beeld van jezelf naar achteren zetten en het beeld van de wereld naar voren halen. Dat is dan niet zo simpel omdat de wereld daardoor ook binnenste buiten draait, het hele perspectief omgedraaid wordt. Het vereist enige oefening dat zo te zien.

12 - De mens projecteert zijn eigen wereld.

Maar uitgaande van het individu is de wereld die de mens ziet, niet alleen maar een objectieve waarneming (van inkomend licht), maar ook een subjectieve projectie.
Stel nu dat deze projectie, die wij ons denken als zuiver ideëel van aard, ook werkelijk materieel bestaat.
In die zin zouden wij zelf scheppers zijn van ons heelal naar goed solipsistische opvatting dat ieder mens zelf de scheppende God van zijn eigen heelal is (ieder mens heeft ook zijn eigen mening over hoe de wereld is).
Nu lijkt dat al te kras te zijn, maar als volgens de wetenschap het hele heelal voort kan komen uit een singulariteit, dus een oneindig klein punt, waarom dan niet uit ons kant en klare eigen lichaam met een oneindige reeks van microculturen?
En als het volgens de wetenschap zo is dat bij de Oerknal de ruimte geschapen is in een snelheid die veel groter is dan het licht (de inflatietheorie), waarom zou het hele heelal dan ook niet onmiddellijk geschapen kunnen worden, dus met werkelijk oneindige snelheid, zoals ook in de kwantumverstrengeling sprake is van onmiddellijke overdracht, dus ook met oneindige snelheid.

13 - Een constant scheppen en consumeren van het heelal.

Dus het IK schept het heelal, dat vervolgens ook weer bij hem binnen komt met de snelheid van het licht en in de gedaante van het licht en dan weer opnieuw geschapen wordt, dus geprojecteerd van binnenuit naar buiten.
Dan is er sprake van een wisselwerking van constant scheppen en weer opnemen van het heelal door het individu.
Het is zo ongeveer hetzelfde als het repeterend heelal dat van oerknal naar oerknal expandeert en weer inkrimpt als een hartslag, maar nu veel sneller, een wel expanderend met oneindige snelheid en samentrekkend met lichtsnelheid.
Dit lijkt dan wel wat op het Einstein heelal, waarin de waarnemer immers middelpunt en grondslag is van het heelal voor wat betreft de bepaling van beweging en versnelling alsof de mens als waarnemer God zelf zou zijn.

14 - Wij zijn allen hier als één immens super-ego.

Nu is dat ego ook weer niet zo absoluut, want al die geschapen heelallen lijken sprekend op elkaar en vormen een onderlinge eenheid.
Dit kan dan verder verklaard worden door het feit dat we ons eigenlijk allemaal op dezelfde plaats bevinden, want we zijn allemaal hier (relativiteit van plaats) en vormen alle ego's dus in wezen één immens superego en zijn alle ikjes op elkaar afgestemd.
En dan zijn alle projecties (objectieve voorstellingen) van alle andere personen (door die ene geprojecteerd, die eigenlijk ook alle anderen is) als schijngestalten, zoals we ook in de droom aannemen dat alle wezens daarin niet werkelijk bestaan als bewuste wezens, maar alleen de dromer zelf bewustzijn bezit.

15 - De ideële wereld zou een reële wereld kunnen zijn.

Deze projectie zou dan kunnen geschieden op basis van de nog hoger ontwikkelde mini-microkosmos, dus van de microwezentjes.
Dus wat voor ons ideëel is zou in de oneindigheid der microkosmos wel eens zeer reëel kunnen zijn of zo dat ook ons innerlijk aan dromen daar zeer reëel is,* of zelfs andersom dat wat voor ons reëel is daar slechts ideëel is.
Dit lijkt dan vreemd, maar velen hebben wel eens mogen ervaren dat onze droomwereld voorkwam als iets wat even reëel was als de werkelijkheid of de geestkracht van de mens groter dan de gewone natuurlijke kracht.
Ik denk aan de hypnose waarin de mens over een veel grotere lichaamskracht blijkt te beschikken dan normaal, bijvoorbeeld door met kop en voeten als een plank tussen twee stoelen te kunnen liggen.
In de microkosmos kan het wel eens andersom zijn dat de hogere wereld der droom meer realiteit heeft dan de lagere materiële wereld.
Of ook zo dat ruimteschepen in de microkosmos levende wezens zijn, dus hoger ontwikkeld van mechanica naar robot naar levend wezen.
Onze vier werelden van logica, natuur, zintuiglijk bewustzijn en hemel zouden in de microkosmos wel eens eindeloos vermeerderd kunnen zijn en tevens opschuiven tot veel concretere werelden of anders dan ze voor ons zijn.

*16 - Over de idealiteit der tijd.

Dat de idealiteit wel eens reëel zou kunnen zijn daar is de tijd een bekend voorbeeld van. Want de toekomst bestaat nog niet, is nog slechts ideëel vervat in de logica der tijd, maar bekend is de idee dat het best mogelijk is dat de toekomst al reeds bestaat en dus al vast staat en de tijd daar, als door een reeds bestaande film, doorheen loopt. Ook in de idee dat we terug zouden kunnen keren tot het verleden, die dan nog steeds moet bestaan.

Enfin: dat waren dan zo maar wat denk-experimenten en ik wil niet zeggen dat het ook daadwerkelijk zo is. Maar gezien het feit van een oneindige reeks steeds hogere culturen en de volgens mij zeer rare tegenstrijdigheid van Einstein (die deels door parallelle werelden opgelost zou kunnen worden) is het zaak niet bang te zijn voor zeer gedurfde en ver gaande ideeën.

