Dossiers

Diabetes mellitus

Mensen met diabetes mellitis hebben te veel glucose in het bloed. Glucose is een natuurlijk suiker dat het lichaam warmte en energie levert. De naam suikerziekte komt hier vandaan.

Normaal gesproken zorgt het hormoon insuline ervoor dat de bloedsuikerspiegel niet te hoog wordt. Mensen met diabetes maken te weinig insuline aan, en daardoor blijft er te veel suiker in het bloed. De nieren voeren de suiker af door extra urine aan te maken. Daarom hebben mensen met diabetes vaak dorst en moeten ze veel plassen.

Er zijn twee types diabetes mellitis:

  • Type I, die meestal op jonge leeftijd ontstaat. Mensen met dit type moeten zelf insuline inspuiten;
  • Type II, die meestal na het veertigste jaar ontstaat. Men noemde deze vorm vroeger ouderdomsdiabetes, maar tegenwoordig komt dit type ook steeds vaker voor bij kinderen die te weinig bewegen en te dik zijn. Vaak kan het behandeld worden met pillen en een dieet en is het inspuiten van insuline niet nodig.

Zwangerschapsdiabetes is een tijdelijke vorm van diabetes mellitus tijdens de zwangerschap.

Een heel andere ziekte is diabetes insipidus. Mensen met diabetes insipidus lozen veel urine, soms zelfs tien liter per dag. Meestal ontstaat deze aandoening door een afwijking in de hypofyse of hypothalamus (een orgaan in de hersenen dat de productie en afgifte van hormonen door de hypofyse reguleert).

Verschijnselen

De verschijnselen bij diabetes type I zijn:

  • veel plassen (ook 's nachts);
  • grote dorst;
  • droge mond;
  • verstopping;
  • vermagering;
  • grote vermoeidheid;
  • wazig zien;
  • necrobiosis lipoidica (huiduitslag);
  • slecht genezende wondjes en schrammen;
  • vaker last van infecties;
  • (bij vrouwen) jeuk, prikkelingen en witte vloed.

Diabetes type II geeft meestal nauwelijks verschijnselen. Wel klagen sommige mensen over een droge mond, wazig zien, dorst en veel plassen.

Oorzaken

Diabetes type I ontstaat door een fout in het afweersysteem. Dit systeem is eigenlijk bedoeld om schadelijke stoffen van buiten te vernietigen, maar soms keert het zich tegen cellen in het eigen lichaam. In dit geval vernietigt het afweersysteem de cellen die insuline aanmaken (de zogenoemde eilandjes van Langerhans). Het is niet zeker of erfelijkheid hierbij een rol speelt.

Diabetes type II kan veroorzaakt worden door:

  • erfelijke factoren. Deze diabetes kan 'in de familie zitten'. Marokkaanse, Hindoestaanse en Afrikaanse mensen hebben een genetisch grotere kans op deze vorm van diabetes;
  • ongezond leven. (Wie te dik is, ongezond eet en weinig beweegt loopt een grotere kans op diabetes type II);
  • slijtage. De alvleesklier maakt te weinig insuline aan en de lichaamscellen laten de glucose minder makkelijk binnen;
  • stress;
  • zwangerschap.
Diagnose

Om de diagnose diabetes te stellen, gaat de huisarts na hoeveel glucose er in het bloed zit. Voor dat onderzoek moet u nuchter zijn. Dat wil zeggen: u mag vanaf 8 uur voor het onderzoek niet meer eten of drinken. Overleg met uw huisarts of u eventuele medicijnen gewoon mag innemen.

Soms is de bloedglucosewaarde niet te hoog, terwijl de klachten toch lijken op die van diabetes. Dan wordt de test twee uur na een maaltijd herhaald.

Overigens wil een te hoge bloedglucosewaarde niet altijd zeggen dat u diabetes hebt. Stress en infectieziekten kunnen dit ook veroorzaken.

Behandeling

Mensen met diabetes moeten ervoor zorgen dat hun bloedglucosespiegel op peil blijft. Daarvoor moet u regelmatig uw bloedsuikerspiegel controleren en u goed 'instellen' door:

  • u aan een dieet te houden;
  • tabletten te slikken en/of insuline te spuiten;
  • genoeg te bewegen.

