Dossiers

Incontinentie

Als het gaat om incontinentie, denken de meeste mensen meteen aan urineverlies. Er bestaat echter ook een vorm van incontinentie waarbij mensen de ontlasting niet kunnen ophouden. Ontlastingincontinentie komt veel minder vaak voor dan urine-incontinentie.

Incontinentie is geen ziekte, het is een verschijnsel bij een andere aandoening. Mensen die bijvoorbeeld lijden aan spina bifida, een darmaandoening (colitis ulcerosa, ziekte van Crohn) of dementie kunnen last krijgen van urine- of ontlastingincontinentie. Er zijn ook andere oorzaken voor incontinentie, zoals een bevalling.

Van de totale Nederlandse bevolking zijn naar schatting 800.000 mensen in meer of mindere mate incontinent. Het komt het meest voor bij vrouwen en ouderen (zestigplussers), maar ook mannen en jongere mensen kunnen er last van hebben.

Behandeling

Veel mensen met ontlasting- of urine-incontinentie hebben al minder last als ze hun bekkenbodemspieren beter leren te controleren. Dat kan met bekkenfysiotherapie (bekkenbodemtherapie).

Voor bekkenfysiotherapie kunt u terecht bij een daarvoor speciaal opgeleide fysiotherapeut.

Leven met incontinentie

Er zijn veel middelen op de markt waarmee u urine of ontlasting kunt opvangen, absorberende incontinentieverbanden bijvoorbeeld. Die zijn onder te verdelen in:

  • textiele opvangmiddelen (onderleggers voor op het bed, ondergoed);
  • wegwerpopvangmiddelen (wegwerponderleggers, wegwerpondergoed);
  • inlegverbanden, haltervormige verbanden, mannenverbanden, die bijvoorbeeld in stretchbroekjes worden gedragen;
  • vouwsystemen en broeksystemen die het hele lichaam rond de heupen omsluiten. De sluitingen bestaan uit plakstrips. (Stretchbroekjes zijn niet nodig om dit materiaal op zijn plaats te houden).

Verder zijn er nog urinekatheters en stomaopvangmateriaal. Deze hulpmiddelen leiden de urine naar buiten en vangen de urine op in een reservoir.

Hulpverlening bij incontinentie

Mensen met incontinentie komen meestal als eerste bij de huisarts terecht. Als het advies of de behandeling geen verbetering oplevert, krijgt u een doorverwijzing naar een specialist (maag- en darmspecialist, blaas- en urinewegenspecialist, vrouwenarts of chirurg). Deze gaat op zoek naar de oorzaken van de incontinentie. De onderzoeken worden over het algemeen poliklinisch verricht.

Steeds meer thuiszorginstellingen hebben een incontinentenspreekuur. Hier kunt u zonder verwijzing terecht met vragen over incontinentie en krijgt u hulp bij het kiezen van een geschikt opvangmiddel.

Een meer gespecialiseerd incontinentenspreekuur vindt u bij het ziekenhuis. Een speciaal opgeleide verpleegkundige geeft adviezen over bijvoorbeeld bekkenbodemspiertraining, het juiste opvangmiddel en de toepassing daarvan. Ook de (mogelijke) lichamelijke en psychische gevolgen van incontinentie kunt u op het spreekuur bespreken. De spreekuren zijn meestal bestemd voor patiënten die in het ziekenhuis bij een specialist onder behandeling zijn. Bij sommige ziekenhuizen kunt u ook terecht met een verwijzing van uw huisarts.

Incontinentie en lichaamshygiëne

Incontinentie geeft soms een geïrriteerde en rode huid. U kunt dit voorkomen met een goede lichaamshygiëne.

Was de billen en het genitale gebied steeds met veel water. Gebruik geen zeep, maar een wascrème of -lotion. Zeep verstoort namelijk het natuurlijke evenwicht van de huid en bevordert daardoor juist huidirritatie en roodheid.

Gebruik verder goede absorberende opvangmiddelen met een drooghoudlaag. Dat voorkomt irritatie doordat de urine of ontlasting in uw huid 'bijt'.

Omgaan met incontinentie

Op incontinentie rust nog steeds een taboe. Mensen die er aan lijden doen liever alsof er niets aan de hand is. Uit angst voor onbegrip durft degene die lijdt aan incontinentie er vaak niet over te praten. Om goed met de incontinentie om te gaan, moet u eerst over die angst heenstappen. Vraag begrip aan uw naaste omgeving. U zult zien dat u niet de enige bent.

Lees ook:
Links: