China als fabriek van de wereld

‘Het is een onomkeerbaar proces dat China in 20 jaar een innovatieve technologiereus wordt’, meent Chinakenner Willem van Kemenade. Daar is echter niet iedereen zo zeker van. In China zijn al bijna evenveel onderzoekers aan de slag als in de EU, maar voorlopig is hun impact op wetenschaps- en technologieontwikkeling nog veel kleiner. Wordt China komende decennia echt een innovatieve wereldspeler?

door Martine Segers, gepubliceerd in De Ingenieur, 14 januari 2005

Voor de opkomst van China als technologiereus staan vele lichten op groen. Neem bijvoorbeeld de Chinese topuniversiteit Fudan University. Die opent volgend jaar tijdens het 100-jarige bestaan een ict-campus die groter en luxer is dan de campus van de hele TU in Delft. Of neem een nieuw instituut in Shanghai voor functionele materialen, helemaal gericht op display technologie met een budget van 53 miljoen dollar. Tel daar de tomeloze inzet van veel Chinezen bij op, de relatief lage salarissen voor ingenieurs, de ondersteuning van de overheid voor elektronicabedrijven, het voordeel van de enorme thuismarkt (bijna een kwart van de wereldbevolking) en het grote aantal ingenieurs dat jaarlijks afstudeert aan Chinese hogescholen en universiteiten, maar liefst twee miljoen.

Voor Frans van Empel, R&D-directeur van Philips in China, is het plaatje duidelijk. Europa moet uitkijken dat het komende decennia op ict-gebied niet ‘platgewalst’ wordt door de Chinezen. ‘Ze weten hier van aanpakken, alles gebeurt met een enorme snelheid zonder al die gecompliceerde Europese discussies. Ik kom al 25 jaar in Azië en heb ook in Taiwan grote veranderingen gezien. In China gaat alles echter veel sneller en op veel grotere schaal’, stelt Van Empel, die al acht jaar in China woont. ‘Ik heb veel respect gekregen voor hoe de overheid dit land op een stabiele manier vooruit helpt.’

Ook in de gentechnologie investeert China veel. Een paar jaar geleden stapte China nog laat in bij het humane genoom project. De Chinezen scanden ongeveer één procent. Bij het scannen van het rijst genoom waren de Chinezen al een veel belangrijkere partner. En als eerste ter wereld durft China de grootschalige toepassing van genetisch gemodificeerde rijst aan. Er zijn al flink wat veldproeven gedaan met genetisch gemodificeerd rijst met resistenties tegen insecten en schimmels - iets wat in Europa met de aversie tegen genetische modificatie ondenkbaar zou zijn- en over een of twee jaar start China waarschijnlijk met grootschalige productie van transgene rijst.

‘De president heeft in de krant gezegd dat het land zichzelf alleen kan blijven voeden met genetisch gemodificeerde gewassen met een hogere opbrengst en een betere droogtetolerantie’, vertelt chemicus Jos van der Meer, die afgelopen zeven jaar zeven keer voor zijn werkgever, de zetmeelfabrikant Avebe, door China reisde. ‘De introductie van genetische gemodificeerde gewassen is een pragmatische beslissing waar niet veel publiek debat over plaatsvindt en dus ook geen eindeloze discussies zoals in Europa. De overheid zegt gewoon dat dit nodig is.’ Volgens Van der Meer stappen ze daarmee niet dom in een nieuwe ontwikkeling. ‘Ze hebben de risico’s echt berekend. Om de bevolking te kunnen voeden nemen ze de kleine risico’s voor lief. Ze laten zich niet zoals Europa verkrampen door de angst voor allerlei kleine risico’s.’

Risicomijdend zijn de Chinezen ook niet bij de talrijke technologische megaprojecten. De Chinese overheid pakt het gewoon aan. Of het nu gaat om een gaspijp van 4000 kilometer van het westen naar het oosten, het verplaatsen van miljarden kubieke meters water, een meer dan dertig kilometer lange brug over de oceaan of om het bouwen van de grootste diepzeehaven ter wereld (zie kader). ‘Chinezen hebben opnieuw de collectieve nationale wil om de ontwikkelingen naar hun hand te zetten. Net als ten tijde van de bouw van de Grote Muur en het Grote Kanaal in het keizerlijke China bouwen ze nu met een gigantische inzet van arbeid en onbelemmerde geldmiddelen aan giga-projecten’, stelt Chinakenner Willem van Kemenade, die als historicus en sinoloog 20 jaar correspondent was in China voor het NRC-Handelsblad en nu als zelfstandig adviseur en auteur nog steeds in China woont.

Chineestalige Linux

China’s ambities op allerlei terreinen zijn hoog. Een massa armoedzaaiers die gedachteloos ic’s inpluggen op printplaten is niet haar enige kracht. Het land dat zich manifesteert als de fabriek van de wereld begon haar economische liberalisering met het ongegeneerd namaken van technologie van elders. Het begint nu producten en met name productieprocessen te verbeteren en wil in de toekomst ook zelf gaan innoveren.

De snelle ontwikkelingen op technologiegebied zijn onomkeerbaar, denkt Van Kemenade. ‘De geschiedenis van nationale vernedering door het Westen, Rusland en Japan en de mislukking van het Maoïsme en het orthodoxe communisme geeft China nu een enorme gedrevenheid. Het land met zo’n lange geschiedenis wil met vereende kracht weer een trotse, energieke supermacht te worden, ook op technologiegebied. Die drijfveer moet je niet onderschatten.’ En als aanstormende economische supermacht moet China ook een militaire supermacht worden om de Amerikanen te weerstaan. ‘Daarom gaat er veel geld naar militair technologieonderzoek dat nieuwe vindingen gaat opleveren met civiele spin-offs.’

De op vijf na grootste economie ter wereld besteedt nu al zo’n 1,4 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP) aan R&D. Het gemiddelde van de OECD-landen ligt op 2,3 procent. Met het aantal van 810.500 wetenschaps- en R&D-banen had China in 2002 de EU al bijna ingehaald. Daar waren in 1.004.600 fulltime banen voor wetenschappers in 2001. En waarschijnlijk groeit het aantal in China flink door, terwijl Europese overheden daar ondanks alle mooie woorden weinig extra geld voor uittrekken.

China wil een grote speler worden in de auto-industrie, de scheepsbouw en in de consumentenelektronica met eigen technologieën en eigen standaarden. Om de marktmacht van Microsoft te breken kiest China voor het maken van een Chineestalige versie van Linux. Na een eerste bemande ruimtemissie in 2003 bereidt het land een bemande vlucht naar de maan voor. Verder wil China voor 2008 een eigen regionaal verkeersvliegtuig, de ARJ-21, ontwikkelen voor 78 tot 85 passagiers. Daarnaast staat het winnen van Nobelprijzen op het verlanglijstje.

Oneerlijk

Meedingen naar Nobelprijzen is komende jaren echter nog te hoog gegrepen. De Chinese economie loopt als een trein, maar van de wetenschappelijke resultaten kun je dat niet zeggen, stelt de Chinees-Amerikaanse topneuroloog Mu-ming Poo in het tijdschrift Nature. ‘Onderzoeksprogramma’s in China volgen vaak erg sterk bestaande onderzoekslijnen in het Westen; Chinees onderzoek gebruikt dezelfde paradigma’s. Als je als eerste met nieuwe resultaten wilt komen is dit een nadeel.’ Dan moet je tegen bestaande paradigma’s aan durven schoppen en publiek kritische discussies voeren, iets wat op Chinese wetenschappelijke conferenties niet gebruikelijk is.

Chinezen maken in de ogen van Mu-ming Poo nu ook nog te weinig gebruik van de kritiek die ze van referenten van toptijdschriften krijgen. ‘Die kritiek komt op het eerste gezicht meestal oneerlijk of vijandig over, maar vaak is het heel nuttig om er goed naar te kijken en opnieuw het lab in te gaan, in plaats van het artikel meteen naar een minder hoog aangeschreven tijdschrift te sturen zonder veel verbeteringen.’

Op experimenteel niveau heeft China sowieso de grootste achterstand in te halen. In de elektrotechniek is die achterstand vooral ontstaan doordat Westerse bedrijven lang geen chipbakmachines aan China konden leveren, weet Van Empel. Dan zouden ze immers in onmin raken met de Amerikaanse regering die deze machines als militair strategisch bestempelde. ‘Chinese technologen doen nu over wat in Europa en de VS al eens gedaan is. Fudan University ontwerpt bijvoorbeeld digitale tv-chips. De kwaliteit daarvan ligt op wereldniveau, maar het is nog niet echt innovatief, want in het Westen bestaan digitale tv-chips al bijna twintig jaar.’

Milieutechnoloog Johan van Groenestijn van TNO-MEP ziet op waterzuiveringsgebied ook vooral een achterstand op experimenteel gebied.’Ze zijn met een grote inhaalslag bezig en doen nu dingen die wij tien jaar geleden deden. Dat is echter juist goed. Ze proberen ons traject versneld te doorlopen. Ik zie ze nu nog geen echt nieuwe dingen doen, maar verwacht dat ze over tien jaar wel bij zijn.’

Moerdijk

Qua fundamentele kennis leunen de Chinezen ook nog sterk op Westerse landen, meent Van der Meer. ‘Je moet daarbij wel bedenken dat de hoogleraren pas twintig à vijfentwintig jaar geleden terugkwamen uit de kampen van het Maoïstische regime. Als je doortrekt hoe snel ze het Westerse niveau aan het bijhalen zijn, dan moeten ze binnen tien jaar makkelijk op wereldniveau zitten, ook qua fundamenteel onderzoek.’

In de chemische technologie pikken Chinezen snel kennis op uit het Westen, is de indruk van de Delftse emeritushoogleraar Jakob de Swaan Arons. Hij is sinds twee jaar drie maanden per jaar als hoogleraar werkzaam aan Tsinghua University, de grootste technische universiteit van China waar zowel de huidige president als vorige premier hun opleiding volgden. ‘Eigenlijk kan ik ze helemaal niet zoveel nieuws vertellen. Wetenschappers hier gaan naar dezelfde congressen en misschien wel naar meer, omdat daar meer geld voor beschikbaar is dan in Europa’, stelt De Swaan Arons. ‘Tsinghua wil graag vergeleken worden met het Amerikaanse MIT en daar is veel geld voor beschikbaar.’

Die vergelijking met MIT kunnen de Chinese topuniversiteiten nog niet doorstaan, meent Van Empel. ‘Ik schat dat de Chinese topuniversiteiten nu qua kennis op het niveau zitten van een gemiddelde universiteit in Europa’, stelt Van Empel. Er zijn daarnaast ook nog universiteiten met een veel lager niveau, is de ervaring van Eddy Szirmai, hoogleraar Technologie en ontwikkeling bij het Eindhovense Centre for innovation studies. ‘Sommige Chinese proefschriften halen het Nederlandse niveau van een afstudeerscriptie nog niet eens.’

Voor de industriële inhaalslag richt China zijn blik ook sterk op het buitenland. China kijkt rond in de wereld welke bedrijven het wil hebben om de beste kennis en technologie over te kunnen nemen. Zo schept het gunstige voorwaarden voor de nog te bouwen nieuwe Philips Innovation Campus in Shanghai. China profiteert nu ook al van de kennis van Philips dat 35 joint-ventures en bedrijven in China heeft gevestigd. En om 80 km ten noorden van Hongkong een industrieel petrochemisch complex uit de grond te stampen koos het bijvoorbeeld voor de expertise van Shell. In een joint-venture met een Chinees bedrijf bouwt Shell daar in twee jaar een soort Moerdijk.

Handmatige reparatielijnen

De high-tech sector in China maakt momenteel wel een enorme groei door, maar binnen die sector concentreert men zich vooral op de technologisch eenvoudigere activiteiten, constateert Szirmai. Wat hem vooral opvalt, is de lage arbeidsproductiviteit. De arbeidsproductiviteit per werknemer was in China in het jaar 2000 minder dan tien procent van die in de Verenigde Staten. Het lag daarmee op het niveau van Korea in de jaren zestig en zeventig. Szirmai heeft geen recentere cijfers. ‘Ik denk dat de arbeidsproductiviteit sinds 2000 nog wel iets verder gestegen is, maar internationaal gezien is het nog steeds erg laag.’ Van Kemenade heeft een mooi cijfer om dit te illustreren: PetroChina is slechts 35 procent groter dan de Noorse oliemaatschappij Statoil, maar heeft maar liefst 53 keer zoveel werknemers in dienst.

‘China realiseert zijn enorme groei vooral door zeven dagen per week, 24 uur per dag mensen aan projecten te laten werken. Zo werd bijvoorbeeld in 2001 voor het raam van mijn hotel in 3 maanden een vierbaanskruizing gebouwd. Ze gebruiken daarbij relatief weinig dure machines. Op elke betonpaal zaten dag en nacht mensen te timmeren en handmatig metaal om te buigen’, stelt Szirmai. ‘Wat er geproduceerd wordt, ziet er over het algemeen moderner uit dan de manier van produceren.’

Economisch gezien is het niet interessant om kapitaalintensief te produceren zolang er een enorm aanbod is van gedisciplineerde, redelijk geschoolde arbeiders. ‘Wij bouwen in China ook express handmatige reparatielijnen in, juist om het proces goedkoop te houden’, stelt Van Empel. ‘Massaproductie die veel werkgelegenheid schept zal voorlopig belangrijk blijven voor China om zoveel mogelijk werk te creëren, ook voor de boeren die nu nog voor vijftig euro per maand op het platteland werken’, denkt ook de Delftse Beenakker.

Dat betekent dat China nog zeker twintig à dertig jaar tegen lage lonen kan produceren, vult Van Kemenade aan. ‘In het gebied rond Hongkong zijn de lonen nu al zo’n vier keer zo hoog als in de rest van China. Binnen China verplaatsen fabrieken zich steeds naar gebieden met lagere lonen.’ De overheid speelt daar een actieve rol in. Van der Meer: ‘In Shanghai verdwijnen nu de textielfabrieken en die worden op het platteland weer opgebouwd. Daarmee ontwikkelt de Chinese overheid de regio en de werknemers in Shanghai kunnen geavanceerder werk gaan doen.’

Matige aandacht voor kwaliteit is van oudsher een ander zwak punt van de Chinese industrie. Szirmai:‘In oude staatsbedrijven werden werknemers alleen op productievolume afgerekend. Hierdoor kan kwaliteit hen nog niet zoveel schelen en die mentaliteit is lastig te veranderen. Dat levert buitenlandse bedrijven nog wel eens frustraties op.’

Op gebied van kwaliteitsbewaking zie je in West-Europa vaak dat juist de eerste leveringen wat minder zijn, daarna wordt het beter. ‘Hier is het precies andersom’, vertelt ASM-directeur Corné Bakker in een China-special van het blad Link. ‘Als ze eenmaal conform de specificaties geleverd hebben, gaan ze zoeken naar manieren om het goedkoper te doen. Vervangen ze bijvoorbeeld RVS-boutjes door gewone ijzeren die je klant bijzonder ontevreden maken als ze gaan roesten.’

Ook met grondstoffen en energie gaan Chinezen niet zuinig om, volgens Szirmai. De energie-efficiëntie ligt er op de helft van het wereldgemiddelde en daalde zelfs in de jaren negentig. ‘Efficiëntie was niet belangrijk tijdens het communisme en die mentaliteit verander je niet zomaar.’

Op dit moment zijn de Chinese successen in het buitenland nog niet zo talrijk. Het succesvolle telecomtechnologiebedrijf Huawai is China’s belangrijkste troef . Het bedrijf bouwde in de Verenigde Arabische Emiraten een derdegeneratie mobiele-telefoonnetwerk (3g-netwerk) dat 15 februari 2004 in gebruik is genomen, sleepte in 2003 contracten binnen in allerlei Europese landen als Frankrijk, Spanje, Duitsland en Portugal en maakte begin december bekend dat het ook in Nederland een 3g-netwerk gaat aanleggen voor belbedrijf Telfort.

De Chinese tv-producent TCL en de Chinese pc-fabrikant Lenovo proberen nu door de overnames van Westerse productiebedrijven buiten China meer producten aan de man te brengen. TCL nam daarvoor de tv-divisie van het Franse Thompsom over en eind 2004 maakte Lenovo bekend voor 1,25 miljard dollar de pc-divisie van IBM te kopen.

Eigen Chinese manier

Tijd voor de glazen bol. Hoe ziet technologieontwikkeling in China er over tien à twintig jaar uit? Zijn Chinezen dan alleen nog betere namakers geworden of komen er ook eigen innovaties van de grond? ‘Dat vind ik een filosofische vraag’, reageert Van Groenestijn. ‘Creatief en brutaal bezig zijn past minder in de Chinese cultuur, evenmin als het bekritiseren van je meerdere. Toch zijn dit wel dingen die belangrijk zijn voor een goed R&D-klimaat. Ze worden zeker wel goed in het verbeteren van bestaande technologieën, maar ik betwijfel of ze echt met nieuwe doorbraken gaan komen.’

Ook de Chinees-Amerikaanse Mu-ming Poo ziet vooral culturele obstakels. ‘De confucianistische traditie met veel respect voor gebruiken en hiërarchie en het autoritaire bewind van de afgelopen decennia zijn een belemmering geweest voor de ontwikkeling van een omgeving die individuele creativiteit koestert. Eerbieding van autoriteit en bestaande paradigma’s is een grote barrière als je tot wetenschappelijke doorbraken wilt komen.’ Deze culturele obstakels acht hij echter niet onomkeerbaar. ‘Op congressen zouden organisatoren in China bijvoorbeeld eens moeten beginnen met het statement dat de deelnemers kritische of negatief commentaar als constructieve input moeten zien.’

Vergeet verder niet dat er gedurende de hele geschiedenis talloze uitvindingen uit China komen, stelt De Swaan Arons. Chinezen hebben een grote traditie in kunstnijverheid en knutselen, vult Van Kemenade aan. ‘In mijn ogen is hun aanpak vaak wel creatief, maar minder planmatig. De Chinese mentaliteit kenmerkt zich sterk door pragmatisme en opportunisme in de zin van: laten we het maar proberen. Ze zijn inderdaad niet brutaal; zeggen niet recht voor hun raap wat ze vinden. Als het om geld verdienen gaat halen ze echter wel degelijk gedurfde brutale streken uit. Ik geloof daarom niet dat hun introverte houding innovatie in de weg staat.’

Misschien komen Chinezen wel op hun eigen Chinese manier tot innovaties, stelt De Swaan Arons. ‘Ze werken ook in mijn ogen minder systematisch, maar met een groep kunnen ze op hun eigen manier enorm snel problemen oplossen.’ Van der Meer vult aan: ‘Een minder systematische aanpak leidt in het algemeen juist tot meer doorbraakinnovaties en niet tot minder. Wij werken in Europa steeds systematischer, en zijn dus veel incrementeel aan het verbeteren. Chinezen zijn niet dogmatisch, heel vasthoudend en heel leergierig. We hebben geen flauw benul van wat er nog van hen gaat komen.’

Van Kemenade denkt dat de Chinezen het op technologiegebied in ieder geval verder gaan schoppen dan de Japanners. ‘Japan heeft al twintig jaar geen nieuwe doorbraken meer getoond. Het is een verwend, vermoeid, vergrijsd land geworden, een onhervormbare schijndemocratie, verzonken in senioriteit, hiërarchie en rituelen. Als daar om vijf uur een bedrijf sluit, komt de hele staf naar buiten om te buigen voor de directeur. Chinezen kennen geen democratie, maar zijn veel nonchalanter en individualistischer en daarmee creatiever. Chinezen zijn bovendien veel flexibeler en avontuurlijker dan Japanners. Je komt ze overal ter wereld in groten getale tegen. En hoeveel Japanners kom je nu buiten Japan tegen?’

Naïef

Voordat China echt innovatief kan worden zijn in het onderwijs – nu toch vooral te kwalificeren als zeer gedegen- wel eerst grote veranderingen nodig. Mu-ming Poo: ‘Chinese docenten moeten studenten die bestaand bewijs, bestaande hypotheses en concepten proberen te ondermijnen, hoe naïef ook, leren stimuleren.’

Er is de wil om dit aan te pakken op Chinese universiteiten, stelt De Swaan Arons. Op ‘zijn’ universiteit, Tsinghua, zijn Chinese collega’s niet zozeer onder de indruk van zijn kennis, maar vooral van de Westerse manier waarop hij college geeft met veel aandacht voor conceptuele kennis. ‘Op Chinese universiteiten zijn ze nog sterk gericht op het drillen van kennis, maar dat wil men hier wel veranderen en dat is dan ook een belangrijke reden waarom ze vijftig buitenlanders als hoogleraar hebben aangetrokken.’ Beenakker vult aan: ‘Wij gaan vanuit Delft nu ook huidige Chinese docenten beter opleiden, met een speciale focus op onafhankelijk en creatief denken, sociale vaardigheden en initiatief nemen.’

Voor Chinese wetenschappelijke doorbraken is ook de ontwikkeling van een veel sterkere competitieve onderzoeksomgeving nodig, meent Mu-ming Poo. ‘Alleen in zo’n omgeving hebben Chinese wetenschappers in het buitenland universele waardering gekregen voor hun intelligentie en ijver.’ Tegelijkertijd moet de overheid minder controle krijgen over waar het geld aan wordt besteedt. ‘Nu geven ze vooral instructies in plaats van dat ze voorwaarden scheppen voor creatief onderzoek.’

Belangrijk daarvoor is dat wetenschappers op hun wetenschappelijke verdiensten beoordeeld worden en dat goede wetenschappers een betere toegang krijgen tot financiële middelen. Om de kwaliteit van het onderzoek te beoordelen zijn ook kritische anonieme referenten uit het buitenland nodig. ‘Vandaag de dag zijn anonieme referenten echter nog een onbekend concept in China.’ Als China haar onderzoekscultuur kan ombuigen, dan verwacht Mu-ming Poo veel van zijn moederland. ‘Dan zullen er in de toekomst belangrijke wetenschappelijke successen uit China komen.’

Het niveau van met name de topuniversiteiten kan bovendien snel verder omhoog gaan als alle Chinese wetenschappers uit het buitenland terugkomen, is de indruk van veel Chinagangers. ‘Op het gebied van de biotechnologie kan China dan zelfs in een paar jaar de Verenigde Staten overtreffen’, denkt Van der Meer. Twee jaar geleden kwamen er al 150.000 ingenieurs uit het buitenland terug naar China, weet Van Empel. De reus in het Verre Oosten blijft met goede salarissen en faciliteiten briljante Chinese onderzoekers teruglokken, die na de onderdrukking van de studentenopstanden in 1989 permanent in de Verenigde Staten leken te willen blijven. ‘Met hun Westerse ervaring hebben deze Chinese ingenieurs veel kansen in China, terwijl hun kansen in de VS en Europa afnemen door de toenemende werkeloosheid’, stelt Van Empel. Zolang de teruggekeerde Chinezen echter in hun eigen land geen toonaangevend internationaal onderzoek doen, zal de grote groep Chinese topwetenschappers die nog in het buitenland werkt hen niet snel volgen, meent Mu-Ming Poo.

Risicokapitaal

De slechte bescherming van intellectuele eigendommen is de grootste belemmerende factor voor technologische doorbraken in de industriële research, meent Van Kemenade. Innovaties leveren een bedrijf hierdoor geen financiële beloning op. ‘De wetgeving is sinds de toetreding tot de WTO in 2001 up-to-date, maar de naleving is gebrekkig. Buiten grote steden als Shanghai kan een buitenlands bedrijf bij de rechter nauwelijks een zaak winnen tegen een regionaal staatsbedrijf.’

Maar ook als de intenties goed zijn, is het lastig bedrijven aan te pakken die inbreuk maken op een octrooi, omdat er nog niet genoeg jurisprudentie en praktijkervaring met octrooiwetgeving is. ‘Als Philips betalen we daarom mee aan een opleiding tot octrooispecialisten op een Chinese universiteit’, vertelt Van Empel. ‘En we blijven zelf patenten aanvragen, ook al weten we dat we daarmee op papier zetten hoe je iets na kunt maken.’ Philips doet dat in de hoop dat er over vijf jaar in China niet meer zoveel ‘dingen die niet horen’ gebeuren.

‘Daarvoor komt nu ook steeds meer druk van binnenuit: Chinese privé-bedrijven die zelf aan productontwikkeling doen, hebben eveneens belang bij een octrooisysteem dat goed gehandhaafd wordt’, aldus Van Empel. En die privé-bedrijven krijgen in China steeds meer invloed. Zij betalen immers belasting, terwijl de meeste staatsbedrijven verlies lijden. ‘De regering ziet nu zelf ook wel dat ze niet zomaar alles zomaar kunnen kopiëren als ze een internationaal gerespecteerde handelspartner willen worden’, vult de Delftse hoogleraar Beenakker aan.

Op dit moment is een gebrek aan goed gekwalificeerde onderzoekers ook nog probleem. Staatsbedrijven zetten van oudsher hun beste mensen in het productieproces in. Minder gekwalificeerde mensen kregen taken op het gebied van technologische innovatie, iets wat in het oude communisme in China weinig prioriteit had. ‘Hierdoor levert een flink deel van het R&D-personeel kwalitatief onvoldoende werk af’, stelt de OECD in een rapport over R&D in China. Volgens ditzelfde rapport is het gebrek aan risicokapitaal ook een remmende factor. ‘Staatsbedrijven met communistische vriendjes bij de staatsbanken hebben nu nog een betere toegang tot kapitaal, maar dat gaat komende jaren veranderen als de Chinese overheid steeds meer niet-staatsbanken toelaat’, licht Van Kemenade toe.

In het moderne communisme krijgt innoveren wel steeds meer waarde. In een enquête van het Amerikaanse blad Industry Week blijken managers van 400 Chinese ISO-gecertificeerde fabrieken zelfs meer waarde te hechten aan innovatie om hun marktpositie te versterken dan hun Amerikaanse collega’s. Beenakker: ‘Toch halen ze onze voorsprong op dat terrein niet zomaar in. Daar gaat nog wel twintig jaar over heen. Maar dan heeft Europa er wel een enorme concurrent bij.’

Qua echte innovatie zit China over tien à twintig jaar wel op topniveau, meent ook Van Empel, de meest optimistische Chinaganger. Verbetering van bestaande technieken vindt nu al plaats. Bij de R&D-afdelingen van Philips in China werken voornamelijk lokale onderzoekers. Samen met Chinese bedrijven ontwikkelden deze Philips-onderzoekers afgelopen jaren een eigen Chinese standaard voor derde generatie mobiele telefonie, TD-SCDMA genaamd. Bijzonder hieraan is dat het signaal van beide gesprekspartners dezelfde frequentie gebruikt. ‘Technisch gezien is de Chinese standaard beter dan de Amerikaanse en de Europese die ook in China worden ingevoerd’, meent Van Empel. ‘We schakelen zo snel dat je het als gebruiker niet merkt dat de verbinding maar één frequentie gebruikt, ook niet als je door elkaar heen praat.’

Europa krijgt bovendien komende jaren al moeite de snelle productontwikkeling in China bij te benen, verwacht Van Empel. Het is een wereldwijde trend dat consumenten elk half jaar vernieuwingen verwachten in de consumentenelektronica, zoals een nieuw model MP3-speler of een mobiele telefoon met een nieuwe functie. ‘Chinese productontwikkelafdelingen kunnen hier flexibel op inspelen omdat ze mensen gerust af en toe een maand in tweeploegendiensten laten werken. Zeven dagen per week wordt er dan dag en nacht aan een product gewerkt in twee ploegen van twaalf uur.’

Voor de interne markt maken ze hier telefoontjes met allemaal flitsende lampjes, vertelt Van Empel. ‘Ik zou zo’n telefoon niet willen, maar het zou best kunnen dat China met dit soort productontwerpen al snel van volgend richtinggevend wordt in de wereld.’

Bloedserieus

De ontwikkeling van China als technologische supermacht staat of valt tot slot met de interne sociale stabiliteit van de reus uit het Verre Oosten. De hooggeschoolde middenklasse werkt zelfstandig, maar leeft tegelijkertijd nog steeds in een politieke dictatuur, die bijvoorbeeld allerlei internetsites blokkeert. ‘Dat wringt echter minder dan je zou denken. De Chinezen zijn erg doordrongen van het negatieve voorbeeld van de ineenstorting van de Sovjet Unie’, stelt Szirmai.‘Veel mensen in China zijn momenteel sterk gefocused op economisch succes. Op korte termijn nemen zij het gebrek aan politieke vrijheden voor lief. Onderhuids zijn er echter wel spanningen. Op termijn zal met de toegenomen economische vrijheid ook de roep om politieke liberalisering toenemen.’ Het is dan ook uiteindelijk niet denkbeeldig dat politieke hervormingen in combinatie met sociale spanningen een diepe crisis teweeg zullen brengen.

De reus van het Verre Oosten is ook een land met grote economische tegenstellingen die een gevaar vormen voor de stabiliteit. De verschillen tussen Peking en Nederland zijn duidelijk kleiner dan de verschillen tussen Peking en het Chinese platteland, meent TNO-milieutechnolooog Van Groenestijn. Op dit moment delen zo’n 300 miljoen mensen mee in de welvaart. De andere 900 miljoen Chinezen leven nog vrij primitief op het platteland. ‘Er zijn in West-China gebieden waar mensen als het ware nog in de middeleeuwen leven. We doen als TNO een waterzuiveringproject bij een leerlooierij waar alleen de directeurskamer verwarming heeft, terwijl het in die omgeving dag en nacht vriest. Er is wel enige ontwikkelingshulp van Peking naar het Westen, maar ik heb vergaderingen in het westen van China meegemaakt waar bestuurders woedend waren op Peking omdat er te weinig voor hen gebeurt.’

China loopt verder tegen enorme milieuproblemen aan als de economische groei zo doorgaat, meent Szirmai. ‘Bij SARS hebben we gezien dat de partijpolitiek problemen enorm kan ontkennen. Ik ben benieuwd of de bestuurders wel met de milieuproblemen om kunnen gaan.’

De Swaan Arons denkt van wel. ‘Ik lees in China meer over duurzaamheid in de krant dan in Nederland. Hoge ambtenaren nemen het bloedserieus. Uit gesprekken met collega’s en artikelen in de krant krijg ik nooit de indruk dat China de kennis niet heeft om milieuproblemen aan te pakken. Ze hebben echter tijd nodig. Ze kunnen geen energiecentrales met een lage energie-efficiëntie sluiten, want ze hebben geen tijd om vervangende, milieuvriendelijkere centrales te bouwen. Daar is de vraag naar energie nu al veel te groot voor.’

Van Groenestijn beaamt dat. Het land kiest ervoor eerst de grote problemen op te lossen. ‘Op dit moment heeft afvalwaterzuivering de allerhoogste prioriteit. De eisen zijn al bijna even streng als in Europa en bedrijven die er niet aan voldoen kunnen gesloten worden, al kijken de Chinezen wel pragmatisch naar hoeveel werkgelegenheid er op het spel staat zoals in Nederland twintig jaar geleden ook gebeurde.’

China groeit echter zo hard, er komen elk jaar zoveel fabrieken bij, dat er geen tijd is om de technologie om afvalwater te zuiveren goed aan het lokale afvalwater aan te passen, vertelt Van Groenestijn. ‘Overal ontwerpen en bouwen ze meteen installaties op een enorme schaal. Ik heb al veel installaties gezien waar grote problemen mee zijn. De Chinezen staan zo onder druk om nieuwe mega-installaties te realiseren dat ze het stadium van het verbeteren van het proces in kleine proefinstallaties overslaan.’

Ook op milieugebied is China een land met veel gezichten. ‘Op het platteland zie je nog zwarte rookpluimen uit huizen komen waar ze nog kolen stoken. In Peking, daarentegen, hebben ze de roetvervuiling al aangepakt en zijn ze nu met NOx en SOx bezig.’




Projecten: mega, giga, China

Droogte in de noordelijke provincies is het grootste ecologische probleem van het land, stelt Chinakenner Willem van Kemenade. ‘Senior leiders vertellen nu aan Westerse diplomaten dat het vóórkomen van watertekort voor hen een hogere prioriteit heeft dan de hervorming van staatsbedrijven.’ China is daarom het grootste civiele project ter wereld begonnen: de aanleg van drie megakanalen van de waterrijke Yangtzerivier naar de vaak droogstaande Gele Rivier (Huang He) in het noorden. Alleen zo denkt het land het dichtbevolkte noorden te kunnen voorzien van voldoende water voor de landbouw, industrie en voor 300 miljoen mensen om van te leven. Door overexploitatie van grondwater vinden er nu al landverschuivingen plaats.

In de eerste fase, die in 2002 begon, bouwen de Chinezen een aquaduct van 1300 kilometer, waarin bergopwaarts water verplaatst moet worden van de rivier Yangtze bij Shanghai naar de Gele rivier in de provincie Shandong in het noorden van China. Kosten: 59 miljard dollar.

De aanleg van kanalen en pijpen moet vervolgens in fase 2 voor watervervoer van de Hanrivier naar het noorden zorgen, een makkelijker project omdat het water op dit traject grotendeels bergafwaarts gaat. In de derde fase moet de Yangtzerivier vanuit de hoge bergen bij Tibet met de Gele rivier verbinden, een traject van niet minder dan 1600 kilometer.

Twee andere megaprojecten over lange afstanden zijn de 21 miljard dollar kostende gaspijplijn van het westen naar het oosten met een lengte van 4000 kilometer en een spoorweg van de provincie Qinghai naar Tibet. De gaspijplijn moet voor economische ontwikkeling in het westen zorgen en voor schonere energie ter vervanging van kolen in de Yangtzerivierdelta in het oosten.

Grootste diepzeehaven

Verder legt China komende jaren vele duizenden kilometers vier- tot zesbaanssnelwegen aan, evenals honderden nieuwe vliegvelden. Door het land heen werken techneuten aan de ontwikkeling van zo’n 40 duizend ‘kleinere’ bouwprojecten. Rond Shanghai worden bijvoorbeeld negen sattelietsteden gebouwd om de stadskern te ontlasten.

Ook de oceaan schuwt China niet bij de keuze voor megaprojecten. Om de afstand tussen Shanghai en Ningbo terug te brengen van zo’n 300 kilometer tot 180 kiest de overheid voor de bouw van een brug door de oceaan van maar liefst 36 kilometer lang, weet Van Kemenade. ‘Bij de engineering van de brug zijn meer dan 700 experts uit de hele wereld betrokken. Kosten van dit ambitieuze project: 1, 42 miljard dollar.’

In de diepzeehaven bij Shanghai wordt meer dan tien keer zoveel geld geïnvesteerd tussen 2002 en 2020. ‘De grootste diepzeehaven ter wereld komt meer dan dertig kilometer uit de kust te liggen en krijgt 52 kades op kunstmatige eilanden. Een 31,8 kilometer lange brug met een zesbaansweg gaat de haven verbinden met het vaste land. Op twee plaatsen gaat de brug de hoogte in zodat er grote schepen onderdoor kunnen.’

De Chinese overheid financiert al deze megaprojecten via staatsobligatieleningen, stelt Van Kemenade. ‘Die zijn gegarandeerd en altijd meteen volledig ingeschreven. De overheid legt nu bezwaren of verzet tegen de megaprojecten naast zich neer en is er trots op een sterke staat te zijn waar snel besluiten genomen en uitgevoerd worden’, constateert de Chinakenner. ‘Het lijkt erop dat ze de gigaprojecten nu wil doorzetten omdat ze in de toekomst te duur worden en omdat ze bang zijn dat ze als Chinese overheid na politieke liberalisering – die een keer zal komen - zulke besluiten niet meer zo makkelijk kan nemen.’

© Martine Segers