17 - De contractie als tegenstrijdig.

Een ander idee waaruit voor mij wel duidelijk de tegenstrijdigheid van Einstein blijkt is die van de contractie: als een raket met hoge snelheid gaat dan lijkt het alsof de wereld plat is, samengetrokken in de richting van de raket. Dus als een raket de aarde nadert ziet de aarde er plat uit voor de reiziger. Maar dat kan natuurlijk slechts schijn zijn en niet werkelijk zo, want een raket heeft niet zoveel energie dat ie het hele heelal samen kan doen trekken tot een pannenkoek.

Ook kan het bewijs nooit geleverd worden dat de aarde werkelijk plat is voor een reiziger, want dan moet ie op aarde landen en dan is het plat-zijn weer opgeheven. Hetzelfde zou zijn dat ik beweer dat dingen op afstand die kleiner lijken door het perspectief werkelijk kleiner zijn. Helaas is het niet te bewijzen want als ik er naar toe ga dan worden de dingen weer groter.

Wat wel kan is dat de raket zelf platter wordt als deze een grote snelheid heeft ten opzichte van de totale massa van het heelal, dus omgekeerd. Maar dan zal de reiziger het heelal juist niet plat zien in de reisrichting, maar juist verlengd omdat ie zelf plat is.

Het rare is dat deze zeer eenvoudige en zeer logische relativiteit door Einstein en zijn vereerders over het hoofd wordt gezien.

18 - Evenveel heelallen als er waarnemers zijn.

Verder zou onze aarde dus op alle mogelijke manieren vervormd moeten zijn voor al die (denkbeeldige) reizigers (of reële objecten) met vele verschillende snelheden. Maar zelf ontdekken we daar niks van, want we hebben die snelheden niet.
Ergo: er zijn net zoveel aardes en ook net zoveel heelallen als er waarnemers zijn.
Iedereen ziet het anders, want iedereen is basis van zijn eigen waarneming.
En het is dan geen schijn, zoals bijvoorbeeld ons perspectivisch zien, maar het moet werkelijk zo zijn, zoals het ook werkelijk zo moet zijn dat een reiziger bij terugkeer jonger is gebleven dan de thuisblijver.

19 - Over de tijdsrek door c-v en c+v.

Nog een tegenstrijdigheid is die van c-v en c+v, waarbij c de snelheid is van het licht en v de snelheid van de raket.
De thuisblijver "ziet" de lichtsnelheid in een raket (tussen 2 spiegels heen en weer gaande), heen met de snelheid c-v en terug met de snelheid c+v. Met deze redenering wordt de tijdsdilatatie en tevens de contractie verklaard.
Maar volgens Einstein gaat het licht altijd met snelheid c, dus dit is dan al weer tegenstrijdig en bovendien wordt er ook nog bij verteld dat het verschil van c+v en c-v nooit ontdekt kan worden, want als je het snelheidsverschil zou willen meten door een klok van de ene spiegel naar de andere te verplaatsen om het verschil waar te nemen, die klok dan eveneens mee verandert en er dus ook geen verschil ontdekt kan worden, maar er ook niks bewezen kan worden.*
Maar het verschil is er dus wel, want daar berust de tijdrek op.
Zodat ook Michelson en Morley** dat verschil niet hebben kunnen ontdekken, maar er wel degelijk zou kunnen zijn als de aarde een tijdsvertraging heeft ten opzichte van de rest van het heelal en de laatste de basis is van de eerste.***


*Dat er niks ontdekt kon worden was voor de wetenschap maar moeilijk te pruimen, namelijk dat de natuur zich zo ontzettend veel moeite zou getroosten, tot zelfs aan het verraderlijke toe, om te voorkomen dat deze etherwind (of de snelheid van de aarde of de raket) werd ontdekt.

Bertrand Russell citeerde daarover enige versregels uit het lied van de Witte Ridder in Carrolls boek: Through the Looking-Glass.

Maar ik dacht aan een plannetje
Om iemand zijn snor groen te verven
En altijd zo'n grote waaier te gebruiken
Dat men hem niet zou kunnen zien.
(Uit Martin Gardner blz 33)



**Toentertijd had FitzGerald al een verklaring daarvan door de contractie van de aarde, en wel doordat de etherwind de aarde deed plat drukken. Deze idee werd later in een wiskundige formule uitdrukt door de Nederlandse natuurkundige Lorentz en is nu bekend als de Lorentz-FitzGeraldcontractie. Later is de idee der etherwind losgelaten voor die van de absolute lichtsnelheid van Einstein (Martin Gardner blz. 27).

***Dit is dan wel een heel erg essentieel punt, want hier wordt duidelijk toegegeven dat dit verschil er wel is en dit zou betekenen dat het "Einstein-idee" dus gezien moet worden binnen het totale systeem van het heelal van opeenvolgende relativiteit van groot naar klein, dus niet zo dat elke waarnemer gelijk berechtigd is, maar zichzelf weet als deel van een totaal systeem en daarin ook zelf een bepaalde tijdsvertraging en contractie heeft. En dus niet alleen maar de andere. De eigen vertraging kan dan bepaald worden door de versnelling der tijd van een ander groter object, dus in de volgorde: aarde, zon, melkweg, lokale groep, clusters en superclusters, heelal, andere heelallen, enzovoort.
En er zijn wel degelijk methodes te bedenken om dit verschil te ontdekken, bijvoorbeeld door een ruimtevaarttuig in verschillende richtingen het heelal in te sturen en terug te laten komen en de verschil van klokvertragingen te meten. En wel op basis van het eenvoudige principe dat er een richting moet zijn waarop de tijdsvertraging van  de aarde opgeheven moet kunnen worden, dus de klok niet langzamer, maar sneller moet gaan lopen.

Aldus:

Staat de aarde stil en snelt het ruimtevaartuig met 1/3 c door het heelal, dan is de klokvertraging gelijk aan 1,06 (volgens de formule van Einstein: 1/wortel 1-v2/c2) en voor de heen en terugreis is dat dan 2 x 1,06 = 2,12.

Beweegt de aarde zelf ook al met 1/3 c, dan is de vertraging op de heenweg (als de reiziger dezelfde kant op reist): 1 x 2/3c = 1,34 en op de terugreis gelijk aan 1 (omdat de snelheid van de aarde en die van het ruimtevaarttuig als zijnde beiden 1/3 c elkaar opheffen tot 0), tezamen 1,34 + 1 = 2,34.
De aarde zelf heeft dan echter een vertraging geleden van 2 x 1,06 = 2,12, dus het verschil is dan 2,34 - 2,12 = 0,22
In het eerste geval is het verschil 2 x 1,06 = 2,12 - 2 x 1 = 2 = 0,12
Uit dit verschil van het ene en het andere, hier dus: = 0,22 - 0,12 = 0,10 zou de snelheid van de aarde berekenen moeten kunnen worden ten opzichte van het totaal aan sterren van het heelal.

Nu zou je kunnen menen dat in dit geval een andere formule gebruikt moet worden, die snelheden bij elkaar op telt: w=(u+v)/(1+uv/c2), waarbij u de snelheid is van de aarde en v die van het ruimteschip en w de som van beiden. Maar dan zal je toch eerste de snelheid van de aarde moeten weten (middels de eerste formule) om die tweede formule toe te kunnen passen en is bovendien de idee dat de aarde stil zou staan van de baan.

Er komt dan een derde waarnemer bij van waaruit de snelheden u en v opgeteld moeten worden (bijvoorbeeld vanuit een andere planeet), maar omdat die ook weer beweegt komt er een vierde waarnemer, enzovoort, tot in het oneindige, zodat je dan toch weer terugvalt op het totale systeem van het heelal.

Denkfout van Einstein.

Fout van Einstein is volgens mij dat ie in strijd met zijn idee der relativiteit toch een absolute grondslag wil hebben in navolging van de illusie ener vaste ether. Die illusie der vaste ether als absolute grondslag heeft hij vervangen door de lichtsnelheid en door de waarnemer.
Bewegingen zijn relatief, inderdaad, binnen een oneindig systeem, dus niet zo dat de waarnemer absoluut stil zou staan (dat is juist in strijd met de relativiteit) of dat de lichtsnelheid absoluut zou zijn, want ook dat is in strijd met de relativiteit en met mijn idee van een inwendige oneindigheid van de microkosmos zal je zien dat vroeg of laat zal blijken dat de snelheid van het licht weer gerelateerd is aan iets dat dan nog sneller gaat en als grondslag nog algemener en betrouwbaarder.




20 - Het licht gaat wel degelijk sneller (en langzamer).

Dus hier is dan al sprake van een dubbele tegenstrijdigheid: licht kan wel sneller en langzamer gaan, namelijk c+v en c-v en ten tweede kan het niet bewezen worden, dus we moeten dit maar aannemen.
We moeten dit dan maar accepteren dat het zo is op basis van de tijdsrek* en contractie, maar uit dezelfde theorie zou je ook kunnen besluiten dat de raket in tweeën moet splijten: één om de heenweg van c-v te compenseren, dus korter te worden om de schijn te wekken dat c-v nog steeds c is en één om de terugweg te compenseren, dus juist langer te worden om de schijn te wekken dat c+v nog steeds c is. Waarmede tevens bewezen is dat de contractie en de tijdsrek slechts de schijn opleveren dat c nog steeds c is. En dat dan is de zoveelste onjuistheid in de theorie van Einstein, namelijk het is een verkeerde formulering als zou c absoluut zijn. 
De lichtsnelheid gaat wel degelijk langzamer voor een reiziger (voor de thuisblijver niet**), alleen omdat daardoor de klok langzamer gaat, bemerkt de reiziger het niet.
Hij kan het zelfs onmogelijk ontdekken en zelfs het verschil tussen c-v en c+v niet, maar dat verschil is er wel.
Dat zou ik moeten vertellen dat de microwezentjes er wel zijn, maar nooit ontdekt zullen kunnen worden. Ik zou er om uitgejouwd worden (sowieso word ik dat), maar Einstein niet, want Einstein is nu eenmaal een autoriteit van wie alles wordt gepikt. Hij is een heilige der wetenschap.

*Want c+v en c-v tezamen heft elkaar niet op, maar leidt tot een tragere c, wat bewezen kan worden met een eenvoudig voorbeeld: als je 100 kilometer met 50 km/uur gaat en terug met 150 km/uur, dan ben je meer tijd kwijt dan heen en terug met 100 km/uur.

**Hoewel ook weer wel, krachtens de vrije tweezijdige relativiteit, waardoor de relativiteitstheorie dan ook tegenstrijdig is en zie daarvoor ook de redenering bij de proef van Michelson en Morley, al voor dien tijd gedaan door Lorentz en Fitzgerald: de contractie van de aarde door de etherwind, waarbij ook onze c geen c meer is, maar uiteenvalt in c+v en c-v.

21 - Einstein is door en door tegenstrijdig. 

Mijns inziens is de hele theorie van Einstein van a tot z vol van tegenstrijdigheid.
Overigens ben ik echt niet de enige die deze mening is toegedaan, maar het wordt door de vele Einstein-enthousiastelingen onder tafel geveegd met de onjuiste verklaring dat Einstein is bewezen en vervolgens word je met de meest ingewikkelde redenaties en formules om de oren geslagen die voorbij gaan aan de meest eenvoudige basisprincipes, waarin de tegenstrijdigheid duidelijk tot uiting komt en waarnaar niet wordt geluisterd en als irrelevant wordt genegeerd.

En dan komt men met het verhaal van de tweelingparadox aandragen, die helemaal niet dient ter opheldering van het probleem, maar ter verduistering, want er zijn veel betere redeneringen om de tegenstrijdigheid van Einstein aan te tonen, met name dat het heelal om de aarde zou draaien of dat een ruimtevaarttuig met een zeer hoge snelheid het heelal werkelijk zou doen samentrekken. Of zo dat de relativiteitstheorie in het ene geval vrij is en van twee kanten (bij de speciale relativiteitstheorie met de eenvoudige rechtlijnige beweging) en de andere keer weer niet (bij de algemene relativiteitstheorie met versnellingen).

Ik geef toe dat ik geen wetenschapper ben en geen wiskundige en al die zeer moeilijke formules niet kan vatten, maar als filosoof kan ik wel het principe van Einstein begrijpen en ook de eenvoudige basis formules.
Het is als met de economie: ik ben geen econoom, maar ik kan wel vatten dat het economische systeem niet deugt als Amerika zijn staatsschuld niet meer kan betalen en bankiers bonussen opstrijken en direct worden geholpen als het mis gaat, maar het gewone volk de rekening moet betalen.

Inmiddels is dezelfde ellende nu in Europa aan de gang waar men ook denkt dat er geen einde zal komen aan het tijdperk van de Godin Fortuna.

22 - Freundenthal.

In het kleine boekje van Freundenthal* staat aldus geschreven op bladzijde 55 ...we mogen met hetzelfde recht verklaren, dat de aarde rust en dat het slingervlak draait onder de invloed van de om de aarde draaiende massa's der vast sterren, die hun aantrekkingskracht uitoefenen.
Dus iedere waarnemer heeft het recht te zeggen dat hij rust.
 
*(Inleiding tot het denken van Einstein, in de reeks: Hoofdfiguren van het menselijk denken. Born Uitgeversmaatschappij 1966)

23 - De proef van Foucault.

Het gaat hier dus om de draaibeweging der aarde en de slingerproef van Foucault, die aantoont dat de aarde inderdaad draait doordat een slinger niet met die beweging mee gaat, maar in tegenovergestelde richting gaat draaien, dus stil staat ten opzichte van de sterren.
Volgens Einstein mag je nu zeggen dat de aarde stil staat en de sterren om de aarde draaien.

Dat kan niet kloppen en wel om meerdere redenen:

c/1 - voor het draaien der sterren is geen verklaring te vinden dan alleen dat het een schijnbeweging is, ontstaan door het werkelijke draaien van de aarde, die wel verklaard kan worden vanuit de grotere draaibeweging van het zonnestelsel, die veroorzaakt moet zijn door het samentrekken van een immense gaswolk, waarbij altijd wel een onregelmatigheid is die het draaien veroorzaakt, zoals ook de kolkbeweging in het weglopende water van een douche of gootsteen.
Bovendien zou vanuit de maan of een andere planeet bezien de sterren weer anders draaien of helemaal niet draaien.

c/2 - zouden die sterren werkelijk draaien dan zouden ze door de middelpuntvliedende kracht naar buiten geslingerd worden.

c/3 - zouden ze werkelijk draaien dan zou hun snelheid veel en veel groter zijn dan die van het licht, want niet kan volgens Einstein.

c/4 - het is helemaal niet bewezen dat die draaiende sterren een aantrekkingskracht uitoefenen op die slinger om deze te doen draaien.
En zou dat zo zijn dan zou ook de aarde meegetrokken moeten worden wat niet het geval is.
En dat die slinger niet mee gaat met de beweging der aarde en zijn eigen beweging behoudt lijkt mij veel duidelijker te zijn als verklaring, dan dat de sterren die slinger meetrekken, maar de aarde niet.

24 - De eenparige (rechtlijnige) beweging.

Nu schijnt dit alleen om de draaibeweging te gaan, waarvan de ridiculiteit evident is, maar het gaat bij Einstein ook evenzeer om de eenparige beweging, want op de vorige bladzijde 54 lees ik:

...Ik kon immers met zekerheid vaststellen of het toestel waarin ik me bevond, eenparig rechtlijnig bewoog, door na te gaan of in het toestel de lichamen aan de traagheidswet gehoorzaamden: zodra het toestel in zijn vaart geremd werd, begonnen op de biljarttafel in het toestel de stilliggende ballen te rollen: Neen - zegt Einstein sinds 1911 - de man in het toestel hoeft deze conclusie in het geheel niet te trekken. Hij mag met hetzelfde recht ook zeggen: Mijn toestel is vastgespijkerd in de ruimte, maar buiten is een lichaam aan het werk, dat door zijn zwaartekracht aan de (niet vastgespijkerde) biljartballen trekt - en trouwens ook aan de waarnemer zelf, die zich vast moet houden om niet mee te worden geslingerd (zoals een passagier in een plotseling stoppende trein).

Ruimteschip vastgespijkerd in de ruimte.

Ik: Oftewel: als een raket in de ruimte stopt en daardoor de biljartballen op tafel doorvliegen en de passagiers ook, dan mag dat zo verklaard worden dat niet de raket stopt, maar het hele heelal (die  eerst in tegenovergestelde richting bewoog) plotseling stopt en aan de ballen en aan de passagiers trekt en ook aan de raket, die echter met zijn raketmotoren juist op dat zelfde moment die trekkracht van het heelal weerstaat.
De raket was dus "vastgespijkerd in de ruimte" (stond stil) en het zijn de sterren die eerst bewogen en plotseling stil zijn blijven staan.

Waarom het heelal plotseling stil gaat staan.

Dit verhaal is natuurlijk net zo ridicuul als die van die draaibeweging, want met geen mogelijkheid kan verklaard worden waarom het hele heelal (de sterren) eerst bewogen in tegenovergestelde richting van de raket en nu plotseling stil zijn blijven staan.
De enige verklaring is in de raket zelf gelegen, die eerst bewoog en toen is gaan remmen en de beweging en het stoppen van de sterren is dan schijn geweest.

Bovendien kom je nu met het probleem te staan welke redenatie in werking treedt:

a - het heelal bewoog eerst ten opzichte van het ruimteschip (dat immers vastgespijkerd was) en had dus een klokvertraging (volgens de volkomen vrije volledige dubbele relativiteit van twee kanten bezien).

b - het heelal bewoog, maar gezien het feit dat het ruimteschip eens gestart is van de aarde (zie tweelingparadox) heeft het ruimteschip een vertraging en is de tijd van het heelal gewoon gebleven (dus de redenatie van de massa als grondslag als halve relativiteit), maar wel is het nu zo dat het heelal door het plotselinge remmen daarvan aan de reizigers trekt met een enorme kracht en dus ook het licht tussen de spiegels uit zijn evenwicht moet trekken van oorspronkelijk vertraging tot versnelling naar gewoon weer normaal, want het resultaat is dat heelal en ruimteschip met elkander in rust komen te verkeren.
Dit laatste geval komt feitelijk op hetzelfde neer als bij de gewone redenering dat het heelal stil staat en het ruimteschip beweegt.
Het is dan lood om oud ijzer of het heelal beweegt of het ruimteschip, want in beide gevallen heeft het ruimteschip een klokvertraging, die weer wordt opgeheven: òf door het tot stil stand komen van het heelal òf door het stoppen van het ruimteschip.

De omgekeerde redenering verandert niks.

Dus de zogenaamde "vastgespijkerd zijn" van het ruimteschip verandert hier niets aan het resultaat en zou net zo goed gezegd worden dat het ruimteschip beweegt.
Hetzelfde is het geval met de draaiing van aarde die de aarde bij de evenaar iets doet uitstulpen door de middelpuntvliedende kracht.
De omgekeerde redenering is dan dat het heelal met sterren om de aarde draait en deze naar buiten trekt. Het resultaat is dan hetzelfde als die van de middelpunt vliedende kracht.
Het verschil is dan alleen dat de draaiing van het heelal niet verklaard kan worden dan alleen dat het een schijnbeweging is ten opzichte van de werkelijke beweging van de aarde.
En gezien die redenatie bij die draaiing moet hier dus ook wel de tweede redenatie van: b gelden, namelijk dat hier geen vrije dubbelzijdige relativiteit is als bij a, maar dat het heelal als massa als basis genomen wordt.
Alleen door het om te keren wordt de schijn gewekt van een vrije dubbelzijdige relativiteit te zijn, wat niet zo is, want dan zou in het geval van de draaiing van het heelal deze door de middelpuntvliedende kracht naar buiten moeten vliegen, wat ie niet doet.
Zou de redenatie van a gelden, dus dat het heelal vertraagt qua tijd, dan zou de redenatie bij de tweelingparadox niet kloppen, want ook daar zou dan moeten gelden dat het heelal in beweging komt en een klokvertraging krijgt.


  


25 - De tweelingparadox.

Op blz 77 wordt de tweelingparadox behandeld en nu horen we plotseling een heel ander verhaal: ... maar, om tot de tweelingbroers terug te keren, hoe stelt men vast wie thuis is gebleven en wie de reisversnellingen heeft ondergaan?

En even verderop:

De feitelijke asymmetrie tussen A en B (de beide tweelingbroers) moet dus gezien worden met de sterrenhemel* als achtergrond.

Weg met de relativiteit.

Ik: Nu heet het niet dat B (de reiziger) vastgespijkerd zat aan het heelal en plotseling A met aarde en al weg zag schieten. Maar nu is de sterrenhemel de basis voor wie thuis blijft en wie weg reist.
Dus de vrije dubbele relativiteit wordt nu over boord gegooid voor de grotere massa van het heelal (de sterren) als basis.
Hoewel ook de theorie van het vastgespijkerd zitten slechts de schijn wekt een vrije relativiteit te zijn, maar het niet is.
Ware dit werkelijk vrij dan zou de thuisblijver met aarde en sterren wegschieten en een klokvertraging moeten krijgen ten opzichte van de reiziger die zichzelf als stilstaand mag beschouwen en zijn klok niet ziet veranderen.
Mocht het hele heelal dan toch aan zijn klok gaan trekken (dus zoals in de theorie van het vastgespijkerd zitten), dan is eigenlijk het omgekeerde het geval dat het heelal stil staat en wordt alleen een andere redenatie gehanteerd die echter op hetzelfde neer komt: het heelal is de basis in de relativiteit en niet het waarnemende subject.

* Overigens is "tegen het licht der sterrenhemel" niet juist, want volgens Einstein is de aarde zelf de vaste basis in de relativiteit en deze heeft op zijn beurt een beweging ten opzichte van de sterrenhemel.
Die sterrenhemel moet dan verder geanalyseerd worden, want na de aarde komt eerst de zon en dan de dichtst bijzijnde sterren en dan de melkweg en dan de lokale groep, enzovoort.
Dus de werkelijke basis is het systeem van het heelal van groot naar klein (voor ons als schijn beginnende van klein naar groot), waarbij het grotere steeds de basis is van het kleinere zodat op het laatst de aarde de basis is van de reiziger, die inderdaad weg reist, maar die bijvoorbeeld best in zijn beweging toevallig de beweging van de aarde ten opzichte van de zon kan opheffen of die van de zon in de melkweg, zodat hij eigenlijk meer stil komt te staan dan de aarde zelf en dus geen klokvertraging kan hebben, maar een klokversnelling.

26 - ook de aarde moet een klokvertraging hebben. 

En dat laatste zou ook eens door de wetenschap onderzocht moeten worden of dat zo is, want dan valt het hele idee van Einstein in duigen, namelijk dat niet iedere waarnemer gelijkberechtigd is, maar het totale systeem van het heelal de basis is voor elke waarnemer, dus zo dat zijn beweging objectief vastgesteld kan worden in plaats van subjectief verabsoluteerd.
Want de proef van Michelson en Morley is daar geen bewijs van als het inderdaad zo is dat het verschil tussen c-v en c+v niet vastgesteld kan worden, dus ook niet de gelijkheid van c in beide richtingen.

Nogmaals de etherwind.

Ook zou het volgens mij mogelijk zijn dat die zogenaamde "etherwind" (de mini-microkosmosdeeltjes=ruimteschepen)om de aarde heen zouden kunnen waaien. Maar goed: volgens de wetenschap is dat niet het geval (hoe ze dat zo zeker weten heb ik nog niet mogen lezen).
Maar een feit lijkt mij dat als een raket die om de aarde draait een klokvertraging heeft (dat is dan  bewezen)ook de aarde op zijn beurt een klokvertraging moet hebben voor zijn draaibeweging om zijn eigen as en ook wegens zijn draaibeweging om de zon en de zon op zijn beurt voor zijn draaibeweging in de melkweg.

27 - de omgekeerde verklaring.

Nu zou je natuurlijk kunnen zeggen: ja, maar de verklaring voor de klokvertraging kan je even zo goed omdraaien van de eigen beweging naar de beweging van het heelal (de sterren).
Dus als een reiziger start vanaf de aarde, dan mag ie zeggen dat de aarde met zon en sterren, dus als massa, zich omgekeerd van hem vandaan versnellen en dan het licht aantrekken en zijn klok doen vertragen.
Dus zo dat ie dan zogenaamd "vastgespijkerd" zit.
Dat is de echte relativiteitsbehandeling van de tweelingparadox (dus als omkering), die weggelaten wordt.
Inderdaad, en dat is ook een heel leuk idee.
Ook al kan je die plotselinge versnelling van de aarde niet verklaren, als schijnbeweging is die er toch maar en kun je de natuurwetten omdraaien van objectieve basis naar subjectieve basis, dus zo dat de waarnemer altijd stil staat.
Maar het resultaat is dan hetzelfde als de normale redenering.
Het produceert dus geen werkelijke dubbele relativiteit van twee kanten zodat beiden elkanders klok zien vertragen.

28 - Van de aarde weg tegen de beweging van de melkweg in.

En dan nog moet je ook beseffen dat aarde en zon en sterren geen massief statisch blok zijn, maar dat die ook allemaal onderling verschillende bewegingen bezitten, zodat een versnelling van de aarde ten opzichte van het "vastgespijkerde" ruimteschip, nog niet betekent dat zon en sterren dezelfde versnelling hebben en dat zelfs niet in dezelfde richting behoeft te zijn.
Zodat het even zo goed het geval kan blijken te zijn dat het ruimteschip (de reiziger) ziet dat de aarde wel versnelt, maar de sterren daarentegen juist stil komen te staan (de aarde beweegt met de zon 200 km/sec door de melkweg) als ie met name in de tegenovergestelde richting van de melkweg beweegt met precies die 200 km/sec, zodat zijn klok niet vertraagt, maar juist sneller moet gaan lopen.

29 - De aarde moet ook een klokvertraging hebben.

Dus even zo goed moet de aarde dan zelf een klokvertraging* hebben omdat de sterren van het heelal (melkwegen, clusters en superclusters) ten opzichte van de aarde bewegen, namelijk ten eerste die 200 km/sec, die de aarde eigenlijk zelf heeft, maar die ontkend kan worden door te beweren dat niet de aarde beweegt in het heelal (samen met de zon), maar dat het heelal beweegt (melkweg met clusters en superclusters) en de aarde dus vastgespijkerd zou zitten.

*Het:  "alsof de aarde stil staat" bij de proef van Michelson en Morley betekent dan eenvoudig dat het verschil tussen de heen en terugweg van het licht niet ontdekt kan worden.

30 - Het meest stilstaande punt in het heelal.

Dus het probleem blijft dan lood om oud ijzer, of je nu het heelal (de sterren) als basis neemt met de waarnemer op aarde erbij (samen gedacht) of de reiziger zelf in zijn raket. In beide gevallen zit je met het systeem van het heelal aan aarde, zon en sterren, melkwegen, clusters en superclusters tot het bekende heelal aan toe.
De aarde kan geen gelijke lichtsnelheid in twee richtingen hebben (van een lichtklok), omdat het systeem aan sterren daar van verschillende richtingen ook verschillend aan trekken, omdat ze allen verschillend bewegen.
Het zou een heel klein toeval zijn als dat wel zo zou zijn.
Wel zou het zo kunnen zijn dat dit niet ontdekt kan worden*, maar dan zou het wel vastgesteld moeten kunnen worden door de richting in het heelal te zoeken waarbij een klok niet trager, maar juist sneller gaat en dus door het meest optimale stilstaande punt in het heelal op te zoeken om vandaar uit de ware c-v en c+v (van een lichtklok) van onze aarde te kunnen berekenen.

31 - Even zovele heelallen als er waarnemers zijn.

Mocht het toch wel waar zijn wat Einstein zegt, dan komen we in een heel raar heelal terecht waar er even zovele heelallen moeten zijn als waarnemers.
Wat ik overigens niet wil uitsluiten en wat juist zeer interessant is daar over na te denken.
En juist daarom ben ik van mening dat het onjuist is de tegenstrijdigheid in de theorie van Einstein onder het vloerkleed te willen vegen, want daarmede worden mogelijke verdere inzichten geblokkeerd.
Tegenstrijdigheden moeten juist erkend worden ter verdere ontwikkeling van het denken om tot een oplossing te komen.
En voor zover ik dat eens ergens in een boek heb gelezen*, heeft Einstein ook zelf die tegenstrijdigheid opgemerkt, maar daar blijkbaar verder niks mee gedaan.

*weet helaas niet meer welk, en moet een bibliotheekboek geweest zijn.

32 - De kwantummechanica en "Back to the future".

En volgens mij zit een zelfde soort van tegenstrijdigheid in de kwantummechanica, waar de waarnemer de proefneming beïnvloedt of zelfs bepaalt, wat dan leidt tot de eveneens zeer rare tegenstrijdigheid van de voorstelling van de zogenaamde "kat van Schrödinger", waarbij pas achteraf door de waarnemer bepaald zou kunnen worden of de kat dood was of levend, dus waar het heden het verleden zou bepalen en tot science-fictonfilms heeft geleid als die van: "Back to the future" als zou de mens van het heden alsnog het verleden kunnen veranderen.

Ook Einstein heeft zoiets als zou de volgorde van verleden en toekomst omgedraaid kunnen worden, dus zo dat als de ene waarnemer een volgorde ziet van A naar B, dat een ander dat wel eens omgekeerd zou kunnen zien als van B naar A, en dat dan niet te zeggen valt wie er gelijk heeft.

Je krijgt dan een rare voorstelling als zou bijvoorbeeld een schilderij van van Gogh in een omgekeerde tijdsvolgorde in zijn tubes verdwijnen.
Het wordt dan moeilijk daar nog de zin van te vatten. 

33 - Nogmaals: de tweelingparadox slecht behandeld.

Over die tweelingparadox wil ik nog even kwijt dat die tweeling niet werkelijk als tweeling behandeld wordt, want dan zouden ze beiden op reis moeten gaan in tegenovergestelde richtingen.
Het zijn gewoon twee verschillende personen en behoeven zelfs geen broers te zijn.
Wel zou je kunnen zeggen dat als er één weg gaat en terugkomt, dat deze altijd jonger gebleven moet zijn, ook als de aarde al een snelheid van zichzelf heeft, die de reiziger bijvoorbeeld in de heenweg opheft, zodat zijn klok eerst sneller zou gaan, want hij moet immers ook weer terugreizen en zou zijn klok op de terugreis extra moeten vertragen.
Maar zulk een geval wordt in de tweelingparadox zelf helemaal niet geopperd, zodat er volgens mijn bescheiden mening van dat hele verhaal niks deugt.
Het is slechts heel simpel gesteld van: de aarde staat stil en de reiziger ondergaat de versnelling.
Weg (halve) Einstein, weg (halve) relativiteit.
Het wordt niet werkelijk speculatief naar alle mogelijkheden bekeken.
Het heeft slechts de bedoeling de opvatting van een meerderheid der wetenschappers met hand en tand te verdedigen.

34 - De juiste behandeling van de tweelingparadox. 

Wil de tweelingparadox werkelijk goed behandeld worden dan moeten beide personen in tegengestelde richting van elkaar wegreizen, zodat de ene (A) de andere ziet wegsnellen en dus concludeert dat deze (B) een klokvertraging moet hebben en bij terugkomst jonger zal zijn dan hijzelf.
De andere (B dus), concludeert dan precies hetzelfde over A, en concludeert dat A dus jonger zal blijken te zijn dan hij zelf als beiden weer terugkomen op aarde.

Is de theorie van Einstein juist, dan moet beiden dus jonger gebleven zijn ten opzichte van elkaar, maar zichzelf dus als ouder ervaren, zodat ze gesplitst moeten zijn in dubbele personen: een die jonger is en een die ouder is.

En bovendien zou de jongere tweeling (A2 en B2) de anderen (A en B) omgekeerd als ouder moeten zien.

Dat zou pas een echte volledige bewijsvoering zijn van de theorie van Einstein.

35 - een andere interpretatie.

Nu zou je natuurlijk kunnen beweren dat die vlieger niet opgaat omdat beiden niet ten opzichte van elkaar bewegen voor wat de consequentie der klokvertraging betreft, maar ten opzichte van de aarde als basismassa of ten opzichte van de sterren van het heelal. Zodat beiden ten opzichte van de aarde jonger zijn gebleven en beiden even jong terug komen. Maar dan is er geen sprake van een volledige relativiteit der waarnemers als basis, maar van de hoeveelheid massa, die bepaalt, dus uiteindelijk de totale structuur van het heelal.
Dat is de gewone relativiteit, waarvan niemand moeite zal hebben die te begrijpen.
Hoewel daarbij ook problemen zijn bij een voortdurende optelling van snelheden in een steeds groter systeem.

36 - De schijn van vrije relativiteit.

De volledige relativiteit impliceert de gelijkwaardigheid van elke waarnemer, hoe deze ook moge bewegen ten opzichte van het heelal. Elkeen mag zichzelf als stilstaand beschouwen.
Het is als met het ruimtevaartuig, dat remt, maar evenzeer mag beweren in het heelal "vastgespijkerd" te zitten, dus stil te staan en dat omgekeerd de sterren stoppen en de reizigers naar voren doen vliegen door de aantrekkingskracht, uitgeoefend door de massa der stoppende sterren.
Maar ook hier wordt dan nog steeds rekening gehouden met de enorme massa van de sterren, dus het is een omdraaiing van het oorspronkelijke standpunt dat de massa der sterren de basis is. Dus ook dit is nog geen waarlijk volledige en vrije relativiteit.
Ook dit is nog steeds een "halve" relativiteit met de schijn volledig te zijn.
Omdat met de bewegende sterren toch weer het oorspronkelijke standpunt van de sterren als basis gehandhaafd wordt, alleen met een omgekeerd verklaring, maar zo dat dit toch op hetzelfde neer komt.

37 - Ik zou dan niks van Einstein begrijpen. 

Nu zou je natuurlijk kunnen denken dat die volledige en vrije relativiteit waarbij de waarnemer ook werkelijk de basis is en die dus moet leiden tot een tegenstrijdigheid van wederzijdse klokvertraging, een fantasie van mij is en dat ik Einstein dus niet begrepen heb, zoals ik al van velen heb mogen horen.
Nu hoop ik dan nog altijd dat ik het inderdaad verkeerd begrepen heb en dat de schellen mij nog eens van de ogen zullen vallen voor het ware begrip, want tenslotte ben ik maar een leek in de natuurkunde. Maar gelukkig zijn er dan eenvoudige boekjes geschreven voor leken als ik, en dan lees ik bij Martin Gardner: Relativiteitstheorie voor iedereen (Prisma 1966) op bladzijde 48:

Als bijvoorbeeld twee ruimteschepen in relatieve beweging zijn, zal een waarnemer in ieder schip het andere vaartuig opmeten als zijnde iets verkort in de bewegingsrichting.

Tweezijdige relativiteit.

Dit een duidelijk voorbeeld van vrije tweezijdige relativiteit, waarbij dus niet alleen de ene de ander als verkort ziet, maar ook andersom. Nu zijn die verkortingen of schijn, of er heeft werkelijk een splitsing plaats gevonden, dus zo dat er aan beide kanten twee ruimteschepen zijn: de normale en de korte. Een andere mogelijkheid is er niet of alle vier de ruimteschepen moeten schijn wezen, zodat het verschil tussen schijn en werkelijkheid geen betekenis meer heeft, maar ook in dat laatste geval is er dus sprake van een verdubbeling aan beide kanten.

Het wordt alleen korter gemeten.

En op bladzijde 49 staat nog extra te lezen: hoe is het mogelijk, zal men vragen, dat ieder van de ruimteschepen kleiner dan de andere is? Dit is een verkeerd gestelde vraag. De theorie zegt niet dat het ene ruimteschip korter is dan het andere. Volgens de theorie meten de astronauten van beide schepen het andere als korter dan hun eigen schip.
Dit is een heel andere zaak. Als twee mensen aan tegenover elkaar liggende kanten van een grote holle lens staan, dan ziet ieder de ander kleiner dan zichzelf; maar dat houdt niet in dat ieder van de twee kleiner is dan de ander is.
Behalve schijnbare veranderingen van lengte zijn er ook schijnbare veranderingen van tijd.

Een schijnpersoon.

Ik: hier wordt toch heel duidelijk uitgelegd en tenslotte ook gezegd dat die veranderingen van lengte en tijd slechts schijn zijn.
Maar dan raak ik toch in verwarring, want dat zou betekenen dat als een reiziger na zoveel jaren terug komt op aarde dat deze dus slechts een schijnpersoon is, want zijn klokvertraging was immers ook slechts schijn.
Het is niet de echte persoon die terugkomt, maar de schijnpersoon, die schijnbaar jonger is gebleven maar niet echt.
Dus er verschijnt geen echte persoon, maar een spook, een schijngestalte, een fata morgana, een hersenspinsel.


wordt vervolgd in Einstein 2
 





 
 
frame
hoofd-index