Wanneer u niet goed bent ingesteld, loopt u kans op een te lage of een te hoge bloedglucosespiegel (hypoglykemie of hyperglykemie).

Een hyperglykemie veroorzaakt dorst, jeuk, veel plassen en vermoeidheid. Een sterke hyper kan zelfs tot een coma leiden. Door snelwerkende insuline te spuiten gaat de hyper meestal snel weer over.

Verschijnselen van een hypoglykemie zijn prikkelbaarheid, hartkloppingen, zweten, beven, hoofdpijn en honger. Hypo's komen vrij veel voor. U kunt bijvoorbeeld al een hypo krijgen als u te veel insuline hebt ingespoten, als u een maaltijd hebt overgeslagen, of als u meer hebt gedaan dan normaal. Ook te veel alcohol kan een hypo veroorzaken. De hypo gaat meestal snel weer over als u druivensuiker (glucose) eet of gewone limonade drinkt.

Koorts kan de glucosespiegel verstoren. Daarom is het belangrijk om infecties zo veel mogelijk te voorkomen. Mensen met diabetes wordt aangeraden ieder jaar een griepprik te halen.

Verloop

Diabetes is een chronische ziekte, dat wil zeggen dat de aandoening niet meer overgaat. Wel kan de ziekte altijd behandeld worden en zijn de klachten over het algemeen goed onder controle te houden met medicijnen, dieet, beweging en een gezond leven. Toch kunt u in de loop van de tijd last krijgen van complicaties, zoals hart- en vaatziekten, nierproblemen, voetwonden of oogaandoeningen (diabetische retinopathie). Laat u daarom regelmatig controleren.

Nieren

Diabetes mellitus kan nierproblemen veroorzaken: diabetische nefropathie (nefron betekent nier en pathie is ziekte). Meestal gebeurt dit ongemerkt. De combinatie van een hoge bloeddruk en diabetes versnelt het ontstaan van nefropathie. Dat overkomt ongeveer 40% van de diabetespatiënten. Mensen met diabetes type I hebben meer kans op nierproblemen dan mensen met diabetes type II.
Eenmaal beschadigd nierweefsel herstelt niet meer. Sommige patiënten hebben op den duur dialyse (bloedreiniging door een kunstnier) of een niertransplantatie nodig. Om de schade aan de nieren te beperken kunt u het best de nierfunctie en bloeddruk regelmatig laten controleren door de internist. Houd ook de bloedsuikerspiegel goed in de gaten.

Voeten

'Diabetesvoeten' zijn wondjes, ingegroeide teennagels, zweren en ontstekingen aan voeten. Ze ontstaan door beschadigingen aan het zenuwstelsel (neuropathieën), een slechte doorbloeding en slechte wondgenezing. De voetproblemen kunnen zeer ernstig zijn en de genezing moeizaam. Soms is zelfs een teen-, voet- of onderbeenamputatie onvermijdelijk. U kunt dit voorkomen met podotherapie en door het bloedglucosegehalte binnen redelijke grenzen te houden. Verdere maatregelen zijn:

  • loop niet te veel op blote voeten;
  • vet uw voeten dagelijks in om de huid soepel te houden;
  • controleer uw voeten dagelijks op wondjes;
  • behandel wondjes aan uw voet niet met vocht omdat de huid dan te week wordt. (Dus geen voetbaden met soda of waspoeder en geen nat verband);
  • rook niet;
  • verwijder zelf geen eelt of likdoorns;
  • knip niet zelf uw teennagels maar ga naar een in diabetesvoeten gespecialiseerde pedicure.
Dagelijks leven

Diabetes is geen levensbedreigende ziekte, maar sommige complicaties als gevolg van diabetes zijn dat wel. Daarom moet u zich regelmatig (laten) controleren, een regelmatig leven leiden en gezond, met mate en op tijd eten.

Eet niet te veel koolhydraten (zetmeel, vruchtensuiker, melksuiker, tafelsuiker en druivensuiker) in één keer. Ze leveren glucose en om dat te verwerken is veel insuline nodig. Het is dus beter om koolhydraten verspreid over de hele dag te eten.
Het is niet waar dat diabetespatiënten geen suiker mogen hebben of speciale producten voor diabetici moeten gebruiken. U moet wél oppassen dat u niet te dik wordt. Daarom is het ook verstandig om zo min mogelijk verzadigd vet te gebruiken (volle zuivelproducten, roomboter en vette vleessoorten) en zoetstoffen te gebruiken die geen energie leveren.

Autorijden

Door diabetes kunt u last krijgen van hypo's met een bewustzijnsdaling. Dat is gevaarlijk in het verkeer. Ook andere klachten door diabetes - diabetische retinopathie, zenuwaandoeningen of hart- en bloedvaten - geven soms problemen in het verkeer. Daarom worden er bepaalde eisen gesteld aan uw rijbevoegdheid.

U kunt uw rijbewijs voor motor of personenauto halen of houden als u geen insuline gebruikt, goed bent ingesteld en als er geen ernstige complicaties zijn. Na vijf jaar moet u zich laten herkeuren.
Ook als u wel insuline gebruikt, goed bent ingesteld en geen last hebt van complicaties kunt u voor vijf jaar een B-rijbewijs halen. En in uitzonderlijke situaties kunt u ook een rijbewijs voor vrachtwagen of bus halen. Wel moet u zich dan om de drie jaar laten onderzoeken door een onafhankelijk internist.

Sport

Beweging verbetert de werking van insuline. Iemand die regelmatig sport heeft minder insuline nodig. Bewegen is ook goed voor de bloedsomloop. Bij diabetici is dit vooral belangrijk voor de kleinste bloedvaten (haarvaten). Verder is bewegen gezond om een goed lichaamsgewicht te krijgen of te behouden. Door overgewicht werkt insuline namelijk minder goed.
In principe zijn alle sporten geschikt. Houd er wel rekening mee dat u een hypo kunt krijgen die tot gevaarlijke situaties kan leiden, voor uzelf of anderen. Dit geldt vooral voor sporten waar toch al risico's aan vastzitten, zoals parachutespringen, bergbeklimmen, diepzeeduiken en overlevingstochten. Ook in uw eentje zwemmen of kanoën kan gevaarlijk zijn. De kans dat er iets misgaat is klein, maar als het gebeurt kunt u verdrinken. Deze sporten worden niet zozeer afgeraden, maar overleg met uw arts hoe u de risico's zo klein mogelijk kunt houden.

Seksualiteit

Of nu vrouw of man bent, diabetes kan van invloed zijn op de seksualiteit. Veel mannen met diabetes hebben last van erectiestoornissen en veel vrouwen hebben minder zin in vrijen. Ook de angst voor een erectiestoornis of om een hypo te krijgen tijdens het vrijen kunnen de zin in seks in de weg staan.

Omgaan met diabetes

Mensen met diabetes krijgen een dieetadvies en eventueel medicijnen. Het is belangrijk dat u zich hieraan houdt en dat u genoeg beweegt. Controleer daarnaast regelmatig uw bloedglucosespiegel (zelfcontrole) met een bloedglucosetest. Afhankelijk van de bloedglucosewaarde past u de hoeveelheid medicijnen en/of het dieet aan. Dit heet zelfregulatie. Een diabetesverpleegkundige of een verpleegkundige van de kruisvereniging leert u hoe u dit moet doen.

Zorg er ook voor dat u geen hoge bloeddruk hebt. Een hoge bloeddruk vergroot de kans op complicaties.

U kunt u zelf insuline toedienen met een insulinepen. Dat is een soort vulpen met een naaldje en een insulinereservoir. U spuit daarmee de insuline vlak onder uw huid en het bloed verspreidt het verder. Ook kunt u een insulinepompje gebruiken. U draagt dan een pompje op uw buik dat constant een bepaalde hoeveelheid (snelwerkende) insuline afgeeft. Zo krijgt u de hele dag door de benodigde insuline. Als het nodig is kunt u zelf extra insuline bijspuiten ('bijklikken').

Een andere oplossing is een insulinepompje dat operatief in de buikholte wordt gezet en van buitenaf kan worden aangevuld. Deze dure ingreep wordt alleen gebruikt bij diabetici die heel moeilijk in te stellen zijn.

Lees ook:
Links: